[Ingezonden] Kwaliteit van het onderwijs op de tocht?

Redactie

Universiteiten hebben, als het aan een advies van een stuurgroep van het Ministerie van Onderwijs ligt, in de toekomst genoeg aan een beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs op instellingsniveau. Of het onderwijs aan de eisen voldoet, wordt dan niet meer per opleiding apart bekeken. Jip Mennen (21), student Politicologie, is van mening dat de beoordeling per opleiding belangrijk is om de waarde van een universitair diploma te garanderen.

De Radboud Universiteit wil af van de opleidingsaccreditatie, waarbij opleidingen los worden beoordeeld. De accreditaties die de kwaliteit van het onderwijs waarborgen, dreigen op advies van een stuurgroep aan minister Bussemaker van Onderwijs te verdwijnen. Deelname aan een pilot waarbij de RU alleen op instellingsniveau van de kwaliteit van het onderwijs wordt beoordeeld, ziet de RU wel zitten. Dit zet echter de kwaliteit van het onderwijs op de tocht en kan de waarde van een diploma in de toekomst laten wankelen.

De RU was in 2011 een van de eerste universiteiten die wilde deelnemen aan de instellingsaccreditatie, die naast de beoordeling op opleidingsniveau plaatsvindt. Deelname aan een controle van het onderwijs op instellingsniveau zou namelijk de bureaucratische lasten op opleidingsniveau moeten verminderen. Wanneer instellingen positief uit de instellingsaccreditatie komen, zou enkel een lichte controle bij de individuele opleidingen genoeg zijn, beloofde de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO).

Opleidingsaccreditaties zijn in het leven geroepen om de kwaliteit van het onderwijs te kunnen garanderen. Elke zeven jaar moet een opleiding aantonen dat zij het niveau heeft dat je van een bachelor of master mag verwachten. Op deze wijze wordt gegarandeerd dat wij als studenten met een waardevol diploma de arbeidsmarkt op kunnen gaan.

De RU valt jaar na jaar in de prijzen en draagt met trots de titel 'Beste brede universiteit'. Dat is een mooi oordeel op instellingsniveau. De accreditatie die in 2014 plaatsvond, bewees echter dat dit zich niet altijd laat vertalen naar alle opleidingen. In 2014 ontving de bachelor Algemene Cultuurwetenschappen een onvoldoende. Verbazing alom, bleek uit de berichten in de media. De opleidingscoördinator stelde zelfs het volgende: 'Zoiets is niet leuk om te horen. We waren best verbaasd. We krijgen namelijk al jaren goede recensies van studenten.' Pijnlijk is dat in een systeem dat enkel nog werkt met een instellingsaccreditatie, het deze mensen zijn die hun opleiding kritisch moeten evalueren. Studenten en docenten moeten in de nieuwe situatie gezamenlijk het niveau handhaven, zonder de hulp van een kritische buitenstaander. Juist de externe mensen kunnen een spiegel voorhouden en aanzetten tot een discussie over de kwaliteit van het geboden onderwijs.

Bas Kortmann, voormalig rector van de RU, haalde tijdens de opening van het academische jaar flink uit naar de NVAO. De beoordelers zouden niet bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van opleidingen, maar worden ervaren als agenten, op zoek naar mogelijkheden om een bekeuring uit te delen. 'Waarom schaffen we de opleidingsaccreditatie niet af? Zeker als het onderwijskwaliteitssysteem op orde is, zijn universiteiten zeer wel in staat de kwaliteit van de opleidingen te bewaken en verbeteren.' Maar is het zo rooskleurig? Naast het argument dat ik net aandroeg, kunnen we ook wijze lessen trekken uit de ervaringen van onze zuiderburen. In Vlaanderen wordt al gewerkt met enkel instellingsaccreditaties en de uitwerkingen daarvan zijn verre van ideaal. De koepel van Nederlandse universiteiten oordeelde al dat 'wat ze daar doen helemaal niet verstandig is'.

En de studenten? Zowel landelijk als op internationaal niveau hebben de studentenorganisaties ISO en LSVb duidelijk stelling ingenomen tegen het loslaten van de opleidingsaccreditatie. Een resolutie afkomstig van beide vertegenwoordigers riep de Nederlandse regering op vast te houden aan de opleidingsaccreditatie. Zowel het risico van het achterblijven van enkele opleidingen op het gewenste niveau, als het belang van een discussie over de kwaliteit van het onderwijs dat wordt geboden, werden hierin aangehaald. De resolutie werd aangenomen door de European Students Union, een Europees verbond van 47 studentbelangenorganisaties uit 39 landen.

De VSNU zet de deur open voor de medezeggenschap op instellingsniveau. Zij zouden moeten instemmen met eventuele deelname aan de pilot, waarvan nog onbekend is wanneer die start. Het zal dus aan de Universitaire Studentenraad zijn de onderwijskwaliteit van onze opleidingen te beschermen. Uiteindelijk willen we allemaal met een waardevol diploma de wijde wereld in. Een kritische controle op het juiste niveau is daar onmisbaar voor.