ANSadvo 570x135

Gedwongen in de wachtkamer

Een jaar lang gedwongen studievertraging, dat is wat sommige Geneeskundestudenten aan de RU overkomt. Door een tekort aan stageplekken zijn enorme wachttijden voor coschappen ontstaan en kunnen studenten niet aan hun master beginnen. Het is tijd dat de RU hier verandering in brengt. Tekst: Kiki Kolman Illustratie: Rens van Vliet

Wie arts wil worden, moet een flinke portie geduld hebben. Na een driejarige bachelor Geneeskunde en een driejarige master volgt nog de specialisatie. Artsen in spe aan de Radboud Universiteit moeten in sommige gevallen extra lang wachten, door een tekort aan coschapplaatsen lopen zij noodgedwongen studievertraging op. Van de studenten die zich in augustus hebben ingeschreven, kunnen zeven zelfs pas volgend collegejaar van start. Hen wacht nu een jaar zonder studiefinanciering en de grote kans dat hun kennis verwatert. Ondertussen blijft de opleiding haar maximale aantal studenten toelaten, terwijl de mogelijkheid om extra stageplekken te creëren nihil is. Het wordt tijd dat de RU actie onderneemt. Vaste volgorde De eerste twee jaar van de Geneeskundemaster bestaat uit verschillende coschappen die in een vaste volgorde worden doorlopen. Hier ligt de kern van het coschapprobleem: iedereen moet beginnen met Interne Geneeskunde. Er zijn echter niet genoeg dokters noch patiënten om alle studenten van begeleiding en werk te voorzien. Daardoor kunnen maandelijks maar dertig studenten starten op elke coschap. Om in iedere groep ruimte over te houden voor diegenen die onverhoopt een onderdeel over moeten doen, mogen momenteel elke maand 27 nieuwe masterstudenten instromen. Door deze vaste structuur is de wachttijd inmiddels gemiddeld zeven-en-een-halve maand. Tot dit jaar lukte het de RU om iedereen binnen een jaar in de doktersjas te hijsen, maar door een plotselinge hoge instroom van 360 masterstudenten hebben sommigen nu een wachttijd van maar liefst dertien maanden. Oorzaken van de plotselinge stijging liggen volgens opleidingsdirecteur Roland Laan bij de dreiging van wegvallende studiefinanciering. ‘Bovendien is in 2010 voor het eerst de helft van de Geneeskundestudenten via decentrale selectie toegelaten. De praktijk wijst uit dat deze groep studenten sneller afstudeert dan hun centraal geselecteerde studiegenoten.’ Dat zij beter presteren was echter al anderhalf jaar geleden bekend, toen bleek dat meer dan 95 procent de propedeuse binnen twee jaar behaalde. De opleiding had hier dus beter op moeten anticiperen. Inmiddels worden alle studenten decentraal geselecteerd en is het dus naïef om te denken dat de hoge instroom eenmalig is. Hugo Apperloo (23) is een van de ongelukkigen dit jaar: hij eindigde allerlaatst bij het verdelen van de startmomenten. ‘Ik ben nu fulltime aan het werk op de administratieve afdeling van de kinderpoli en hoop over een tijdje buiten mijn curriculum coschappen te lopen bij de kinderarts.’ Veel van zijn lotgenoten hebben ook een officieuze stage geregeld, gaan reizen of werken.

Netto wachten De RU biedt nog een mogelijkheid om de anders verloren tijd op te vullen. Het laatste halfjaar van de master bestaat uit een onderzoeksstage en een keuzecoschap. Studenten mogen de eerste naar voren halen en de tweede vervangen voor keuzevakken die ze al voorafgaand aan de coschappen kunnen volgen. Zo kan studievertraging worden verminderd. Opleidingsdirecteur Laan spreekt dan ook liever van een netto-wachttijd. ‘Dit is de tijd tussen de inschrijving op en de start van het coschap min het halfjaar dat naar voren gehaald kan worden.’ Dat is mooi geformuleerd, maar het keuzegedeelte vervroegen blijkt een matige oplossing. Ten eerste zijn de mogelijkheden voor onderzoeksstages voorafgaand aan de coschappen een stuk geringer, omdat studenten veel vaardigheden nog niet beheersen. Om deze reden raadt de Examencommissie het vervroegen af. Vivian Schreur, voorzitter van de Facultaire Studentenraad (FSR) van Medische Wetenschappen, stelt dat studenten daarnaast na hun coschap pas goed weten wat zij willen. ‘De stage kan heel goed worden gebruikt om te profileren op een bepaald specialisme, terwijl de keuzevakken slechts extra bachelorvakken zijn.’ Tenslotte krijgen studenten vaak pas in augustus te horen bij welk instroommoment zij zijn ingeloot. Het is lastig om zo laat nog een stageplek te regelen. Dat geneeskundigen liever niet voor deze ‘oplossing’ gaan, blijkt uit het feit dat slechts een minderheid een vervroegde onderzoeksstage loopt en vrijwel niemand de keuzevakken verkiest boven een vrij coschap.

Mitsen en maren Welke oplossingen zijn er? Niet veel, zo blijkt uit het gesprek met Laan. De enige speling die de RU nog lijkt te hebben is om dertig in plaats van 27 studenten in een cogroep te plaatsen. Een definitieve oplossing zou zijn om de vaste volgorde van de coschappen los te laten. Dit is in Utrecht en Maastricht reeds gebeurd en hier kunnen geneeskundestudenten direct na hun bachelor van start. Zowel de opleidingsdirectie als de FSR zijn hier echter geen voorstander van. Schreur: ‘Omdat iedereen die een bepaald coschap loopt hetzelfde niveau heeft, sluit het onderwijs goed aan bij de student en het is bovendien fijn om al die tijd in eenzelfde groep te blijven.’ De FSR ziet heil in keuzetrajecten, waardoor studenten niet alle coschappen doorlopen. Zo kunnen de zogenoemde bottlenecks, opleidingen waar de capaciteit het laagst is, worden ontzien. Ook stellen zij voor stages over de grens te zoeken. De opleiding heeft op deze voorstellen nog niet gereageerd.

Geneeskunde zit klem in een structuur en een instroom waar ruimte tekort schiet. Dit is echter geen excuus om de huidige gang van zaken voort te zetten. Het is onacceptabel dat de RU ieder jaar eerstejaars laat starten in de wetenschap dat zij voor hen in de master geen ruimte heeft. Laan geeft aan dat er naar oplossingen wordt gekeken, maar dit heeft lang genoeg geduurd. Alle mogelijkheden kennen mitsen en maren, maar het is zeker geen optie om deze problematiek nog een jaar door te laten slepen. Het is tijd om eindelijk knopen door te hakken, ook als dit betekent dat de opbouw op de schop moet of zelfs het aantal bachelorstudenten wordt verkleind. Een opleiding moet haar studenten immers van onderwijs kunnen voorzien.

Bekijk hier de overige artikelen uit de december-ANS.

Add a comment
Felix Wagner

Wetenschap, benut uw student

Don Poldermans, Diederik Stapel en recent Mart Bax, fraude is een terugkerend thema in de academische wereld. De controle schiet tekort. Kunnen studenten een steentje bijdragen bij het ontmantelen van valse onderzoeken?

Tekst: Mirte ten Broek en Cecile Vermaas
Illustratie:
Rens van Vliet

Nederland was net bijgekomen van het bedrog door Diederik Stapel, toen er een nieuwe fraudeur werd ontmaskerd. Mart Bax, emeritushoogleraar Antropologie aan de Vrije Universiteit (VU), heeft 64 van zijn publicaties verzonnen en gegeven gastcolleges aan prominente Amerikaanse universiteiten uit zijn duim gezogen. Onderzoek wordt door collega’s besproken en door tijdschriften bekeken, maar desondanks zijn enkele onbetrouwbare onderzoeken toch nog gepubliceerd. Tegenwoordig is de controle bij tijdschriften al een stuk verbeterd ten opzichte van twintig jaar geleden, maar wellicht kunnen studenten en promovendi een handje helpen in het proces van wetenschappelijke controle.

Studenten met rode pen
Natuurlijk gaan de meeste onderzoeken volgens het boekje of worden er slechts slordigheidsfouten gemaakt. Controle op grotere schaal kan deze kleine probleemgevallen verminderen en verhoogt de kans op het uitfilteren van de rotte appels. SpeurderPeter Pels, lid van de onderzoekscommissie die de fraude van Bax onderzocht, vindt het een risicovolle onderneming om studenten naar het werk van onderzoekers te laten kijken. ‘Het enige wat ik me nog kan voorstellen, is dat studenten bijvoorbeeld tijdens een methodologiecollege de voetnoten nalopen. Dat is ook een onderdeel van wat ik in de commissie heb gedaan.’ Een andere mogelijkheid is om studenten een vergelijking te laten maken tussen de primaire data en de resultaten die uiteindelijk in het artikel staan. Misschien is het een goed idee om studenten op een andere manier in te schakelen, namelijk wanneer een artikel op de tafel van de uitgeverij belandt. Studenten kunnen naast wetenschappers als peer reviewers door een tijdschriftredactie worden ingeschakeld om deze onderzoeken te controleren voordat ze worden gepubliceerd. Studenten controleren immers ook het werk van medestudenten dat in (studie)tijdschriften verschijnt. Dat kan naar een hoger plan worden getild.

Wetenschappers van de toekomst
Naast het nut voor de wetenschappelijke wereld, kan het inzetten van studenten ook voor henzelf van grote waarde zijn. Door in contact te komen met het werk van onderzoekers en de methodes die bij het controleren daarvan werkelijk worden gebruikt, worden studenten voorbereid op een wetenschappelijke carrière. Ze leren de regels van integriteit kennen en toepassen. Er is nog een andere manier om studenten dit bij te brengen. Ze zouden namelijk meer betrokken kunnen worden bij het onderzoeksproces zelf door over de schouder van de hoogleraar mee te kijken hoe goed onderzoek hoort te gaan. Evert van der Zweerde, hoogleraar Politieke Filosofie, beaamt dit. ‘Je komt dan uit bij masterstudenten die onderzoek doen. Ik denk dat je studenten daar best serieuzer kunt nemen dan nu gebeurt.’

Op goed vertrouwen
Promovendi staan nog dichter bij dit onderzoek dan masterstudenten. Zij zijn immers standaard betrokken bij het werk van hun promotor. Het zijn pupillen van Stapel zelf geweest die zijn onderzoek destijds in twijfel hebben getrokken. Toch zullen veel promovendi niet zo snel in hun voetsporen treden. Het is namelijk een gevaarlijke onderneming: ‘Promovendi zijn afhankelijk van hun promotor en lopen een enorm risico als blijkt dat hun aanklacht onterecht is. Je moet wel zeker zijn van je zaak’, aldus Van der Zweerde. Het aanstellen van een onafhankelijk vertrouwenspersoon, waar alle studenten terecht kunnen, is hiervoor een oplossing. Op de RU, evenals bij andere universiteiten, is al een vertrouwenspersoon voor wetenschappelijke integriteit aanwezig. Deze persoon werkt onafhankelijk en laat klokkenluiders anoniem blijven. Zo kunnen studenten ook zonder sluitend bewijs hun verdenkingen uiten, als die serieus zijn. Het is belangrijk dat studenten en promovendi van deze mogelijkheid gebruikmaken. Op deze manier kunnen ze zonder risico’s te lopen, meehelpen aan integere wetenschap.

Kritische wetenschap
Om het probleem echt op te lossen is meer nodig. Volgens Van der Zweerde is het creëren van een sfeer van ‘critical friends’ voor collega’s onder elkaar van belang. ‘Je moet nooit op de persoon spelen, maar wel zijn werk kunnen bekritiseren zonder dat iemand zich meteen beledigd voelt.’ In het rapport van de commissie Bax wordt dit ook benadrukt. Tevens moeten promovendi zonder problemen naar hun promotor kunnen stappen om commentaar te leveren. Dit is echter nog geen realiteit, dus om dubieuze onderzoeken te helpen voorkomen, kunnen studenten nu alvast worden ingezet. Zowel Pels als Van der Zweerde denken dat als iemand kwaad wil, diegene daar toch wel een weg voor vindt. Pels: ‘Ik denk wel dat wetenschappers die slordig zijn misschien nog een extra keer naar hun resultaten kijken, als bekend wordt dat bepaald onderzoek ook nog door studenten wordt gecheckt in het college.’ Voor een eventuele wetenschappelijke carrière en een goed besef van de waarde van integriteit in onderzoek, moeten studenten al vroeg in aanraking komen met het onderzoeksproces. Studenten zijn de toekomst van de wetenschap, neem hen serieus.

Add a comment
Felix Wagner

Haastige spoed...

De Universiteit Leiden heeft een bindend studieadvies (BSA) in het tweede jaar ingevoerd. Studenten kunnen nu na het behalen van de propedeuse alsnog van hun studie worden gestuurd. Wordt deze maatregel een duwtje of een steek in de rug van de student?

Tekst: Gijs Hablous en Lisanne Meinen Illustratie: Rens van Vliet

Wie dit jaar een studie is begonnen aan de Universiteit Leiden moet zich een jaar langer bewijzen dan studenten elders in Nederland. Sinds het begin van dit collegejaar experimenteert de onderwijsinstelling met een bindend studieadvies in het tweede studiejaar. ‘Het is in het belang van de student om sneller af te studeren’, stelt Caroline van Overbeeke, woordvoerder van de universiteit. ‘De maatregel houdt studenten in een actieve houding en voorkomt financiële moeilijkheden.’ Behalve de Universiteit Leiden maken ook het University College Amsterdam en de Gerrit Rietveld Academie gebruik van de mogelijkheid tot experimenteren die onderwijsminister Jet Bussemaker biedt. Nieuwe voltijdstudenten dienen in hun eerste jaar 45 studiepunten (EC) te behalen. Binnen twee jaar moeten de propedeuse en een totaal van 90 EC binnen zijn. De nieuwe regeling zal ongetwijfeld haar doel bereiken en voor een hoger rendement zorgen, maar moet dat wel het uiteindelijke doel zijn? Is het aan een universiteit om voor haar studenten te bepalen hoe zij hun studie inrichten?

Verschoolsing of ontplooiing Een ideale universitaire student zou kritisch, zelfstandig, verantwoordelijk, breed geïnteresseerd en intrinsiek gemotiveerd moeten zijn. Een universiteit zou de ontwikkeling van deze eigenschappen moeten faciliteren. Met haar experiment lijkt Bussemaker deze zelfstandigheid en verantwoordelijkheid echter niet serieus te nemen. Van de huidige student kan worden verwacht dat deze goed in staat is voor zichzelf te beslissen wat van belang is: studietempo of studieresultaten, financiën of extra activiteiten. De ingevoerde maatregelen lijken voor een verschoolsing te zorgen die studenten als op een lopende band door hun studie voert. Volgens Van Overbeeke is hier geen sprake van. ‘Het doel is niet om studenten met dikke brillen en hun neus in de boeken door hun studententijd heen te jagen.’ De woord- voerder meent dat er genoeg tijd is om naast het behalen van de vereiste studiepunten een nevenfunctie te onderne- men, ervan uitgaande dat in het eerste jaar de propedeuse is behaald. De wisselwerking tussen studie en een bestuursfunctie is lastig. Vaak is er sprake van overlappende roosters met verplichte colleges en belangrijke vergaderingen. Mohammed Mohandis, PvdA-kamerlid en tijdens zijn studententijd fervent bestuurder, benadrukt het belang van extracurriculaire activiteiten voor een betere positie op de arbeidsmarkt. Onderzoek van de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV) bevestigt dit: ‘Sollicitanten met dergelijke ervaring zijn zelfbewuster over hun capaciteiten. Op deze manier kan de werkgever een duidelijk beeld van de sollicitant vormen.’ Studentbestuurders die bang zijn in tijdsnood te komen door de ingevoerde maatregelen kunnen worden vrijgesteld van deelname aan het experiment. Het is echter onduidelijk voor welke activiteiten dit mogelijk is en wat de minimale tijdsinvestering moet zijn om in aanmerking te komen voor een dergelijke vrijstelling. Door deze onduidelijkheden kan de regel erg breed worden geïnterpreteerd. Volgens student Bestuurskunde Marc Hogenhuis, tevens lid van de Universiteitsraad van Leiden, is deze uitzonderingsregeling mede het gevolg van felle discussies in de raad. Hij zegt toe te zullen zien op correcte implementatie van het plan. Mohandis benadrukt dat het hier gaat om een experiment: ‘We moeten zorgen dat het geen glijdende schaal wordt, er moet een eindpunt zijn. Daarnaast wil ik een goede en objectieve evaluatie van het hele project zien, voordat al dan niet wordt besloten tot algehele invoering.’

Unieke studies Wanneer studenten na twee jaar een negatief studieadvies ontvangen, hebben zij het recht een vergelijkbare studie aan een andere onderwijsinstelling te starten. Dat is echter niet mogelijk wanneer zij een studie doen die aan geen enkele universiteit op dezelfde manier wordt aangeboden. Mohandis diende onlangs een motie in waarmee deze zogenaamde unica worden uitgesloten van deelname en de betreffende studenten worden beschermd tegen het experiment. Na een bezoekje aan de website van de Leidse universiteit blijkt echter dat niet alle unieke studies zijn uitgesloten, Islamstudies is volgens de site bijvoorbeeld ‘uniek in Nederland en West-Europa: nergens anders is het mogelijk om alle stromingen van de islam binnen één universitaire opleiding te bestuderen.’ Zo worden meer studies trots aangeprezen, bovendien hebben ze unieke registratienummers in het officiële register van opleidingen (CROHO). Volgens Van Overbeeke bestaan er voor studenten die niet aan de BSA-eis voldoen wel degelijk alternatieven en voldoet Leiden daarom aan de voorwaarden die Bussemaker stelt. ‘Als dit toch niet het geval is, respecteert de instelling de Tweede Kamer niet’, aldus Mohandis.

Onze toekomst De Nijmeegse student hoeft voorlopig niet te vrezen voor de regeling. Hier geldt pas sinds september 2011 een BSA in het eerste jaar van de bachelor. Dat is voor de RU genoeg reden om voorlopig de resultaten nog even af te wachten. ‘De Radboud Universiteit heeft geen concrete plannen om het BSA in te voeren in het tweede en derde studiejaar’, zegt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU. ‘We vinden het wel een interessant experiment en volgen de ontwikkelingen bij andere universiteiten.’

Een pure rendementsmaatregel als deze past niet in het beeld van de ideale universiteit. Als financiële en politieke drijfveren wegvallen, verdwijnen tevens de belangrijkste redenen voor de proef; idealistische argumenten zijn er nauwelijks. Voor de Leidse proefkonijnen is het misschien te laat, maar laten we voor de rest van de studenten hopen dat het bij een experiment blijft.

Bekijk hier de overige artikelen uit de oktober-ANS.

Add a comment
Felix Wagner

College van de Toekomst

Hoorcolleges lijken de student steeds minder te boeien. Heeft een massaal college nog zin voor de steeds meer individualiserende student? ‘Zonder hoorcolleges kun je net zo goed de universiteit sluiten.’

Tekst: Susan Haasjes

De interesse voor hoorcolleges lijkt met de tijd steeds minder te worden. In januari spuwde Jan Derksen, hoogleraar Klinische Psychologie aan de RU, al veel gif tegen deze onderwijsvorm. In zijn hoorcolleges zouden studenten voornamelijk bezig zijn met ‘gapen, eten en praten’ in plaats van het opdoen van relevante kennis. Volgens hem moet deze collegevorm dan ook worden afgeschaft. Mogelijke alternatieven zijn de kleinschalige werkgroep en het geven van online colleges. Massaal onderwijs heeft ook haar positieve kanten en lijkt van grote waarde. Wat is de toekomst van het klassieke hoorcollege?

Een andere onderwijsvorm Het model van Bales beweert dat er andere, meer succesvolle opties voor kennisoverdracht zijn. Dit model beschrijft een piramide die aangeeft in hoeverre informatie blijft hangen bij verschillende onderwijsvormen. Aan de top bevindt zich het klassieke hoorcollege, waarbij de hoeveelheid stof die blijft plakken slechts 5 procent is. Dit steekt schril af bij discussiegroepen die 50 procent rendement behalen. Maastricht University speelt hierop in en werkt daarom met Probleemgestuurd Onderwijs (PGO). Hierbij studeert men kleinschalig in werkgroepen, om zo studenten er toe te zetten zelf hun kennis uit te breiden. Een regelmatig toetsprogramma ondersteunt deze werkgroepen. Cees van der Vleuten, professor in Onderwijs aan Maastricht University: ‘Het klassieke model, waarbij na een semester van hoorcolleges een tentamen wordt afgenomen, is desastreus en leidt tot uitstel en piekgedrag voor het tentamen. Bij PGO word je gedwongen continu te leren, hierdoor kan een student niet ontsnappen aan onderwijs.’ Momenteel past alleen Maastricht deze manier van informatieoverdracht toe, hier zitten echter haken en ogen aan. Marianne van den Hurk doet aan de RU onderzoek naar de relatie tussen onderwijsmethoden en leerprocessen. Zij beschrijft in een van haar onderzoeken de effectiviteit van PGO ten opzichte van de gebruikelijke academische onderwijsvorm. De resultaten bewijzen dat het volgen van PGO niet effectiever is dan het volgen van conventioneel onderwijs. Daarnaast hebben eerstejaars PGO-studenten veel moeite met het aanpassen aan deze onderwijsvorm. Ze missen zelfregulerende strategieën en zijn bovendien onzeker over welke stof bestudeerd moet worden, waardoor zij relatief vaak falen. De RU heeft al wel geëxperimenteerd met verschillende onderwijsvormen: de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI) heeft e-lectures uitgezonden. ‘Uit het aantal studenten dat alsnog aanwezig is bij het hoorcollege blijkt dat de videocolleges niet substituerend werden gebruikt, maar dat studenten het college terugkijken als voorbereiding op het tentamen’, vertelt Noël Vergunst, coördinator van de afdeling Onderwijsondersteuning aan de RU. ‘Een videocollege in plaats van een massaal college zou ik jammer vinden. Dan kun je net zo goed de universiteit sluiten, juist de hoorcolleges maken dat de RU in deze vorm bestaat.’

Het heilige hoorcollege Met honderd man massaal in de collegezaal zitten is niet nutteloos. Vergunst: ‘Studenten ervaren de interactie met docenten als prettig.’ Bij het onderzoek naar de effectiviteit van hoorcolleges moet altijd worden meegenomen dat de functie van het college niet alleen het bijspijkeren van informatie is, zoals het model van Bales suggereert. Het hoorcollege dient volgens Vergunst vooral om te inspireren. ‘Hoorcolleges kunnen heel nuttig zijn als ze goed worden uitgevoerd en op het goede moment worden aangeboden. Deze colleges stimuleren studenten door middel van een enthousiaste docent of een goede inleiding op een vak. Het is wel noodzakelijk dat werkgroepen en opdrachten hier verder op aansluiten.’ Studenten blijven naar hoorcolleges komen, zo laat de pilot bij FNWI zien, maar capabele docenten zijn een vereiste. Daarnaast is een voordeel van hoorcolleges ten opzichte van discussiegroepen het creëren van de rode draad. Het uitsluitend geven van werkgroepen heeft kennisverwerking als doel en laat de student die nog onbekend is met de stof een tijd lang in het duister tasten. Een interessant hoorcollege kan een student aanzetten tot het doen van een fatsoenlijk aansluitend literatuuronderzoek.

Niet met uitsterven bedreigd ‘Men zou er goed aan doen minder tijd en geld te steken in informatieoverdracht zoals hoorcolleges en meer in informatieverwerking’, vertelt Van der Vleuten. Dat het hoorcollege in de toekomst geen schijn van kans heeft naast werkgroepen en videocolleges is echter te ver gegrepen. Hoorcolleges zijn vaak niet aantrekkelijk gepresenteerd, maar zeker niet overbodig. Vergunst: ‘Niet alle hoorcolleges zijn nuttig voor jou als student en ze worden ook niet altijd goed gegeven. In een concentratiedip moet een docent interactief werken om de student te blijven prikkelen.’ Hoorcolleges zijn dus nog niet met uitsterven bedreigd. Individualiserende studenten en de geringe hoeveelheid informatie die blijft hangen na zo’n college zijn niet als probleem aan de orde. Dit is immers niet de functie van het college, maar die van de bijbehorende werkgroep. Hierdoor blijft de student geprikkeld om zelf actief te studeren. Bij een academische opleiding mag worden verwacht dat een student zelf in de stof graaft en hier kan het hoorcollege op inspelen door handvatten te bieden. Een zaal van een paar honderd man blijven boeien is lastig, maar niet onmogelijk. De toekomst van een hoorcollege is gewaarborgd, en daarbij een generatie studenten die aan de lippen van een docent hangt.

Bekijk hier de overige artikelen uit de intro-ANS.

Add a comment
Felix Wagner

Excellent prijskaartje

Het Nederlands hoger onderwijs moet meedraaien in de internationale top. Om dit te bekostigen wil minister Jet Bussenmaker het collegegeld voor topopleidingen fors verhogen. De student moet dus de rekening voor excellentie betalen. Is dit terecht?

Tekst: Janne Gerrits en Kiki Kolman

9000 euro collegegeld per jaar: het lijkt bizar, maar als het aan het kabinet ligt wordt dit mogelijk voor Nederlandse topopleidingen. De wet Kwaliteit in Verscheidenheid regelt onder meer dat excellente opleidingen vijf keer het wettelijk collegegeld mogen vragen. De Tweede Kamer heeft hier al mee ingestemd. Nederland telt momenteel acht topopleidingen voor de crème de la crème der studenten. Een goede zaak, want dit draagt bij aan onze kenniseconomie en creëert een mogelijkheid voor talenten die meer uitdaging zoeken dan de gemiddelde universitaire opleiding hen biedt. Aan die studies hangt echter een flink prijskaartje. De regering wil niet voor deze rekening opdraaien en laat daarom de student betalen. Opleidingen van hoog niveau dreigen minder toegankelijk te worden en topstudenten worden de schulden ingejaagd. Heiligt in dit geval het doel de middelen?

Neusje van de zalm Elke zes jaar trekt de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) langs alle hoger onderwijsinstellingen in Nederland om de kwaliteit van opleidingen te beoordelen. Sinds kort mogen zij ook het keurmerk ‘excellent’ toekennen. Stephan van Galen, coördinator van het accreditatiestelsel bij de NVAO, licht toe: ‘Een opleiding is excellent wanneer zij systematisch en over de volle breedte ver uitsteekt boven de gangbare kwaliteit en zich op nationaal of internationaal niveau een voorbeeld toont. Dat is een strenge eis, niet voor niets wordt deze beoordeling zo weinig toegekend.’ Momenteel mogen slechts een master in Groningen en enkele masters in Leiden met de eer strijken. Voor de zomer zullen nog twee studies zich bij dit lijstje voegen. Waarom heeft Nederland excellentie nodig? ‘Dit is van belang om in de internationale competitie van kenniseconomieën mee te blijven doen’, aldus Frans van Vught van het Center for Higher Education Policy Studies. Nederland staat op dit moment al hoog in de internationale rankings, het algemene onderwijsniveau is dan ook goed. De kwaliteiten van de Nederlandse topstudenten lopen echter achter op die van hun tegenhangers in de rest van de wereld, zo bleek uit een onderzoek van het Centraal Planbureau uit 2007. De Nederlandse politici willen hier verandering in brengen. Michiel Rog, Tweede Kamerlid voor het CDA: ‘De beste opleidingen moeten zich kunnen onderscheiden om de kenniseconomie veilig te stellen. Dat is in het algemeen Nederlands belang.’

Toegang ontzegd Dat klinkt veelbelovend, maar zoals het er nu naar uitziet wordt de student slachtoffer van dit initiatief. Een maximaal collegegeld van 9000 euro is belachelijk hoog. De uitmuntende student wordt zo gedwongen een hoge schuld op te bouwen als zij haar ambities wil nastreven. Daarnaast valt te verwachten dat hogere collegegelden studenten afschrikken en zo de toegankelijkheid van de topopleidingen schaden. Jasper van Dijk, Tweede Kamerlid voor de SP: ‘Er zal een tweedeling ontstaan tussen gewone studenten voor wie deze opleidingen onbetaalbaar worden en studenten die toevallig het geluk hebben dat hun ouders bijlappen.’ Paul van Meenen, Tweede Kamerlid voor D66, sluit zich hierbij aan. ‘We moeten selecteren op talent, niet op financiële middelen.’ Toegankelijkheid zal zeker in het geding komen als het aantal excellente studies toeneemt, waardoor er minder opleidingen tegen wettelijke bedragen worden aangeboden. Dit zou zeer kwalijk zijn indien op die wijze de ‘goedkope’ variant binnen een vakgebied volledig verdwijnt. Van Meenen is hier bang voor. ‘Nu de kosten van excellentie kunnen worden betaald door middel van collegegelden, bestaat er het risico dat meer studies hierop inzetten.’ Van Vught bevestigt dat universiteiten dit zullen najagen: ‘Zij streven altijd naar een betere reputatie, om die reden willen zij graag kunnen zeggen dat ze excellente opleidingen aanbieden.’

Leren is profiteren Het idee om studenten voor de kosten van excellentie op te laten draaien steunt op het profijtbeginsel. ‘Excellente studenten krijgen de mogelijkheid intensiever onderwijs te volgen, dat biedt hen een groot voordeel’, vindt Rog. ‘Kwaliteitsverhoging kost geld en deze lasten moet de universiteit op de student kunnen verhalen.’ Rog is dan ook voorstander van een verhoging, het zij met een maximum van twee keer het wettelijk tarief. De vraag is in hoeverre de topstudent daadwerkelijk profiteert. Het volgen van intensievere colleges, gegeven door hooggewaardeerde docenten, heeft natuurlijk een duidelijke meerwaarde. Toch hoeft dit niet per se te leiden tot toekomstig financieel voordeel. ‘Het is nog niet onderzocht of het volgen van een studie van extra hoog niveau leidt tot meer kansen op de arbeidsmarkt’, aldus Van Galen. Bovendien kunnen opleidingen inhoudelijk wel van zeer hoog niveau zijn, maar dan moet bij de werkgever wel bekend zijn wat het predicaat ‘excellent’ betekent. ‘Omdat het label pas zo kort bestaat, zal het zijn reputatie internationaal nog moeten bewijzen.’ Bij prestigieuze universiteiten als Harvard en Oxford is de baangarantie automatisch hoog. Het valt sterk te betwijfelen of Nederlandse opleidingen ooit eenzelfde status kunnen krijgen. ‘De reputaties van die instellingen zijn nou eenmaal beter dan bijvoorbeeld die van de Radboud Universiteit’, aldus Van Vught. ‘Nederlandse universiteiten horen bij de beste ter wereld, maar we moeten niet denken dat zij nu al op het allerhoogste niveau kunnen functioneren.’ Zonder duidelijkheid over de werkelijke voordelen van het afstuderen aan een excellente opleiding is het verhogen van collegegelden voorbarig. De student loopt zo risico op een hogere studieschuld zonder zekerheid dat dit zich uiteindelijk terugbetaalt. Het kabinet laat studenten onterecht opdraaien voor haar eigen ambities. Het doel van excellentie is bewonderenswaardig, maar de student zou nooit als middel mogen dienen.

Bekijk hier de overige artikelen uit de juni-ANS.

Add a comment
Erik

Stormloop van studenten

Het enthousiasme onder zesdeklassers om een studie te kiezen is groter dan ooit. De aanmeldingscijfers zijn hoog en open dagen worden platgelopen. Wordt de RU in september overspoeld door een stortvloed aan sjaarzen?

Tekst: Mickey Steijaert

De open dag van de RU werd beter bezocht dan ooit. De broodjes ham en kaas waren niet aan te slepen en de verschillende voorlichtingscolleges leverden propvolle zalen op. Maar liefst 2750 scholieren wisten op 12 april de weg naar Nijmegen te vinden, 10 procent meer dan vorig jaar. In de aantallen scholieren die zich via Studielink alvast hebben aangemeld bij de RU is een nog veel grotere toename te zien. Bij het schrijven van dit artikel stond de teller op een stijging van 2607 naar 3166 scholieren. Deze oplopende cijfers zijn geen uitzondering, door heel het land lijken de universiteiten opeens in trek. De vooraanmeldingscijfers rijzen de pan uit en open dagen worden – zeker in vergelijking met vorig jaar – platgelopen. Dat terwijl het aantal eindexamenkandidaten niet exorbitant hoog is dit jaar. De vraag is waar dit plotselinge enthousiasme van zesdeklassers vandaan komt. Mocht het zo zijn dat de vooraanmeldingen zich daadwerkelijk omzetten in inschrijvingen, dan kan de RU haar borst natmaken: er ontstaat dan een ware stormloop van studenten.

Oriëntatiedruk Het blijkt lastig om de vinger op de zere plek te leggen, pas in oktober zijn de definitieve cijfers voor collegejaar 2013-2014 bekend. Wel wijzen de meeste deskundigen eensgezind op een aantal oorzaken. Peter Huwae, voorzitter van de sectie havo/vwo van de Nederlandse vereniging voor schooldecanen en leerlingbegeleiders NVS-NVL, legt uit: ‘Er worden binnen de studie steeds meer drempels opgeworpen. De Erasmus Universiteit Rotterdam heeft bijvoorbeeld een bindend studieadvies van 60 punten ingevoerd voor het eerste jaar. De schooldecanen geven zulke maatregelen door aan hun leerlingen, zij pikken deze informatie dus ook op.’ Voor de scholieren neemt daardoor het belang van een juiste studiekeuze – en dus ook een vroege oriëntatie – toe. Een tweede oorzaak schuilt in de vervroegde aanmeldingsdeadline in Utrecht. Scholieren die hun studententijd in de Domstad willen doorbrengen moeten al voor 1 mei hun inschrijving in orde hebben. ‘Dat verschil in aanmeldingsdeadlines zorgt voor erg veel onduidelijkheid’, aldus Lotte Savelberg, voorzitter van het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS). ‘Om sowieso op tijd te zijn zorgen scholieren dat ze zich vroeg genoeg oriënteren.’

Doorstromen naar de studie Niet alleen oriënteren scholieren zich nu eerder, ook zal het aantal eerstejaars waarschijnlijk stijgen. Dit is het gevolg van zesdejaars die dit jaar afzien van een tussenjaar. Vanwege de op handen zijnde afschaffing van de basisbeurs in 2014 denken zij nu wel twee keer na voor ze een jaar gaan backpacken in Australië en tegen de gevolgen van het leenstelsel aanlopen. Gottfried Erdtsieck, voorzitter van de Nijmeegse kring van decanen, lid van de Vereniging voor Schooldecanen en Loopbaanbegeleiders en daarnaast zelf decaan van het Montessori College, ziet dagelijks scholieren hun plannen voor een tussenjaar opgeven. ‘Iedereen gaat rekenen: twaalf maal 250 euro en dat keer vier jaar. Als het dergelijke financiële consequenties heeft om voor een tussenjaar te kiezen, beginnen ze op enkele uitzonderingen na toch direct met de studie.’ Hans Vossensteyn, voorzitter van het Center for Higher Education Policy Studies, ziet parallellen met het Verenigd Koninkrijk. ‘Daar werd in 2010 een verhoging van het collegegeld van 3000 naar 9000 pond aangekondigd. In 2011 en 2012 zijn vervolgens aanzienlijk meer mensen ingestroomd. Precies hetzelfde kun je hier verwachten.’ De scholieren van Erdtsieck zijn dan ook geen uitzondering. Zijn collega’s, zo ook Huwae, zien hetzelfde patroon van scholieren die het tussenjaar overslaan. Beide decanen schatten op basis van eigen ervaringen en die van collega’s de toename in het aantal eerstejaars komend collegejaar op zo’n 10 procent. Dit komt niet alleen aardig overeen met het deel scholieren dat volgens cijfers van ResearchNed normaal gesproken een tussenjaar inlast, maar ook met de stijging van bezoekers van de open dag.

Geen paniek Gegeven deze ruwe schatting kan de RU volgend jaar om en nabij de vierhonderd extra eerstejaars verwachten. Ongetwijfeld zal dit zorgen voor een drukkere Refter en minder vrije pc’s in de UB, maar belangrijker is de vraag of het onderwijs hier onder heeft te lijden. Niet of nauwelijks, zo blijkt. Frans Janssen van de afdeling Marktverkenning, Strategie en Ontwikkeling van de RU geeft aan dat de toestroom in ieder geval de capaciteit van collegezalen niet te boven zal gaan. ‘De studies met volle collegezalen, zoals Rechten en Psychologie, hebben een numerus fixus, die een overdosis studenten voorkomt. De meeste andere opleidingen hebben geen capaciteitsprobleem en zijn waarschijnlijk juist blij met meer studenten.’ Ook wat betreft het aantal docenten is er geen reden tot paniek. Hans Vossensteyn: ‘Tot 2020 wordt een grote stijging in het aantal studenten verwacht. Het is belangrijk dat de universiteiten daar - met de intensivering van het onderwijs in het achterhoofd - een oplossing voor vinden. In dit geval kan het al voldoende zijn om gedurende een collegejaar de focus bij de werknemers wat meer te verleggen van onderzoek naar onderwijs. Er is immers sprake van een golfbeweging, want volgend jaar zal het aantal inschrijvingen weer dalen. Dan kan juist weer meer nadruk worden gelegd op onderzoek.’

Bekijk hier alle andere artikelen uit de mei-ANS.

Add a comment
Erik

Mastermalaise

De RU lijkt er niet in te slagen haar afgestudeerde bachelorstudenten aan zich te binden voor een masteropleiding. Hoe kan het dat zij haar studenten steeds meer verliest en hoe kan dit worden voorkomen?

Tekst: Cecile Vermaas en Inge Widdershoven

De Radboud Universiteit is niet langer in trek bij masterstudenten, dat is de conclusie die je kunt trekken uit de cijfers die het College van Bestuur (CvB) in maart presenteerde. Vorig jaar verlieten zeshonderd studenten de RU na het behalen van hun bachelordiploma, terwijl slechts 289 studenten van elders zich hier inschreven voor een master. Hoewel het absolute aantal masterstudenten iets steeg, is de netto uitstroom sinds 2009 met bijna 13 procent gestegen, een schrikbarende trend. Nu de afname dit jaar nog groter is dan vorig jaar, is onze alma mater wakker geschud. In zijn nieuwjaarsrede benadrukte Gerard Meijer, voorzitter van het CvB, dan ook dat deze daling een oplossing vereist. Als die remedie uitblijft en de trend doorzet, loopt de universiteit flink wat inkomsten mis. Wanneer het aantal studenten in een bepaalde masteropleiding krimpt, terwijl er nog steeds evenveel docenten nodig zijn, wordt dat onderwijs logischerwijs minder rendabel. In een doemscenario kan dat het einde van een opleiding betekenen. Een aanwezig en reëler nadeel is de flinke imagoschade die de RU oploopt als studenten er geen masteropleiding willen volgen. Tijd om het roer om te gooien, als de universiteit haar waardigheid wil behouden.

Verouderde voorlichting Hoe is het zo ver gekomen? Martijn Gerritsen, woordvoerder van het CvB, legt uit: ‘In het verleden was het vanzelfsprekend dat een bachelorstudent aansluitend een masteropleiding volgde aan dezelfde universiteit. Het lijkt erop dat daaraan een eind is gekomen. We moeten nog bekijken of de groep die de RU verlaat überhaupt doorstudeert.’ Vorig collegejaar is de harde knip ingevoerd. Voor deze invoering konden studenten aan hun master beginnen terwijl ze nog met een been in de bachelor stonden. Zo waren ze al gebonden aan een universiteit en hoefden ze na het behalen van hun bachelor een vervolgopleiding niet eens te overdenken. ‘Studenten hebben nu de tijd om rond te kijken’, aldus Patrick Verleg, voorzitter van de Universitaire Studentenraad. ‘Dat is waarschijnlijk de reden dat het nu flink begint terug te lopen.’ De RU kan er niet meer vanuit gaan dat studenten in een ruk doorstuderen aan dezelfde universiteit, terwijl de voorlichting daar nog wel op is afgestemd. Afgestudeerde bachelorstudenten moeten opnieuw verleid worden om in Nijmegen te studeren. Voor aankomende bachelors is de PR al tot in de puntjes geregeld. Er zijn tal van voorlichtingsactiviteiten zoals proefstudeer- en meeloopdagen en met glanzende foldertjes en een uitgebreide site worden de scholieren naar binnen gelokt. De mastervoorlichting is daarentegen minder glansrijk. Sterker nog, masterstudenten in spe moeten zelf informatie verzamelen op internet of contact opnemen met de universiteit. Daarnaast is er een Masterweek en –dag, waarin de opleidingen voorlichtingsrondes organiseren, en voor het eerst een extra dag om de in- en externe studenten te informeren. Yuri van Erp, projectleider van de Masterweek: ‘Naast een aantal advertenties hebben we een contactinformatiesysteem waardoor studenten een e-card ontvangen wanneer er een voorlichtingsactiviteit aan zit te komen.’ Wie die berichten krijgen? ‘Dat zijn de mensen die al eerder interesse hebben getoond voor de RU en natuurlijk de Nijmeegse derdejaars.’

PR-problemen Het is fijn dat de RU haar contactpersonen wil uitnodigen, maar het is nog maar de vraag of e-cards de beste manier zijn om nieuwe studenten te werven. Vanwege alle onduidelijkheden start het CvB dit voorjaar een uitgebreid onderzoek naar de uitstroom: nu is bijvoorbeeld onbekend of het probleem per faculteit verschilt en wat de motieven van studenten zijn om de universiteit te verlaten. Tot dusver heeft de RU slechts een nieuwe voorlichtingsactiviteit ingepland om de situatie te verbeteren. ‘We organiseren dit jaar voor het eerst één speciale masterdag die op een zaterdag valt. Hiermee willen we de masterstudenten aan ons binden’, legt Gerritsen uit. Zonder de resultaten van het onderzoek zijn er al enkele verbeterpunten te bedenken om nieuwe studenten aan te trekken. Voor de bacheloropleidingen worden zieltjes gewonnen door een samenspel van instellingen: er is intensief contact tussen middelbare school en universiteit. Studenten van andere universiteiten bereiken door hun studieadviseurs up-to-date te houden, is een gemakkelijke eerste stap naar een dergelijk samenspel voor de masteropleidingen. Het is noodzakelijk dat die bachelorstudenten op de hoogte zijn van de mogelijkheden aan de RU. ‘De masters hier kunnen nog zo goed of slecht zijn, als het voor studenten niet zichtbaar is, maakt het allemaal niets uit’, aldus Verleg. Volgens Van Erp voldoet de site ru.nl/studereninNijmegen om toekomstige masterstudenten naar voorlichtingsactiviteiten te trekken. ‘Mensen zullen wel naar de website toe moeten voor verdere informatie, we hebben geen informatie in de vorm van flyers of folders.’

Dit laatste is een sprekend voorbeeld van de matige PR van onze universiteit en benadrukt dat het CvB nog flink moet aanpoten om het tij te keren. Iedereen voelt op zijn klompen aan dat een extra zaterdagje leden werven niet voldoende is om studenten te binden. Het invoeren van de harde knip had samen moeten gaan met het invoeren van een bredere voorlichting, ook voor de masteropleidingen. Om die fout recht te zetten moet de RU op zijn minst zichtbaar zijn voor externe studenten. Daarvoor is meer nodig dan een kekke website en een contactinformatiesysteem.

Kijk hier voor de overige artikelen uit de mei-ANS.

Add a comment
Erik