Column: Humorhaters zijn definitievervuilers

Bertus Huidschuiver

Laten we maar voorgoed afrekenen met racisme, want de term is dood. Wie dacht dat het Zwarte Piet-debat schrijnend was, heeft de afgelopen weken onder een steen gelegen. Daphne, Jack en Gordon deden een satirische duit in het zakje en wéér rolden er krokodillentranen, kwamen mensen met schadeclaims op de proppen en ontplofte Twitter door haat-aan-RTL-tweets.

Uitermate triest wanneer je satire de kop in wilt drukken, omdat je een grap niet snapt, niet leuk vindt of omdat je simpelweg allergisch bent voor lachende mensen.

Daphne Bunskoek een racist noemen, omdat ze een gewaagde poging tot humor deed, is een devaluatie van de term racisme. Gordon een racist noemen, omdat hij zijn flauwe grappen niet voor zich kan houden (ongeacht tegen wie: gekleurd, gelovig, gehandicapt), is definitieterrorisme. Gordon verdient zijn geld met onaangepast gedrag, en dat mag. Jack Spijkerman mag in een onderonsje met Humberto Tan zeker iets zeggen over Tan’s huidskleur. Dat Jack Spijkerman wat mij betreft nooit grappig was en met z’n klaplong lekker met pensioen moet doet daar niets aan af. Vrijheid noemen we dat: van gedachte, van meningsuiting, van media en al bevalt de artiest je niet, het is hoe dan ook artistieke vrijheid.

Alles wat je niet zint labelen onder de noemer racisme doet zwaar afbreuk aan daadwerkelijk racisme. Mensen die op basis van huidskleur of afkomst maatschappelijk achtergesteld worden, geweld dat zich richt tot etnische groepen, dát is racisme. De Chinese kandidaat bij Holland’s Got Talent vond Gordon’s grappen vernederend, hij mag Gordon daarop aanspreken, want toegegeven, de actie was nogal lomp. Ik vraag me af waarom de discussie dan niet over Gordon’s oncontroleerbare drang naar het publiekelijk afzeiken van weerloze kandidaten en of dat al dan niet in het programma past? Meneer Heuckeroth’s gebrek aan empathie en zijn slechte humor maken hem weliswaar onuitstaanbaar, het maakt hem nog geen racist. Hem het zwijgen opleggen is het failliet van de vrijheid van meningsuiting, net als een excuus afdwingen.

Nog niet zo lang geleden gingen er mensen dood omdat ze grappen maakten en hun mening gaven, de een was een filmmaker, de ander een politicus. Beiden heren namen geen blad voor de mond en taboes gingen ze nooit uit de weg. Helaas vonden hun fatsoenlijke opponenten discussie niet nodig; hen kapot demoniseren was genoeg.

Waarom dit mij steekt is omdat ik nu al enige tijd onder mijn pseudoniem Bertus Huidschuiver de ANS-website bestook met hier en daar zwaar uit de bocht gevlogen stukken. Niet omdat ik daar altijd voor de volle honderd procent achtersta, wel omdat ik vind dat ik het recht heb iets controversieels of grofs te schrijven. Daarbij wakkerde het niet zonder uitzondering een discussie aan en dat was nu precies mijn bedoeling. Ik vind elke inperking van de vrijheid die ik nam een zeer enge ontwikkeling, elke roep om ‘fatsoen’ een stiekem voorwendsel om mensen te doen zwijgen. Óf je bent fatsoenlijk, óf je doet er niet meer toe. Vanuit je morele superioriteit in een vrije samenleving anderen de maat nemen is een gotspe en totaal niet fatsoenlijk maar daar hebben fatsoensridders maling aan.

Ga dus in discussie met elkaar, maak flauwe, gore en harde grappen. Ik sta er voor. En voor iedereen die zich gekwetst voelt: ga ook grappen maken of slinger een goed debat aan en spuw vooral je gal over alles en iedereen. Het mag, we zijn vrij. Nog wel.