Kiezen is korten

De RU wordt flink geraakt door de bezuinigingen op het hoger onderwijs. Naar schatting moet jaarlijks 21 miljoen euro worden bespaard. Waar vallen de hardste klappen en gaat de student hier veel van merken?

Tekst: Mickey Steijaert en Laura van de Vet

De keiharde bezuinigingen op het hoger onderwijs hebben zoals bekend grote gevolgen. Staatssecretaris Zijlstra van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft het niet alleen voorzien op de portemonnee van de student, ook universiteiten moeten eraan geloven. Voor de RU betekent dit een tekort van 21 miljoen euro op de begroting. Het College van Bestuur (CvB) schreef in een brief aan de decanen en directeuren wat zijn belangrijkste uitgangspunten zijn bij het opvullen van dit financiële gat. Onderzoek en onderwijs zullen zo veel mogelijk worden ontzien. Tevens zullen er geen gedwongen ontslagen vallen. Het totale tekort zal moeten worden opgevuld door drie pakketten van 7 miljoen euro. Een van deze delen beslaat reeds vrijgemaakte middelen die eigenlijk bedoeld waren voor investeringen in het onderwijs. De tweede 7 miljoen was al gereserveerd voor het opvangen van financiële tegenvallers. Door een ‘verbeterde bedrijfsvoering en striktere budgetdiscipline’ is dit niet langer nodig, aldus de beleidsbrief. Het laatste pakket bestaat uit directe bezuinigingen, onder andere op facilitaire diensten. Het uitknijpen van randzaken ten behoeve van onderwijs en onderzoek lijkt een goed besluit, maar in hoeverre wordt onderwijs daadwerkelijk gespaard?

Geen koekjes bij de koffie Het Facilitair Bedrijf moet er flink aan geloven. Naast het explosief stijgen van de parkeertarieven moet de catering zelfvoorzienend worden. Dit betekent een bezuiniging van 567 duizend euro op het budget van De Refter. ‘Per 1 januari is het klaar met de gratis koekjes en chocolade bij vergaderingen, wat al snel tienduizenden euro’s per jaar scheelt,’ aldus manager retail en catering Anton van Looyengoed. Daarnaast zal het basismenu in De Refter vanaf januari 5 euro gaan kosten. Deze prijs geldt voor iedereen, de studentenkorting zal komen te vervallen. Een nog ingrijpendere bezuiniging wordt gedaan bij het Academisch Schrijfcentrum Nijmegen (ASN). De subsidie, die het ASN sinds haar oprichting in 2004 van de RU ontvangt, zal met ingang van januari 2013 volledig worden stopgezet. Joy de Jong, coördinator van het ASN, heeft echter goede hoop dat het instituut in een andere vorm binnen de faculteiten voort kan blijven bestaan. ‘Er zal een werkgroep worden opgericht die kijkt hoe we onze financiering moeten vormgeven. Het CvB is van mening dat de faculteiten de taak van het schrijfcentrum op zich kunnen nemen, zij moeten immers inspelen op de behoefte van de student naar hulp bij het schrijven.’ En die behoefte is er. Het ASN begeleidt meer dan zevenhonderd studenten bij onder meer hun scriptie en voert daarvoor tweeduizend individuele gesprekken per jaar. Deze sessies zullen waarschijnlijk komen te vervallen en plaatsmaken voor groepslessen. Daarnaast bestaat de kans dat de begeleiding niet meer gratis zal zijn.

Onderwijs onder druk Deze zware bezuinigingen op faciliteiten komen voort uit een hoger doel dat het CvB tracht te bewerkstelligen. Het gaat er prat op dat de RU als een van de weinige universiteiten niet bezuinigt op onderwijs. De onderwijskwaliteit is echter ook in Nijmegen zonder meer in het geding. Dit wordt beaamd door Anna van der Vleuten, vice-decaan onderwijs van de Faculteit der Managementwetenschappen. ‘De universiteit wil hetzelfde als de overheid: de kwaliteit moet worden verbeterd zonder een cent extra vrij te maken. De druk op de onderwijsinstellingen wordt zo wel erg hoog.’ De aangeboden contacturen en de slagingspercentages moeten omhoog, zo eist het CvB van de faculteiten. Voldoen ze niet aan deze eisen, dan worden ze alsnog slachtoffer van bezuinigingsmaatregelen. ‘Het College suggereert dat het gevoerde beleid van de faculteiten beter kan. Je kunt echter onmogelijk eisen dat de docenten, die nu al aan hun plafond zitten, nog harder moeten werken,’ aldus Van der Vleuten. De onderwijsdirecteur van de Faculteit der Letteren, Odin Dekkers, is het hier roerend mee eens. ‘Als docenten nog zwaarder worden belast, zal dat een negatief effect hebben op zowel de betrokken studenten als de rest van de onderwijsomgeving. Bovendien is het maar de vraag of het verhogen van het aantal contacturen automatisch tot beter onderwijs zal leiden.’ Het aantal studenten op de RU neemt al jaren gestaag toe. Dit betekent dat evenveel docenten met dezelfde middelen meer studenten moeten onderwijzen. De 7 miljoen euro die dit probleem hadden kunnen opvangen verdwijnt nu in de bezuinigingenpot. ‘Daarom wordt de facto wel bezuinigd op onderwijs,’ stelt Van der Vleuten.

Keuzes maken Ondanks dit alles acht Martijn Gerritsen, de kersverse woordvoerder van het CvB, het sparen van het onderwijs een haalbare doelstelling. ‘Bezuinigen betekent keuzes maken. Uiteindelijk zijn arbeidsplaatsen in onderzoek en onderwijs belangrijker dan dat mensen iets meer moeten betalen voor kroketten, broodjes of parkeren.’ In december zal de universiteit de begroting voor 2012 naar buiten brengen. Deze zal in januari door de gezamenlijke vergadering van het CvB, de Ondernemingsraad en Universitaire Studentenraad besproken worden. Waar andere universiteiten zich genoodzaakt zien ook onderwijs aan te pakken, zal de RU dit waar mogelijk vermijden. De bezuinigingen op voorzieningen als de Refter zijn vervelend, maar begrijpelijk en onvermijdelijk. In dit licht bezien dient de RU als voorbeeld voor andere universiteiten. De werkelijkheid is echter negatiever dan het College de studenten voorspiegelt. Er is wel degelijk sprake van aantasting van het onderwijs en de korting op een succesvolle instantie als het ASN is een aderlating voor het academisch klimaat. Het achterliggende idee van het CvB is goed, maar uit de definitieve begroting moet blijken of het onderwijs echt wordt gespaard.

Kijk hier voor alle artikelen uit de november-ANS

Add a comment
Fich

Wetenschappelijke wedloop

Onderzoekers moeten aan de lopende band wetenschappelijke artikelen fabriceren. Dit eist zijn tol van de kwaliteit, vorm en zelfs correctheid van publicaties. Hoe manifesteert deze druk zich in de wetenschappelijke wereld?

Tekst: Joeri Pisart en Inge Widdershoven

Onlangs zonk Roos Vonk in een zee van kritiek. De hoogleraar aan de RU had haar naam verbonden aan een onderzoek naar het gedrag van vleeseters waar ze zelf nauwelijks bij was betrokken. De Tilburgse hoofdonderzoeker Diederik Stapel werd op non-actief gesteld wegens mogelijke fraude, hij zou data hebben verzonnen. Vonk distantieerde zich van het vleesonderzoek. Ze heeft zich wellicht niet schuldig gemaakt aan fraude, wel heeft ze koppig haar controlerende functie genegeerd waardoor Stapels bedrog met haar in verband kan worden gebracht. Beide wetenschappers noemden publicatiedruk als excuus. Toegegeven, de druk op onderzoekers om te publiceren is zwaar. Niet alleen prestige, ook het loonstrookje is hier onlosmakelijk mee verbonden. Het aantal publicaties is bepalend voor het salaris en de beoordeling in functioneringsgesprekken. Zo lang een wetenschapper in zo veel mogelijk toonaangevende tijdschriften verschijnt, is er weinig te vrezen. Wanneer de stroom aan publicaties echter afzwakt, wordt het tijd om op de nagels te bijten. De druk kan zo hoog oplopen dat zelfs gerenommeerde onderzoekers in de verleiding komen bevestigende data te verzinnen of zich met minimaal aandeel auteur te noemen. Op de RU wordt bij sommige faculteiten gewerkt met een puntensysteem. Van onderzoekers wordt verwacht dat ze jaarlijks een bepaald aantal punten binnentikken. De spelregels zijn duidelijk. Met een artikel in een toonaangevend tijdschrift is een hoge score te verdienen. Met een hoofdstuk voor een boek krijgt de schrijver slechts een half puntje toebedeeld. Daarnaast verdient de hoofdonderzoeker logischerwijs meer dan zijn vijftiende hulpje. Er zijn kleine verschillen tussen de faculteiten: zo telt de publicatie in een boek bij Filosofie bijvoorbeeld zwaarder dan elders.

Kwantiteit boven kwaliteit Als men wordt afgerekend op basis van het aantal publicaties, is het begrijpelijk dat onderzoekers kwantiteit voorop stellen. Binnen de Rechtsgeleerdheid wordt er daardoor vooral erg veel van hetzelfde gepubliceerd, aldus Raymond Schlössels, voorzitter van het Onderzoekcentrum Staat en Recht. Wetenschappers geven steeds een iets andere draai aan een voor hen vertrouwd onderwerp. Een andere smokkelmethode, veel toegepast in de Natuurwetenschappen, is die van de smallest publishable units. De conclusies van een afgerond onderzoek worden in zo veel mogelijk artikelen opgesplitst, opdat de auteur meer publicaties bemachtigt. Terwijl de kwantiteit wordt opgerekt, moet de kwaliteit eraan geloven. Investerende bedrijven willen vaak snel resultaten zien, startklaar voor implementatie in de praktijk. Het onderwerp en de vorm van het onderzoek worden daarmee nadelig beïnvloed door de externe financiers. Prof. dr. Gerard Martens van het Nijmegen Centre for Molecular Life Sciences ziet dit met lede ogen aan. ‘Inmiddels is er minder ruimte voor innovatief en fundamenteel onderzoek. Het kost jaren om vernieuwende experimenten op te zetten. Bedrijven zijn niet bereid daarop te wachten.’

Bureaucratisch bedelen Onderzoek wordt niet alleen gefinancierd door het bedrijfsleven. De grootste geldstroom vloeit voort uit publieke organisaties als de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Wil onderzoek in aanmerking komen voor dit geld, dan moet het binnen een van de geformuleerde hoofdthema’s passen. Interdisciplinair en maatschappelijke relevantie zijn daar kernwoorden. Schlössels snapt dat de wetenschap zich tegenover de samenleving moet verantwoorden. ‘Louter academische luchtfietserij en theoretisch geneuzel doen de maatschappij tekort.’ De eisen die de NWO stelt zijn echter een doodsteek voor onderzoeken omwille van de wetenschap en binnen een enkele discipline, zoals de klassieke Rechtsgeleerdheid. Daarnaast stelt de NWO hoge eisen aan ingediende onderzoeksvoorstellen, waardoor wetenschappers soms meer tijd kwijt zijn aan bureaucratische rompslomp dan aan daadwerkelijk onderzoek. Academici kennen ook vaker grote maatschappelijke beloftes toe aan hun doelstellingen in het onderzoek. Deze verdwijnen echter vaak naar de achtergrond als het onderzoeksbudget binnen is, zo constateert Laurens Hessels, medewerker aan het Rathenau Instituut voor wetenschappelijk debat. Strenge criteria vanuit de NWO zijn bedoeld om onderzoekers scherp te houden, maar leveren vaak weinig meer op dan extra papierwerk. Naast verlangens van bedrijven en subsidieverstrekkers speelt ook de voorkeur van wetenschappelijke tijdschriften een rol. Het is vanzelfsprekend dat baanbrekend onderzoek gemakkelijk wordt geplaatst. Negatieve artikelen waarin bestaande theorieën worden afgezwakt, genereren minder aandacht. Voor de wetenschap als geheel is het echter bijzonder schadelijk dat die niet worden gepubliceerd, stelt ook Luca Consoli, universitair docent Wetenschap en Samenleving aan de RU. Op deze manier worden wetenschappers namelijk gestimuleerd om slechts zelfbevestigend te werken.

Onderwijsspagaat Meer dan eens wordt het vormen van kritische geesten de hoofdtaak van de universiteit genoemd. De meeste onderzoekers zijn dan ook verplicht onderwijs te geven. Op internationale ranglijsten wordt echter vaak niet gekeken naar de kwaliteit van opleidingen, maar met name naar de hoeveelheid publicaties van de instelling. Ook intern wordt onderwijs minder gewaardeerd dan onderzoek, hoogleraren worden immers benoemd op basis van prestaties binnen onderzoek. Bij lagere productie van publicaties wordt men dan ook sneller op de vingers getikt dan bij matig onderwijs. Academici kiezen eieren voor hun geld. Dat resulteert in meer publicaties ten koste van gedegen en fatsoenlijk onderwijs.

Terwijl in de verte onderwijs om aandacht schreeuwt, is de goedwillende onderzoeker reeds slachtoffer van getouwtrek uit allerlei hoeken. Subsidieverstrekkers, bedrijven en wetenschappelijke tijdschriften formuleren voor de wetenschap schadelijke verlangens. Daarmee is dit systeem desastreus voor academische vrijheid. Publicatiedruk is echter nimmer een excuus voor fraude. Wanneer een onderzoeker besluit lak te hebben aan valide conclusies en alleen maar makkelijk wil scoren, zelfs met gefingeerde data, mag hij geen wetenschapper heten.

Kijk hier voor alle artikelen in de oktober-ANS.

Add a comment
Fich

Profielpatstelling

De commissie-Veerman drukte vorig jaar alle universiteiten en hogescholen op het hart een scherper profiel te kiezen. Studenten kunnen daardoor beter kiezen en universiteiten kunnen zich focussen op hun specialiteiten. Wat doet de RU met dit advies?

Tekst: Tijn van Lange en Henk Strikkers

Als het Nederlandse hoger onderwijs wil overleven in de internationale concurrentiestrijd, dan moeten universiteiten volgens de commissie-Veerman ‘een scherper profiel kiezen’. Onder leiding van de voormalig CDA-bewindsman deed deze commissie in 2010 onderzoek naar de toekomstbestendigheid van het hoger onderwijs. Profilering is een mes dat aan twee kanten snijdt. Enerzijds maken studenten minder snel foute keuzes omdat universiteiten zich duidelijker tegen elkaar afzetten. Anderzijds kunnen de instellingen de concurrentie met topuniversiteiten aan omdat zij zich vol op hun specialiteiten kunnen richten. Daarbij is samenwerking volgens het rapport essentieel: ‘Universiteiten moeten zich rekenschap geven van het type onderwijs en studenten waar ze accent op willen leggen: graduate of undergraduate-studenten, een grote of meer selectieve instelling. Versnippering van geld en talenten komt de internationale concurrentiepositie niet ten goede. Dat betekent dat men ook niet beducht moet zijn om minder goede onderdelen af te bouwen.’ Randstedelijke universiteiten gaven gehoor aan deze oproep. Zo besloten de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam een vergaande samenwerking te onderzoeken op de domeinen alfa, bèta, rechten/economie en maatschappij- en gedragswetenschappen. Daarnaast gaat de Erasmus Universiteit Rotterdam eerstejaars studenten die niet al hun studiepunten behalen van de opleiding verwijderen om zo het predicaat ‘excellent’ te verdienen. Rotterdam stelt lamlullen en andersoortige domme studenten niet langer op prijs. Gaat de Radboud Universiteit meedoen in de wapenwedloop van deze profileringsoorlog? En waar gaat de Nijmeegse alma mater zich in specialiseren? Woordvoerder Willem Hooglugt is hierover even duidelijk als onduidelijk: ‘Kwaliteit, kwaliteit en nog eens kwaliteit.’

De strategische keuze voor kwaliteit In het jaarverslag van de RU over 2010 wordt bovenaan het hoofdstuk ‘Onderzoek’ gesteld dat de wetenschappers ‘over de gehele linie goed’ presteren. De daaropvolgende opsomming bestaat uit een stortvloed aan eervolle vermeldingen van het UMC St. Radboud en de Bètafaculteit. De rest van de ‘gehele linie’ wordt slechts negen keer aangestipt, een vijfde van het totaal. Hooglugt houdt echter vol dat op iedere faculteit toponderzoek wordt bedreven. Hij ervaart het rapport-Veerman dan ook als ‘een steuntje in de rug voor de strategische keuze voor kwaliteit’. Volgens Hooglugt zal de universiteit slechts op kwaliteit profileren en zullen er dus ook geen verschuivingen plaatsvinden in de geldstromen naar de verschillende faculteiten. ‘We blijven een brede universiteit die niet groter maar beter wil worden. Verder wordt geïnvesteerd in het beste onderzoek en de faciliteiten daarvoor.’ Toch verraadt de samenwerking met andere universiteiten in het Noorden en Oosten van Nederland (Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Twente, Wageningen University) een keuze. ‘Groene energie, gezondheid en technologie zijn enkele belangrijke thema’s die ons binden,’ aldus Hooglugt. De vier universiteiten willen zich op die gebieden gezamenlijk tot koplopers in Europa ontwikkelen.

De nood aan een beslissing Nanne Migchels, voorzitter van de commissie Bestuurlijke en Organisatorische aangelegenheden van de Universitaire Gemeenschappelijke Vergadering (UGV), stelt dat de profilering op kwaliteit die Hooglugt voorstelt vooralsnog een lege huls is. Hij verwijt de RU te weinig duidelijke keuzes te maken, waar dat wel nodig is. ‘Er moet gezocht worden naar een bindende factor op de RU, naar intensievere samenwerking tussen faculteiten. Dan maakt het mij niet zoveel uit voor welk profiel gekozen wordt, als de knoop maar snel wordt doorgehakt en de keuze helder is.’ Het UGV-lid ziet nu al problemen bij het binnenhalen van onderzoeksubsidies bij de faculteiten Sociale Wetenschappen en Letteren. Dit zou volgens hem kunnen leiden tot ernstig geldgebrek en verlies aan bestaansrecht. Doordat het aanbod versmalt, vindt vanzelf profilering plaats.

Opwaartse spiraal? Judith Rotink, afzwaaiend voorzitter van de Universitaire Studentenraad, ziet het nut van een duidelijke profilering. Het zou een goed middel zijn om naast de verschillen tussen de afzonderlijke universiteiten ook het verschil tussen hbo en universiteit beter te belichten. Zij stelt eveneens vast dat de Bèta- en de Medische faculteit de toppers in Nijmegen zijn. Toch wil ze niet uitsluitend voor deze twee faculteiten kiezen, maar vindt ze dat ‘de RU zich moet blijven presenteren als brede universiteit. Het moet mogelijk blijven om over de grenzen van je vakgebied heen te kijken. Dat hoort immers bij een goede academische omgeving.’ Daarnaast weet ze nog wel een aantal verbeterpunten. Zo moet er een sfeeromslag plaatsvinden. ‘Vaak wordt in Nijmegen erg goed onderzoek verricht, maar er heerst nog geen sfeer van excellentie. Onderzoekers zijn te bescheiden en dat staat een opwaartse spiraal in de weg. Studenten willen namelijk goed onderzoek zien en als excellente studenten daaraan kunnen bijdragen ontstaat er een aanzuigend effect dat leidt tot een dergelijke spiraal.’

De drie universitaire prominenten streven allemaal naar een zo goed mogelijke Radboud Universiteit. Dat is zeer zeker prijzenswaardig, maar het is geen profilering. Iedere universiteit streeft ernaar heel erg goed te zijn, dat is niets nieuws onder de zon. Het rapport-Veerman stelt dat er niet te veel naar rankings en toponderzoek moet worden gekeken, maar juist naar wat universiteiten de maatschappij te bieden hebben. Het advies moedigt duidelijke keuzes aan, die de RU vooralsnog niet maakt. Gezien de onderzoeksresultaten is het logisch te kiezen voor het Universitair Medisch Centrum en de Bèta-faculteit. Het is daarom toe te juichen dat de universiteiten in het Noorden en Oosten van Nederland zich daarop gaan toeleggen. Toch heeft de RU nog een keuzemogelijkheid achter de hand. De ligging nabij de Duitse grens zou immers ook een besluit voor internationalisering kunnen rechtvaardigen. Een samenwerking met bijvoorbeeld de Universiteit van Münster zou de Radboud Universiteit in Europees verband direct veel beter op de kaart zetten. Door de gebrekkige besluitvaardigheid in Nijmegen dreigt de RU echter achterop te raken en dat past niet bij een universiteit die zo op kwaliteit is gericht.

Klik hier voor alle artikelen van de ANS uit de Introductie 2011

Add a comment
Fich

Beste Halbe,

Uw beruchte langstudeerdersboete, ofwel Halbeheffing, is uitgegroeid tot het symbool van de bezuinigingsplannen waarmee u volgens velen het hoger onderwijs de strop om doet. Toch blijft u ondanks felle protesten glimlachend voet bij stuk houden.

Tekst: Eline Huisman en Joeri Pisart

Inmiddels bent u het misschien gewend om in de media te worden afgeschilderd als de boeman. Dat is niet verwonderlijk, gezien de denigrerende toon en nonchalante houding waarmee u bezuinigt. De maatregelen die u treft staan zeker in een tijd van crisis haaks op de belangen van studenten, universiteiten en de samenleving als geheel.

Wanneer forse bezuinigingen nodig zijn is het begrijpelijk dat ook het onderwijs kritisch moet worden bekeken. De langstudeerdersboete, afschaffing van studiefinanciering in de masterfase en het verhoogde collegegeld voor een tweede studie zijn de speerpunten van uw beleidsplan. Hoewel u deze zelf durft te omschrijven als efficiëntiemaatregelen, zijn het in werkelijkheid ordinaire bezuinigingen met grote consequenties. U stelt dat universiteiten en hogescholen ‘geld zat’ hebben en dat u ‘toch ergens geld vandaan moet halen’. Dergelijke uitspraken onderstrepen het gebrek aan visie dat de kortingen karakteriseert. Het kabinet stelt dat er geen draagvlak meer is voor de luie langstudeerder. Met behulp van boetes en bezuinigingen moet voorgoed worden afgerekend met ongemotiveerde studenten. U gaat echter voorbij aan het feit dat ‘langstuderen’ niet gelijk staat aan een lakse studiementaliteit. De huidige plannen straffen juist de studenten met maatschappelijke meerwaarde.

Studenten vragen u niet om een decennium lang op halve kracht te kunnen studeren. Net als u willen zij kwalitatieve en financieel toegankelijke opleidingen. Een goed studieklimaat stimuleert en creëert ruimte voor zelfontplooiing. Juist het hoger onderwijs biedt de mogelijkheid om ambities en interesses te ontdekken. Het is dan ook verbazingwekkend dat, in tegenstelling tot het basisonderwijs en de middelbare schoolperiode, de kosten van hoger onderwijs grotendeels gedragen moeten worden door de student. De achterliggende veronderstelling daarvan is dat de opleidingskosten zich aan de student terugbetalen. Waar lager en middelbaar onderwijs als investeringen in de samenleving als geheel worden beschouwd, is het volgen van hoger onderwijs plotseling een persoonlijke investering geworden. Dat is op zijn minst merkwaardig, gezien de uitgesproken ambitie van Nederland om tot de top vijf van kenniseconomieën te behoren. Nederland zakt hiermee niet alleen in de ranglijst van kennislanden: de gevolgen zullen in de gehele maatschappij voelbaar zijn. Onderwijs is een van de basisvoorwaarden voor een succesvolle samenleving. Een goede onderwijs- en onderzoekssector zijn van belang om onder meer een florerende economie en kwalitatieve gezondheidszorg te behouden.

Het beeld van een maatschappij vol mensen die zich nooit verder hebben ontwikkeld is een weinig belovend vooruitzicht. Wellicht kan er eindelijk worden gesproken van een Nederlandse identiteit wanneer onverschillige Privé-lezers zonder enige ambitie het straatbeeld vullen. Op de universiteiten zal het niet veel beter gesteld zijn. De sportzalen zullen gevuld zijn met studenten die in grote getale multiplechoicetentamens maken. Massaliteit is de enige manier om hoger onderwijs betaalbaar te houden. Een tentamen voorbereiden staat gelijk aan driemaal de collegesheets doorbladeren: zolang het maar genoeg is voor een zesje. Studieverenigingen bestaan doorgaans uit drie strebers die eenmaal per jaar een lezing Verstandig omgaan met studieschuld organiseren. Een bestuursfunctie of buitenlandstage zou de studievoortgang in gevaar brengen en daar staat een boete van drieduizend euro op. Van verdere verdieping en verbreding is geen sprake, dat is immers niet aantrekkelijk wanneer financiële factoren de belangrijkste studiemotivatie vormen. De maatregelen dwingen niet gepassioneerd te studeren, maar om zo snel en zo gemakkelijk mogelijk een studie af te ronden. Wat dat betreft werkt uw plan: het rendement zal stijgen. Dit betekent echter wel de dood van het academische klimaat.

De consequenties zullen niet alleen in de toekomst voelbaar zijn. Uw gebrek aan empathie zal studenten die om wat voor reden dan ook uitlopen direct treffen. Door de dood van een familielid of een langdurige ziekte kan de hardste werker in één klap een jaar vertraging oplopen. Bovendien kan een foute studiekeuze niet meer worden gecorrigeerd zonder daarvoor zwaar beboet te worden. Zo dwingt u studenten niet zozeer een goede keuze te maken, maar om de verkeerde door te zetten. In het nieuwe beleid is geen ruimte meer voor uitzonderingen bij persoonlijke omstandigheden in de breedste zin van het woord.

De mensen die het hardst worden getroffen zijn ofwel de studenten die zich breed ontwikkelen tijdens en naast hun studie, ofwel individuen die door ongelukkige voorvallen vertraging oplopen. De eerste groep betreft de excellente studenten die het kabinet wil stimuleren, de omstandigheden van de tweede groep zijn onmogelijk bij te sturen. Het probleem ligt elders, namelijk bij de lakse student die allesbehalve zijn best doet en slechts gemotiveerd raakt van het leven buiten de campus. Een financiële prikkel jaagt hen wellicht sneller door hun studie heen, maar pakt de werkelijke oorzaak van motivatiegebrek niet aan. Het resultaat zal geen kritische academicus zijn. De langstudeerdersboete is slechts symptoombestrijding en levert alles behalve een structurele verbetering van het onderwijs op.

Beste meneer Zijlstra, als u Nederland echt naar de top vijf van kenniseconomieën wilt verheffen, zijn de huidige maatregelen zeer onverstandig. U treft het academische leven onnodig hard, terwijl de studieperiode een essentieel onderdeel in de persoonlijke ontwikkeling is. Waar het slechts op korte termijn een positief effect op de begroting zal opleveren, zullen deze plannen in de toekomst desastreus blijken. Dat er moet worden bezuinigd, soit. Maar op de inhoud en vorm mag u nog best een jaartje langer doorstuderen.

Met vriendelijke groet,

ANS

Klik hier voor alle artikelen van de ANS uit juni 2011.

Add a comment
Martini

Het laatste oordeel der studenten

Slechte docenten zijn een van de grootste ergernissen van studenten. Door het invullen van enquêtes kunnen ze hun gal spuien, maar de resultaten blijven veelal buiten zicht. Gebeurt er eigenlijk wel iets met deze evaluaties?

Tekst: Eva-Marijn de Vries en Mart Waterval

Studenten wordt na iedere cursus een evaluatie-enquête voorgelegd. Naast de vakopbouw, collegestof en literatuur wordt ook de kwaliteit van de docenten beoordeeld. Met dit laatste onderdeel lijkt weinig te gebeuren. Jaar na jaar staan kwaliteitsarme docenten gewoon weer voor volle collegezalen en zorgen zij voor frustatie. ANS bevroeg de opleidingscommissies (OLC), onderwijsdirecteuren en decanen van alle faculteiten aan de RU. Wordt er eigenlijk wel naar het oordeel van de student geluisterd?

Zelden ontslag OLC’s vormen als afvaardiging van de studentenpopulatie een belangrijke schakel in het evaluatieproces van de docentenkwaliteit. Ze onderzoeken de oorzaak van eventuele problemen en kijken naar mogelijkheden om het onderwijs te verbeteren. Sommige OLC’s organiseren bovendien bijeenkomsten waar studenten hun opvattingen kunnen ventileren. ‘We kunnen met trots vertellen dat er bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid erg serieus wordt omgegaan met de resultaten van de enquêtes’, aldus de OLC. Ook uit reacties van andere OLC’s blijkt dat men tevreden is over zowel de beoordelingsmethode als de uitvoering ervan. De enquêtes worden opgesteld door het adviesbureau voor hoger onderwijs (IOWO). Nadat het IOWO de ingevulde evaluaties heeft verwerkt, krijgt het onderwijsbureau van iedere faculteit de resultaten te zien en stelt het een analyse op. Deze wordt geëvalueerd in de OLC. Zij signaleert mogelijke problemen die blijken uit de enquêteresultaten en bespreekt de reactie van de docent hierop. ‘Elke cursus met een score van minder dan drie op vijf wordt nader besproken,’ aldus de OLC Engels en Amerikanistiek. Daarnaast moet iedere docent ongeacht de score een kritische zelfreflectie schrijven over de cursus. Dit geldt in grote lijnen voor elke opleiding. De vicedecaan Onderwijs van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica Hans ter Meulen legt de verdere procedure uit. ‘Bij een onvoldoende score van de docent onderneemt de onderwijsdirecteur actie. Hij zal, al dan niet samen met de voorzitter van de OLC, een gesprek aangaan met de betreffende docent ter verbetering.’ Zowel OLC’s als opleidingsdirecteuren zijn van mening dat extra evaluatietechnieken onnodig zijn. Het huidige systeem is toereikend en de docenten zouden zichtbaar verbeteren. Een ontslag naar aanleiding van een slechte evaluatie vindt dan ook zelden tot nooit plaats.

Slechts een adviserende rol Naar aanleiding van slechte beoordelingen worden vakken vaak verbeterd qua literatuur en inhoud, maar concrete oplossingen voor een kwaliteitsgebrek van de docent lijken meestal achterwege te blijven. Zo zegt OLC Natuurwetenschappen dat er ‘nog nooit directe maatregelen van het opleidingsbestuur richting de docent vanwege zijn slechte presteren’ zijn uitgevaardigd. Ook de OLC Psychologie stelt dat ‘het aan de docent is om in de praktijk iets te doen met de uitkomsten van de enquêtes’. Naast enkele opmerkingen over een begeleidingstraject, was er slechts één OLC die concrete maatregelen kon aandragen: ‘Bij een vak waar jarenlang negatieve evaluaties kwamen over de beheersing van de Engelse taal, heeft de betreffende docent een cursus Engels moeten volgen. Ook heeft een docent geen vast contract gekregen bij gebrek aan een Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) in combinatie met een slechte evaluatie’, aldus de OLC Informatica en Informatiekunde. Tegenwoordig geldt universiteitsbreed dat nieuwe docenten een BKO moeten halen, voordat ze een vaste aanstelling krijgen. Uiteindelijk kunnen de OLC’s geen besluiten nemen. ‘Wij hebben slechts een adviserende rol. Ons advies gaat naar het opleidingsbestuur en wordt vervolgens medegedeeld aan de docent,’ aldus de OLC Bachelor Pedagogische Wetenschappen. De opleidingsdirecteur zet de eventuele uitvoering van dit advies op.

‘Er zijn geen slechte docenten’ De onderwijsdirecteuren en decanen zijn net als de OLC’s overwegend positief over het beoordelingsproces. Zij wijzen op het aanpassen van cursussen en de inzet van vakdidactici om de docenten tot betere prestaties te brengen. Een enkeling plaatst wel kritische kanttekeningen bij het proces. ‘De terugkoppeling van de resultaten naar de studenten toe moet wat mij betreft beter,’ aldus Daniël Wigboldus, directeur Onderwijsinstituut Psychologie en Kunstmatige Intelligentie. Zelfs bij jarenlange dramatische beoordelingen door studenten hoeven opleidingsbesturen niet tot ontslag over te gaan. Dit komt doordat er meerdere indicatoren zijn voor de kwaliteit van een universitair docent of hoogleraar, zoals zijn wetenschappelijke bijdragen. Deze indicatoren kunnen in de jaarlijkse gesprekken tussen leidinggevenden en docenten naar voren komen, waarbij het denkbaar is dat serieuze maatregelen genomen worden. ‘Mijn ervaring is echter dat er vrijwel geen echt slechte docenten zijn. De kunst is om de juiste persoon op de juiste plek in het onderwijsprogramma te krijgen,’ aldus Wigboldus.

Ondanks de tevredenheid bij zowel OLC’s als opleidingsbesturen klaagt menig student nog steeds over slechte docenten. Jaar na jaar worden enquêtes negatief ingevuld, maar verbetering lijkt uit te blijven. Natuurlijk kunnen studenten niet zeker weten of hun kritiek wordt gedeeld door medestudenten. Hoewel opleidingsbesturen claimen dat docenten door de evaluaties verbeteren, blijft dit voor de studenten vaak onopgemerkt. Door de gebrekkige transparantie hebben zij bovendien het gevoel dat hun mening niet serieus wordt genomen. Daarom is het van essentieel belang dat studenten inzage krijgen in de docentevaluaties, zoals ook Wigboldus bepleit. Daarnaast verloopt het proces van evaluatie misschien te veel op basis van vertrouwen in de verbeteringen die de docent zelf aandraagt. Slechts in extreme gevallen worden bijspijkercursussen verplicht gesteld. Wellicht doen OLC’s er goed aan om te pleiten voor beoordeling van docenten onderling. Wanneer ze bijvoorbeeld zelf in de collegezaal zouden plaatsnemen, worden docenten soms geconfronteerd met zwakke collega’s. Op die manier kunnen onderling tips worden uitgewisseld en kunnen docenten ook kritischer naar hun eigen colleges kijken. Dat kan de kwaliteit slechts ten goede komen.

Klik hier voor alle artikelen van de ANS uit mei 2011.

Add a comment
Martini

De drooglegging

Dat de RU zuipen niet wenst te promoten was al duidelijk. Nu lijkt zij echter door te slaan met een universiteitsbreed alcoholverbod. ‘Dit is de zoveelste maatregel waarmee het CvB studeren van haar pleziertjes ontdoet.’

Tekst: Pieter Hengst en Henk Strikkers

Het spel is uit voor de studentikoze student. Lang studeren is niet langer te betalen, bij vrijwel elke studie zijn er vakken met aanwezigheidsplicht en nu wordt zelfs het meest kenmerkende van de student afgenomen: het bier. Het College van Bestuur (CvB) bezint zich op een drooglegging van de campus. De dreigende langstudeerdersboete zou een dergelijke draconische maatregel noodzakelijk maken. Er zou op universiteitsterrein geen alcohol meer mogen worden geschonken, zelfs niet in faculteitskroegen en kantoren van studentenorganisaties. Ook de tap in het Cultuurcafé moet eraan geloven. Zijn studenten voortaan veroordeeld tot maltbier en Fristi? Woordvoerder Willem Hooglucht verdedigt de stelling van het CvB: ‘We doen dit om de student te helpen serieuzer te studeren.’

De voortrekkersrol Het verbannen van alcohol van de campus komt niet uit de lucht vallen. Na de aankondiging van de langstudeerdersboete heeft het CvB meerdere proefballonnetjes opgelaten. Onder andere versobering van de vergoeding van studentbestuurders en het afkeuren van de harde knip passeerden al de revue. ‘We willen een omgeving scheppen waarin studenten serieus kunnen studeren en niet worden geconfronteerd met gigantische boetes’, aldus woordvoerder Hooglucht. Die redenering stond uiteindelijk aan de basis van de te nemen maatregel. Men baseert de drooglegging onder andere op een onderzoek van de Islamic University of Minnesota (IUMN). Daaruit bleek dat alcoholgebruik een negatief effect heeft op het studiegedrag. Mannelijke studenten die meer dan twee glazen alcohol per week drinken presteren significant slechter dan geheelonthoudende studenten. Bij vrouwen is dit bij anderhalf glas in de week al het geval. Hooglucht: ‘Die cijfers spreken voor zich. Het IUMN-onderzoek is degelijk en op basis daarvan hebben wij een zeer vooruitstrevend beleid opgesteld.’ Dat er sprake is van een trendbreuk wil Hooglucht best toegeven, maar dit is volgens hem niet per definitie slecht. ‘Tradities zijn er om te breken, zeker wanneer dat op basis van betrouwbaar onderzoek gebeurt. Binnen enkele jaren zullen andere universiteiten ons ongetwijfeld volgen. Dit beleid is gewoon heel erg goed.’

Substituut-tripels De Refterdienst is niet onverdeeld positief over de ingeslagen weg. Als uitbater van zowel het Gerecht, het Cultuurcafé, het Sportcafé en de Refter staat hen een grote financiële strop te wachten. Gustaaf Cirkel, directeur van de Refterdienst, begrijpt de beslissing van het CvB, maar vreest voor de gevolgen. ‘In het Cultuurcafé en het Sportcafé vormt alcohol het grootste deel van onze omzet. In één klap verdampt dat.’ Maltbier en andere alcoholvervangers moeten de winstdalingen gaan opvangen. Cirkel heeft hoge verwachtingen van het alcoholvrije gerstenat: ‘We hebben al bij enkele grote brouwers geïnformeerd naar verschillende maltbieren. Op dit moment zijn we bezig de beste substituut-tripels te selecteren.’ In de Refter verwacht Cirkel minder problemen, aangezien het alcoholverbruik daar vrijwel minimaal is. Toch zullen ook Refterbezoekers de gevolgen van de drooglegging merken. ‘Wij moeten sinds dit collegejaar onszelf bedruipen. Wanneer na een half jaar blijkt dat maltbieren minder omzet genereren dan hun alcoholhoudende varianten, zal worden overwogen de prijzen van de Reftermaaltijden te verhogen.’

Een grote farce De voorzitter van studentenvakbond AKKU is ziedend wanneer hij wordt geconfronteerd met deze plannen. Willem de Kleijne: ‘Dit is de zoveelste maatregel waarmee het College van Bestuur het studeren van haar pleziertjes ontdoet. Waar eindigt dit? Wordt er straks ook alleen nog maar klassieke muziek gedraaid op de campus?’ De Kleijne verwijt het CvB vooral dat zij de eigen verantwoordelijkheid van studenten op grove wijze onderschat. Zij kunnen prima zelf bepalen hoeveel alcohol gezond voor hen is. ‘Na een zware dag vind ik het heerlijk om een biertje te drinken in het Cultuurcafé en ik weet zeker dat ik niet de enige ben.’ De AKKU-voorzitter verwacht dat dit beleid geen structurele veranderingen tot gevolg zal hebben. Het probleem wordt volgens hem alleen maar verplaatst: ‘Veel studentenorganisaties halen nu al bier bij de ALDI in Brakkenstein. Ik verwacht dat veel studenten dat voorbeeld zullen volgen.’ Het IUMN-onderzoek waar het College van Bestuur naar verwijst is volgens De Kleijne een farce. ‘Als ik de Theologische Universiteit Kampen onderzoek laat doen naar de positieve gevolgen van bidden voor studieresultaten, kan ik ook wel raden wat de uitkomst zal zijn.’ Volgens De Kleijne is het CvB elk gevoel van de werkelijkheid verloren. Hij verwacht dan ook dat hij veel studenten op de been kan krijgen voor een actie tegen dit ‘volslagen idiote voorstel’.

Paternalisme en betutteling Het is zeer onwaarschijnlijk te denken dat deze plannen effectief zullen zijn. Studenten zullen andere manieren vinden om hun alcoholbehoefte te vervullen. Dat het CvB hier blind voor is, zegt voldoende over zijn standvastigheid. Alhoewel elke nieuwe maatregel om sneller studeren te stimuleren op haar merites beoordeeld moet worden, lijkt hiermee de verschoolsing door te slaan. De student kan blijkbaar niet langer zelf bepalen wat goed voor hem of haar is. Het College van Bestuur kiest duidelijk voor paternalisme en betutteling en dat is een zeer kwalijke trend. Een trend die zo snel mogelijk een halt moet worden toegeroepen. Zo niet, dan zal de academische wereld al snel haar nog bestaande vrijheden verliezen en degraderen tot het niveau van een crèche voor jongvolwassenen. Dat moet ten koste van alles worden voorkomen.

Klik hier voor de pdf-versie van de ANS uit april 2011.

Add a comment
Martini

Vol is vol

De groei van de studentenaantallen op universiteiten begint het hoger onderwijs zichtbaar parten te spelen. Vanuit verschillende hoeken klinkt onvrede en ondertussen bezuinigt de regering gewoon door. Is de kwaliteit van het onderwijs in het geding? ‘De oplossingen die worden aandragen zijn eerder tijdelijk dan structureel.’

Tekst: Susanne Geuze en Jozien Wijkhuijs

De groei van de studentenaantallen op universiteiten begint het hoger onderwijs zichtbaar parten te spelen. Vanuit verschillende hoeken klinkt onvrede en ondertussen bezuinigt de regering gewoon door. Is de kwaliteit van het onderwijs in het geding? ‘De oplossingen die worden aandragen zijn eerder tijdelijk dan structureel.’ Het aantal studenten in Nederland neemt al jaren toe. Volgens de Vereniging van Universiteiten (VSNU) nam het aantal eerstejaars dit collegejaar met 12 procent toe ten opzichte van 2009. De jaarlijkse publicatie Kennis in Kaart van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap laat zien dat deze trend zich in de komende jaren voort zal zetten. Volgde in 1950 nog maar 5 procent van de 18- tot 25-jarigen hoger onderwijs, in 2008 is dit gestegen tot 38 procent. De overheid heeft zich ten doel gesteld dat het aantal studenten in het hoger onderwijs verder groeit in de richting van 50 procent. Ook volgens prognoses van de VSNU zal het aantal ingeschreven studenten nog verder toenemen. Ondertussen dalen de investeringen en wordt er volgend jaar 370 miljoen bezuinigd, de ene helft op studenten en de andere helft op universiteiten. Het lijkt er op dat de regering voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten, zonder de consequenties te overzien. Hoe groot is het probleem van ‘overbevolking’? En brengt de sterk groeiende studentenpopulatie de kwaliteit van het hoger onderwijs in gevaar?

Symptoombestrijding ‘Het probleem is groot en bestaat al jaren,’ zegt Sander Breur (26), voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond (LSVb). Hij krijgt vanuit het hele land klachten over capaciteitsproblemen. ‘Aan de ene kant algemene klachten over te volle collegezalen, te weinig college-uren en te drukke studieruimtes. Daarnaast zijn er ook specifieke klachten, bijvoorbeeld over ongewone roostering. We hebben wel eens gehoord dat studenten werden ingeroosterd in een liftkoker.’ Dat zijn duidelijke symptomen van overbevolking. Volgens Breur verschillen de problemen niet per universiteit, maar per opleiding. Massale studies als Rechten en Psychologie hebben meer moeilijkheden dan andere. Over de maatregelen die worden genomen om de drukte te beperken is hij niet te spreken. ‘De oplossingen die universiteiten aandragen zijn meer tijdelijk dan structureel. Veel faculteiten geven videocolleges of roosteren minder college-uren in om capaciteitsproblemen op te lossen.’ De LSVb kijkt met argusogen naar het gebruik van videocolleges, die op universiteiten steeds normaler worden. Contact met de docent is volgens de vakbond essentieel voor kwalitatief hoogstaand onderwijs.

Taskforce Ook de RU gaat gebukt onder het juk van toenemende studentenaantallen. De Refter barst zodanig uit haar voegen dat er in de pauzes niet meer gestudeerd mag worden. Tijdens tentamenweken is het in de computerruimtes en in de bibliotheek vechten om een plekje. Aan het begin van het jaar puilen bij veel studies de collegezalen uit. Tamara van Lith (23), lid van de AKKUraatd-fractie in de Universitaire Studentenraad (USR), herkent het probleem van overbevolking. ‘Vooral groepswerkplekken zijn schaars. De Learning Zone, de nieuwe studieruimte in de UB, wordt gebruikt als stiltewerkplek, terwijl dat eigenlijk als groepsruimte was bedoeld.’ De USR probeert met alternatieven te komen om deze problemen op te lossen. Zo is er dit jaar voor het eerst een Taskforce Videocolleges actief. Die heeft twee doelstellingen: enerzijds voorkomen dat deze vorm van onderwijs gemeengoed wordt, anderzijds de toegevoegde waarde van videocolleges benutten door deze online te zetten. Van Lith: ‘We vinden het belangrijk dat studenten college krijgen van een docent, en niet van een videoscherm.’

Stabiele zeven Sinds het collegejaar 2005-2006 is het aantal studenten aan de Radboud Universiteit met ruim 5 procent gestegen; dat zijn ongeveer duizend extra studenten. Dit heeft invloed op de bevolkingsdichtheid van de universiteit. De meest explosieve toename maakte de RU mee in de periode 2002-2004. Toen groeiden de studentenaantallen van 14.000 naar 17.000 en kelderde de tevredenheid van studenten, zo bleek uit enquêtes van het IOWO, adviesbureau voor hoger onderwijs en verbonden aan de RU. Volgens Willem Hooglugt, voorlichter van het College van Bestuur (CvB), is op het gebied van tevredenheid veel verbeterd: ‘Je kunt constateren dat de universiteit moeite had met het aanpassen aan de groei en de eisen van studenten. In 2004 is veel geïnvesteerd in studielandschappen en collegezalen. Sinds 2005 ligt het oordeel van studenten over de RU op een stabiele zeven.’ Hooglugt stelt dat het IOWO heeft vastgesteld dat onze universiteit nu volledig beantwoordt aan de verzoeken van studenten. ‘Er zijn studiewerkplekken bijgekomen en we bouwen een nieuwe Rechtenfaculteit.’ Rechten is één van de grotere faculteiten en is dus genoodzaakt tot massaler onderwijs. Volgens professor Paul Bovend’Eert, decaan van de Rechtenfaculteit, is het nieuwe gebouw dan ook hard nodig om problemen te ondervangen. ‘Vanaf 2001 was er een zeer sterke groei en daarom is het personeelsbestand uitgebreid. Onze huidige voorzieningen schieten daardoor tekort. Inmiddels is de groei van onze faculteit stabiel met een aantal van vijfhonderd nieuwe studenten per jaar.’ Het nieuwe gebouw zal tegemoet komen aan de wensen van medewerkers en studenten van de faculteit, die door gebrek aan een eigen ruimte vaak van hot naar her over de campus moeten rennen.

Het probleem van overbevolking is in Nijmegen nog relatief beperkt vergeleken met andere universiteiten. Toch merken studenten ook hier de gevolgen van de drukte. De op handen zijnde bezuinigingen van dit kabinet zullen de moeilijkheden verder vergroten. Ondanks de positieve geluiden vanuit het CvB is het probleem van ‘overbevolking’ verre van opgelost. De RU kan meer doen om de studentencapaciteit te vergroten. De kwaliteit van het onderwijs lijdt nu onder de volle collegezalen en de beperkte ruimte voor zelfstudie. Er is weinig ruimte voor interactie met docenten en persoonlijke begeleiding. Investeringen in de onderwijskwaliteit zijn cruciaal als het CvB wil blijven pronken met zijn ‘stabiele zeven’.

Klik hier voor alle artikelen van de ANS van februari 2011.

Add a comment
Martini