[Ingezonden] Tijd om de universitaire lobbydemocratie vaarwel te zeggen.

Redactie
De USR moet druk zetten

Gino Praat (21), oud-student Psychologie op de RU en vorig jaar actief bij De Nieuwe Universiteit Nijmegen (DNUN), vindt dat de recente ophoging van het BSA laat zien dat de huidige regeling van de studentenmedezeggeschap op de RU ontoereikend is. Hij roept het USR op druk te zetten op het CvB om de Structuurregeling aan te passen. 'Aangezien het CvB er geen baat bij heeft om de bestaande regelgeving te veranderen, kan een dergelijke verandering alleen plaatsvinden door middel van grote maatschappelijke druk, zoals demonstraties, ludieke acties, of een tijdelijke boycot van het CvB door de USR.'

Afgelopen week maakte het College van Bestuur (CvB) bekend om vanaf het volgende collegejaar het BSA te verhogen van 39-42 studiepunten naar 42-45 studiepunten. Conform de regels kon het CvB via een bindende richtlijn de medezeggenschap passeren, aangezien de Universitaire Studentenraad (USR) en de Ondernemingsraad (OR) in de Universitaire Gezamenlijke Vergadering (UGV) geen instemmingsrecht hebben met betrekking tot dit onderwerp. Laten we als studenten het moment aangrijpen om deze democratische misstanden daadwerkelijk op te lossen.

Als het gaat om democratie op de RU, vormen de Structuurregeling en het UGV/FGV-reglement de belangrijkste bouwstenen. Hierin zijn onder andere de bevoegdheden en beperkingen van de GV en het CvB vastgelegd. In artikel 7 van de Structuurregeling wordt aangegeven dat het CvB richtlijnen aan decanen kan vaststellen ´met het oog op de organisatie en coördinatie van het onderwijs en de wetenschapsbeoefening´. Het vaststellen van de onderwijs- en examenregeling (OER), waarin de BSA-voorwaarden staan vermeld, valt hier ook onder.

Aangezien iedere opleiding of faculteit een andere OER heeft, stelt het CvB ieder jaar een model-OER vast. Binnen de richtlijnen hiervan moeten opleidingen en faculteiten hun eigen OER vormgeven. Met betrekking tot de model-OER voor het komende studiejaar, heeft het CvB besloten om de BSA-bandbreedte te verhogen naar 42-45 studiepunten. Zoals gezegd, heeft de UGV hier geen instemmingsrecht op.

De oplossing lijkt simpel: door middel van een aanpassing van de Structuurregeling zou de UGV instemmingsrecht moeten krijgen op de bindende richtlijnen die het CvB vaststelt, maar hier bevindt zich tevens het grootste struikelblok. Alleen het CvB is bevoegd om een wijzigingsvoorstel in te dienen om de Structuurregeling te veranderen. Het CvB zou dus met een wijzigingsvoorstel moeten komen die het besturen voor henzelf moeilijker maakt. Daarmee zou het CvB zich in hun eigen voet schieten en is de kans dat er een dergelijk voorstel ooit gaat komen nihil.

Vanuit de USR werd in eerste instantie nooit de noodzaak gezien om de Structuurregeling aan te passen. Gedurende het voorjaar, toen dankzij de Maagdenhuisbezetting en de komst van De Nieuwe Universiteit Nijmegen het debat over onderwijsdemocratie volop gevoerd werd, benadrukte de USR dat dankzij een goede relatie met het CvB er weinig reden was tot verandering. Door die goede relatie zouden de belangen van studenten immers goed behartigd worden. Daarmee legitimeerde de USR de huidige ondemocratische regelgeving, zolang daar maar geen misbruik van werd gemaakt. Zeker met de kennis van nu, kunnen we concluderen dat de opstelling van de USR behoorlijk naïef was.

Toch gloort er hoop op de RU. Dankzij het BSA-debacle is de USR tot inkeer gekomen en willen ze de Structuurregeling tegen het licht houden. Aangezien het CvB er geen baat bij heeft om de bestaande regelgeving te veranderen, kan een dergelijke verandering alleen plaatsvinden door middel van grote maatschappelijke druk, zoals demonstraties, ludieke acties, of een tijdelijke boycot van het CvB door de USR. Het opvoeren van de maatschappelijk druk zagen we bijvoorbeeld terug in de toekenning van het CvB om de UGV instemmingsrecht te geven op de begroting. Mede dankzij de organiseerde ophef rondom het leenstelsel, zoals een grote demonstratie in Den Haag en Nijmeegse initiatieven zoals StufiRecht, werd de druk zo opgevoerd dat het CvB dit recht aan de UGV gunde.

We hebben kunnen zien dat boze en lieve woordjes tijdens vergaderingen niet genoeg zijn om de belangen van de student te beschermen. Het zou beter zijn als de USR in een goede relatie met de student in plaats van in het CvB investeert. Als de USR daadwerkelijk wil opkomen voor de belangen van studenten, moet zij het als haar taak beschouwen studenten te activeren om in protest te komen tegen onterechte maatregelen. Alleen dan is er een kans om het CvB op andere gedachten te brengen en kan er een begin gemaakt worden om échte democratie op de RU te realiseren.