Column: Verdomd Veel Vrijheid

Loes de Veth

In mijn jaarboek van de middelbare school schreven mijn vriendinnen dat wat ik ook zou gaan studeren – mijn studiekeuze was uiteraard een last-minute besluit – ik later een lieve moeder zou worden. Dat vond ik aardig van ze. Vreemd wel, want ik heb niet veel moederachtige eigenschappen, zoals zorgzaamheid en het talent om verstandige beslissingen te nemen. Ik lok eerder moederachtig gedrag uit in anderen. Vriendinnen die voorkomen dat ik verzonken in gedachten een drukke straat oversteek zonder links, rechts en nog eens links te kijken bijvoorbeeld. Of vriendinnen die in de winter de behoefte voelen mijn sjaal te re-arrangeren zodat er niet een heel stuk huid ontbloot de vrieskou ingaat. Bovenal vond ik het vreemd omdat ik niks met kinderen heb.

Laatst liet mijn oudere nicht me even alleen met haar vier maanden oude zoontje. Schattig was ie, met zijn bolle wangetjes en onschuldige oogjes, maar zodra ik alleen met hem was, besefte ik wat voor levende tijdbom zo’n ventje is. Ik was er heilig van overtuigd dat dit hulpeloze wezen precies in deze vijf minuten zou besluiten dood te gaan, en dan was het mijn schuld. Panisch rukte ik een lapje dat in zijn kinderwagen lag uit zijn handen. Hij zou het maar over zijn hoofd trekken en stikken. Dit resulteerde uiteraard in een huilbui, die niet ophield, hoeveel gekke bekken ik ook trok.

En het wordt niet beter als ze ouder worden. Sommige mensen beweren dat je alles tegen een kind kunt zeggen, maar dat is niet zo. Je kunt niet zeggen ‘man, wat heb ik een kater’ of ‘heb jij Life of Pi gelezen?’. Of zelfs ‘ik heb zin een koekje, jij ook?’ want misschien mogen ze geen koekjes. Dus vallen er ongemakkelijke stiltes wanneer ik word geconfronteerd met een kind. Of ik verhoog mijn stem met een octaaf om erachter te komen dat ze daar te oud voor zijn.

Nog een jaar of wat ouder en het worden ondankbare honden, die niet waarderen dat jij je vrije tijd hebt opgeoffered zodat ze naar balletles konden, of dat je misschien niet elk jaar naar dezelfde camping in Frankrijk had gewild, maar het toch deed omdat ze daar vriendjes hadden en de glijbaan zo leuk was. In plaats daarvan schreeuwen ze tegen je dat je een kutwijf bent, omdat je hun computertijd hebt ingeperkt.

Nog een jaar of wat ouder zien ze het wel. Nu zijn ze dankbaar. En zeggen ze dat ze van je houden. En dat is wat je wilde. Je hebt er een uitgescheurde kut, een eeuwig buikje en achttien jaar lang gezeik voor doorstaan, maar het is wat je wilde.

Het is niet wat ik wil. Maakt dat me een egoïstische trut? Volgens sommige wel. Misschien bedenk ik me nog, je weet hoe dat gaat met hormonen, maar een kind op de wereld zetten omdat dat is wat je wél wil is net zo egoïstisch, lijkt mij.