Vrijheid, blijheid

Henk Strikkers

Kan een Letterenstudent tijdens de bachelor een compleet studiejaar aan vrije ruimte besteden, voor een Rechtenstudent is enkel een strak curriculumkeurslijf dat dient te worden gevolgd. De ongelijkheden van verbreding binnen de universiteit.

De RU blijft hameren op de vele keuzes die studenten kunnen maken tijdens hun studietijd: in het buitenland studeren, vakken buiten de studie volgen of stages lopen. In theorie een mooi streven, de praktijk laat echter te wensen over. Door verschillende manieren van inroosteren, overlap met vaste studieonderdelen en de schijn van keuze die eigenlijk alleen een keuze is tussen twee verplichte vakken wordt de student beperkt in zijn vrijheid. Zo kan een Rechtenstudent alleen kiezen tussen twee Rechtenvakken in het tweede jaar en mag een student Religiewetenschappen zijn 20 ECTS in zijn bachelor aan vrije ruimte enkel invullen met vakken binnen de universiteit.

Zelfontplooiing Vrije ruimte is voor een student van belang. Niet alleen voor de intellectuele, maar ook voor de persoonlijke ontwikkeling. Studenten blijven door deze verbreding niet hangen in het beperkte gebied van hun eigen wetenschapstak maar leren open te staan voor andere ideeën en zienswijzen. Dit zorgt voor een kritische houding en zelfreflectie. Hetzelfde geldt voor stages, welke zorgen voor een realistisch beeld van de toekomstige arbeidssector. Rector magnificus Bas Kortmann stelt in een interview met ANS in 2008 over een verblijf in het buitenland het volgende: De universiteit moet studenten ‘de grens over jagen’, minimaal een keer tijdens hun studie en het liefst voor drie maanden of meer. ‘Veel mensen onderschatten het nut van een stage of studietijd in het buitenland, maar voor inzicht in de verscheidenheid aan gewoonten en gebruiken is het essentieel.’ De RU heeft ontplooiing van de student hoog in het vaandel staan, maar toch is er geen eenduidig beleid wanneer het op de mogelijkheden hiertoe aankomt. Iedere faculteit hanteert andere regels omtrent de vrije ruimte en zelfs binnen sommige faculteiten wordt er niet één vaste lijn getrokken. Hoewel de universiteit zichzelf in haar doelstelling beschrijft als een instelling ‘waar uitwisseling en overdracht van kennis centraal staan’ en waarin ‘de onderlinge samenwerking en de vele dwarsverbanden kenmerkend zijn’, blijkt hier niets van in het beleid. Navraag bij de Facultaire Studentenraden (FSR) leidt tot zeer uiteenlopende antwoorden. Bij Rechten is de reactie kort: ‘Binnen de bachelor is er geen vrije ruimte.’ Bij de bèta’s blijken de stagemogelijkheden wel goed waren geregeld, met als kanttekening dat deze een verplicht onderdeel van de studie zijn. Sinds dit jaar hanteert de bètafaculteit het minorensysteem, maar er kunnen alleen vakken binnen de faculteit worden gekozen. Letteren en Managementwetenschappen behoren tot de weinige faculteiten die wel het nut inzien van verbreding via extracurriculaire vakken en stages. Bij Letteren is er drie keer 20 ECTS te volgen buiten de studie en bij Managementwetenschappen is dit 24 ECTS. In verband met aansluiting op andere faculteiten is het belangrijk dat alle faculteiten eenzelfde hoeveelheid ruimte hanteren.

Verantwoordelijkheid De RU ziet zichzelf als ‘een studentgerichte onderzoeksuniversiteit’ en weet zich verantwoordelijk voor ‘de persoonlijke ontwikkeling en ontplooiing van haar studenten’. Dit schept het beeld van een universiteit die haar studenten zoveel mogelijk steunt, maar dit blijkt niet het geval. Studenten zijn op zichzelf aangewezen om stages te regelen. Als er al begeleiding is, wordt deze door studenten vaak als matig bestempeld. Daarnaast beweert de universiteit de student niet als ‘een consument van onderwijs’ te zien, maar ‘als iemand die zelf de verplichting op zich neemt voor een actieve inbreng in de eigen vorming’. Door de huidige koers belemmert de universiteit juist de keuzevrijheid van de student om een gedeelte van de studie naar eigen verantwoordelijkheid en inzicht in te richten. Rechtenstudenten lopen bij stages of extracurriculaire vakken studievertraging op, omdat dit allemaal buiten het vakkenpakket valt. De bèta’s hebben stages wel in hun bachelor zitten. Daarnaast kunnen er via minoren vakken buiten de studie worden gevolgd, maar deze dienen dan weer binnen de faculteit gevolgd te worden. Ook Geneeskundestudenten lopen via co-schappen wel stage, maar kunnen zich niet verdiepen in onderwerpen buiten de eigen studie. Hoe kan een universiteit zichzelf als een wetenschappelijk instituut beschouwen indien zij haar studenten alleen vanuit dezelfde hoek steeds weer hetzelfde laat bestuderen? Als de student de mogelijkheid niet krijgt om naar eigen inzicht een vast gedeelte van het curriculum in te richten blijft er van de universiteit niets meer over dan een leerfabriek waarin alles wordt voorgekauwd en waar de student als een zombie de studiejaren door sloft. De enige waar de student nog hoop op kan vestigen is Kortmann: ‘Wij zijn er niet om studenten op te leiden, maar om te maken tot karaktervolle academici met een brede blik.’ De faculteiten zouden deze zienswijze als een rode draad door hun beleid moeten laten lopen. Deze uniformiteit komt niet alleen ten goede van de studenten maar ook de universiteit zelf. Met duidelijkheid en transparantie is immers iedereen gebaat.

Tekst: Michaël Joó en Jolene Meijerink

Klik hier voor alle artikelen van ANS maart 2010.