[INGEZONDEN] De Nacht van de UB

Studenten hebben uiteenlopende studieritmes. Er zijn vroege vogels, maar ook veel nachtbrakers. Veel studenten studeren het liefst in de UB en zeker in tentamenperiodes zijn er een hoop studenten die behoefte hebben aan een Universiteitsbibliotheek (UB) die 24 uur open is. Het is echter begrijpelijk dat financiële argumenten ten grondslag liggen aan beperktere openingstijden van de UB, evenals daluren in de bezoekersaantallen. Zeker in de huidige tijden van bezuinigingen moet er begrip zijn dat er geen oneindige geldstroom naar de bibliotheek kan gaan.

Asap pleit desondanks voor zo ruim mogelijke openingstijden. Een jaar of tien geleden was de bibliotheek bijvoorbeeld überhaupt niet op zondag open en na herhaaldelijk pleiten door de Universitaire Studentenraad (USR) is die openstelling er uiteindelijk toch gekomen. Die zondagopening is stapsgewijs uitgebreid wegens de grote bezoekersaantallen op de zondagen. De vraag is echter of opening tot in het holst van de nacht nog rendabel is, maar dat zou onderzocht kunnen worden. Feit is wel dat juist omdat studenten in deze tijden worden geconfronteerd met een grotere druk om sneller af te studeren, de faciliteiten om te studeren zeker in deze tentamenperiodes goed moeten zijn. Misschien is het vandaag nog niet mogelijk of te duur om de UB 24/7 open te laten zijn in tentamenperiodes, maar misschien is het morgen wel noodzakelijk.

Om het statement dat verruiming van de openingstijden gewenst is kracht bij te zetten, kan de UB een voorbeeld nemen aan de UB van de Rijksuniversiteit Groningen. Daar werd afgelopen januari gevierd dat de openingstijden werden verruimd met een zogenaamde Slapeloze Nacht: de UB bleef op feestelijke wijze de gehele nacht open en kwam studenten in de tentamenperiode éénmalig tegemoet. Er werd gezorgd voor energiedrank, gratis koffie en een gratis ontbijt voor de volhouders. Bovendien was er een rondleiding door de UB. De foto’s sluiten aan bij de meningen van de bezoekende studenten: de Nacht was een groot succes.

Het zou een goed initiatief zijn als een Slapeloze Nacht ook op de RU zou worden georganiseerd: misschien wel als jaarlijks evenement in de tentamenperiode van januari. Bovendien kunnen de reacties van Nijmeegse studenten omtrent een 24/7 geopende bibliotheek gepeild worden en kan er bij de studenten begrip ontstaan voor het feit dat ruimere openingstijden ook offers vragen van medewerkers. Daarom heeft asap contact opgenomen met de Universiteitsbibliotheek om de mogelijkheden hiervan te bespreken: inmiddels is toegezegd dat het idee van de 'Nacht van de UB' besproken gaat worden in de klankbordgroep van de UB. Idealiter zou deze Nacht natuurlijk gepaard gaan met ruimere openingstijden voor de UB. Of dat gaat lukken is de vraag. Echter, een eenmalig initiatief zou mogelijkheden en knelpunten in kaart kunnen brengen, een mooi statement zijn en bovendien bijdragen aan het begrip tussen de studerende student en de UB. We houden jullie op de hoogte over de voortgang van dit initiatief.

Jelko Dijkman, Wouter Exterkate, Reint-Jan Groot Nuelend, Renske ter Maat en Mart Waterval zijn allen actief voor studentenpartij asap.

Add a comment
Redactie

[INGEZONDEN] Halbe, luister eens naar geneeskundestudenten

Vanmorgen kregen wij, net als Halbe Zijlstra, een brief van een bezorgde geneeskundestudent in onze brievenbus. Coschappers zouden namelijk onevenredig hard worden geraakt door het afschaffen van de masterstufi. Dat stelde het Landelijk Medisch Studenten Overleg vorige maand. Marije Weidema is derdejaars geneeskundestudent en deelt deze mening. Omdat ze denkt dat Zijlstra de gevolgen voor geneeskundestudenten niet snapt, stuurde ze Halbe onderstaande brief.



Nijmegen, 21 maart 2012

Geachte Excellentie,

Mijn naam is Marije Weidema en ik ben derdejaars student geneeskunde. U heeft het vast erg druk, dus ik zal mijn best doen deze brief zo compact mogelijk te houden.

Allereerst wil ik mijn begrip tonen voor de geplande bezuinigen. Het zijn economisch moeilijke tijden en iedereen zal daar zijn of haar steentje aan bij moeten dragen. Waar ik echter wel moeite mee heb, is dat er weinig aandacht is voor verschillen in de groepen die nu worden geraakt. Dan bedoel ik specifiek de maatregel betreffende het afschaffen van de studiefinanciering in de master. Verreweg de meeste masters duren één jaar, dit gaat dus om een extra investering van ruim 3000 euro. Op zich nog te overzien en dit zou (gedeeltelijk) kunnen worden opgevangen door een bijbaan. Bij Geneeskunde is de situatie echter radicaal anders. Deze master duurt ten eerste drie jaar, waardoor er een gat van zo’n €9400,- ontstaat. Bovendien bestaat de master geheel uit stages in het ziekenhuis, ook wel coschappen genoemd. Daar word je gemiddeld 48 uur per week bezig gehouden, plus nog reistijd en voorbereiding thuis. Er is onderzoek gedaan naar het aantal coschappers met een bijbaan, 91 procent had voor aanvang van de coschappen een bijbaan en maar liefst 60 procent heeft die op moeten zeggen omdat het niet te combineren valt. Het is dus erg lastig om naast de coschappen tijd en energie te vinden om geld te verdienen.

Elk jaar staan er zo’n 2000 studenten klaar die bereid zijn om deze investering te maken, om zoveel tijd in het ziekenhuis door te brengen met als doel zoveel mogelijk te leren. Het is een investering om uiteindelijk een goede arts te worden en medemensen die het moeilijk hebben bij te kunnen staan.

Mijn vraag aan u is of u nog eens goed zou willen kijken naar de mogelijkheden om de bezuinigingen eerlijker te verdelen. Een optie zou bijvoorbeeld zijn, om alle masterstudenten één studiejaar zelf te laten betalen. Daarmee betaalt het gros van de studenten de gehele master zelf, en zouden studenten geneeskunde wat minder onder druk worden gezet. Niet alleen ik, maar vele bange geneeskundestudenten met mij, zouden het zeer waarderen als u deze kleine aanpassing zou overwegen.

Hoogachtend,

Marije Weidema

Add a comment
Fich

[INGEZONDEN] Hoe komt AKKUraatd aan mijn studentenmailadres?

Om mensen zover te krijgen om vanmiddag te gaan protesteren, stuurde AKKUraatd een mail naar alle studenten. Op Twitter ontstond daarop een discussie over hoe de roodbroeken aan de digitale adresgegevens van de gehele Nijmeegse studentenpopulatie kwam. Thijs van Reekum, student filosofie en politicologie, voormalig SIAM-fractievoorzitter en portefeuillehouder onderwijs van de Jonge Democraten (D66), maakt zich kwaad over deze gang van zaken.

In principe ben ik niet tegen protesteren. Sterker nog, het democratisch recht op protest is een zeer belangrijk recht tegen mogelijke totalitaire regimes. Het helpt onderdrukking voorkomen. De student wordt door het huidige kabinet in zijn belang geraakt met de komende bezuinigingen en een tegengeluid is daarom begrijpelijk. De mail van AKKUraatd om de student op te roepen om zich te manifesteren tegen de komende bezuinigingen is dan ook niet verwonderlijk.

Echter, hoe komt AKKUraatd aan mijn studentenmailadres? De enige die daartoe beschikking heeft, is de universiteit. Toen ik vanmiddag op de universiteit kwam, bleek iedereen die mail te hebben gehad. De universiteit heeft AKKUraatd dus toestemming gegeven om haar boodschap naar alle e-mailadressen te versturen. Buiten dat dit volstrekt tegen alle privacyregels ingaat, ben ik ook gewoon boos dat de universiteit mijn persoonlijke gegevens doorgeeft aan derde partijen.

En wat het allemaal nog erger maakt is dat de mail verzonden is van het gmailadres van AKKUraatd. Dit betekent dat zij toegang heeft gekregen tot de e-mailadressen van alle studenten en dat het dus niet om een eenmalige mail gaat die vanuit de universiteit zelf is verzonden. Hoe haalt de universiteit het in haar hoofd om de e-mailadressen van alle studenten door te geven aan een (subjectieve) partij!

Het moge duidelijk zijn: ik protesteer tegen deze actie van AKKUraatd en de universiteit.

Noot van de redactie: De mail is, zoals in de discussie hieronder wordt besproken, inderdaad door Dienst Studentenzaken zelf verstuurd. AKKUraatd heeft dus geen toegang gekregen tot de persoonlijke e-mailadressen van studenten.

Add a comment
Jozien

[INGEZONDEN] Tijd voor actie!

De studentenprotesten komen weer langzaam op gang. Vandaag zullen de Nijmeegse studenten zich rond half twee verzamelen op het centraal station. Vrijdag vindt er op de Dam een landelijke manifestatie plaats. Jasper van Dijk, Tweede Kamerlid voor de SP, en Pascal ten Have, voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond, roepen iedereen op om in actie te komen. 'De agenda van Zijlstra draait alleen om minder budget en meer rendement.'

Het hoger onderwijs wordt onder staatssecretaris Zijlstra duurder en de kwaliteit neemt af. Studenten krijgen door harde bezuinigingen te maken met hoge drempels. Opleidingen worden onderworpen aan rigide prestatiecontracten die leiden tot lagere eisen. De kenniseconomie raakt verder uit zicht.

Toegegeven: staatssecretaris Zijlstra laat er geen gras over groeien. In rap tempo komt hij met ingrijpende maatregelen voor het hoger onderwijs. De langstudeerboete van 3.000 euro, selectie aan de poort, collegegelddifferentiatie en binnenkort het zogenaamde leenstelsel voor de Masteropleiding. Universiteiten en hogescholen worden opgezadeld met dwingende prestatiecontracten waarin rendement belangrijker is dan kwaliteit. Als een instelling de afspraken niet nakomt, wordt het budget gekort.

Dat is de agenda van Zijlstra: minder budget en meer rendement. Het wordt gebracht in mooie nota's met namen als “Kwaliteit in verscheidenheid” en “Studeren is investeren”. Maar de gevolgen zijn ernstig. Studeren wordt duurder en de kwaliteit van de opleidingen neemt af. Twee belangrijke pijlers van het hoger onderwijs – kwaliteit en toegankelijkheid – worden ingeruild voor hun spiegelbeeld: minder kwaliteit en hogere drempels.

Eerst de toegankelijkheid. Studeren wordt fors duurder met deze regering. Studenten die meer dan één jaar uitlopen op hun studie, betalen 3.000 euro extra collegegeld. Met name bètastudenten lijden daaronder, omdat zij gemiddeld 7,5 jaar over hun vijfjarige studie doen. Deeltijdstudies zullen verdwijnen, omdat die vanwege hun langere duur per definitie tot een studieboete zullen leiden. Ambitieuze studenten die een tweede studie willen volgen moeten flink gaan sparen of over rijke ouders beschikken. Niet zelden kost een tweede studie meer dan 10.000 euro collegegeld per jaar.

Komend jaar komt daar het “sociaal leenstelsel” voor de Masteropleiding bovenop. De basisbeurs wordt afgeschaft waardoor de kosten met 3.200 euro per jaar toenemen. Ook hier zijn vooral bètastudenten de pineut, aangezien zij een tweejarige Master volgen. Voor studenten geneeskunde duurt de Master maar liefst drie jaar. Zijlstra probeert de pijn te verzachten en komt met een zogenaamd sociaal leenstelsel. Maar dat is een mooie term om de hoge schulden mee te verhullen. Studenten lenen gemiddeld al zo'n 15.000 euro, dat gaat alleen maar oplopen tot hogere bedragen, die vervolgens jarenlang – met rente – moeten worden terugbetaald. Juist de jongeren uit gezinnen met lagere inkomens zullen afzien van een hogere opleiding. En wie wel doorgaat kan een hypotheek vergeten, want banken letten sinds kort ook op de studieschuld van studenten.

Dan over de kwaliteit, waar afgelopen jaar veel om te doen is geweest. Denk aan de diplomafraude bij Hogeschool Inholland en vergelijkbare berichten bij de Vrije Universiteit, Hogeschool Windesheim en de Hogeschool van Amsterdam. Door schaalvergroting en perverse financiële prikkels werd het hoger onderwijs gereduceerd tot diplomafabriek.

Om deze problemen te verhelpen komt Zijlstra met prestatiecontracten die met universiteiten en hogescholen worden afgesloten. In deze contracten komen gedetailleerde afspraken te staan over zaken als het studierendement, de uitval, het opleidingsniveau van docenten en de zogenaamde studenttevredenheid. Als een instelling de afspraken niet nakomt, wordt het budget gekort.

Zijlstra hoopt hierdoor meer nadruk te leggen op kwaliteit, maar het risico is groot dat het tegenovergestelde wordt bereikt. Want ook dit systeem leidt tot perverse prikkels. Als je een hogeschool gaat afrekenen op 'studierendement', zal het management er alles aan doen om studenten snel door de opleiding te jassen. Helaas zien we daar nu al voorbeelden van. Zo willen sommige universiteiten dat studenten in het eerste jaar alle studiepunten halen. Enige uitloop is er niet meer bij. Ook de recente maatregel dat een 5 voor het ene vak gecompenseerd mag worden met een hoger cijfer voor een ander vak, is een pijnlijk voorbeeld. In plaats van nauwkeurigheid en kwaliteit, gaat het om snelheid en kwantiteit.

Omdat wij opkomen voor het hoger onderwijs, roepen wij studenten en docenten op om in actie te komen tegen dit beleid. In plaats van hoge drempels en uitgeholde opleidingen, pleiten wij voor intensief onderwijs met uitstekende begeleiding. Extra investeringen zijn nodig om kwaliteit en toegankelijkheid te waarborgen. Dat is de beste manier om uit een crisis te komen.

In de week van 20 t/m 23 maart voeren studenten diverse acties met vandaag een grote demonstratie in Nijmegen en als afsluiting een landelijke manifestatie in Amsterdam op 23 maart (info: www.lsvb.nl). Sluit je aan en teken de petitie op betaalbaarstuderen.nl.

Add a comment
Fich

Begroting van 18 miljoen vereist kritische blik

Nijmegen is op zoek naar een visie over cultuur. Daarvoor is een platform in het leven geroepen waar burgers mee kunnen denken. Ook culturele autoriteiten laten hun licht schijnen op de culturele identiteit van de Keizerstad. Ditmaal Bas Broeder, zakelijk leider van de Popronde, projectleider van Festival De Oversteek en bestuurslid bij poëziefestival Onbederf'lijk Vers en Oranjepop Nijmegen.

Het gaat in Nijmegen zeker niet slecht met de podiumkunsten. Wat opvalt in Nederland is dat het lokaal beleid van de gemeentes en provincies fors verschilt, voornamelijk in de wijze van toetsing. Er zijn ambtenaren die beslissen, er zijn commissies podiumkunsten die oordelen en soms is het volkomen ondoorzichtig hoe een lokaal cultuurbeleid vorm krijgt. De gemeente Nijmegen is tamelijk transparant en benaderbaar. Er is in Nijmegen veel aanbod voor een breed publiek en de opkomst bij vooral festivals en evenementen is over het algemeen goed. Onze stad huisvest een gretig publiek dat zich graag laat verrassen en voor veel openstaat. Het is een voorrecht dat iedereen die enigszins geïnteresseerd is het hele jaar door ergens terecht kan. Het siert de gemeente dat ze de ambitie heeft het beleid nader te beschouwen en aan te scherpen. Verandering hoeft echter niet per definitie verbetering in te houden. Nijmegen heeft een forse begroting voor Kunst en Cultuur en in een cultuurvisie hoort een kritische blik op de besteding van deze 18 miljoen euro.

The Big Five Meer dan de helft van het huidige budget wordt vergeven aan The Big Five, bestaande uit LUX, Doornroosje, De Vereeniging, de bibliotheek en de Lindenberg. Door hen wordt een breed publiek bediend door het gezamenlijke aanbod. Getoetst mag worden of dit voldoende kwalitatief, onderscheidend en veelzijdig is in relatie tot hetgeen zij nu ontvangen aan subsidie. Is het aanbod wel voor iedereen toegankelijk? Wordt er door de betreffende instellingen voldoende inspanning geleverd om het toegankelijk te maken? Wie gaat er op toezien dat het niet alleen bij mooie woorden over 'toegankelijkheid en samenwerking' blijft? Hoe verhoudt de huidige subsidie zich tot het aanbod en de prestatie van vergelijkbare instellingen in andere steden? En hoe hebben de Nijmeegse instellingen de afgelopen jaren gefunctioneerd?

Bakstenen en Bureaustoelen Voor individuele makers en gezelschappen wordt het lastig overleven door de nationale bezuinigingen, de systematiek van het kunstenplan 2013-2016 en het wegvallen van de productiehuizen. Een terechte vraag is daarom of het subsidiebudget in voldoende mate bij de artiesten, kunstenaars en auteurs terecht komt. Zeker nu is het niet te verantwoorden om onevenredig veel subsidie aan bakstenen of bureaustoelen te besteden.

Aanvullende inkomsten Gemeentelijke gelden zullen altijd een belangrijke basis moeten vormen voor het mogelijk maken van cultuur. De andere kant wordt echter vaak vergeten. In hoeverre is een organisatie afhankelijk van lokale gelden en doet ze ook inspanningen om fondsen of gelden uit de markt te genereren? Als een instelling na verloop van tijd voldoende eigen middelen blijkt te kunnen genereren uit haar activiteiten dan zal de rol van de gemeente naast participerend en voorwaardenscheppend ook kritisch mogen zijn. Wellicht ligt er ook een taak bij de gemeente in de lobby van aansprekende lokale initiatieven met bovenregionale uitstraling naar de landelijke publieke fondsen.

Trots op Nijmegen Menig festival en evenement met landelijke allure is ontstaan in Nijmegen. De projecten of festivals die op termijn de moeite waard blijken ontstaan hier bottum up, vanuit de bevlogenheid, de innerlijke en onafhankelijke drijfveren van individuen die de noodzaak van het project inzien. Niet zelden worden Nijmeegse initiatieven landelijk geëxporteerd, met landelijke bekendheid en reikwijdte tot gevolg. Blijkbaar is de Nijmeegse bodem vruchtbaar. De gemeente zou dit meer als Nijmeegse verdienste uit moeten venten in haar communicatie. De relatief kleinschalige maar artistiek hoogwaardige, onderscheidende en spannende producties vormen het DNA van de Keizerstad. Koester en steun de nieuwe kansrijke, onderscheidende initiatieven, juist ook die van nieuwe, frisse makers en producenten.

De uiteindelijke doelstelling van een cultuurvisie is het behoud van een basisinfrastructuur waarin de rol van de grote instellingen en podia belangrijk is. Toegankelijkheid van kunst en cultuur voor alle inkomens en leeftijden moet een aandachtspunt blijven. Kies voor een veelzijdig en kwalitatief aanbod van alle kunstvormen. Een altijd toegankelijk breed aanbod past bij Nijmegen.

Add a comment
Fich

Festivals zetten Nijmegen op de kaart

Nijmegen is op zoek naar een visie over cultuur. Daarvoor is een platform in het leven geroepen waar burgers mee kunnen denken. Ook culturele autoriteiten laten hun licht schijnen op de culturele identiteit van de Keizerstad. Ditmaal Anke Koenraadt, die een scriptie schreef over hoe festivals een stad op de kaart kunnen zetten. In het onderzoek, getiteld Een festival is een vruchtbare manier om een stad op de kaart te zetten toetste ze theoretische concepten aan het beleid van de gemeente Nijmegen.

Festivals schieten overal rondom ons als paddenstoelen uit de grond en vermenigvuldigen zich steeds sneller. Deze populariteit is niet zonder reden: de toegevoegde waarde van festivals is groot. Ze lijken te passen in onze tijd en bij de huidige generatie, voldoen aan veel behoeftes van de huidige cultuurconsument en daarnaast zijn ze zeer waardevol voor de cultuursector. Maar meer dan dit alles is een festival geschikt om een stad op de kaart te zetten, te profileren, nieuwe bezoekers aan te trekken en toerisme aan te zwengelen. Festivals maken een stad aantrekkelijk en een aantrekkelijke stad trekt een creatieve klasse aan, die vervolgens bedrijvigheid en werkgelegenheid verzorgt.

Voor Nijmegen is dit potentieel er duidelijk met zo’n 33 evenementen per jaar. Er schort echter nog wel wat aan het beleid dat gevoerd wordt, waardoor het potentieel niet ten volle wordt benut. Zoals blijkt uit het onderzoek dat ik gedaan heb, wordt het belang van de aantrekkelijke stad en festivals erkend door de gemeente Nijmegen. Het beleid dat gevoerd wordt ontbeert het echter aan een meerjarige visie. Ik ben verzand in een berg aan notities, nota's en coalitieakkoorden. Het is stuitend dat zovele werkgroepen, instituten en organen zich hiermee bezig houden. Samenwerking of een overkoepelende visie lijken hierbij te ontbreken. Hemeltergend, omdat juist op dit beleidsterrein een goed gestuurd beleid zeer veel kan opbrengen.

Cultuur mag überhaupt een belangrijkere rol opeisen in de citymarketing. Tot op heden is er nauwelijks samenwerking tussen deze twee afdelingen, terwijl samenwerking bijzonder veel voordelen kan hebben. Mijn onderzoek toont immers aan dat een festival een vruchtbare manier is om een stad op de kaart te zetten. Samenwerking tussen citymarketing en cultuurbeleid is daarbij van groot belang. Daarnaast is het van belang dat Nijmegen durft te kiezen voor een helder cultuurprofiel, waardoor citymarketing en cultuurbeleid de handen ineen kunnen slaan om Nijmegen door middel van festivals op een bepaald aspect te profileren en excelleren. Daarom is het zonde dat Henk Beerten, wethouder van Cultuur, de speerpunten in het Nijmeegs cultuurbeleid wil loslaten. Natuurlijk moet er een basis zijn van alle disciplines, maar in het profileren van de stad is het raadzamer om te kiezen voor het culturele profiel van Nijmegen.

De potentie is er zeker om Nijmegen, door middel van festivals, als aantrekkelijke, culturele stad op de kaart te zetten. Maar dan moeten er wel keuzes gemaakt worden en een overkoepelende visie die verschillende beleidsterreinen samenbrengt ontstaan.

Add a comment
Fich

Bloemetjes die zonder visie bloeien

Nijmegen is op zoek naar een visie over cultuur. Daarvoor is een platform in het leven geroepen waar burgers mee kunnen denken. Ook culturele autoriteiten laten hun licht schijnen op de culturele identiteit van de Keizerstad. Ditmaal Alex van der Hulst, freelance journalist voor onder andere De Gelderlander en OOR en schrijver van het boek We Do Music over veertig jaar Doornroosje.

Nijmegen heeft geen cultuurvisie, dat mag inmiddels duidelijk zijn. Niet alleen was dat een van de vaststellingen in het reflectieverhaal dat Roy van Dalm onlangs schreef over Nijmegen, het mag ook duidelijk zijn dat een gemeente in bezit van een cultuurvisie niet de hele stad gaat vragen wat de cultuurvisie zou moeten zijn. De grote vraag is of het een probleem is dat Nijmegen een visie op cultuur ontbeert. Het verhaal van Van Dalm lijkt dat in ieder geval tegen te spreken. Arnhem, "een aangelegd stadspark", drijft op een cultuurvisie, Nijmegen is de wilde tuin waar alle bloemen mogen bloeien, daar is enkel tolerantie vereist.

Die tolerantie is ruimer aanwezig dan voorheen. Het is de vraag of vijftien jaar geleden een initiatief als Waalhalla lang was gedoogd. Ook nu bleek het voor de ambtenaren niet makkelijk om geen beleid te hebben, maar gelukkig bestaat Waalhalla nog, al had het weinig gescheeld. Zonder visie en met tolerantie weet je nooit wat je kunt verwachten. Nijmegen is op dit moment een bruisende muziekstad. Veel hangt daarbij af van personen. Als iets me duidelijk is geworden bij het schrijven van een boek over Doornroosje is het dat goede en slechte tijden elkaar afwisselen. Ook de twee programmeurs en de directeur van Doornroosje zullen op een gegeven moment vertrekken. Wat daarvoor in de plaats komt is afwachten, maar de onverkwikkelijke affaire met de jokkende schouwburgdirecteur heeft geleerd dat je zo maar opgescheept kunt zitten met een type in bezit van een opgeleukt cv.

De Matrixx, de beste commerciële club van Nederland, is Nijmegen ook maar in de schoot gevallen. Wederom een geval waarbij de gemeente vooral moet tolereren en ter wille zijn. Ook zij kunnen op een gegeven moment stoppen, net zoals de vele Nijmeegse topbands, dj's, kunstenaars en schrijvers naar het westen kunnen trekken. Veel verander je daar niet aan. Je kunt het ze hoogstens zo goed mogelijk naar de zin maken in eigen stad. Dat doe je door nieuwe initiatieven aan te moedigen en je mooiste bloemen te koesteren.

Dat doe je niet door folklore te verwarren met cultuur. Een van de grootste minpunten van het Nijmeegse culturele beleid is dat een folklorefestival als het Gebroeders van Limburgfestival, wat meer citymarketing dan cultuur is, te laten mee-eten uit de cultuurruif. Wordt de donjon straks ook uit het cultuurbudget betaald?

Ook een culturele tuinier snoeit het onkruid uit een bloementuin, tolereert de kleine bloempjes, zit met de neus op de grond om alles goed in de gaten te houden (terwijl de gemeente Nijmegen nu vaak nog van heel ver af toekijkt) en geeft water en kunstmest waar nodig. Maar nog steeds ben je dan afhankelijk van externe factoren. Alleen met aangeharkte stadsparken waar grote gebouwen, vijvers en paden de wilde bloemen wegdrukken blijft altijd alles hetzelfde. Oersaai is dat.

Add a comment
Fich