Column: Verdomd veel vrijheid

Loes de Veth

Bij alles wat je doet, doe je duizend dingen niet. Met elke keuze die je maakt, sluit je honderd andere uit. Alles is mogelijk: reden tot een depressie of een feestje?

Het is zondagavond en ik kan onmogelijk slapen. Mijn vriend en ik hebben het net uitgemaakt, maar het kussen ruikt nog naar zijn haar, de knoop in mijn maag wordt elke minuut strakker aangetrokken en in mijn hoofd begint elke zin met ‘nu gaan we nooit meer…’ Als dit een film was, jankte de hele zaal nu met me mee.

De volgende dag spendeer ik bij een vriendin. Daar probeer ik te vertellen wat er is gebeurd.

‘Ik voel me rot’, zeg ik, ‘Zoals een appel, die rot is. Een rotte appel. Er zit een groot gat in mijn binnenste. Alsof iemand er een appelboor doorheen heeft gestoken. Misschien blijf ik nu wel voor altijd een seksloze overrijpe appel. Godverdomme.’ De volgende dag ga ik naar de stad. Ik koop vijf T-shirts, een nieuwe broek en een rokje met geld dat ik niet heb. Thuis trek ik een nieuwe outfit aan en luister naar Pink op maximaal volume, terwijl ik door de kamer dans en schreeuw: ‘Ik ben een fucking power chick, bitches!’

Vijf minuten later zit ik achter mijn laptop in mijn joggingbroek naar foto’s van ons tweeën te staren, de kleren weer netjes in de tasjes, want ik doe nooit iets daadwerkelijk meteen aan. Ik laat het een week lang met kaartjes eraan in een tas zitten, want wat als ik het toch niet meer leuk vind en terug wil brengen? Met kleding kun je je beslissingen terugdraaien, dat moet je koesteren.

Een dag erna besluit ik dat ik een drastische verandering nodig heb. Ik overweeg te gaan roken, want dat is poëtisch en er is nu niemand meer die zijn tong in mijn asbek hoeft te steken. Ik doe het niet: geld voor sigaretten is opgegaan aan de T-shirts.

Ik moet bezig blijven, bezig blijven, dus ik leer breien. Mijn breiwerk zit vol gaten en het aantal steken is verdubbeld sinds het begin, maar het werkt: ik maak iets, ik creeër. Al is het slechts een paars-oranje lap, het heeft toekomst. Wie weet brei ik ooit een trui voor mijn kinderen: o nee, wacht, ik ben een seksloze appel.

De volgende avond ga ik uit. Ik drink wijn, veel wijn, nog meer wijn en dan nog wat tequila. Rechts van me bloeit de liefde op tussen twee vreemden. Ik lach als een clown, maar halverwege de avond brandt de alcohol de schmink van mijn gezicht en ik ga naar huis.

Na zelfmedelijden, bezigheidstherapie en drank rest me nog maar een ding: mijn verdriet misbruiken om een creatief meesterwerk te maken. Tada!