[Ingezonden] De medezeggenschap is simpelweg machteloos

Redactie

Gino Praat (20), eerstejaarsstudent Psychologie en actief bij De Nieuwe Universiteit Nijmegen (DNUN), vindt dat de kritiek op de RU-medezeggenschap makkelijk aan de kant is geschoven. 'De tijd van discussies over stopcontacten en Blackboard-problemen is voorbij. De dialoog over fundamentele vraagstukken moet ook op de RU worden gestart.'

Sinds de gebeurtenissen in het Bungehuis en het Maagdenhuis is de discussie over het verbeteren van het hoger onderwijs losgebarsten. Uit alle hoeken van de academische gemeenschap is kritiek geuit op de universitaire democratie. Ook hier in Nijmegen had men bezwaar op het gebrek aan rechten dat de medezeggenschap bezit. Maar is die kritiek op de RU wel terecht? Volgens sommigen niet.

Op verschillende manieren kreeg ik vooral sussende uitspraken te horen: Het is een Amsterdams probleem. Weliswaar zijn er verbeteringen mogelijk, maar hier is alles goed geregeld. De Nieuwe Universiteit is in Nijmegen niet nodig. Voor oplossingen moet je in Den Haag zijn. De student heeft hier het laatste woord. De medezeggenschap heeft immers een goede relatie met het College van Bestuur (CvB).

Kon ik maar zeggen dat het zo democratisch is gesteld op de Radboud Universiteit. Blijkbaar is de ‘goodwill’ van het CvB voldoende reden om een ondemocratisch systeem te rechtvaardigen. Een systeem waarbij bisschoppen het stichtingsbestuur benoemen, dat op haar beurt weer het CvB kiest. Bovendien staat hetzelfde stichtingsbestuur boven de medezeggenschap. De inspraakorganen kunnen immers worden gepasseerd bij besluiten waar deze het niet mee eens is. Het is dus slechts een illusie dat de medezeggenschap door middel van haar instemmingsrechten daadwerkelijk het laatste woord heeft.

Waar ik me ook over verbaas, is het feit dat de medezeggenschap het initiatiefrecht niet heeft en niet met eigen voorstellen kan komen. De medezeggenschap kan het CvB wel adviseren om een beleidsvoorstel te doen, maar op deze manier blijft de medezeggenschap afhankelijk van de ‘goodwill’ van het CvB. Voorzitter van de Universitaire Studentenraad (USR) Mark Vlek de Coningh gaf in een eerder artikel van ANS de situatie goed weer: 'Als er een College zit dat niet bereid is om naar studenten te luisteren, zijn we vleugellam.' Zelfs relatief kleine democratische veranderingen die (een gedeelte van) de USR al jarenlang wil - zoals een studentenassessor in het CvB of het aanpassen van de 60/40-regeling - kan na jarenlang pleiten niet gerealiseerd worden. De medezeggenschap is simpelweg machteloos.

Samen met andere betrokkenen van DNUN speuren we deze problemen op en willen we ze aanpakken. De Nieuwe Universiteit moet niet als een stelletje ‘CvB-slachters’ worden gezien die tegen alles en iedereen aan wil schoppen, maar als een beweging die strijdt voor echte democratie en meer transparantie in het hoger onderwijs. Ik roep studenten, wetenschappers en de rest van de academische gemeenschap op om met een gezonde kritische blik naar het hoger onderwijs te kijken en mee te doen met het debat dat gaande is. De tijd van discussies over stopcontacten en Blackboard-problemen is voorbij. De dialoog over fundamentele vraagstukken zoals democratie en transparantie moet ook op de Radboud Universiteit worden gestart.