Column: Serendipiteit

Chelsey Buurman

Hij sloeg me in de gezicht met de realiteit. Probeerde mij duidelijk te maken dat er geen hoeveelheid aan calculeren, berekenen, koelbloedige stalen zenuwen bestond die een beslissing zo koud kon maken. ‘Maar hé, het is goed’, zei hij. ‘Uiteindelijk moet je het toch echt zelf weten. Maar ik zou het niet doen.’ Het restaurant ging ondertussen al dicht. Met zes personen bezetten wij de laatste tafel achterin de ruimte. Van ons grote gezelschap was ondertussen niet zo veel meer over. De treinreizigers naar exotische Nederlandse steden waren afgedropen en de harde kern had zich gevormd. Drie mannen die elkaar met sterke verhalen in toenemende mate probeerden af te troeven, een vrouw met een geamuseerde blik en een vrouw met een bodemloos glas, een put waar witte wijn en rode wijn elkaar zo vlot in opvolgen dat de kleur aan paars grensde. Met een verdwaalde bloem probeerde ik de serveerster ervan te overtuigen om ons nog een laatste fles wijn te brengen. ‘Nog eentje’, probeerde ik, maar ze was onwrikbaar. Met een glimlach poeierde ze ons af.

Ik zat tussen een stel in. Ik geloof dat ze ruzie hadden, maar ze waren beiden dronken dus zeker weten doe ik het niet. Na uitgebreid vloeken en een schop onder de tafel bogen ze zich weer elkaar toe voor een kus boven mijn schoot. Ik keek beleefd de andere kant op, alsof ik niets had gezien.

‘Het is lang hoor, echt. Zou je dat nou wel doen?’ Nee, natuurlijk zou ik dat nou wel niet doen, maar dat wist ik eigenlijk ook niet zeker. In mijn keel borrelde een zure bel omhoog, een brokje kletskop met yoghurtijs reisde mee. Smakelijk. Hij had gelijk natuurlijk, maar hij is stoer en zonder vrees en ik tril als een blad in de wind bij de gedachte alleen al. Ik wachtte op wijze woorden maar wist dat ik op te veel hoopte in deze kringen, op deze tijdstippen. Ik deed er verstandig aan toen ik aankondigde naar huis te gaan. Na een luide klapzoen op mijn oor, dampend warme woorden van welterusten en goedenacht hing ik met koude vingertoppen de goedkope lampjes aan mijn fiets. Ik fietste langs de Waalkade, tot ik de hoek om ging, langs de rode ruiten. Aan de linkerzijde stonden dames in lingerie te pronken, maar de verhalen van de starende mannen aan de overkant zijn minstens even interessant. Terwijl het kettingslot ratelde hoorde ik hoe de rest van het gezelschap de straat in kwam. Het geruzie van het stel werd verstomd toen hij haar in zijn armen nam en hardhandig een kus op haar mond drukte. Ze zwichtte.