Investeer, concretiseer

Redactie

Vanaf 2018 keert de overheid het geld dat is vrijgekomen door de invoering van het leenstelsel uit aan het hoger onderwijs. Als het aan de RU ligt, zal echter niet al het geld naar investeringen in onderwijs gaan waar alle studenten van profiteren. Om dit te voorkomen moeten richtlijnen rondom herinvestering van de studiefinanciering concreter worden geformuleerd.

Tekst: Noor de Kort
Illustratie: Anne Rombouts

Dit artikel verscheen eerder in de vierde editie van ANS.

In het collegejaar 2015-2016 is het leenstelsel ingevoerd en sindsdien is de studiefinanciering voor studenten die aan een opleiding beginnen verleden tijd; zij moeten met een fikse lening genoegen nemen. Minister Bussemaker van Onderwijs beloofde bij de invoering van het leenstelsel dat de middelen die hierdoor vrijkwamen voor een flinke investering in de kwaliteit van het hoger onderwijs en daaraan gerelateerd onderzoek zouden zorgen. Sinds 2015 doen universiteiten zelf al voorinvesteringen en vanaf 2018 keert de overheid het bespaarde geld uit.

Hoog tijd om te kijken waar de voorheen zo graag ontvangen stufi aan wordt besteed. De Radboud Universiteit (RU) krijgt voor het jaar 2018 12,8 miljoen euro om te besteden. Maar liefst een kwart van dit forse bedrag zal worden uitgegeven aan zaken waar alleen de ‘excellente student’ iets aan heeft: continuering en uitbreiding van de excellentietrajecten. Een groot bedrag wordt dus besteed aan zaken waar slechts een klein gedeelte van de studenten van profiteert, terwijl wel alle studenten hun studiefinanciering moeten missen.

De wet laat dit soort bedenkelijke herinvesteringen toe en de door studenten en hoger onderwijs gezamenlijk opgestelde richtlijnen rondom de uitgaven zijn vaag. Met open deuren als ‘intensiever en kleinschalig onderwijs’ en ‘passende en goede onderwijsfaciliteiten’ is bijna elke bestedingsvorm te rechtvaardigen. De richtlijnen moeten worden geconcretiseerd, zodat het voor universiteiten niet mogelijk is om een groot deel van de herinvestering aan excellentietrajecten uit te geven. Alle studenten moeten iets positiefs merken van investeringen met het geld dat hen is afgepakt.

Lekker breed en nietszeggend
Bij de herinvestering van de studiefinanciering zou de Gemeenschappelijke Agenda Hoger Onderwijs handvatten moeten bieden. Het Interstedelijk Studentenoverleg, de Landelijke Studentenvakbond, de Vereniging Hogescholen en de Vereniging van Universiteiten boden deze op 19 december aan bij Minister Bussemaker. Echt veel wijzer word je echter niet van de inhoud. In de agenda staat dat met het geld zal worden gestreefd naar ‘intensiever en kleinschalig onderwijs’, ‘meer en betere begeleiding van studenten’, ‘inzet op talentontwikkeling: binnen en buiten de studie’, ‘passende en goede onderwijsfaciliteiten’ en ‘verdere professionalisering docenten’. Fantastisch natuurlijk, maar praktisch gezien kan elk mogelijk plan met betrekking tot verbetering van het onderwijs eronder worden geschaard. Proost op het leenstelsel grootDe vijf punten belichamen een totale verbetering van het hoger onderwijs en op deze manier hebben de universiteiten nog steeds complete vrijheid bij de besteding van het bedrag. Om een eerlijke verdeling te garanderen is een eenduidige visie rondom de uitgave van het geld dus hard nodig.

Dubieuze besteding
Door de onduidelijk geformuleerde richtlijnen hebben universiteiten vrij spel bij de besteding van het vrijgekomen geld. Ook bij de RU is dit het geval. Uit de voorlopige begroting voor 2018 komt bijvoorbeeld naar voren dat van het overheidsgeld, 12,8 miljoen euro, 3 miljoen zal gaan naar de Radboud Honours Academy (RHA). Hier heeft een gemiddeld presterende student niets aan. Bovendien is de verhouding tussen het bedrag dat aan de RHA wordt besteed en de hoeveelheid studenten die gebruik maakt van de excellentietrajecten scheef. Minder dan 6 procent van de studenten aan de RU neemt op dit moment deel aan de trajecten, terwijl bijna een kwart van de begroting van de herinvestering hiervoor is gereserveerd. Het spekken van excellentietrajecten is bovendien niet incidenteel. Al sinds 2015 wordt jaarlijks 3 miljoen euro besteed aan de continuering van het honoursprogramma en de uitbreiding hiervan naar de propedeusefase. Dit zal nu dus worden voortgezet. Het grootste deel van de studenten zal echter niets merken van deze uitgaven. De RU kan beter geld uittrekken voor onderwijs waar alle studenten iets aan hebben.

Of de 1,1 miljoen euro die is gereserveerd voor ver- en nieuwbouw van onderwijsvoorzieningen echt een investering is die is gericht op het verbeteren van het onderwijs voor alle studenten, valt ook te betwijfelen. Gaat het hierbij om restauratie van studieruimtes, dan is er inderdaad wat voor te zeggen. Door de vage verwoording blijft echter in het midden waar het geld precies naartoe gaat. Op deze manier is het onzeker of het geld inderdaad bijdraagt aan verbetering van het onderwijs, of slechts aan de uitstraling van de campus. Van een facelift is nog nooit iemand beter geworden.

Studenten moeten sinds de invoering van het leenstelsel grote bedragen lenen om hun studie te kunnen betalen. De afspraak dat het vrijgekomen geld zal worden geïnvesteerd in verbetering van het hoger onderwijs is veelbelovend. Hierbij is het van belang dat alle studenten iets hebben aan de besteding van het geld. De richtlijnen rondom de herinvestering worden nu echter zo breed gehouden dat iedere interpretatie van onderwijskwaliteit mogelijk is. Dit is terug te zien in de begroting van de RU; er wordt geïnvesteerd in zaken waar slechts een klein percentage van de studentenpopulatie iets aan heeft. Een aanmerkelijk deel van het overheidsgeld zal gaan naar het paradepaardje van de universiteit: de RHA. Joost mag weten wat de student met krappe voldoendes hieraan heeft. Om te streven naar een goede herinvestering van de studiefinanciering moeten de richtlijnen concreter worden verwoord. Alle studenten moeten profiteren van het geld en niet slechts de kleine groep geniale studenten. Dat zou pas excellent zijn.