Zinloos gemeld

Redactie

De evaluatieformulieren die studenten aan het eind van een cursus of tentamen invullen, zijn bedoeld voor verbetering van de onderwijskwaliteit. De resultaten hiervan worden echter bijna nooit teruggekoppeld naar de student. De universiteit moet er strenger op toezien dat studenten inzicht krijgen in de resultaten van evaluatieformulieren.

Tekst: Aaricia Kayzer
Illustratie: Anne Rombouts

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Het invullen van een evaluatieformulier komt voor menig student als een vervelende nakomer; vragen die nog ingevuld moeten worden terwijl je liever na je tentamen meteen de zaal verlaat. Deze feedback is echter belangrijk voor de verbetering van de onderwijskwaliteit. De Universitaire Studentenraad (USR) pleit al sinds 2011 voor het universiteitsbreed invoeren van een terugkoppeling van cursusevaluaties aan studenten. Toch hebben studenten op de meeste faculteiten nog steeds geen zicht op de uikomsten van evaluatieformulieren. ‘Het is geen centrale verplichting voor docenten om de resultaten van zulke formulieren terug te koppelen’, vertelt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de Radboud Universiteit. Terugkoppeling wordt wel aangemoedigd, maar daar blijft het bij. ‘In Nijmegen is alles behoorlijk decentraal geregeld. We willen faculteiten keuzevrijheid geven in hun beleid, zodat ze zo goed mogelijk kunnen evalueren.’

Isa Corbeek, vicevoorzitter van de USR, vindt het jammer dat eerder gemaakte afspraken hierover niet op alle faculteiten worden nageleefd. ‘Vanuit het Bestuursgebouw krijgen we veel erkenning over de ernst van dit probleem, maar de terugkoppeling van evaluatieformulieren staat laag op de prioriteitenlijst van docenten.’ Studenten geven echter niet voor niets feedback. Onderwijsdirecteuren en docenten moeten afspraken nakomen en consequent terugkoppelen naar studenten.

Zoek de verschillen
Op de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI) wordt sinds vijf jaar gewerkt met een terugkoppeling van cursusevaluaties aan studenten. Zowel studenten als docenten ontvangen na afloop van een cursus een mail met daarin statistische gegevens over de cursusevaluatie, zoals gemiddelde cijfers. Daarnaast krijgen studenten ook een reflectie van de docent met daarin mogelijke actiepunten en een oordeel van de opleidingscommissie (OLC). ‘Een student die niet tevreden is over een specifiek aspect van de cursus, kan daardoor zien wat de docent hiermee van plan is, of wat ermee wordt gedaan’, vertelt Floris Rutjes, vicedecaan Onderwijs van het faculteitsbestuur van de FNWI. Céline Borst, lid van de OLC van Biowetenschappen, is positief over het systeem. ‘Je kan als student terugzien wat je hebt ingevuld en de OLC kan iets doen met deze informatie. Als dit niet gebeurt hebben mensen het idee dat er niets met hun feedback wordt gedaan.’ Meer terugkoppeling van cursusevaluaties stimuleert studenten dus om feedback te leveren, wat goed is voor de verbetering van de onderwijskwaliteit.

Lang niet alle faculteiten zijn zo transparant richting studenten. Op de Faculteit der Medische Wetenschappen blijven terugkoppelingen steken bij één van de vele instanties die een rol spelen bij de verwerking van evaluatieformulieren. Ferhat Beyaz, studentassessor van de Raad van Bestuur van het Radboudumc, legt uit dat evaluaties bij het onderwijsmanagementteam (OMT) terecht komen. Het OMT spreekt hierover met docenten en kwartaalcoördinatoren. Rianne Damhuis, studentlid van het OMT, vult aan: ‘De kwartaalcoördinator koppelt resultaten terug naar de SOOS, de jaarvertegenwoordiging van bachelorstudenten Geneeskunde. Zij kunnen dit vervolgens doorspelen naar hun achterban, maar dit is niet verplicht.’ Terugkoppeling naar studenten is hier dus niet gegarandeerd.

Illustratie Zinloos gemeld grootAfspraken verzaken
Het systeem dat de FNWI hanteert is echter niet zonder problemen. De participatie van docenten laat te wensen over, waardoor een deel van de cursussen niet volledig geëvalueerd kan worden. Borst geeft aan dat docenten vaak de deadline voor het reageren op evaluaties missen. ‘Als ze te laat zijn, wat vaak gebeurt, kan de OLC geen advies geven en krijgen studenten geen inzicht in wat er met hun kritiek gebeurt.’ Het probleem ligt dus bij de naleving van afspraken door docenten en opleidingsdirecteuren. Het systeem van de FNWI is, mits zij op tijd reageren op evaluaties, een goede manier om terug te koppelen. Gerritsen doet een andere suggestie voor directe terugkoppeling: ‘Een idee van de rector was om direct na afloop van een college te vragen: “Wat vonden jullie ervan?” Het voordeel hiervan is dat je een gesprek hebt, in plaats van een aankruisvakje of kort woordje.’ Een groot nadeel is dat evaluaties dan niet worden vastgelegd en daarom niet op lange termijn kunnen worden bekeken. Het is belangrijk om zicht te hebben op de meerjarige verbetering van een cursus.

Immy Niemeijer, studentlid van de OLC Nederlandse Taal en Cultuur, legt uit dat docenten een verantwoording over de evaluaties naar de OLC sturen. De OLC vergadert hierover en stuurt commentaar naar de docent. De docent zet dit in theorie op Blackboard, maar in de praktijk komt hier weinig van terecht. ‘Er is sprake van een beleid maar docenten voeren dit niet uit. Hier moet strenger op worden gelet.’ Dat hierin wordt verzaakt, heeft niet alleen als nadeel dat studenten evaluaties minder invullen. Studenten vormen ook een extra controleorgaan voor de verbeterpunten van docenten omdat ze kunnen letten op de naleving van deze punten. Als studenten de resultaten van evaluatieformulieren überhaupt niet onder ogen krijgen, mist deze extra controle.

Transparante terugkoppeling
Door de decentrale organisatie van de Radboud Universiteit zijn niet alle beleidszaken op elke faculteit hetzelfde geregeld. De terugkoppeling van evaluatieformulieren is hier een voorbeeld van. ‘Door transparant te zijn met resultaten hopen we studenten te stimuleren vaker evaluatieformulieren in te vullen’, aldus Rutjes. Corbeek is het hiermee eens: ‘Het communiceren van de resultaten is echt belangrijk, want je ziet dat studenten minder snel geneigd zijn een formulier in te vullen als ze hiervan nooit het resultaat zien.’

De FNWI laat zien dat het systeem voor terugkoppeling reeds bestaat, maar dat het probleem vooral ligt bij het naleven van afspraken door docenten en onderwijsdirecteuren. Zij moeten strengere afspraken maken met docenten en zorgen dat deze worden nageleefd, zodat resultaten van cursusevaluaties structureel worden teruggekoppeld naar studenten. Enkel aanmoedigen is niet genoeg, alleen met echte afspraken kan worden gescoord.