Reünie

Niek Janssen

Glimlachend realiseerde ik me dat ik onbewust mijn fiets op precies dezelfde plek had neergezet als ik zes middelbareschooljaren lang had gedaan. Vijf jaar na dato was het spiergeheugen nog niet versleten: tweede rij van achter, en dan de linkerkant. Maar het was niet louter zoete nostalgie bij deze reünie. Ook bij mijn klasgenootjes had de crisis toegeslagen. Dat wist ik zeker, want iedereen wilde ineens leraar worden.

De aspirant-journalist bij de BBC? Leraar. De neurochirurg in spe? Leraar (Biologie, want uitgeloot bij Geneeskunde). De Nobelprijswinnaar in de fysica f.t.? Leraar. Wat was er met al die toekomstdromen gebeurd?

Een van mijn vroegste jeugdherinneringen gaat over carrièreambities. Juf Francien van de peuterspeelzaal vroeg wat we wilden worden als we groot waren. Wat ik zelf zei weet ik niet meer, maar er zat een blik blonde jongetjes met dezelfde achternaam in het klasje, en stuk voor stuk wilden ze lekkiesjen worden. Hun vaders hadden namelijk samen óók een elektriciensbedrijfje. Een meisje was vastbesloten om over tien jaar prinses te zijn. Mijn beste vriendje gaf het allerbeste antwoord ooit op deze vraag: egel. Hij wilde egel worden.

Niemand ambieerde toen al het docentschap. Pas toen in groep zeven dezelfde vraag werd gesteld zei één kleine spuitelf (ik): ‘Ik wil meester worden, meester.’ Daarna zongen we met de hele klas een liedje van Kinderen voor Kinderen: ‘Als ik later groot ben word ik lekker niks. Niks, niks, niks, ben helemaal nergens voor geschikt!’

From the mouths of babes…

In de vierde klas vroegen we de leraar Grieks waarom hij Klassieke Talen was gaan studeren. Dan werd je automatisch leraar, was zijn antwoord, en dan werd je lekker werkloos. Er was een lerarenoverschot, toen, en een riante werkloosheidsuitkering. Dat leek hem ideaal. Hoe anders was het nu: mijn klasgenootjes gingen massaal hun eerstegraadsbevoegdheid halen omdat dat praktisch een baangarantie was.

Leraar is misschien wel het mooiste beroep, bedacht ik, maar vanwege het geld vijftig jaar groepen onwillige pubers de stelling van Pythagoras leren is het recept voor een burnout. Misschien verklaart dat wel de potjes Oxazepam die ze in onze reünie-goodiebags hadden gestopt.

Toen ik het schoolplein affietste, bedacht ik me: dankzij de crisis wilde uiteindelijk iedereen egel worden. Eigenlijk maakte het niet uit wat ze deden, als ze maar in zichzelf weg konden kruipen en hun stekels uit konden zetten tegen de boze buitenwereld; als hun carrière maar zolang ergens kon overwinteren, om hopelijk in een nieuwe lente weer wakker te worden.

Dixi.

Niek Janssen is classicus in spe.