ANSadvo 570x135

Ingezonden brief verbouwing MMS

[Ingezonden] Tentamenstress zonder MMS

Sander Nederveen, vierdejaars student Amerikanistiek, doet zijn beklag over het feit dat het MultiMedia Studiecentrum (MMS) van de Faculteit der Letteren wordt verbouwd precies wanneer letterenstudenten tentamens hebben. 'Enkele tientallen computerplaatsen en samenwerkplekken zijn schaamteloos geëlimineerd in de drukste week van het semester.'

De eerste tentamenweek aan de RU is weer goed en wel aangebroken. Althans, voor de letterenfaculteit in ieder geval. Na ruim drie jaar aan de Radboud te hebben gestudeerd, dacht ik dat ik alles toch wel gezien had: de muziek in de Refter staat nog steeds te hard, de computerschermen in vide zijn nog altijd psychedelisch wazig en inmiddels ben ik toch ook wel aan die Spar gewend. En dan toch is het de RU gelukt om mij te verbazen. De discutabele eer gaat naar degene die het heeft bedacht om het MMS tijdens de tentamens te sluiten. Je hoeft geen raketgeleerde te zijn om te snappen dat dat echt geen goed idee is.

In de eerste plaats is het zo dat de luidruchtige geschiedenisstudenten zich nu niet meer slechts in het MMS profileren, maar ook in de rest van het Erasmusgebouw te vinden zijn. Daar moet ik me overheen kunnen zetten, zij zijn immers ook maar slachtoffer van de gehele situatie. Erger is dat er enkele tientallen computerplaatsen en samenwerkplekken schaamteloos geëlimineerd zijn in de drukste week van het semester, en dat de vervanging daarvoor nauwelijks gepast te noemen is. Het is me dan ook een raadsel waarom ze niet hebben besloten de week na de tentamens het MMS te sluiten. Logischerwijs is dat de rustigste week van het semester. Maar nee, dat kon natuurlijk niet.

Wat me nog het meest raakt, is het feit dat de Radboud Universiteit toch duidelijk kleur bekent als het gaat om letterenstudies. Nu worden ze al weggezet – wellicht niet geheel onterecht – als pretstudies waarvoor niets gedaan hoeft te worden. Blijkbaar is dat ook precies hoe het universiteitsbestuur over ons dacht: letterenstudenten hoeven vast niet te leren tijdens hun tentamenweken, dus precies dan kan het MMS wel dicht. Nu mag men letterenstudies pretstudies vinden, op deze manier is voor ons de lol er wel vanaf.

Bedankt hoor, Radboud Universiteit!

Add a comment
Redactie
Ingezonden brief benoeming Pieter Duisenberg

[Ingezonden] Duisenberg mijdt dialoog academische gemeenschap

Vandaag brengt Pieter Duisenberg, voorzitter van de Vereniging van Universiteiten (VSNU), een bezoek aan de Radboud Universiteit. De benoeming van Duisenberg als voorzitter leidde tot veel ophef vanwege zijn verleden als VVD-kamerlid. Studenten zijn onder andere bezorgd over zijn opvattingen omtrent de financiering van onderwijs en onderzoek. Carmen Quint, voorzitter van Studentenvakbond AKKU, roept de VSNU op tot een dialoog om deze zorgen van studenten weg te nemen. 

'De benoeming van Pieter Duisenberg tot voorzitter van de VSNU per 1 oktober 2017 is niet onopgemerkt gebleven.' In deze zin - afkomstig uit een persbericht van de VSNU - wordt de ontstane commotie nog zacht uitgedrukt. Een petitie tegen de benoeming werd bijna 5000 keer ondertekend, studenten maanden hun collegevoorzitters om uit de VSNU te stappen, en ook hier op de Radboud Universiteit stelde de gehele universitaire medezeggenschap vragen bij de keuze om met deze benoeming akkoord te gaan. Niet gek, stelt Carmen Quint, voorzitter van studentenvakbond AKKU: 'De ideeën die Duisenberg in de VVD-fractie vertolkte komen op veel punten niet overeen met de visie van de Radboud Universiteit.'

In gesprek
Sindsdien probeert de VSNU ieder gesprek met studenten en academici te ontlopen. Op opiniestukken, brieven en tweets die naar aanleiding van de benoeming werden verstuurd, werd niet gereageerd. Ook een verzoek van ReThink UvA om met de VSNU in debat te treden over de benoeming van Duisenberg en de toekomst van de universiteiten werd genegeerd. Pas toen bleek dat de stroom van kritiek niet zomaar stopte, kwam de VSNU met een zoethoudertje: Duisenberg zou alle universiteiten bezoeken om de academische gemeenschap 'beter te leren kennen'.

Open Vizier
Op basis van die boodschap zou je denken dat Duisenberg op een openbare bijeenkomst met studenten in gesprek zou gaan. Niets is minder waar. Het bezoek vindt vandaag achter de gesloten deuren van het bestuursgebouw plaats. Voor de vorm mogen slechts vier studenten 2 tot 3 minuten een onderwerp inleiden. 'Deze gebeurtenis is typerend voor de hele situatie: iedere mogelijkheid voor debat wordt vermeden. Dat is vreemd, omdat de VSNU er is om ons te vertegenwoordigen,' zegt Stijn van Uffelen, van studentenpartij AKKUraatd.

Regeerakkoord
In het nieuwe regeerakkoord staat ondertussen een scala aan plannen die Duisenberg niet vreemd in de oren klinken. Het ministerie gaat straks ingrijpen bij opleidingen die zich niet ondergeschikt maken aan de wensen van de arbeidsmarkt, de eerder uitgelekte verlaging van het collegegeld wordt betaald door de minst draagkrachtige studenten, en de financiering van zowel onderwijs als onderzoek gaat op de schop, met meer aandacht voor technische opleidingen. Met name wat betreft dat laatste punt is het opmerkelijk dat de VSNU tot op de dag van vandaag geen weerstand biedt. Sven Meeder, lid van de Ondernemingsraad namens Algemeen Universitair Belang: 'Deze plannen zijn zeker niet in het belang van alle universiteiten, dus je zou wel een reactie van de VSNU verwachten.'

Open het gesprek
Alles wijst er op dat er niks gaat gebeuren met de golf van bezwaren uit de academische gemeenschap. Stilzwijgend gaat Duisenberg in de VSNU akkoord met Duisenberg die namens de VVD het rendementsdenken heeft uitgewerkt in concrete beleidsmaatregelen. 'Wij zijn bereid om over onze vooroordelen heen te stappen en met de VSNU in debat te gaan. We hopen dat de VSNU daar ook voor open staat, want door gesprekken uit de weg te gaan wordt de kloof tussen de universiteiten en Den Haag enkel groter.'

Add a comment
Redactie
Ingezonden brief introductiefestival

[Ingezonden] De Radboud Introductie wordt onderdeel van het festivalseizoen

Tessa van Erp en Iris Pieneman reageren namens AKKUraatd op het nieuws dat de introductieweekenden vervangen zullen worden door een festival. Ze zijn blij met deze ontwikkeling en doen enkele suggesties voor de precieze invulling van dit nieuwe concept.

Vanaf het komende academische jaar zal het programma van de Radboud Introductie een grote verandering ondergaan; de introductieweekenden zullen plaatsmaken voor een introfestival. AKKUraatd ontvangt al meerdere jaren gemengde signalen over de introductieweekenden en vindt het tijd voor verandering. ‘Wij zijn enthousiast over deze nieuwe invulling van de Radboud Introductie. Een introfestival biedt meer mogelijkheden voor zowel de deelnemende studenten als de betrokken studentenorganisaties’, aldus Tessa van Erp, lid van de XXIe Universitaire Studentenraad (USR) namens AKKUraatd en lid van de Werkgroep Introductie.

Op het introfestival is ruimte voor studentenorganisaties om zich te presenteren aan de nieuwe studenten. Of het nu gaat om sportverenigingen, levensbeschouwelijke verenigingen of studentengezelligheidsverenigingen, in het nieuwe concept kunnen alle studentenorganisaties een (ludieke) inzending sturen voor een plek in het programma. Hierdoor krijgen nieuwe studenten meer kans om te ontdekken welke stichtingen, verenigingen en organisaties het beste bij hen passen. Zo kunnen introlopers op eigen houtje langsgaan bij een vereniging van hun keuze en zijn ze niet veroordeeld tot enkel de voorkeuren van hun mentoren en/of introgroepje. Wij vinden het belangrijk dat iedere student de mogelijkheid krijgt om zich op verschillende vlakken te ontwikkelen en daarom zetten wij met AKKUraatd in op een divers introfestival. Hierbij onderstrepen wij wél het belang van introductiegroepen. Het is namelijk zeer belangrijk om een groep te hebben om vooral in het begin van je studie op terug te vallen.

Een programmaraad, o.a. bestaande uit de koepelverenigingen (B.O.S., CHECK, CSN, ISON, NSSR en SOFv), gaat ervoor zorgen dat het programma van het introfestival divers zal worden. Samen vertegenwoordigen zij het merendeel van de Nijmeegse verenigingen en daarmee tevens een grote groep studenten. Daarnaast is er voor studentenorganisaties die niet onder een koepel vallen de mogelijkheid om open te solliciteren voor een plek in de programmaraad. Iris Pieneman, fractielid AKKUraatd: ‘In dit nieuwe systeem geven we alle studentenorganisaties de mogelijkheid om mee te denken en een invulling te geven aan het programma van het introfestival.’

Een belangrijk speerpunt van AKKUraatd dat nauw verbonden moet worden met de introductie is internationalisering. In de huidige plannen zijn uitwisselingsstudenten en internationale (pre)masterstudenten niet welkom op het introfestival. Internationale bachelorstudenten, die voorheen ook al naar de introductieweekenden gingen, zijn wel welkom op het introfestival. Waarom wordt hier met twee maten gemeten? AKKUraatd zet zich in om het introfestival ook toegankelijk te maken voor ‘internationals’. Wij streven ernaar om het programma ook voor hen zo interessant mogelijk te maken. Ook zij moeten de kans krijgen om kennis te maken met de studentenorganisaties van hun voorkeur. En belangrijker, om hun medestudenten beter te leren kennen en voet aan de grond te krijgen in Nijmegen.

Eén zaak staat vast: het introfestival komt er. Aangezien het concept van het introfestival nog verder moet worden uitgewerkt hebben we veel ruimte om als AKKUraatd mee te denken en het geluid van de studenten te laten horen. Enkele zaken die ons aan het hart liggen, zoals diversiteit, inclusiviteit internationalisering en duurzaamheid worden al wel aangestipt in de nieuwe plannen, maar hebben nog een betere uitwerking nodig. AKKUraatd gaat samen met de RU in gesprek om de beste combinatie te ontdekken. De introductie behoort in het teken te staan van het ontmoeten van je medestudenten en verkennen van jouw interesses in het studentenleven. De komende periode gaan we als AKKUraatd er daarom op toezien dat het introfestival een zo goed mogelijke invulling gaat krijgen en is ons doel bereikt als iedere student met een fijn gevoel terugkijkt op de introductieweek.

Add a comment
Redactie
Ingezonden brief Studentenvakbond AKKU

[Ingezonden] Geld van alle studenten ook voor alle studenten

Berend Titulaer, Vicevoorzitter van Studentenvakbond AKKU, is voor een eerlijkere verdeling van het vrijkomende geld van het studievoorschot. De toezeggingen over inspraak die het College van Bestuur vervolgens heeft gedaan tegenover de Universitaire Studentenraad zijn volgens hem een rookgordijn. 'De toezeggingen die zijn gedaan, zijn namelijk al rechten voor de medezeggenschap.'

Aankomende maandag 3 juli liggen de hoofdlijnen van de begroting ter instemming voor aan de Universitaire Gezamenlijke Vergadering (UGV). Een bijzondere begroting, dit zal namelijk de eerste keer zijn dat er geld van het leenstelsel vrijkomt om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Het college van bestuur (CvB) van de Radboud Universiteit slaat echter elk advies over juist de oorsprong van dit geld, de studenten, in de wind. Studentenvakbond AKKU roept daarom de Nijmeegse universitaire medezeggenschap op om de begroting te verwerpen. Zorg dat het geld terecht komt waar het hoort: in de collegezalen en bij de werkgroepen, in plaats van het prestige honourstraject van het CvB.

Na het invoeren van het leenstelsel, heeft minister Bussemaker van onderwijs gezegd dat het geld dat vrijkomt naar onderwijskwaliteit zou moeten gaan. 2018 is het eerste jaar dat dit geld daadwerkelijk vrij komt. De invoering van het leenstelsel raakt elke student. Dat iedere student moet profiteren van het vrijgekomen geld, moet dan ook voorop staan. De minister heeft, in samenspraak met studenten en onderwijsinstellingen, gezegd hoe dit geld het beste verdeeld kan worden: grotendeels naar kleinschaliger en intensiever onderwijs. Dat betekent concreet dat er geïnvesteerd moet worden in docenten en meer contacturen voor verdieping en discussie.

In december zijn de hoofdlijnen van de begroting voor het eerst gepresenteerd. Er is vanuit de USR een helder advies gegeven over dit voorstel richting het CvB: Elke student moet de kwaliteitsverbetering merken, elke student betaalt hier namelijk ook voor. Het voorstel van het CvB waarin het meeste geld gaat naar een kleine groep excellente studenten werd meteen van tafel geveegd. In het nieuwe voorstel van het CvB zijn deze eisen van de USR echter niet terug te vinden. Het meeste geld blijft, tegen eerdere afspraken in, naar een zeer selectieve groep studenten gaan.

Uiteindelijk heeft het CvB toezeggingen gedaan. Zo mag de volgende USR vanaf september 2017 meepraten over de begroting van 2019 en het geld dat eventueel overblijft van de Radboud Honours Academy gaat alsnog naar onderwijskwaliteit. Met deze toezeggingen probeert het CvB met een wassen neus een gammele procedure weg te poetsen. De toezeggingen die zijn gedaan, zijn namelijk al rechten voor de medezeggenschap. De medezeggenschap heeft inspraak op de hoofdlijnen van de begroting en studenten mogen bepalen wat als onderwijskwaliteit gedefinieerd wordt en dus hoe het vrijgekomen geld besteed moet worden.

Er is nog maar één optie: niet instemmen met de begroting zoals deze nu voor ligt. Vervolgens moet het college van bestuur opnieuw met de studentenraad in gesprek. Het is nu tijd om de rechten die er voor studenten bij zijn gekomen in ruil voor het leenstelsel te benutten om zo te garanderen dat elke student het betere onderwijs krijgt waar hij of zij voor betaalt. Om dit kracht bij te zetten nodigt AKKU maandag elke betrokken student uit bij de vergadering waar wordt gestemd over de begroting. Laat zien dat ook jij staat voor de kwaliteit van onderwijs en kom op maandag om 13:30 naar de Senaatszaal in de Aula.

Add a comment
Redactie
Beter ondernemingsklimaat

[Ingezonden] Pleidooi voor beter ondernemen

Bob Smits, fractievoorzitter van asap, en Lisa Venhoeven, voorzitter van Start Up Mix, vinden dat de ondernemende student aan de RU te weinig ruimte krijgt om zichzelf te ontplooien. Daar moet volgens hen verandering in komen. 'We vinden het schrijnend om te zien dat andere universiteiten wel voldoende mogelijkheden bieden aan de studenten met een ondernemerswens.'

De afgelopen dagen hebben de andere studentenpartijen een pleidooi voor de vrijheid geschreven. Dergelijke abstracte discussies rondom vrijheden voor studenten zijn interessant, maar op dit moment wil asap de focus leggen op het oplossen van concrete problemen van studenten. Een voorbeeld van zo’n concreet probleem is de slechte ondersteuning van ondernemende studenten. Om een discussie op gang te brengen op de Radboud Universiteit, schrijven asap en Start Up Mix een pleidooi voor beter ondernemen.

De vrijheid van de ondernemende student op de RU is beperkt, omdat de RU achterloopt op andere universiteiten in Nederland wat betreft fysieke faciliteiten. Op dit moment kun je zalen huren bij de RU en worden er trainingen en workshops gegeven aan enkel kennisintensieve bedrijven, maar zijn er geen specifieke plekken ingericht voor beginnende ondernemende studenten in andere branches. Verder bieden de ongeschikte locaties niet de mogelijkheid tot het ontwikkelen van een ondernemersklimaat waar ondernemers elkaar kunnen helpen. Dit is een punt waar behoefte aan is, zoals regelmatig wordt aangegeven door de ondernemende studenten bij Start Up Mix. Op andere universiteiten in Nederland gaat dit anders. Aan de universiteiten van Groningen, Eindhoven en Tilburg is er ook ruimte gemaakt voor kantoorzalen, lab-ruimte en is er sprake van een gezamenlijke receptie waar de gasten van de ondernemers ontvangen kunnen worden. Het valt op dat de RU hierin tekort schiet.

Een tweede argument is dat de mogelijkheid tot begeleiding van studenten bij het starten van een onderneming in combinatie met de studie, ondermaats is. Het is belangrijk om ondernemende studenten te begeleiden met de combinatie tussen het studeren en het ondernemen. Dit om uitloop of voortijdig stoppen tegen te gaan. De RU faciliteert nu enkel in het geven van advies op bijvoorbeeld juridisch gebied en over het ondernemersplan. De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) is hier bijvoorbeeld veel verder in. De RUG wil het opstarten en runnen van een onderneming naast het volgen van een studie stimuleren. Dit doen ze door aandacht te geven aan ondernemerschap binnen opleidingen en door begeleiding aan te bieden vanuit het UGCE (University of Groningen Centre of Entrepreneurship). Topondernemers kunnen bovendien een verklaring aanvragen, waarmee ze vrijstelling/versoepeling van de aanwezigheidsplicht krijgen, een extra tentamenkans mogen maken en deadlines versoepeld worden. Het zou een vooruitgang zijn als de RU in de toekomst bovengenoemde hulp kan aanbieden ter begeleiding van ondernemende studenten.

Tot slot is de informatievoorziening op de RU over ondernemende studenten onvoldoende. Op de site van de universiteit wordt er slechts met één alinea gerept over de mogelijkheden voor ondernemende studenten, maar daarbij wordt er verder geen informatie gegeven over waar de studenten moeten zijn om aanspraak te kunnen maken op de faciliteiten (als deze al aanwezig zijn). De universiteit van Tilburg is hier bijvoorbeeld veel verder in. Zodra je op de site van de Tilburgse universiteit komt, is er al meteen een duidelijke link naar een pagina met alle informatie, zoals mailadres en telefoonnummer, die een startende ondernemende student nodig heeft. De RU zou hieraan een voorbeeld moeten nemen.

Al met al vinden asap en Start Up Mix het schrijnend om te zien dat andere universiteiten wel voldoende mogelijkheden bieden aan de studenten met een ondernemerswens. Asap en Start Up Mix pleiten daarom voor meer mogelijkheden om gebruik te maken van fysieke faciliteiten zoals vergaderzalen, betere faciliteiten voor ondernemende studenten als het gaat om de begeleiding zodat studeren en ondernemen beter gecombineerd kan worden en een betere informatievoorziening vanuit de Radboud Universiteit. Het wordt tijd dat de RU ook gaat ondernemen, maar dan actie.

Getekend,
Bob Smits, fractievoorzitter asap
Lisa Venhoeven, voorzitter Start Up Mix

Add a comment
Redactie
Verschil tussen positieve en negatieve vrijheid

[Ingezonden] Een pleidooi voor de vrijheid part II

Dinja de Vries, fractievoorzitter van AKKUraatd, en Simon de Vette, commissaris Interne Betrekkingen van studentenvakbond AKKU, reageren op de pleidooi voor de vrijheid van Joppe Hamelijnck en Timo Bakrin. Volgens hen is er een duidelijk onderscheid tussen positieve en negatieve vrijheid en deze worden door Hamelijnck en Bakrin door elkaar gehaald. 

Joppe Hamelijnck en Timo Bakrin schreven vorige week een brief. Hierin zeiden ze dat ze het betreurenswaardig vinden dat zij op de universiteit geen bier voor half 4, vlees en sigaretten in kunnen slaan. Zij zien hierin een houding van de RU die zich doortrekt tot in vrijheidsbeperkingen in het onderwijs, zoals aanwezigheidsplicht. Wij van AKKU lazen de brief van deze heren en konden ons toch niet helemaal vinden in hun sentiment. Hoewel wij, van AKKU, helemaal voor vrijheid in het onderwijs zijn, geloven we dat er geen duidelijk verband zit tussen de beperkingen in vrijheid qua luxeproducten en qua onderwijs. Wij zijn ook voor afschaffing van de aanwezigheidsplicht en andere rendementsmaatregelen, maar begrijpen de positie van de Refter wel.

Wanneer een organisatie, zoals De Vrije Student en het B.O.S., zegt vóór vrijheid te zijn, dan is daarmee nog niet alles gezegd. Vrijheid is, op z’n breedst, in te delen in twee vormen: positieve vrijheid en negatieve vrijheid. Negatieve vrijheid is, volgens Isaiah Berlin vrijheid van dwang van andere mensen. Dit is de vrijheid om bijvoorbeeld te mogen zeggen wat je wilt, zonder dat er een overheid is die zegt: “Je mag dit niet zeggen, want dat past niet in ons straatje.” Positieve vrijheid, aan de andere kant, is vrijheid die juist gemaakt is door tussenkomst van andere mensen. Dit is de vrijheid om te studeren, zelfs wanneer je niet genoeg geld hebt. Dit kan haaks staan op andermans negatieve vrijheid, aangezien er wel belastingen geïnd moeten worden om dit mogelijk te maken. Het afnemen van de negatieve vrijheid is dus niet gelijk aan een negatieve ontwikkeling. Op deze manier is het namelijk mogelijk grootschalige projecten, die voor de lange termijn belangrijk zijn, op te bouwen en te onderhouden. Denk hierbij aan snelwegen, ziekenhuizen, rechtsbanken of onderwijsinstellingen. Deze zorgen uiteindelijk voor een forse toename van de positieve vrijheid van de gemiddelde burger.

Er moet dus altijd een balans zijn. Zowel qua positieve als negatieve vrijheid is het goed om verder te kijken dan je eigen neus lang is. Het invoeren van Meat Free Monday is daar bij uitstek een simpel voorbeeld van: het ontneemt de Nijmeegse student één dag in de week de mogelijkheid om vlees te eten in de Refter, maar zorgt voor positieve vrijheid in het grotere geheel. Als Meat Free Monday over iets anders dan vlees zou gaan, zou er waarschijnlijk geen haan naar kraaien. De Refter, onder beheer van het Facilitair Bedrijf, dat vrijwel onafhankelijk is van de RU, heeft echter de vrijheid om het menu naar eigen wens in te delen.

De keuze voor Meat Free Monday is niet vanuit een morele overtuiging opgezet, maar vanuit een duurzaamheidsnoodzaak. De productie van vlees is enorm belastend voor het milieu en kost honderden, zo niet duizenden, malen zoveel water als de productie van plantaardige producten. Zo dragen wij, als studenten en docenten, ons steentje bij aan de gezonde overdracht van de aarde aan volgende generaties. Het benoemen van Meat Free Monday als ontnemen van vrijheid is daarmee de ultieme paradox. De Vrije Student denkt namelijk enkel aan zijn eigen vrijheid en niet aan die van het Facilitair Bedrijf of de positieve vrijheid van volgende generaties.

Eenzelfde paradox is ook te zien bij het standpunt van De Vrije Student en het B.O.S. omtrent tabakswaar en alcohol voor half vier. Zo is de keuze om geen tabak of bier niet voor half vier te verkopen een keuze waarin het Facilitair Bedrijf een maatschappelijke keuze maakt, om (niet-rokende) studenten het moeilijker te maken om geen tabak op de campus kopen. Dit heeft als gevolg dat De Vrije Student net iets minder keuzevrijheid heeft, maar als een student ècht wil roken, dan kan hij makkelijk naar de supermarkt.

Vrijheidsbeperking rondom vlees, bier en sigaretten vergelijken met vrijheidsbeperking rondom onderwijs is appels met peren vergelijken. Moge het duidelijk zijn: AKKU is ook voor vrijheid op onderwijsgebied, dus tegen rendementsmaatregelen en tegen aanwezigheidsplicht. Studenten moeten intrinsiek gemotiveerd zijn om een studie te volgen en hebben een eigen verantwoordelijkheid in het voltooien (of verpesten) daarvan. Het niet aanbieden van vlees, bier en sigaretten komt voort uit een keuze om maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Toch wordt dat wel op hetzelfde principe gegooid door Bakrin en Hamelijnck. Zoals eerder gezegd, er is een balans tussen positieve en negatieve vrijheid nodig. Positieve vrijheid heeft ook mensen die verantwoordelijkheid nemen nodig, want verantwoordelijkheid nemen zorgt uiteindelijk voor meer positieve vrijheid voor iedereen.

Add a comment
Redactie
Ingezonden brief B.O.S. en DVS

[Ingezonden] Een pleidooi voor de vrijheid

Timo Bakrin, koepellid van de Universitaire Studentenraad (USR) van het Bestuurlijk Overleg Studentenverenigingen (B.O.S.) en Joppe Hamelijnck, fractievoorzitter van De Vrije Student in de USR, vinden dat de studenten aan de Radboud Universiteit in hun vrijheden worden beperkt, mede door de aanwezigheidsplicht in werkcolleges. De student moet volgens de twee USR-leden haar soevereiniteit weer terugkrijgen. 'Men moet uitgaan van de verantwoordelijkheid van de student en deze niet aan het ‘handje’ meenemen door de studie heen.'

Overal ter wereld staat de soevereiniteit onder druk en de mensen willen het terug! Ook wij willen dat de student haar soevereiniteit terug krijgt. Vrijheid is één van de belangrijkste verworvenheden van de moderne tijd en.de universiteit is een perfecte plek waar deze verworvenheid tot zijn uiting komt. Tenminste, dat zou je denken. Wij merken dat de student van de Radboud Universiteit hierin wordt beperkt. Neem als voorbeeld Meat Free Monday, een ideologische keuze van de universiteit welke aan de student wordt opgelegd. In plaats van deze student te informeren over de keuze voor vlees en een discussie over het eten van vlees te stimuleren, wordt de keuze al gemaakt door de universiteit. De universiteit gaat hierbij voorbij aan een kernaspect van de academische wereld, namelijk dat er ruimte moet zijn voor discussie over een bepaald onderwerp.

De universiteit moet een open plek zijn voor intellectuele discussies, zij moet een bron zijn van kennis die kan worden ingezet voor kritisch denken. De universiteit moet geen stelling innemen of een ideologie voorschrijven die ervoor zorgt dat studenten in hun vrijheid beperkt worden. De Meat Free Monday, waar de universiteit de studenten niet verantwoordelijk genoeg acht om zelf hun keuze te maken doet dit wel. Ook mag de student niet zelf kiezen of zij bier wil drinken voor half 4 op de campus en moet de rokende student ook de campus af om rookwaren te halen. Dit alles laat zien dat de universiteit haar studenten als niet verantwoordelijke mensen ziet, terwijl wij van mening zijn dat juist studenten zeer geschikt zijn om verantwoordelijkheid te dragen.

Wat hieruit voortvloeit is bijvoorbeeld de verplichte aanwezigheid bij werkcolleges. Er wordt vanuit gegaan dat de student niet over voldoende verantwoordelijkheid beschikt of zij al dan niet aanwezig zijn bij werkcolleges. Afschaffing van deze plicht zal ervoor zorgen dat docenten de ‘’ krijgen hun colleges zo aantrekkelijk mogelijk te maken, zodat het voor studenten écht nuttig wordt om aanwezig te zijn. Wanneer een college dus niet veel toevoegt, haken mensen af, wanneer het wel zeer nuttig is dan zal de zaal zich vullen. Zo wordt aanwezigheid een graadmeter voor kwaliteit van het onderwijs. Nog te vaak is er sprake van verplichte ‘ophokuren’ waarin studenten niet gemotiveerd en/of voorbereid aanwezig zijn. Dit is voor zowel de docent als de student die wél gemotiveerd deelneemt frustrerend. Een goed voorbeeld is een werkcollege waarin steeds hetzelfde groepje studenten actief deelneemt, terwijl het gros van de studenten stil blijft. Wij geloven dat wanneer de aanwezigheidsplicht wordt losgelaten, enkel de gemotiveerde studenten overblijven, waardoor er meer ruimte ontstaat voor een vruchtbare discussie, in plaats van de pijnlijke stiltes die iedereen wel bekend zijn.

De doelstellingen die een vak voorschrijft dienen te worden behaald, maar dit moet losgekoppeld worden van de aanwezigheid. Het kan niet zo zijn dat een student aan het eind van de rit wel de kennis heeft bemachtigd om een tentamen te halen, maar dat deze student wordt uitgesloten van het tentamen omdat hij/zij niet vaak genoeg aanwezig is geweest. Men moet uitgaan van de verantwoordelijkheid van de student en deze niet aan het ‘handje’ meenemen door de studie heen. Er wordt van de student van allerlei zaken verwacht dat hij ze zelf regelt, wat ons betreft kan dit ook met de werkcolleges. Wanneer een student dus minder tijd nodig heeft om een onderwerp te begrijpen, moet er dus voor hem/haar de mogelijkheid zijn om een college over te slaan. Zo houdt de student ook meer tijd over om zijn of haar leven naast het studeren te ontplooien en naar eigen keuze in te vullen. Ook zal wat ons betreft de kwaliteit van het onderwijs een impuls krijgen wanneer de docenten dus zelf actie moeten ondernemen om de werkcolleges aantrekkelijk te maken voor de studenten die ze volgen. ‘Ophokuren’ zullen automatisch komen te vervallen omdat daar ook vanuit de studenten weinig animo voor is.

De studenten zouden zichzelf juist kunnen ontwikkelen wanneer ze meer vrijheid krijgen, dit zou gestimuleerd moeten worden. Verder zou er over ideologische onderwerpen als het al dan niet kiezen voor vlees niet opgelegd moeten worden, maar bediscussieerd moeten worden. Het is dus tijd dat de student zijn soevereiniteit terugkrijgt!

Tekent,

Namens De Vrije Student, J. Hamelijnck
Namens het B.O.S., T.A.D.B. Bakrin

Add a comment
Redactie