RU nog niet geslaagd

Universiteiten verdenken studenten van spieken op het toilet tijdens tentamens. Bij toetsing van academisch niveau zou het opzoeken van informatie echter geen verschil mogen maken. De universiteit draait niet om het stampen van feiten en details.

Tekst: Anders Hoendervanger Illustratie: Rens van Vliet

Het is de nieuwe hobby van Nederlandse universiteitsbestuurders: het voorkomen van tentamenfraude. Maastricht University investeert in de PocketHound, een apparaat dat telefoonsignalen kan detecteren, en de Universiteit Leiden onderzoekt het blokkeren van deze signalen op tentamenmomenten. Bij dit idee kunnen echter vraagtekens worden geplaatst, want kun je voor een goed academisch tentamen wel spieken? Zijn studenten en masse veranderd in spiekende kleuters, of wordt het ze te makkelijk gemaakt met te veel meerkeuzevragen en het jaarlijks hergebruiken van tentamens? Dat laatste zou goed kunnen, simpele vraagstelling biedt nu eenmaal meer mogelijkheid tot spieken. Daarom moet het probleem van tentamenfraude bij de wortels worden aangepakt, in plaats van alleen het symptoom te bestrijden. De universiteit draait niet om het stampen van feiten, maar om beredeneren en het leggen van verbanden.

Meerkeuzedilemma Sommige tentamens op de universiteit zijn gericht op het reproduceren van feiten en details door middel van meer- kezevragen, dat is een foute ontwikkeling. Meerkeuzevragen bieden namelijk onvoldoende de mogelijkheid te meten wat je wil meten als docent: geen feiten maar academische vaardigheden. Een goede academische toets is niet een controle of de student rijtjes heeft gestampt, maar moet testen of de student voldoende inzicht heeft in wetenschappelijke problemen en vraagstukken. Het toetsen daarvan lukt alleen met open vragen waarin studenten de ruimte krijgen voor argumentatie. Helaas worden meerkeuzetentamens nog altijd gegeven. Docenten zijn snel geneigd meerkeuzetentamens op te stellen voor grote groepen studenten. Deze tentamens worden geautomatiseerd nagekeken en de resultaten krijgt de docent in Excelformaat aangeleverd. Assistent professor Bedrijfskunde Nanne Migchels noemt zijn afwegingen: ‘Bij vakken als Inleiding in de Bedrijfskunde heb je al snel driehonderd studenten. Als docent moet ik ook eten of slapen.’ Voor een vak wordt een bepaald aantal uur gesteld, waarin een docent lesstof moet ontwikkelen, colleges moet geven en studenten helpen. In die uren ook nog driehonderd tentamens met open vragen nakijken is niet mogelijk. Wel probeert de bedrijfskundige een aantal open vragen in zijn tentamens op te nemen, bijvoorbeeld in de vorm van een casus. Docenten kiezen dus niet altijd uit overtuiging voor meerkeuzevragen. Het liefst zouden ze voor open bevraging gaan, dit is alleen niet mogelijk gezien het budget dat ze krijgen. Meerkeuzevragen blijven zo in de hele bachelor Bedrijfskunde terugkomen: ‘Pas in de master zijn de groepen klein genoeg om voor een geheel open bevraging te kiezen’, legt Migchels uit. Om betere examinering te krijgen zou gezocht moeten worden naar meer budget.

Copy-paste Bij enkele cursussen wordt elk jaar gebruik gemaakt van hetzelfde tentamen. Studenten weten dit en leren dan simpelweg het oude tentamen uit hun hoofd, dan test je niet of de studenten voldoende de academische literatuur beheersen. Dit geldt ook voor oefenvragen die integraal worden overgenomen op tentamens. ‘Ik zou geen oog dicht doen als ik een tentamen hergebruik’, aldus Migchels. ‘Het heeft deels te maken met je persoonlijke ethiek. Zo’n docent zou je eigenlijk met pek en veren door de Thomas van Aquinostraat moeten slepen.’ Neem het volgende krankzinnige voorbeeld aan de bètafaculteit. Bij het vak Wiskunde 1 uit de bachelors Scheikunde, Moleculaire Levenswetenschappen en Science kregen studenten cijfers voor hun ingeleverde opdrachten. Wanneer ze hier gemiddeld een 7 voor haalden, hoefde het tentamen niet meer te worden gemaakt. Een student geeft tegenover ANS echter aan dat de antwoordsleutels voor de eerste zes opdrachten al bekend waren. Dit resulteerde in een slagingspercentage van 92,5 procent bij de eerste kans. Maar liefst 49,7 procent van de 147 deelnemers sloot het wiskundevak af met een 8 of hoger. Docenten controleren elkaars tentamenvragen, daarbij zouden ze extra kritisch moeten zijn op hergebruik van vragen. Wilhelm Huck, voorzitter van de examencommissie Moleculaire Wetenschappen, ziet vooral de praktische belemmeringen: ‘Als je stof hebt waarvan je denkt dat studenten die absoluut moeten kennen, vraag je hier elk jaar weer naar. Je kunt de vragen en antwoorden wel anders formuleren, de kern zal hetzelfde zijn. Het is ondoenlijk qua tijd dat collega’s die de tentamenvragen controleren rekening houden met vorige tentamens van een docent. Als er echt iets mis is met een tentamen dan zal de examencommisie dit ontdekken, elk jaar wordt namelijk 25 procent van de tentamens gecontroleerd.’ Ook hier zou docenten meer tijd en geld gegund moeten worden om meer te kunnen controleren op het gebruik van oude tentamenvragen. Migchels beaamt dit en waarschuwt vooral voor de gevolgen als de academische gemeenschap niet controleert op copy-paste-tentamens: ‘Diploma’s moeten wel wat waard blijven, je wil geen Windesheim- of InHolland-praktijken aan de RU.’

Symptoombestrijding Jarenlang rondjes om een a, b, c of d zetten draagt niet bij aan het academisch niveau van de Nijmeegse student, de opleiding of de universiteit in het algemeen. Surveillanten voorzien van detectivegadgets om studenten op het toilet te confronteren is meer symptoombestrijding dan een structurele oplossing. De basis van het probleem is dat het studenten soms te makkelijk wordt gemaakt met meerkeuzevragen, het jaarlijks hergebruiken van tentamens of rondslingerende antwoordmodellen. Tentamens kunnen beter, bijvoorbeeld door meer open vragen te stellen. Hiermee kan worden getoetst of studenten voldoende inzicht hebben in wetenschappelijke problemen en vraagstukken en ruimte moeten krijgen voor argumentatie. Als hier meer budget voor nodig is, dan doet de RU goed aan hier naar te zoeken. Tentamens zijn een wezenlijk onderdeel van toetsing. Schort het aan de kwaliteit hiervan dan kunnen opleidingen lager aangeschreven komen te staan. Niemand op de universiteit is gebaat bij diplomadeflatie.

Bekijk hier de overige artikelen uit de februari-ANS.

Add a comment
Redactie

Duivels darwinisme

De Nederlandse Bisschoppenconferentie vindt dat het onderwijs aan de RU drastisch moet worden veranderd. ‘Juist in een tijd van snelle wetenschappelijke ontwikkelingen is het van belang voor de katholieke grondslag te kiezen.’ Hoe moet de RU reageren op deze felle kritiek?

Tekst: Gijs Hablous Illustratie: Sascha Wijnhoven

Dit artikel verscheen in de april-ANS.

Weinig studenten weten dat het katholicisme nog altijd een rol van betekenis speelt op de Radboud Universiteit. De Nederlandse Bisschoppenconferentie heeft de taak om de leden van het Stichtingsbestuur, die toezien op het dagelijks bestuur van de RU, te benoemen. Vorig jaar stelde het bisschoppenorgaan een commissie samen die het onderwijs aan de RU zou gaan beoordelen. In oktober bezocht een delegatie van deze Commissie Hendrickx de RU en velde een bizar oordeel. ‘Geen van de bachelor- en mastervarianten van de studies Biologie, Moleculaire Levenswetenschappen, Natuur- en Sterrenkunde, Science en Scheikunde past binnen het katholieke karakter van de Radboud Universiteit.’ Dit is slechts een van de conclusies uit het evaluatierapport dat ANS in handen kreeg. Als het aan de commissie ligt, moet een aantal zaken drastisch worden veranderd in de curricula van deze studies. Wanneer dit niet mogelijk is, moeten de opleidingen worden afgeschaft. Bij Biologie zou het darwinisme te veel de overhand hebben gekregen. ‘Het gelijk van de evolutietheorie is nog altijd niet onomstotelijk bewezen. Desondanks stoelt het volledige onderwijsprogramma van de opleiding op deze theorie’, stelt het rapport. ‘Het zou voor de Radboud Universiteit pleiten als zij kritisch durft te zijn op de natuurwetenschappen. Een duidelijke keuze om haar katholieke identiteit te behouden zou een krachtig signaal afgegeven aan de maatschappij.’ In hoeverre gaat dit schokkende rapport het beleid van de bètastudies en de RU als geheel beïnvloeden? Worden we binnenkort opgescheept met een extreem conservatief College van Bestuur (CvB) en wordt het doemscenario waarin volledige studies worden afgeschaft realiteit? Als het werkelijk zover dreigt te komen, is het zaak dat de RU haar katholieke identiteit heroverweegt.

Katholiek karakter Tot nu toe werd altijd stilzwijgend ingestemd met het feit dat de Bisschoppenconferentie het Stichtingsbestuur benoemt. Bovendien lijken studenten weinig van deze katholieke invloed te merken. Zo is de ‘K’ al enige tijd uit de instellingsnaam verdwenen – tot september 2004 was de naam Katholieke Universiteit Nijmegen – en zijn voorzieningen als de Universiteitsbibliotheek (UB) gewoon op zondag geopend. Toch leidde een aantal voorvallen tot enige maatschappelijke discussie en de vraag of de RU niet te conservatief reageerde. Zo werd in 2007 de ANS op last van het CvB van de campus verwijderd, omdat er pornofoto’s in het blad stonden. Een paar jaar later, in 2010, ontstond er ophef over een voorlichtingsfilmpje waarin Playboymodel Ancilla Tilia een man gek maakt met haar diepe decolleté. Volgens verschillende RU-medewerkers ‘paste de seksistische inhoud van het promofilmpje niet bij het katholieke imago van de universiteit’. Het is gerust vreemd te noemen dat de bisschoppen niet warm of koud worden van een playboymodel, maar dat het darwinisme het wel moet ontgelden.

‘Niet Gods intentie’ De conclusies uit het rapport zijn niet mals. ‘De inhoud van een aantal curricula aan deze faculteit brengt de Katholieke identiteit van de Radboud Universiteit ernstig in gevaar’, luidt een van de opmerkingen in het stuk over de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI). Deze faculteit kan de deuren wel sluiten als de aanbevelingen die de commissie doet daadwerkelijk zouden worden overgenomen. Geen weldenkende student of onderzoeker wil tenslotte verbonden zijn aan een instituut dat de vrije wetenschap in gevaar brengt en academische vooruitgang blokkeert. De internationale concurrentiepositie van de RU wordt zo de vernieling in geholpen. Niet alleen FNWI krijgt er flink van langs, ook de medische faculteit moet het ontgelden. Bij de studies Biomedische wetenschappen en Geneeskunde zou ‘terughoudendheid bij het doen van controversieel onderzoek’ het devies moeten zijn. De commissie vindt met name dat er meer vakken en colleges omtrent de ethische aspecten van geneeskundig onderzoek zouden moeten worden gegeven. Op dit moment zou er geen sprake zijn van een juiste balans. Verder onderzoek naar bijvoorbeeld nieuwe ivf-methoden en zelfs de genezing van kanker zou niet de overhand mogen krijgen. ‘Het kunstmatig creëren van leven of het geforceerd in stand houden hiervan is nooit Gods intentie geweest, daar dienen ook onderzoekers zich van bewust te zijn.’ Het rapport barst van dit soort bizarre uitspaken, die het open wetenschappelijke karakter van de RU ernstig in gevaar brengen.

Geen commentaar Het beoordelen van onderwijs en onderzoek is geen taak van de Nederlandse Bisschoppenconferentie. Het is dan ook opmerkelijk en zeer kwalijk dat de conferentie nu deze extreem conservatieve uitspraken doet. Omdat de katholieke organisatie in deze kwestie haar boekje flink te buiten is gegaan, vroeg de redactie van ANS het orgaan om een reactie. Helaas wilde niemand van de Commissie Hendrickx reageren.

Het meer dan vijftig pagina’s tellende stuk doet volstrekt ridicule aanbevelingen en wil de RU ver terug in de tijd werpen. Hoewel het CvB in het verleden in verschillende gevallen bekrompen en conservatief heeft gehandeld, is te hopen dat de universiteit het bisschoppenorgaan in deze kwestie niet serieus neemt. Wat betreft één aspect hebben Hendrickx en consorten echter wel een punt: het is hoog tijd dat de RU een duidelijke keuze maakt. Juist nu kan de Radboud Universiteit een signaal afgeven door afstand te nemen van dit idiote rapport en haar katholieke identiteit nog eens kritisch onder de loep te nemen.

Bekijk hier de overige artikelen uit de april-ANS.

Add a comment
Redactie

Gedwongen in de wachtkamer

Een jaar lang gedwongen studievertraging, dat is wat sommige Geneeskundestudenten aan de RU overkomt. Door een tekort aan stageplekken zijn enorme wachttijden voor coschappen ontstaan en kunnen studenten niet aan hun master beginnen. Het is tijd dat de RU hier verandering in brengt. Tekst: Kiki Kolman Illustratie: Rens van Vliet

Wie arts wil worden, moet een flinke portie geduld hebben. Na een driejarige bachelor Geneeskunde en een driejarige master volgt nog de specialisatie. Artsen in spe aan de Radboud Universiteit moeten in sommige gevallen extra lang wachten, door een tekort aan coschapplaatsen lopen zij noodgedwongen studievertraging op. Van de studenten die zich in augustus hebben ingeschreven, kunnen zeven zelfs pas volgend collegejaar van start. Hen wacht nu een jaar zonder studiefinanciering en de grote kans dat hun kennis verwatert. Ondertussen blijft de opleiding haar maximale aantal studenten toelaten, terwijl de mogelijkheid om extra stageplekken te creëren nihil is. Het wordt tijd dat de RU actie onderneemt. Vaste volgorde De eerste twee jaar van de Geneeskundemaster bestaat uit verschillende coschappen die in een vaste volgorde worden doorlopen. Hier ligt de kern van het coschapprobleem: iedereen moet beginnen met Interne Geneeskunde. Er zijn echter niet genoeg dokters noch patiënten om alle studenten van begeleiding en werk te voorzien. Daardoor kunnen maandelijks maar dertig studenten starten op elke coschap. Om in iedere groep ruimte over te houden voor diegenen die onverhoopt een onderdeel over moeten doen, mogen momenteel elke maand 27 nieuwe masterstudenten instromen. Door deze vaste structuur is de wachttijd inmiddels gemiddeld zeven-en-een-halve maand. Tot dit jaar lukte het de RU om iedereen binnen een jaar in de doktersjas te hijsen, maar door een plotselinge hoge instroom van 360 masterstudenten hebben sommigen nu een wachttijd van maar liefst dertien maanden. Oorzaken van de plotselinge stijging liggen volgens opleidingsdirecteur Roland Laan bij de dreiging van wegvallende studiefinanciering. ‘Bovendien is in 2010 voor het eerst de helft van de Geneeskundestudenten via decentrale selectie toegelaten. De praktijk wijst uit dat deze groep studenten sneller afstudeert dan hun centraal geselecteerde studiegenoten.’ Dat zij beter presteren was echter al anderhalf jaar geleden bekend, toen bleek dat meer dan 95 procent de propedeuse binnen twee jaar behaalde. De opleiding had hier dus beter op moeten anticiperen. Inmiddels worden alle studenten decentraal geselecteerd en is het dus naïef om te denken dat de hoge instroom eenmalig is. Hugo Apperloo (23) is een van de ongelukkigen dit jaar: hij eindigde allerlaatst bij het verdelen van de startmomenten. ‘Ik ben nu fulltime aan het werk op de administratieve afdeling van de kinderpoli en hoop over een tijdje buiten mijn curriculum coschappen te lopen bij de kinderarts.’ Veel van zijn lotgenoten hebben ook een officieuze stage geregeld, gaan reizen of werken.

Netto wachten De RU biedt nog een mogelijkheid om de anders verloren tijd op te vullen. Het laatste halfjaar van de master bestaat uit een onderzoeksstage en een keuzecoschap. Studenten mogen de eerste naar voren halen en de tweede vervangen voor keuzevakken die ze al voorafgaand aan de coschappen kunnen volgen. Zo kan studievertraging worden verminderd. Opleidingsdirecteur Laan spreekt dan ook liever van een netto-wachttijd. ‘Dit is de tijd tussen de inschrijving op en de start van het coschap min het halfjaar dat naar voren gehaald kan worden.’ Dat is mooi geformuleerd, maar het keuzegedeelte vervroegen blijkt een matige oplossing. Ten eerste zijn de mogelijkheden voor onderzoeksstages voorafgaand aan de coschappen een stuk geringer, omdat studenten veel vaardigheden nog niet beheersen. Om deze reden raadt de Examencommissie het vervroegen af. Vivian Schreur, voorzitter van de Facultaire Studentenraad (FSR) van Medische Wetenschappen, stelt dat studenten daarnaast na hun coschap pas goed weten wat zij willen. ‘De stage kan heel goed worden gebruikt om te profileren op een bepaald specialisme, terwijl de keuzevakken slechts extra bachelorvakken zijn.’ Tenslotte krijgen studenten vaak pas in augustus te horen bij welk instroommoment zij zijn ingeloot. Het is lastig om zo laat nog een stageplek te regelen. Dat geneeskundigen liever niet voor deze ‘oplossing’ gaan, blijkt uit het feit dat slechts een minderheid een vervroegde onderzoeksstage loopt en vrijwel niemand de keuzevakken verkiest boven een vrij coschap.

Mitsen en maren Welke oplossingen zijn er? Niet veel, zo blijkt uit het gesprek met Laan. De enige speling die de RU nog lijkt te hebben is om dertig in plaats van 27 studenten in een cogroep te plaatsen. Een definitieve oplossing zou zijn om de vaste volgorde van de coschappen los te laten. Dit is in Utrecht en Maastricht reeds gebeurd en hier kunnen geneeskundestudenten direct na hun bachelor van start. Zowel de opleidingsdirectie als de FSR zijn hier echter geen voorstander van. Schreur: ‘Omdat iedereen die een bepaald coschap loopt hetzelfde niveau heeft, sluit het onderwijs goed aan bij de student en het is bovendien fijn om al die tijd in eenzelfde groep te blijven.’ De FSR ziet heil in keuzetrajecten, waardoor studenten niet alle coschappen doorlopen. Zo kunnen de zogenoemde bottlenecks, opleidingen waar de capaciteit het laagst is, worden ontzien. Ook stellen zij voor stages over de grens te zoeken. De opleiding heeft op deze voorstellen nog niet gereageerd.

Geneeskunde zit klem in een structuur en een instroom waar ruimte tekort schiet. Dit is echter geen excuus om de huidige gang van zaken voort te zetten. Het is onacceptabel dat de RU ieder jaar eerstejaars laat starten in de wetenschap dat zij voor hen in de master geen ruimte heeft. Laan geeft aan dat er naar oplossingen wordt gekeken, maar dit heeft lang genoeg geduurd. Alle mogelijkheden kennen mitsen en maren, maar het is zeker geen optie om deze problematiek nog een jaar door te laten slepen. Het is tijd om eindelijk knopen door te hakken, ook als dit betekent dat de opbouw op de schop moet of zelfs het aantal bachelorstudenten wordt verkleind. Een opleiding moet haar studenten immers van onderwijs kunnen voorzien.

Bekijk hier de overige artikelen uit de december-ANS.

Add a comment
Felix Wagner

Wetenschap, benut uw student

Don Poldermans, Diederik Stapel en recent Mart Bax, fraude is een terugkerend thema in de academische wereld. De controle schiet tekort. Kunnen studenten een steentje bijdragen bij het ontmantelen van valse onderzoeken?

Tekst: Mirte ten Broek en Cecile Vermaas
Illustratie:
Rens van Vliet

Nederland was net bijgekomen van het bedrog door Diederik Stapel, toen er een nieuwe fraudeur werd ontmaskerd. Mart Bax, emeritushoogleraar Antropologie aan de Vrije Universiteit (VU), heeft 64 van zijn publicaties verzonnen en gegeven gastcolleges aan prominente Amerikaanse universiteiten uit zijn duim gezogen. Onderzoek wordt door collega’s besproken en door tijdschriften bekeken, maar desondanks zijn enkele onbetrouwbare onderzoeken toch nog gepubliceerd. Tegenwoordig is de controle bij tijdschriften al een stuk verbeterd ten opzichte van twintig jaar geleden, maar wellicht kunnen studenten en promovendi een handje helpen in het proces van wetenschappelijke controle.

Studenten met rode pen
Natuurlijk gaan de meeste onderzoeken volgens het boekje of worden er slechts slordigheidsfouten gemaakt. Controle op grotere schaal kan deze kleine probleemgevallen verminderen en verhoogt de kans op het uitfilteren van de rotte appels. SpeurderPeter Pels, lid van de onderzoekscommissie die de fraude van Bax onderzocht, vindt het een risicovolle onderneming om studenten naar het werk van onderzoekers te laten kijken. ‘Het enige wat ik me nog kan voorstellen, is dat studenten bijvoorbeeld tijdens een methodologiecollege de voetnoten nalopen. Dat is ook een onderdeel van wat ik in de commissie heb gedaan.’ Een andere mogelijkheid is om studenten een vergelijking te laten maken tussen de primaire data en de resultaten die uiteindelijk in het artikel staan. Misschien is het een goed idee om studenten op een andere manier in te schakelen, namelijk wanneer een artikel op de tafel van de uitgeverij belandt. Studenten kunnen naast wetenschappers als peer reviewers door een tijdschriftredactie worden ingeschakeld om deze onderzoeken te controleren voordat ze worden gepubliceerd. Studenten controleren immers ook het werk van medestudenten dat in (studie)tijdschriften verschijnt. Dat kan naar een hoger plan worden getild.

Wetenschappers van de toekomst
Naast het nut voor de wetenschappelijke wereld, kan het inzetten van studenten ook voor henzelf van grote waarde zijn. Door in contact te komen met het werk van onderzoekers en de methodes die bij het controleren daarvan werkelijk worden gebruikt, worden studenten voorbereid op een wetenschappelijke carrière. Ze leren de regels van integriteit kennen en toepassen. Er is nog een andere manier om studenten dit bij te brengen. Ze zouden namelijk meer betrokken kunnen worden bij het onderzoeksproces zelf door over de schouder van de hoogleraar mee te kijken hoe goed onderzoek hoort te gaan. Evert van der Zweerde, hoogleraar Politieke Filosofie, beaamt dit. ‘Je komt dan uit bij masterstudenten die onderzoek doen. Ik denk dat je studenten daar best serieuzer kunt nemen dan nu gebeurt.’

Op goed vertrouwen
Promovendi staan nog dichter bij dit onderzoek dan masterstudenten. Zij zijn immers standaard betrokken bij het werk van hun promotor. Het zijn pupillen van Stapel zelf geweest die zijn onderzoek destijds in twijfel hebben getrokken. Toch zullen veel promovendi niet zo snel in hun voetsporen treden. Het is namelijk een gevaarlijke onderneming: ‘Promovendi zijn afhankelijk van hun promotor en lopen een enorm risico als blijkt dat hun aanklacht onterecht is. Je moet wel zeker zijn van je zaak’, aldus Van der Zweerde. Het aanstellen van een onafhankelijk vertrouwenspersoon, waar alle studenten terecht kunnen, is hiervoor een oplossing. Op de RU, evenals bij andere universiteiten, is al een vertrouwenspersoon voor wetenschappelijke integriteit aanwezig. Deze persoon werkt onafhankelijk en laat klokkenluiders anoniem blijven. Zo kunnen studenten ook zonder sluitend bewijs hun verdenkingen uiten, als die serieus zijn. Het is belangrijk dat studenten en promovendi van deze mogelijkheid gebruikmaken. Op deze manier kunnen ze zonder risico’s te lopen, meehelpen aan integere wetenschap.

Kritische wetenschap
Om het probleem echt op te lossen is meer nodig. Volgens Van der Zweerde is het creëren van een sfeer van ‘critical friends’ voor collega’s onder elkaar van belang. ‘Je moet nooit op de persoon spelen, maar wel zijn werk kunnen bekritiseren zonder dat iemand zich meteen beledigd voelt.’ In het rapport van de commissie Bax wordt dit ook benadrukt. Tevens moeten promovendi zonder problemen naar hun promotor kunnen stappen om commentaar te leveren. Dit is echter nog geen realiteit, dus om dubieuze onderzoeken te helpen voorkomen, kunnen studenten nu alvast worden ingezet. Zowel Pels als Van der Zweerde denken dat als iemand kwaad wil, diegene daar toch wel een weg voor vindt. Pels: ‘Ik denk wel dat wetenschappers die slordig zijn misschien nog een extra keer naar hun resultaten kijken, als bekend wordt dat bepaald onderzoek ook nog door studenten wordt gecheckt in het college.’ Voor een eventuele wetenschappelijke carrière en een goed besef van de waarde van integriteit in onderzoek, moeten studenten al vroeg in aanraking komen met het onderzoeksproces. Studenten zijn de toekomst van de wetenschap, neem hen serieus.

Add a comment
Felix Wagner

Haastige spoed...

De Universiteit Leiden heeft een bindend studieadvies (BSA) in het tweede jaar ingevoerd. Studenten kunnen nu na het behalen van de propedeuse alsnog van hun studie worden gestuurd. Wordt deze maatregel een duwtje of een steek in de rug van de student?

Tekst: Gijs Hablous en Lisanne Meinen Illustratie: Rens van Vliet

Wie dit jaar een studie is begonnen aan de Universiteit Leiden moet zich een jaar langer bewijzen dan studenten elders in Nederland. Sinds het begin van dit collegejaar experimenteert de onderwijsinstelling met een bindend studieadvies in het tweede studiejaar. ‘Het is in het belang van de student om sneller af te studeren’, stelt Caroline van Overbeeke, woordvoerder van de universiteit. ‘De maatregel houdt studenten in een actieve houding en voorkomt financiële moeilijkheden.’ Behalve de Universiteit Leiden maken ook het University College Amsterdam en de Gerrit Rietveld Academie gebruik van de mogelijkheid tot experimenteren die onderwijsminister Jet Bussemaker biedt. Nieuwe voltijdstudenten dienen in hun eerste jaar 45 studiepunten (EC) te behalen. Binnen twee jaar moeten de propedeuse en een totaal van 90 EC binnen zijn. De nieuwe regeling zal ongetwijfeld haar doel bereiken en voor een hoger rendement zorgen, maar moet dat wel het uiteindelijke doel zijn? Is het aan een universiteit om voor haar studenten te bepalen hoe zij hun studie inrichten?

Verschoolsing of ontplooiing Een ideale universitaire student zou kritisch, zelfstandig, verantwoordelijk, breed geïnteresseerd en intrinsiek gemotiveerd moeten zijn. Een universiteit zou de ontwikkeling van deze eigenschappen moeten faciliteren. Met haar experiment lijkt Bussemaker deze zelfstandigheid en verantwoordelijkheid echter niet serieus te nemen. Van de huidige student kan worden verwacht dat deze goed in staat is voor zichzelf te beslissen wat van belang is: studietempo of studieresultaten, financiën of extra activiteiten. De ingevoerde maatregelen lijken voor een verschoolsing te zorgen die studenten als op een lopende band door hun studie voert. Volgens Van Overbeeke is hier geen sprake van. ‘Het doel is niet om studenten met dikke brillen en hun neus in de boeken door hun studententijd heen te jagen.’ De woord- voerder meent dat er genoeg tijd is om naast het behalen van de vereiste studiepunten een nevenfunctie te onderne- men, ervan uitgaande dat in het eerste jaar de propedeuse is behaald. De wisselwerking tussen studie en een bestuursfunctie is lastig. Vaak is er sprake van overlappende roosters met verplichte colleges en belangrijke vergaderingen. Mohammed Mohandis, PvdA-kamerlid en tijdens zijn studententijd fervent bestuurder, benadrukt het belang van extracurriculaire activiteiten voor een betere positie op de arbeidsmarkt. Onderzoek van de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV) bevestigt dit: ‘Sollicitanten met dergelijke ervaring zijn zelfbewuster over hun capaciteiten. Op deze manier kan de werkgever een duidelijk beeld van de sollicitant vormen.’ Studentbestuurders die bang zijn in tijdsnood te komen door de ingevoerde maatregelen kunnen worden vrijgesteld van deelname aan het experiment. Het is echter onduidelijk voor welke activiteiten dit mogelijk is en wat de minimale tijdsinvestering moet zijn om in aanmerking te komen voor een dergelijke vrijstelling. Door deze onduidelijkheden kan de regel erg breed worden geïnterpreteerd. Volgens student Bestuurskunde Marc Hogenhuis, tevens lid van de Universiteitsraad van Leiden, is deze uitzonderingsregeling mede het gevolg van felle discussies in de raad. Hij zegt toe te zullen zien op correcte implementatie van het plan. Mohandis benadrukt dat het hier gaat om een experiment: ‘We moeten zorgen dat het geen glijdende schaal wordt, er moet een eindpunt zijn. Daarnaast wil ik een goede en objectieve evaluatie van het hele project zien, voordat al dan niet wordt besloten tot algehele invoering.’

Unieke studies Wanneer studenten na twee jaar een negatief studieadvies ontvangen, hebben zij het recht een vergelijkbare studie aan een andere onderwijsinstelling te starten. Dat is echter niet mogelijk wanneer zij een studie doen die aan geen enkele universiteit op dezelfde manier wordt aangeboden. Mohandis diende onlangs een motie in waarmee deze zogenaamde unica worden uitgesloten van deelname en de betreffende studenten worden beschermd tegen het experiment. Na een bezoekje aan de website van de Leidse universiteit blijkt echter dat niet alle unieke studies zijn uitgesloten, Islamstudies is volgens de site bijvoorbeeld ‘uniek in Nederland en West-Europa: nergens anders is het mogelijk om alle stromingen van de islam binnen één universitaire opleiding te bestuderen.’ Zo worden meer studies trots aangeprezen, bovendien hebben ze unieke registratienummers in het officiële register van opleidingen (CROHO). Volgens Van Overbeeke bestaan er voor studenten die niet aan de BSA-eis voldoen wel degelijk alternatieven en voldoet Leiden daarom aan de voorwaarden die Bussemaker stelt. ‘Als dit toch niet het geval is, respecteert de instelling de Tweede Kamer niet’, aldus Mohandis.

Onze toekomst De Nijmeegse student hoeft voorlopig niet te vrezen voor de regeling. Hier geldt pas sinds september 2011 een BSA in het eerste jaar van de bachelor. Dat is voor de RU genoeg reden om voorlopig de resultaten nog even af te wachten. ‘De Radboud Universiteit heeft geen concrete plannen om het BSA in te voeren in het tweede en derde studiejaar’, zegt Martijn Gerritsen, woordvoerder van de RU. ‘We vinden het wel een interessant experiment en volgen de ontwikkelingen bij andere universiteiten.’

Een pure rendementsmaatregel als deze past niet in het beeld van de ideale universiteit. Als financiële en politieke drijfveren wegvallen, verdwijnen tevens de belangrijkste redenen voor de proef; idealistische argumenten zijn er nauwelijks. Voor de Leidse proefkonijnen is het misschien te laat, maar laten we voor de rest van de studenten hopen dat het bij een experiment blijft.

Bekijk hier de overige artikelen uit de oktober-ANS.

Add a comment
Felix Wagner

College van de Toekomst

Hoorcolleges lijken de student steeds minder te boeien. Heeft een massaal college nog zin voor de steeds meer individualiserende student? ‘Zonder hoorcolleges kun je net zo goed de universiteit sluiten.’

Tekst: Susan Haasjes

De interesse voor hoorcolleges lijkt met de tijd steeds minder te worden. In januari spuwde Jan Derksen, hoogleraar Klinische Psychologie aan de RU, al veel gif tegen deze onderwijsvorm. In zijn hoorcolleges zouden studenten voornamelijk bezig zijn met ‘gapen, eten en praten’ in plaats van het opdoen van relevante kennis. Volgens hem moet deze collegevorm dan ook worden afgeschaft. Mogelijke alternatieven zijn de kleinschalige werkgroep en het geven van online colleges. Massaal onderwijs heeft ook haar positieve kanten en lijkt van grote waarde. Wat is de toekomst van het klassieke hoorcollege?

Een andere onderwijsvorm Het model van Bales beweert dat er andere, meer succesvolle opties voor kennisoverdracht zijn. Dit model beschrijft een piramide die aangeeft in hoeverre informatie blijft hangen bij verschillende onderwijsvormen. Aan de top bevindt zich het klassieke hoorcollege, waarbij de hoeveelheid stof die blijft plakken slechts 5 procent is. Dit steekt schril af bij discussiegroepen die 50 procent rendement behalen. Maastricht University speelt hierop in en werkt daarom met Probleemgestuurd Onderwijs (PGO). Hierbij studeert men kleinschalig in werkgroepen, om zo studenten er toe te zetten zelf hun kennis uit te breiden. Een regelmatig toetsprogramma ondersteunt deze werkgroepen. Cees van der Vleuten, professor in Onderwijs aan Maastricht University: ‘Het klassieke model, waarbij na een semester van hoorcolleges een tentamen wordt afgenomen, is desastreus en leidt tot uitstel en piekgedrag voor het tentamen. Bij PGO word je gedwongen continu te leren, hierdoor kan een student niet ontsnappen aan onderwijs.’ Momenteel past alleen Maastricht deze manier van informatieoverdracht toe, hier zitten echter haken en ogen aan. Marianne van den Hurk doet aan de RU onderzoek naar de relatie tussen onderwijsmethoden en leerprocessen. Zij beschrijft in een van haar onderzoeken de effectiviteit van PGO ten opzichte van de gebruikelijke academische onderwijsvorm. De resultaten bewijzen dat het volgen van PGO niet effectiever is dan het volgen van conventioneel onderwijs. Daarnaast hebben eerstejaars PGO-studenten veel moeite met het aanpassen aan deze onderwijsvorm. Ze missen zelfregulerende strategieën en zijn bovendien onzeker over welke stof bestudeerd moet worden, waardoor zij relatief vaak falen. De RU heeft al wel geëxperimenteerd met verschillende onderwijsvormen: de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI) heeft e-lectures uitgezonden. ‘Uit het aantal studenten dat alsnog aanwezig is bij het hoorcollege blijkt dat de videocolleges niet substituerend werden gebruikt, maar dat studenten het college terugkijken als voorbereiding op het tentamen’, vertelt Noël Vergunst, coördinator van de afdeling Onderwijsondersteuning aan de RU. ‘Een videocollege in plaats van een massaal college zou ik jammer vinden. Dan kun je net zo goed de universiteit sluiten, juist de hoorcolleges maken dat de RU in deze vorm bestaat.’

Het heilige hoorcollege Met honderd man massaal in de collegezaal zitten is niet nutteloos. Vergunst: ‘Studenten ervaren de interactie met docenten als prettig.’ Bij het onderzoek naar de effectiviteit van hoorcolleges moet altijd worden meegenomen dat de functie van het college niet alleen het bijspijkeren van informatie is, zoals het model van Bales suggereert. Het hoorcollege dient volgens Vergunst vooral om te inspireren. ‘Hoorcolleges kunnen heel nuttig zijn als ze goed worden uitgevoerd en op het goede moment worden aangeboden. Deze colleges stimuleren studenten door middel van een enthousiaste docent of een goede inleiding op een vak. Het is wel noodzakelijk dat werkgroepen en opdrachten hier verder op aansluiten.’ Studenten blijven naar hoorcolleges komen, zo laat de pilot bij FNWI zien, maar capabele docenten zijn een vereiste. Daarnaast is een voordeel van hoorcolleges ten opzichte van discussiegroepen het creëren van de rode draad. Het uitsluitend geven van werkgroepen heeft kennisverwerking als doel en laat de student die nog onbekend is met de stof een tijd lang in het duister tasten. Een interessant hoorcollege kan een student aanzetten tot het doen van een fatsoenlijk aansluitend literatuuronderzoek.

Niet met uitsterven bedreigd ‘Men zou er goed aan doen minder tijd en geld te steken in informatieoverdracht zoals hoorcolleges en meer in informatieverwerking’, vertelt Van der Vleuten. Dat het hoorcollege in de toekomst geen schijn van kans heeft naast werkgroepen en videocolleges is echter te ver gegrepen. Hoorcolleges zijn vaak niet aantrekkelijk gepresenteerd, maar zeker niet overbodig. Vergunst: ‘Niet alle hoorcolleges zijn nuttig voor jou als student en ze worden ook niet altijd goed gegeven. In een concentratiedip moet een docent interactief werken om de student te blijven prikkelen.’ Hoorcolleges zijn dus nog niet met uitsterven bedreigd. Individualiserende studenten en de geringe hoeveelheid informatie die blijft hangen na zo’n college zijn niet als probleem aan de orde. Dit is immers niet de functie van het college, maar die van de bijbehorende werkgroep. Hierdoor blijft de student geprikkeld om zelf actief te studeren. Bij een academische opleiding mag worden verwacht dat een student zelf in de stof graaft en hier kan het hoorcollege op inspelen door handvatten te bieden. Een zaal van een paar honderd man blijven boeien is lastig, maar niet onmogelijk. De toekomst van een hoorcollege is gewaarborgd, en daarbij een generatie studenten die aan de lippen van een docent hangt.

Bekijk hier de overige artikelen uit de intro-ANS.

Add a comment
Felix Wagner

Excellent prijskaartje

Het Nederlands hoger onderwijs moet meedraaien in de internationale top. Om dit te bekostigen wil minister Jet Bussenmaker het collegegeld voor topopleidingen fors verhogen. De student moet dus de rekening voor excellentie betalen. Is dit terecht?

Tekst: Janne Gerrits en Kiki Kolman

9000 euro collegegeld per jaar: het lijkt bizar, maar als het aan het kabinet ligt wordt dit mogelijk voor Nederlandse topopleidingen. De wet Kwaliteit in Verscheidenheid regelt onder meer dat excellente opleidingen vijf keer het wettelijk collegegeld mogen vragen. De Tweede Kamer heeft hier al mee ingestemd. Nederland telt momenteel acht topopleidingen voor de crème de la crème der studenten. Een goede zaak, want dit draagt bij aan onze kenniseconomie en creëert een mogelijkheid voor talenten die meer uitdaging zoeken dan de gemiddelde universitaire opleiding hen biedt. Aan die studies hangt echter een flink prijskaartje. De regering wil niet voor deze rekening opdraaien en laat daarom de student betalen. Opleidingen van hoog niveau dreigen minder toegankelijk te worden en topstudenten worden de schulden ingejaagd. Heiligt in dit geval het doel de middelen?

Neusje van de zalm Elke zes jaar trekt de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) langs alle hoger onderwijsinstellingen in Nederland om de kwaliteit van opleidingen te beoordelen. Sinds kort mogen zij ook het keurmerk ‘excellent’ toekennen. Stephan van Galen, coördinator van het accreditatiestelsel bij de NVAO, licht toe: ‘Een opleiding is excellent wanneer zij systematisch en over de volle breedte ver uitsteekt boven de gangbare kwaliteit en zich op nationaal of internationaal niveau een voorbeeld toont. Dat is een strenge eis, niet voor niets wordt deze beoordeling zo weinig toegekend.’ Momenteel mogen slechts een master in Groningen en enkele masters in Leiden met de eer strijken. Voor de zomer zullen nog twee studies zich bij dit lijstje voegen. Waarom heeft Nederland excellentie nodig? ‘Dit is van belang om in de internationale competitie van kenniseconomieën mee te blijven doen’, aldus Frans van Vught van het Center for Higher Education Policy Studies. Nederland staat op dit moment al hoog in de internationale rankings, het algemene onderwijsniveau is dan ook goed. De kwaliteiten van de Nederlandse topstudenten lopen echter achter op die van hun tegenhangers in de rest van de wereld, zo bleek uit een onderzoek van het Centraal Planbureau uit 2007. De Nederlandse politici willen hier verandering in brengen. Michiel Rog, Tweede Kamerlid voor het CDA: ‘De beste opleidingen moeten zich kunnen onderscheiden om de kenniseconomie veilig te stellen. Dat is in het algemeen Nederlands belang.’

Toegang ontzegd Dat klinkt veelbelovend, maar zoals het er nu naar uitziet wordt de student slachtoffer van dit initiatief. Een maximaal collegegeld van 9000 euro is belachelijk hoog. De uitmuntende student wordt zo gedwongen een hoge schuld op te bouwen als zij haar ambities wil nastreven. Daarnaast valt te verwachten dat hogere collegegelden studenten afschrikken en zo de toegankelijkheid van de topopleidingen schaden. Jasper van Dijk, Tweede Kamerlid voor de SP: ‘Er zal een tweedeling ontstaan tussen gewone studenten voor wie deze opleidingen onbetaalbaar worden en studenten die toevallig het geluk hebben dat hun ouders bijlappen.’ Paul van Meenen, Tweede Kamerlid voor D66, sluit zich hierbij aan. ‘We moeten selecteren op talent, niet op financiële middelen.’ Toegankelijkheid zal zeker in het geding komen als het aantal excellente studies toeneemt, waardoor er minder opleidingen tegen wettelijke bedragen worden aangeboden. Dit zou zeer kwalijk zijn indien op die wijze de ‘goedkope’ variant binnen een vakgebied volledig verdwijnt. Van Meenen is hier bang voor. ‘Nu de kosten van excellentie kunnen worden betaald door middel van collegegelden, bestaat er het risico dat meer studies hierop inzetten.’ Van Vught bevestigt dat universiteiten dit zullen najagen: ‘Zij streven altijd naar een betere reputatie, om die reden willen zij graag kunnen zeggen dat ze excellente opleidingen aanbieden.’

Leren is profiteren Het idee om studenten voor de kosten van excellentie op te laten draaien steunt op het profijtbeginsel. ‘Excellente studenten krijgen de mogelijkheid intensiever onderwijs te volgen, dat biedt hen een groot voordeel’, vindt Rog. ‘Kwaliteitsverhoging kost geld en deze lasten moet de universiteit op de student kunnen verhalen.’ Rog is dan ook voorstander van een verhoging, het zij met een maximum van twee keer het wettelijk tarief. De vraag is in hoeverre de topstudent daadwerkelijk profiteert. Het volgen van intensievere colleges, gegeven door hooggewaardeerde docenten, heeft natuurlijk een duidelijke meerwaarde. Toch hoeft dit niet per se te leiden tot toekomstig financieel voordeel. ‘Het is nog niet onderzocht of het volgen van een studie van extra hoog niveau leidt tot meer kansen op de arbeidsmarkt’, aldus Van Galen. Bovendien kunnen opleidingen inhoudelijk wel van zeer hoog niveau zijn, maar dan moet bij de werkgever wel bekend zijn wat het predicaat ‘excellent’ betekent. ‘Omdat het label pas zo kort bestaat, zal het zijn reputatie internationaal nog moeten bewijzen.’ Bij prestigieuze universiteiten als Harvard en Oxford is de baangarantie automatisch hoog. Het valt sterk te betwijfelen of Nederlandse opleidingen ooit eenzelfde status kunnen krijgen. ‘De reputaties van die instellingen zijn nou eenmaal beter dan bijvoorbeeld die van de Radboud Universiteit’, aldus Van Vught. ‘Nederlandse universiteiten horen bij de beste ter wereld, maar we moeten niet denken dat zij nu al op het allerhoogste niveau kunnen functioneren.’ Zonder duidelijkheid over de werkelijke voordelen van het afstuderen aan een excellente opleiding is het verhogen van collegegelden voorbarig. De student loopt zo risico op een hogere studieschuld zonder zekerheid dat dit zich uiteindelijk terugbetaalt. Het kabinet laat studenten onterecht opdraaien voor haar eigen ambities. Het doel van excellentie is bewonderenswaardig, maar de student zou nooit als middel mogen dienen.

Bekijk hier de overige artikelen uit de juni-ANS.

Add a comment
Erik