Ingezonden brief B.O.S. en DVS

[Ingezonden] Een pleidooi voor de vrijheid

Timo Bakrin, koepellid van de Universitaire Studentenraad (USR) van het Bestuurlijk Overleg Studentenverenigingen (B.O.S.) en Joppe Hamelijnck, fractievoorzitter van De Vrije Student in de USR, vinden dat de studenten aan de Radboud Universiteit in hun vrijheden worden beperkt, mede door de aanwezigheidsplicht in werkcolleges. De student moet volgens de twee USR-leden haar soevereiniteit weer terugkrijgen. 'Men moet uitgaan van de verantwoordelijkheid van de student en deze niet aan het ‘handje’ meenemen door de studie heen.'

Overal ter wereld staat de soevereiniteit onder druk en de mensen willen het terug! Ook wij willen dat de student haar soevereiniteit terug krijgt. Vrijheid is één van de belangrijkste verworvenheden van de moderne tijd en.de universiteit is een perfecte plek waar deze verworvenheid tot zijn uiting komt. Tenminste, dat zou je denken. Wij merken dat de student van de Radboud Universiteit hierin wordt beperkt. Neem als voorbeeld Meat Free Monday, een ideologische keuze van de universiteit welke aan de student wordt opgelegd. In plaats van deze student te informeren over de keuze voor vlees en een discussie over het eten van vlees te stimuleren, wordt de keuze al gemaakt door de universiteit. De universiteit gaat hierbij voorbij aan een kernaspect van de academische wereld, namelijk dat er ruimte moet zijn voor discussie over een bepaald onderwerp.

De universiteit moet een open plek zijn voor intellectuele discussies, zij moet een bron zijn van kennis die kan worden ingezet voor kritisch denken. De universiteit moet geen stelling innemen of een ideologie voorschrijven die ervoor zorgt dat studenten in hun vrijheid beperkt worden. De Meat Free Monday, waar de universiteit de studenten niet verantwoordelijk genoeg acht om zelf hun keuze te maken doet dit wel. Ook mag de student niet zelf kiezen of zij bier wil drinken voor half 4 op de campus en moet de rokende student ook de campus af om rookwaren te halen. Dit alles laat zien dat de universiteit haar studenten als niet verantwoordelijke mensen ziet, terwijl wij van mening zijn dat juist studenten zeer geschikt zijn om verantwoordelijkheid te dragen.

Wat hieruit voortvloeit is bijvoorbeeld de verplichte aanwezigheid bij werkcolleges. Er wordt vanuit gegaan dat de student niet over voldoende verantwoordelijkheid beschikt of zij al dan niet aanwezig zijn bij werkcolleges. Afschaffing van deze plicht zal ervoor zorgen dat docenten de ‘’ krijgen hun colleges zo aantrekkelijk mogelijk te maken, zodat het voor studenten écht nuttig wordt om aanwezig te zijn. Wanneer een college dus niet veel toevoegt, haken mensen af, wanneer het wel zeer nuttig is dan zal de zaal zich vullen. Zo wordt aanwezigheid een graadmeter voor kwaliteit van het onderwijs. Nog te vaak is er sprake van verplichte ‘ophokuren’ waarin studenten niet gemotiveerd en/of voorbereid aanwezig zijn. Dit is voor zowel de docent als de student die wél gemotiveerd deelneemt frustrerend. Een goed voorbeeld is een werkcollege waarin steeds hetzelfde groepje studenten actief deelneemt, terwijl het gros van de studenten stil blijft. Wij geloven dat wanneer de aanwezigheidsplicht wordt losgelaten, enkel de gemotiveerde studenten overblijven, waardoor er meer ruimte ontstaat voor een vruchtbare discussie, in plaats van de pijnlijke stiltes die iedereen wel bekend zijn.

De doelstellingen die een vak voorschrijft dienen te worden behaald, maar dit moet losgekoppeld worden van de aanwezigheid. Het kan niet zo zijn dat een student aan het eind van de rit wel de kennis heeft bemachtigd om een tentamen te halen, maar dat deze student wordt uitgesloten van het tentamen omdat hij/zij niet vaak genoeg aanwezig is geweest. Men moet uitgaan van de verantwoordelijkheid van de student en deze niet aan het ‘handje’ meenemen door de studie heen. Er wordt van de student van allerlei zaken verwacht dat hij ze zelf regelt, wat ons betreft kan dit ook met de werkcolleges. Wanneer een student dus minder tijd nodig heeft om een onderwerp te begrijpen, moet er dus voor hem/haar de mogelijkheid zijn om een college over te slaan. Zo houdt de student ook meer tijd over om zijn of haar leven naast het studeren te ontplooien en naar eigen keuze in te vullen. Ook zal wat ons betreft de kwaliteit van het onderwijs een impuls krijgen wanneer de docenten dus zelf actie moeten ondernemen om de werkcolleges aantrekkelijk te maken voor de studenten die ze volgen. ‘Ophokuren’ zullen automatisch komen te vervallen omdat daar ook vanuit de studenten weinig animo voor is.

De studenten zouden zichzelf juist kunnen ontwikkelen wanneer ze meer vrijheid krijgen, dit zou gestimuleerd moeten worden. Verder zou er over ideologische onderwerpen als het al dan niet kiezen voor vlees niet opgelegd moeten worden, maar bediscussieerd moeten worden. Het is dus tijd dat de student zijn soevereiniteit terugkrijgt!

Tekent,

Namens De Vrije Student, J. Hamelijnck
Namens het B.O.S., T.A.D.B. Bakrin

 

Redactie
Brief tegen beleidsnota Kamerverhuur

[Ingezonden] Houd kamernood buiten de deur

Damien Oud, fractievolger van D66, en Dennis Walraven, voorzitter van de Universitaire Studentenraad, vinden dat het nieuwe kamerverhuurbeleid, opgesteld door wethouder Velthuis, op enkele punten moet worden gewijzigd, omdat anders kamernood op de loer ligt. 'Het zou een doodzonde zijn als studenten noodgedwongen moeten pendelen, omdat ze hier geen kamer kunnen krijgen.'

Dat Nijmegen in 1923 een universiteit kreeg, was een geschenk. Je zou je niet willen inbeelden hoe de stad erbij zou liggen zonder universiteit, zonder studenten: “Een stoplicht springt op rood, een ander op groen. In Nijmegen is altijd wat te doen.” Studenten brengen leven in de brouwerij, en daarom moeten we hun aanwezigheid koesteren. Waar verschillende levensstijlen naast elkaar bestaan ontstaat soms frictie. Op de inspraakavond over kamerverhuur van de gemeenteraad van 28 september was die frictie ook hoorbaar. Het is een compliment aan de stad Nijmegen en zijn inwoners dat niet de emotie maar de zoektocht naar een oplossing de boventoon voerde.

Jaarlijks worden er zo’n zestig klachten bij de gemeente Nijmegen ingediend vanwege overlast van studentenkamers. Op een studentenpopulatie van ca. 17.100 in Nijmegen, zijn die zestig klachten incidenten te noemen. Deze probleemgevallen worden op dit moment niet goed aangepakt door de gemeente. Er wordt nauwelijks op overlast gehandhaafd waardoor irritatie ontstaat bij omwonenden.

De gelegenheid voor de inspraakavond was het nieuwe kamerverhuurbeleid van de gemeente. Wethouder Velthuis (SP) stelt voor deze problemen aan te pakken met nog meer regels. Zo zou bijvoorbeeld iedere keer dat iemand een huis wil verhuren een leefbaarheidstoets moeten worden afgenomen. Leefbaarheid is niet te objectiveren, en zo’n toets werkt willekeur van de overheid in de hand. Die nieuwe regels pakken het bestaande probleem niet aan, en schrikken potentiële verhuurders af. De student die op kamers wil is uiteindelijk de dupe, omdat de markt zich zo minder snel kan aanpassen aan de toegenomen vraag.

De argumenten waarmee dit beleid wordt verdedigd? Een klein aantal klachten en het idee dat de aanwas van nieuwe studenten afneemt door het leenstelsel. Dit mag dan wel zo zijn, maar deze universiteit spreekt de ambitie uit om te groeien én om meer internationale studenten aan te nemen. Internationale studenten moeten hoe dan ook op kamers. Nijmegen moet de ambities van deze universiteit serieus nemen. Het beste instrument om die toestroom studenten op te vangen is een flexibele huurmarkt die snel op de komst van nieuwe studenten kan inspelen. Zo houden we kamernood buiten de deur.

Met deze nieuwe regels ligt kamernood juist op de loer. Het zou een doodzonde zijn als studenten noodgedwongen moeten pendelen, omdat ze hier geen kamer kunnen krijgen. Het is in het belang van heel studerend Nijmegen, van alle verenigingen en studentenorganisaties om kamernood te voorkomen. We hechten grote waarde aan de studentenstad Nijmegen, en we zien de plannen graag op een aantal punten gewijzigd. Allereerst moet de leefbaarheidstoets worden geschrapt, en laten we de kosten en vereisten voor de vergunning ongewijzigd. Ten tweede zetten we in op handhaving van de bestaande regels. Want waarom zou je nieuwe regels invoeren als je de oude nog niet handhaaft? Zou houden we Nijmegen een gezellige studentenstad met ruimte voor iedereen.

Geschreven door:
D. Oud, Gemeenteraadsfractie D66 Nijmegen en D. Walraven, Voorzitter Universitaire Studentenraad

Ondersteund door:
M. van Halteren, Praeses der N.S.V. Carolus Magnus, G. Heldens, Praeses der N.S.V. Ovum Novum, J. Overkamp, Praeses der N.D.F. Argus, F. Boone, Voorzitter Studentenvakbond AKKU en J. Oegema, Voorzitter B.O.S.

 

Redactie
'De goeden moeten niet onder de kwaden lijden'

[Ingezonden] Pak de overlastveroorzakers aan, niet iedereen

Berend Titulaer, vicevoorzitter van de studentenvakbond AKKU, vindt dat de aanpak van de overlast van studenten niet ten koste moet gaan van alle studenten. 'Met koppen als "Studentenamok nekt nachtrust" komen studenten nogal slecht in het nieuws. Dat is erg gevaarlijk, omdat het een vertekend beeld geeft. Het overgrote gedeelte van studenten zet zich hard in om van Nijmegen, hùn stad, een betere en vooral ook gezelligere plek te maken.'

Wethouder Bert Velthuis (SP) presenteerde onlangs een wetsvoorstel waarin verkamering gecontroleerd moet worden en de overlast door studenten aangepakt. De redenen daarvoor zijn de groeiende overlast die gemeld wordt door omwonenden en het behouden van sociale huurwoningen voor verkamering. Studentenvakbond AKKU kijkt echter met enige scepsis naar het wetsvoorstel.

De overlast, waar het hier over gaat, is uiteraard erg naar voor de omwonenden. Op normale tijden wilt men gewoon kunnen slapen, al helemaal op doordeweekse dagen. Dat is goed te begrijpen. Als we echter wat beter naar de meldcijfers van de gemeente kijken, blijkt wel dat de overlast geconcentreerd zit bij enkele panden rond het centrum. Ook uit algemene overlastcijfers blijkt dat het om een klein gedeelte gaat: 60 meldingen over studentenoverlast per jaar op een totale overlast van zo’n 3500 meldingen. Dat is nog geen 2 procent. Daarnaast staan die 60 meldingen ook tegenover een studentenpopulatie van bijna 20.000 studenten die op kamers zitten in Nijmegen. Het zijn incidenten dus, maar het is wel erg vervelend als je er langs woont.

Die overlast moet dan ook zeker aangepakt worden, maar dat kan prima met de wetten en richtlijnen die al bestaan. Velthuis’ wetsvoorstel is echter nadelig voor alle studenten. Het zal onder andere duurder en moeilijker worden te verkameren, terwijl er nog steeds genoeg kamers nodig zijn. En dit dus terwijl het gros van de studenten weinig met deze overlast te maken hebben. In plaats van extra regels kan beter ingezet worden op betere handhaving van wetten met betrekking tot overlast. Dat gebeurt op het moment namelijk amper. Dat houdt in dat klachten serieus worden genomen en politie simpelweg optreed. Hier hebben wij de voorgaande jaren al meerdere malen voor gepleit. De verbetering van handhaving gebeurt wel gedeeltelijk in het wetsvoorstel, en die delen juichen we toe. Zo is het bundelen van overlastmeldingen een heel goed idee, waar wij volkomen achter staan. In de rest van het voorstel staan echter maatregelen als het eerder moeten aanvragen van omzetvergunningen, die vooral tot doel hebben de verkamering tegen te gaan. Dat maakt het dadelijk nog moeilijker een kamer te vinden dan het al is en daar gaat AKKU uiteraard hard tegenin. Het eigenaardige is dat de overlast die studenten zouden veroorzaken als reden wordt gegeven om verkamering tegen te gaan. Dit terwijl uit de cijfers blijkt dat het draait om enkele hardnekkige overlastveroorzakers!

Dat is mogelijk doordat in de media rondom dit onderwerp continu het hardnekkige beeld van de overlastgevende zuipstudent verschijnt. Met koppen als ‘Studentenamok nekt nachtrust’ komen studenten nogal slecht in het nieuws. Dat is erg gevaarlijk, omdat het een vertekend beeld geeft. Het overgrote gedeelte van studenten zet zich hard in om van Nijmegen, hùn stad, een betere en vooral ook gezelligere plek te maken. Studenten zitten in allerlei studie-, sport- of gezelligheidsverenigingen en werken mee in een scala aan projecten die Nijmegen opfleuren. Denk aan theatergroepen, actieplatforms als Refugees Welcome of het 024 Geschiedenis Festival; de lijst gaat zo wel even door. Naast het gezellige studentenleven waar Nijmegen vol mee zit, zetten studenten zich ook structureel in voor hun omgeving. Wanneer het beeld van de overlaststudent dan overheerst, schaadt dat iedereen, niet alleen studenten. Het is dan helemaal naar, als dit beeld vervolgens kan leiden tot wetgeving die alle studenten pakt in plaats van werkelijke overlastveroorzakers. Daarom zet AKKU zich krachtig in om hier iets aan te veranderen.

 

Redactie
AKKUraatd tegen extra kosten

[Ingezonden] Radboud Universiteit, ban de extra kosten uit

Funs Elbersen, fractievoorzitter voor studentenpartij AKKUraatd in de Universitaire Studentenvergadering, vindt dat er actie moet worden genomen tegen de extra kosten die studenten moeten maken tijdens hun studie. 'Vraagt een onderwijsinstelling om een eigen bijdrage, dan moet naar studenten bovendien duidelijk worden gecommuniceerd dat het om een vrijwillige bijdrage gaat en moeten de kosten worden gespecificeerd, zodat de student bij voorbaat weet waar hij aan toe is.'

Studeren is anno 2016 een dure aangelegenheid. Het collegegeldbedrag kruipt steeds verder richting de 2000 euro en de basisbeurs is afgeschaft, maar alsnog verlangen onderwijsinstellingen via allerlei sluipwegen steeds opnieuw uitgaven van studenten. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor softwarelicenties, extra readers en verplichte studiereizen; kosten die kunnen variëren van enkele tientallen tot honderden euro's. Deze extra studiekosten zetten de toch al matige toegankelijkheid van het onderwijs nog verder onder druk.

Naast onwenselijk, is dit in veel gevallen direct in strijd met de wet. De inschrijving aan een onderwijsinstelling geeft de student het recht om deel te nemen aan het onderwijs en het recht om tentamens en examens af te leggen. Van welke bedragen deze inschrijving afhankelijk mag worden gesteld, staat keurig vermeld in de WHW; de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek. Deze wet biedt onderwijsinstellingen niet de ruimte om extra uitgaven (voor bijvoorbeeld licenties, readers, en excursies) als noodzakelijk om de opleiding af te kunnen ronden te bestempelen.

Een onderwijsinstelling mag wel excursies opnemen in het curriculum, maar alleen als daarnaast een gratis alternatief wordt geboden waarbij dezelfde competenties worden getoetst. Zo'n gratis alternatief moet verder redelijk zijn. Hebben 200 studenten een boek nodig en wordt er (naast de optie tot aanschaf) in de bibliotheek maar één exemplaar ten uitleen aangeboden, dan is het maar de vraag of het geboden gratis alternatief wel redelijk is. Vraagt een onderwijsinstelling om een eigen bijdrage, dan moet naar studenten bovendien duidelijk worden gecommuniceerd dat het om een vrijwillige bijdrage gaat en moeten de kosten worden gespecificeerd, zodat de student bij voorbaat weet waar hij aan toe is.

Toch wordt er vaak niet of nauwelijks naar studenten gecommuniceerd dat de gevraagde bijdrages vrijwillig zijn en worden excursies onnodig vaak als verplicht onderdeel van het curriculum gepresenteerd, zonder dat daarbij een gratis alternatief wordt geboden. Voor zover studenten al op de hoogte zijn van het feit dat dit niet mag, durven ze er in de praktijk vaak niets tegen te doen, uit angst bij de docenten bekend te komen te staan als "die lastige student" en vrezen ze nadelige gevolgen te ondervinden in het vervolg van hun opleiding.

Het is hoog tijd dat er actie wordt ondernomen tegen deze extra studiekosten. Studenten kunnen voor hulp terecht bij bijvoorbeeld de rechtswinkel van Studentenvakbond AKKU, maar voorkomen is natuurlijk beter dan genezen. Daarom roepen wij van AKKUraatd het College van Bestuur op om er beter op toe te zien dat de wet wordt nageleefd en dat er bij het vaststellen van onderwijsprogramma's redelijke, gratis alternatieven worden aangeboden. Ik ga de bestuurders van de Radboud Universiteit hier dan ook concrete vragen over stellen in de Gezamenlijke Vergadering met de verschillende universiteitsraden.

 

Redactie
AKKU pleit voor duurzaam onderwijs

[Ingezonden] RU 2020: beste brede, duurzame universiteit?

Lisa Busink, voorzitter van studentenvakbond AKKU, vindt dat de Radboud Universiteit meer onderwijs zou moeten aanbieden over duurzaamheid en innovatie. 'Je leidt deze generatie niet op tot innovatieve wereldverbeteraars door een prullenbakje te plaatsen in de UB.'

Vorige week vond op onze universiteit de Groene Week plaats en deze week liet zien dat duurzaamheid helemaal niet zo moeilijk is. Maar met een week per jaar meer aandacht vestigen op duurzaamheid, wordt de universiteit niet duurzamer. Studenten zijn de beleidsmakers van de toekomst en kunnen dus allemaal wereldverbeteraars worden. Het is dus jammer dat de Radboud Universiteit ze daarin nauwelijks begeleidt. De RU moet hiervoor meer onderwijs aanbieden over duurzaamheid en innovatie.

De universiteit heeft een voorbeeldfunctie; het is de broedplaats voor kennis. De Radboud Universiteit (RU) is ook dit jaar door Elsevier uitgeroepen tot beste brede, klassieke universiteit, maar hoe breed zij ook is, er is weinig ruimte voor duurzaamheid. Omdat de universiteit zo breed is, zou je verwachten dat er ook veel onderlinge samenhang is. Maar dat is nog niet zo, zeker niet op het gebied van duurzaamheid. Duurzaamheid is een interdisciplinair onderwerp en daar ligt een kans voor de universiteit die nog niet benut wordt.

Ja, je kan nu je afval scheiden in de UB en, er zijn een paar cursussen en opleidingen die zich bezig houden met duurzaamheid en innovatie, maar daar houdt het wel mee op. Studenten die interesse hebben in duurzaamheid, hebben een beperkte keuze en studenten die het niet interesseert, komen er niet mee in aanraking. Dat is hartstikke zonde, want daarmee wordt een hoop talent niet benut.

Bij mijn studie Geografie, Planologie en Milieu zie ik dat er een groeiende groep medestudenten in het tweede jaar in contact is gekomen met duurzaamheid en er geïnteresseerd in is geraakt Waar zij in hun eerste jaar vooral geïnteresseerd waren in geografie of planologie, zijn zij nu ook meer bezig met duurzaamheid. Niet omdat zij van kleins af aan gepassioneerd zijn in duurzaamheid, maar omdat duurzaamheid business is. Want als er érgens behoefte aan is, dan is het wel talent dat complexe vraagstukken rondom duurzaamheid kan oplossen: kunnen blijven groeien zonder bronnen te blijven uit putten.

Het aantal bacheloropleidingen op de RU die enige mate van duurzaamheid in het curriculum heeft, is op een handje te tellen. Bijvoorbeeld het vak ‘Duurzaam Ondernemen’ wordt per jaar door hooguit 20 studenten gevolgd, waar tegenover duizenden bedrijfskunde en economie studenten staan die hier nooit mee in aanraking komen. Op deze manier zorgt de RU ervoor dat onze generatie wederom bestaat uit een kleine groep ‘wereldverbeteraars’.

Je leidt deze generatie niet op tot innovatieve wereldverbeteraars door een prullenbakje te plaatsen in de UB, maar door meer onderwijs aan te bieden op dit gebied. Er is talent nodig om complexe klimaatvraagstukken op te lossen en studenten, de top van het onderwijs, beschikken over dat talent. De student wordt nu nog niet aangespoord deze hiervoor in te zetten. We zijn de beste brede klassieke universiteit van Nederland, maar er is nauwelijks interdisciplinariteit. Duurzaamheid is bij uitstek het onderwerp waar interdisciplinariteit voor nodig is. Ik pleit voor een interdisciplinair instituut voor duurzaamheid op de RU, waar studenten van elke richting duurzaamheidsonderwijs kunnen volgen en worden uitgedaagd complexe vraagstukken op te lossen. Zo wordt het talent van de student benut voor een betere toekomst en straalt de RU een mooie ambitie uit.

 

Redactie
'Dit referendum heeft niets te maken met democratie'

[Ingezonden] Ik stem tegen het referendum, ik stem niet

Volgens Axel Varenhorst (22), derdejaarsstudent Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit, heeft het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne niets te maken met democratie. Om deze reden gaat hij woensdag niet stemmen. Volgens hem is het tijd dat er een debat wordt gehouden over hoe de politiek de burger weer gaat vertegenwoordigen. 

Het duurt nog één dag voor er in Nederland een referendum wordt gehouden over het associatieverdrag met Oekraïne. Er is al veel over geschreven. De lezer die nu misschien denkt dat dit een zoveelste poging is van iemand die gaat uitleggen waarom je óf voor óf tegen moet stemmen, heeft het mis.

Ik heb namelijk besloten om niet te gaan stemmen, want ik ben tegen dit referendum. In mijn ogen heeft dit referendum niets te maken met de democratie. Het is een goed voorbeeld van een schijndemocratie. De referendumwet, deze zomer in werking getreden na een vurige lobby van onder andere D66, laat nu al zien dat deze in de praktijk niet werkt. Met deze wet is, zoals velen al weten, het mogelijk om met 300 duizend handtekeningen een raadgevend referendum te laten plaatsvinden over een onderwerp dat al door de Eerste en Tweede kamer is aangenomen én is vastgelegd bij Koninklijk Besluit.

Hoe zijn deze handtekeningen echter verzameld? Gaat het hier om 300 duizend Nederlanders die een referendum willen, of om bijvoorbeeld ‘slechts' 100 duizend Nederlanders die meerdere keren hebben gestemd? Verder werd het via een online-applicatie wel erg gemakkelijk om zonder de consequenties ervan in te zien, je petitie vanuit je luie stoel te ondertekenen.

Dat de handtekeningen nogal eens gemakkelijk werden gezet, heb ik om mij heen gemerkt. In mijn ogen is het verhaal eenvoudig en eenzijdig opgesteld en daarmee glijdt de referendumwet af naar een typisch populistisch middel. Door zinnen als ‘dit is het leukste piramidespel ooit, want hiermee zetten we Pechtold in de zeik!’ of internetmemes met daarin de tekst dat je 'Pechtold nu heel verdrietig hebt gemaakt', is de aandacht voor het onderwerp zelf nogal op de achtergrond komen te spelen.

De petitiecampagne heeft hierdoor meer weg van pesten of tegen iemand lekker 'nee' kunnen zeggen. Misschien is het GeenStijl zelfs helemaal niet te doen om dit referendum en proberen ze dit angstvallig stil te houden. Luuk Koelman schreef in zijn geweigerde column van afgelopen week dat de reden voor het houden van het referendum niet de inhoud was, maar het versterken van het merk GeenStijl. Op kosten van de staat, moet GeenStijl van hun eigenaar Telegraaf Media Groep meer rendabel worden gemaakt; er speelt meer achter de schermen en wederom worden we voor de gek gehouden.

Verder, wat bereiken we met dit referendum? Het referendum is slechts raadgevend, iets wat we in 2005 ook al hebben meegemaakt. Het betekent dat, indien een meerderheid tegen stemt, de politiek de wet moet aanpassen. Het verdrag wordt dus niet van tafel geveegd, maar hij wordt gewoon geaccepteerd nadat er wat aanpassingen zijn aangebracht. Fijn, want dan gaat deze wet misschien de geschiedenisboeken in als ‘de duurste wetsaanpassing ooit’. Het referendum kost namelijk 40 miljoen euro. Ga maar eens na hoeveel we daar voor hadden kunnen doen, zoals zorg, ouderen, onderwijs, etc.

En wat is het alternatief? Stel er wordt ‘nee’ gestemd, wat willen we daarmee zeggen? Gaat de politiek aan GeenStijl vragen wat zij anders willen? Gaat het gehele verdrag van tafel? Of gaat de wet weer in de ‘gevreesde achterkamertjes’ in Den Haag en is het niet precies duidelijk wat de uitkomst is? Als een referendum zou gaan over een keuze tussen twee wetsvoorstellen, het oorspronkelijke wetsvoorstel en een onderbouwd alternatief dat wordt ingediend vanuit de bevolking, is er pas sprake van een echte keuze. Pas dán heeft de bevolking meer inspraak bij politieke kwesties. Niet door even 'ja' of 'nee' te zeggen.

Dan de vraag: waar is een referendum voor nodig? Het referendum is bedoeld om de kiezer meer inspraak te geven in het politieke proces. Maar daar zijn verkiezingen toch voor? Tijdens de verkiezingen geven we met onze stem een politiek mandaat aan diegene op wie wij stemmen. Dat betekent dat wij diegene toestemming geven om namens ons te stemmen in de politieke arena. Misschien moeten we daarom eens wat meer aandacht geven aan waar iemand individueel voor staat, in plaats van blindelings op de (al dan niet aantrekkelijke) leider, de eerste vrouw op de lijst, of iemand uit de regio te stemmen.

Toch wordt via dit referendum wel iets anders blootgelegd. Ik denk dat de politiek te veel is vergeten voor wie zij eigenlijk moet optreden. Het is een academische club geworden die zijn wortels in de maatschappij is verloren. Te weinig politici begrijpen de onvrede in de maatschappij, hoewel ze zeggen van wel. De onvrede in de maatschappij wordt nauwelijks bevredigend vertegenwoordigd; de ene kant loopt te schreeuwen en 'nee' te roepen, de andere kant vertelt hoe de situatie in theorie - academisch gezien - is, zou kunnen zijn of zou moeten zijn. Er is geen middenweg in de hedendaagse politiek en dit geeft de bevolking het gevoel niet gehoord te worden. Dit los je op door nieuwe, frisse gezichten in de politiek te krijgen - in zowel de Tweede als Eerste kamer - die eens echt uit die ivoren toren durven te stappen, niet met een of andere referendumwet waarin op populistische wijze even lekker tegen de gevestigde orde wordt getrapt.

Het is tijd dat er een debat wordt gehouden over hoe de politiek de burger weer gaat vertegenwoordigen. Dat doe je niet door de burger te pas en te onpas te laten stemmen over de meest onzinnige onderwerpen, naar aanleiding van een digitale, populistische campagne waar ‘slechts’ 300 duizend - unieke? - handtekeningen voor nodig waren. Al met al: op 6 april aanstaande stem ik 'tegen' en wel tegen de referendumwet. Ik ga niet naar de stembus, hoe pijnlijk dat ook is.

 

Redactie
'Laat de student zijn eigen keuzes maken.'

[Ingezonden] Wij zijn tegen betutteling op onze universiteit

Luca Meeuws (20), actief bij de studentenpartij De Vrije Student Nijmegen, vindt dat de Radboud Universiteit met de vleesvrije maandag een betuttelende rol aanneemt en dat het de student zelf zijn keuzes moet laten bepalen. 'De universiteit hoeft, naar onze mening, niet de rol van opvoeder op zich te nemen.'

Hij is weer terug van weggeweest; Meat Free Monday. Eindelijk hoeven we op maandag niet meer te kiezen wat we willen eten in de Refter. In plaats van de keuze voor vlees of vegetarisch eten bij de student neer te leggen, maakt de universiteit het ons makkelijk door op maandag geen vlees in de Refter aan te bieden. Het doel van de universiteit is het creëren van milieubewustzijn onder studenten door ze een dag in de week geen vlees te laten eten. In eerste instantie is dit een nobel streven om milieubewustzijn te stimuleren en dit is dan ook niet hetgeen waar wij het niet mee eens zijn. Het is de manier waarop de universiteit dit doet die ons tegen de borst stoot.

Na de pilot van vorig jaar, waar De Vrije Student bij aanwezig was, waarbij op maandag universiteitsbreed de hele dag geen vlees te verkrijgen was, is het getroffen gebied nu beperkt gebleven tot de Refter. De Refter, door haar ligging de 'centrale kantine' van de campus, wordt een Meat Free Zone op maandag. Wie toch een stukje vlees op zijn bord wil, zal moeten uitwijken naar een van de andere kantines op de campus, zoals het Gerecht in het Grotiusgebouw.

Een andere mogelijkheid voor studenten die op maandag een stuk vlees op hun bord willen hebben, is om naar huis te gaan en het zelf klaar te maken. Het probleem is dan ook niet dat studenten niet zonder vlees kunnen, maar dat de universiteit hun die keuze wegneemt. Waar de universiteit als doelstelling heeft het campusgevoel onder de studenten te versterken en studenten gedurende de dag zo lang mogelijk op de campus wil houden, stelt de RU een maatregel in waarbij het campusgevoel terecht komt in onze milieubewuste onderbuik.

Hier zal tegenin worden gebracht dat uit een enquête blijkt dat 70 procent van de ondervraagden in De Refter ‘voor’ de Meat Free Monday is. 'De meerderheid bepaalt' zou je zeggen, maar dit is geen probleem waarover de meerderheid überhaupt zou moeten kunnen bepalen. Het probleem waarvoor de Meat Free Monday als oplossing wordt gezien, is het milieubewustzijn onder studenten. Wij denken alleen dat er andere oplossingen zijn die niet meteen een inbreuk maken op de vrije keuze van de student.

Het begint al bij het geven van meerdere keuzes. Wanneer je een veganistische, een vegetarische en een maaltijd met vlees aanbiedt, zorg je er al voor dat de student een keuze moet maken en zelf kan nadenken over zijn keuze. Om meer aandacht te krijgen voor milieubewustzijn, zou je de veganistische en vegetarische variant wat meer onder de aandacht kunnen brengen. Informeer de student bijvoorbeeld over de gevolgen van grootschalig vleesgebruik met een leuk milieubewust labeltje en zet ze op die manier aan het denken.

Wij van De Vrije Student willen geen partij kiezen voor veganisten of vleeseters, maar wij zijn wel tegen betutteling op onze universiteit. De universiteit hoeft, naar onze mening, niet de rol van opvoeder op zich te nemen en de student bepaalde gebruiken of opvattingen aan te leren. Laat de student zijn eigen keuzes maken.

 

Redactie