Weg met de boekenbonbaan

Redactie

Veel afgestudeerden kiezen bij gebrek aan beter voor werkervaringsplekken. Hoewel zij hier hetzelfde werk verrichten als gewone werknemers, is de beloning soms slechts een boekenbon per maand. Werkervaringsplekken leiden tot uitbuiting van alumni en moeten daarom worden afgeschaft.

Tekst: Noor de Kort
Illustratie: Bas van Woerkum

Dit artikel verscheen eerder in het zesde nummer van ANS

Je bent na je studie op zoek naar een baan, maar steeds weer wordt er gevraagd naar mensen ‘met ervaring’. Voor werk heb je ervaring nodig en voor ervaring heb je werk nodig. Het vinden van een weg naar de arbeidsmarkt is hierdoor moeilijk. Werkervaringsplekken spelen handig in op deze situatie. BoekenbonbaanHoewel een werkervaringsplek aanvankelijk als de ideale navigatie naar een topbaan klinkt, is de praktijk een stuk minder rooskleurig. Voor veel afgestudeerden is de drempel om een klacht over een werkervaringsplek in te dienen hoog, omdat ze bang zijn deze plek kwijt te raken. FNV Jong startte daarom vorig jaar een anoniem meldpunt. Esther Crabbendam, woordvoerder van FNV Jong, vertelt dat er al meer dan driehonderd klachten binnen zijn gekomen. De meeste klachten komen uit de sectoren psychologie, orthopedagogiek, architectuur en communicatie.

Veel afgestudeerden kunnen niet direct aan de slag op een normale werkplek. Vacatures voor betaalde banen zijn er nauwelijks, waardoor zij uiteindelijk vaak noodgedwongen kiezen voor een werkervaringsplek. Bij deze plekken ontbreken maar al te vaak begeleiding en een leerplan, en het draaien van meer winst is het hoofddoel. Voor dit harde werk krijgen afgestudeerden meestal niets terug; regelmatig wordt het vaste contract dat in het vooruitzicht is gesteld, nooit werkelijkheid. Werkervaringsplekken maken de weg vrij voor uitbuiting van alumni en moeten daarom worden afgeschaft.

Benarde positie
Werkervaringsplekken brengen afgestudeerden op de arbeidsmarkt in een benarde positie. Door een gebrek aan aanbod van betaalde banen wordt genoegen genomen met een werkervaringsplek. Ervaring opdoen is immers belangrijk en een gat op je cv staat bovendien niet erg mooi. Doordat afgestudeerden werkervaringsplekken accepteren, kunnen werkgevers deze goedkope banen blijven aanbieden in plaats van normale banen. Deze situatie is voor werkgevers zeer gunstig, vertelt Crabbendam. ‘Je ziet dat er misbruik wordt gemaakt van het feit dat jongeren zo graag werk willen, dat ze ook werk leveren tegen een stagevergoeding in plaats van tegen normaal loon.’ Op deze manier concurreren afgestudeerden hun eigen betaalde banen weg. Alleen een massale weigering van werkervaringsplekken zou tot meer aanbod van betaalde banen kunnen leiden. Als de ene afgestudeerde de werkervaringsplek weigert, gaat een lotgenoot echter wel in zee met de werkgever. Afgestudeerden voelen zich hierdoor gedwongen werk onder het minimumloon te accepteren.

Op het matje
Werkervaringsplekken worden daarnaast door werkgevers ingezet als een middel om te bezuinigen. Volgens de wet moet bij werkervaringsplekken het leeraspect de hoogste prioriteit krijgen en het werk een aanvulling zijn. Als dit niet het geval is, is er namelijk sprake van een arbeidsovereenkomst en mag de werknemer minimumloon eisen. Voor de werkgever is geld verdienen echter vaak belangrijker dan afgestudeerden ervaring op laten doen. Dit komt naar voren uit de klachten die werden ingediend bij FNV Jong. Van de personen die een klacht instuurden, zegt 72 procent dat er geen verschil is tussen het werk dat zij uitvoerden en het werk dat door betaalde werknemers werd gedaan. Productie draaien is in dit geval dus niet meer voorbehouden aan werknemers met een arbeidsovereenkomst. 93 procent van de klagers geeft daarnaast aan dat er geen sprake was van een leerplan.

'Van de personen die een klacht instuurden, zegt 72 procent dat er geen verschil is tussen het werk dat zij uitvoerden en het werk dat door betaalde werknemers werd gedaan.'

In de uitzending van 3 januari van het televisieprogramma De Monitor wordt orthopedagoog Sara den Hartog geïnterviewd, die twee jaar geleden werkte op een werkervaringsplek. Ook zij vertelt dat productie draaien hier het voornaamste doel was. Van Den Hartog werd verwacht dat ze meedraaide als een volwaardige werknemer en begeleiding was er nauwelijks. Ze kreeg zelfs een productienorm opgelegd en werd op het matje geroepen wanneer ze hier niet aan voldeed. Tegenover al haar inspanningen werd geen ruimhartige beloning gesteld: een boekenbon van 12,50 euro per maand. Afgestudeerden als Den Hartog zijn heel goedkope werknemers en werkgevers maken gretig gebruik van deze arbeidskrachten.

Dode mus
Een werkervaringsplek is bedoeld als opstap naar een betere positie op de arbeidsmarkt. Veel starters komen echter niet verder dan het opstapje, want na een periode hard werken tegen een mager loont staan veel van hen weer op straat. Werkervaringsplekken zijn op deze manier onzinnig; alle geïnvesteerde moeite leidt immers tot niets. Crabbendam vertelt in de aflevering van De Monitor dat alumni klagen dat ze van werkgevers meermaals de belofte krijgen dat er zicht is op een vaste aanstelling. Dit is dan telkens niet het geval. ‘Je wordt steeds blij gemaakt met een dode mus.’

'Als het voorgehouden toekomstperspectief slechts een illusie is, dienen werkervaringsplekken niet hun doel en zijn ze overbodig.'

Orthopedagoog Carlijn de Vroege vertelt in De Monitor dat zij bij haar aanstelling de toezegging kreeg na twee maanden te kunnen doorstromen naar een betaalde baan. Deze periode werd echter verlengd naar een jaar en de beloning was 50 euro per maand, terwijl ze hetzelfde werk deed als de betaalde werknemers. Uiteindelijk moest De Vroege het bedrijf in november 2014 ‘vanwege de transitie in de gezondheidszorg’ verlaten, waarna de werkervaringsplek weer werd ingenomen door een andere recent afgestudeerde. Contracten van werkervaringsplekken worden eerst vaak verlengd, waarna de afgestudeerde uiteindelijk alsnog het bedrijf uit wordt gegooid. Als het voorgehouden toekomstperspectief slechts een illusie is, dienen werkervaringsplekken niet hun doel en zijn ze overbodig.

Halve boekwinkel
Werken op een werkervaringsplek klinkt als een goede start van je carrière, maar het tegengestelde is vaak het geval. Veel afgestudeerden kiezen na de vergeefse zoektocht naar een betaalde baan noodgedwongen voor een werkervaringsplek. Werkgevers kunnen de banen op deze manier blijven aanbieden en slaan ook nog munt uit de werkervaringsplekken. Niet leren, maar produceren staat vaak centraal. Eenmaal op de werkervaringsplek laat de beloofde vaste aanstelling regelmatig langer op zich wachten dan toegezegd. In sommige gevallen moet de harde werker na verlenging op verlenging van het contract zelfs weer plaats maken voor een andere harde werker. Werkervaringsplekken houden uitbuiting van alumni in stand en moeten daarom worden afgeschaft. Hopelijk kopen starters dan in de toekomst met hun net verdiende salaris niet één boek, maar de halve boekwinkel leeg.