Column: Verdomd Veel Vrijheid

Loes de Veth

Bij alles wat je doet, doe je duizend dingen niet. Met elke keuze die je maakt, sluit je honderd andere uit. Alles is mogelijk: reden tot een depressie of een feestje?

We lagen naast elkaar, de Ex en ik, naakt, toen hij het zei: ‘Laten we het over schaamhaar hebben. Ik vind het kaal mooier.’ Op dat moment wilde ik het liefst door het bed zakken, door de vloer, door de verdiepingen onder me, door de grond. Grafsteentje erop en klaar. We waren al drie maanden samen en in die tijd had ik mijn voortuintje redelijk bijgehouden. Ik trok niet dagelijks al het onkruid uit de grond, maar het gras was zo goed als gemilimeterd en de rozen gesnoeid. Ik vond het prima zo, was me bewust dat veel vrouwen er een andere schaamstreeksituatie op na hielden, maar vond het mijn goed recht zelf te beslissen over de haargroei daar beneden.

Nu was echter alles veranderd, want de twee dingen die ik wilde waren onverenigbaar. Aan de ene kant, wilde ik dat de Ex me onweerstaanbaar vond, aan de andere kant vond ik het creëren van een kinderkut op een volwassen vrouw bijna misselijkmakend. Bovendien is het tijdsverspilling en krijg ik van scheren altijd nare rode bultjes en ingegroeide haren, iets waar een man ook niet graag met zijn neus bovenop zit bij het beffen, denk ik zo.

Ik moest denken aan de Sex and the City film, die ik ooit keek met een vriendin die op dat moment ernstig liefdesverdriet had. Dit leek ons, op de een of andere manier, de beste keuze. In die film ligt die lange roodharige (Miranda– ik moest dit opzoeken) op een gegeven moment in een badpak en onder haar broekje komt een waar oerwoud tevoorschijn. Haar vriendinnen vinden dit uitermate schokkend en naast het onmiddellijk plannen van een wax-afspraak maakt het hen ook duidelijk waarom haar man vreemd is gegaan: met haar wollige poes heeft ze seks immers uitgesloten. Het niet scheren van je doos is blijkbaar een legitieme reden voor ontrouw. Bedankt SATC, voor deze wijze les.

‘Wat vind jij?, vroeg de Ex. Hij trimde zijn schaamstreek en had me een paar dagen eerder trots aan zijn stekelscrotum laten voelen. Dat was natuurlijk een hint geweest. Het interesseerde mij persoonlijk geen zak wat hij met zijn balhaar deed. Daarbij vond ik het oneerlijk dat bijna kaal wel goed genoeg was in zijn geval, maar niet in het mijne.

Ik zei niets van dit alles, lag alleen naast hem, erger vernederd dan die keer dat ik buikgriep kreeg bij een logeerpartijtje, hopend dat God of welke hogere macht dan ook mijn schaamhaar op miraculeuze en pijnloze wijze zou wegschroeien, voor altijd en eeuwig. Want verblind door liefde zag ik voor één keer in mijn leven níet dat ik een keuze had. Dat ik kon kiezen voor mezelf.