Ted, Robbert en ik

Niek Janssen

‘Maar wie is nou die Ted?’ Het duurde even voor opa begreep dat TED niet de naam was van een persoon, maar van een evenement. De universiteit was jarig en ter ere daarvan werd er een TEDx Conference georganiseerd. Ik mocht spreken, op hetzelfde podium als Robbert Dijkgraaf. ‘Dè’s toch die professer van De Wirreld Draait Door?’ Ik knikte. In dat geval was hij wel trots. ‘Nou, dan zorgt in ieder geval mèr dèdde-n-um sprikt.’ Ik was een man met een missie.

Het TED-format is heel eenvoudig. Je regelt een batterij aan topwetenschappers, toppolitici en topkunstenaars, vult die aan met wat onbekende namen, zet ze op een rode stip op een podium voor een duizendkoppig publiek en geeft ze een simpele opdracht mee: ‘Vertel een verhaal. Het moet persoonlijk zijn, maar ook universeel. Je moet je publiek tegelijk inspireren en vermaken. Wees vernieuwend en spannend. En als het even kan, maak ze ook een keer flink aan het lachen. Je hebt acht minuten. Go.

Op de grote dag zelf was ik gelukkig helemaal achterin het programma gezet, zodat ik de hele dag de tijd had om me zenuwachtig te maken. Tegen de tijd dat ik in de make-up zat zweette ik de foundation er net zo snel af als de grimeuse hem erop kon smeren. ‘Nerveus?’ vroeg ze. De vraag leek me retorisch bedoeld. Hoe dan ook, voor ik antwoord kon geven hoorde ik een paar lakschoenen klikken over de gang. Robbert Dijkgraaf keek het kamertje in, stropdas los, bovenste knoopjes open. ‘Spannend, hoor.’ Ik knikte en bedacht me hoe raar het was starstruck te zijn door een natuurkundige. ‘Ach,’ zei hij, ‘wat kan er nou helemaal misgaan? Het enige dat er kan gebeuren is dat ze je verhaal niet leuk vinden, maar dan komen er nog drie verhalen na en zijn ze je zo weer vergeten.’ Het was vast goed bedoeld, maar het klonk toch niet erg lekker. ‘Goh, op televisie lijkt u altijd zo sympathiek,’ zei ik. Dijkgraaf trok een gezicht. Ik hoopte maar dat hij lachte. In ieder geval had ik hem gesproken.

Al gauw bleek dat zelfs een Dijkgraaf nog zenuwachtig was voor zo’n optreden. Al driekwartier voor zijn opkomst ijsbeerde Dijkgraaf driftig over het toneel, zijn tekst voor zich uit mompelend. Met stijgende verbazing sloeg ik de televisieprofessor gade terwijl hij een halve marathon aflegde op het podium van de Vereeniging. Op de een of andere manier viel daardoor een last van mijn schouders. Als zo’n doorgewinterde spreker al nerveus was, mocht ik die TEDtalk dan ook even spannend vinden? Ik liep het podium op. Geen greintje nervositeit. Ik was er klaar voor.

Acht minuten later liep ik onder applaus de backstage weer in. Dijkgraaf stak zijn duim naar me op. Ik glimlachte en knipoogde terug. Toen hij het filmpje terugzag op YouTube verzuchtte opa: ‘Dè hèdde gullie toch mèr mooi geflikt, Ted, Robbert en gai.’

Dixi.

Niek Janssen is classicus in spe.