[Ingezonden] Een pleidooi voor de vrijheid part II

Redactie
Verschil tussen positieve en negatieve vrijheid

Dinja de Vries, fractievoorzitter van AKKUraatd, en Simon de Vette, commissaris Interne Betrekkingen van studentenvakbond AKKU, reageren op de pleidooi voor de vrijheid van Joppe Hamelijnck en Timo Bakrin. Volgens hen is er een duidelijk onderscheid tussen positieve en negatieve vrijheid en deze worden door Hamelijnck en Bakrin door elkaar gehaald. 

Joppe Hamelijnck en Timo Bakrin schreven vorige week een brief. Hierin zeiden ze dat ze het betreurenswaardig vinden dat zij op de universiteit geen bier voor half 4, vlees en sigaretten in kunnen slaan. Zij zien hierin een houding van de RU die zich doortrekt tot in vrijheidsbeperkingen in het onderwijs, zoals aanwezigheidsplicht. Wij van AKKU lazen de brief van deze heren en konden ons toch niet helemaal vinden in hun sentiment. Hoewel wij, van AKKU, helemaal voor vrijheid in het onderwijs zijn, geloven we dat er geen duidelijk verband zit tussen de beperkingen in vrijheid qua luxeproducten en qua onderwijs. Wij zijn ook voor afschaffing van de aanwezigheidsplicht en andere rendementsmaatregelen, maar begrijpen de positie van de Refter wel.

Wanneer een organisatie, zoals De Vrije Student en het B.O.S., zegt vóór vrijheid te zijn, dan is daarmee nog niet alles gezegd. Vrijheid is, op z’n breedst, in te delen in twee vormen: positieve vrijheid en negatieve vrijheid. Negatieve vrijheid is, volgens Isaiah Berlin vrijheid van dwang van andere mensen. Dit is de vrijheid om bijvoorbeeld te mogen zeggen wat je wilt, zonder dat er een overheid is die zegt: “Je mag dit niet zeggen, want dat past niet in ons straatje.” Positieve vrijheid, aan de andere kant, is vrijheid die juist gemaakt is door tussenkomst van andere mensen. Dit is de vrijheid om te studeren, zelfs wanneer je niet genoeg geld hebt. Dit kan haaks staan op andermans negatieve vrijheid, aangezien er wel belastingen geïnd moeten worden om dit mogelijk te maken. Het afnemen van de negatieve vrijheid is dus niet gelijk aan een negatieve ontwikkeling. Op deze manier is het namelijk mogelijk grootschalige projecten, die voor de lange termijn belangrijk zijn, op te bouwen en te onderhouden. Denk hierbij aan snelwegen, ziekenhuizen, rechtsbanken of onderwijsinstellingen. Deze zorgen uiteindelijk voor een forse toename van de positieve vrijheid van de gemiddelde burger.

Er moet dus altijd een balans zijn. Zowel qua positieve als negatieve vrijheid is het goed om verder te kijken dan je eigen neus lang is. Het invoeren van Meat Free Monday is daar bij uitstek een simpel voorbeeld van: het ontneemt de Nijmeegse student één dag in de week de mogelijkheid om vlees te eten in de Refter, maar zorgt voor positieve vrijheid in het grotere geheel. Als Meat Free Monday over iets anders dan vlees zou gaan, zou er waarschijnlijk geen haan naar kraaien. De Refter, onder beheer van het Facilitair Bedrijf, dat vrijwel onafhankelijk is van de RU, heeft echter de vrijheid om het menu naar eigen wens in te delen.

De keuze voor Meat Free Monday is niet vanuit een morele overtuiging opgezet, maar vanuit een duurzaamheidsnoodzaak. De productie van vlees is enorm belastend voor het milieu en kost honderden, zo niet duizenden, malen zoveel water als de productie van plantaardige producten. Zo dragen wij, als studenten en docenten, ons steentje bij aan de gezonde overdracht van de aarde aan volgende generaties. Het benoemen van Meat Free Monday als ontnemen van vrijheid is daarmee de ultieme paradox. De Vrije Student denkt namelijk enkel aan zijn eigen vrijheid en niet aan die van het Facilitair Bedrijf of de positieve vrijheid van volgende generaties.

Eenzelfde paradox is ook te zien bij het standpunt van De Vrije Student en het B.O.S. omtrent tabakswaar en alcohol voor half vier. Zo is de keuze om geen tabak of bier niet voor half vier te verkopen een keuze waarin het Facilitair Bedrijf een maatschappelijke keuze maakt, om (niet-rokende) studenten het moeilijker te maken om geen tabak op de campus kopen. Dit heeft als gevolg dat De Vrije Student net iets minder keuzevrijheid heeft, maar als een student ècht wil roken, dan kan hij makkelijk naar de supermarkt.

Vrijheidsbeperking rondom vlees, bier en sigaretten vergelijken met vrijheidsbeperking rondom onderwijs is appels met peren vergelijken. Moge het duidelijk zijn: AKKU is ook voor vrijheid op onderwijsgebied, dus tegen rendementsmaatregelen en tegen aanwezigheidsplicht. Studenten moeten intrinsiek gemotiveerd zijn om een studie te volgen en hebben een eigen verantwoordelijkheid in het voltooien (of verpesten) daarvan. Het niet aanbieden van vlees, bier en sigaretten komt voort uit een keuze om maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. Toch wordt dat wel op hetzelfde principe gegooid door Bakrin en Hamelijnck. Zoals eerder gezegd, er is een balans tussen positieve en negatieve vrijheid nodig. Positieve vrijheid heeft ook mensen die verantwoordelijkheid nemen nodig, want verantwoordelijkheid nemen zorgt uiteindelijk voor meer positieve vrijheid voor iedereen.