Column: Hallo?

Janne Manschot

Hállo! Hállo! Kan dat wat zachter?!' Ik doe mijn oortje uit en zie een man aan de andere kant van het gangpad boos naar mij zwaaien. In gedachten verzonken heb ik helemaal niet doorgehad dat mijn muziek vrij hard stond en dat de omringende treinpassagiers wellicht iets konden horen. Ik excuseer me en de man wendt zich zuchtend tot zijn krant. 'Jeetje, wat asociaal', denk ik bij mezelf. Ik kwijn weg in mijn paarsblauwe stoel van schaamte. Toch vraag ik me af waarom hij zich wel stoort aan mijn muziek en niet aan het driftige gesprek van twee vrouwen verderop in de coupé.

Diezelfde middag ga ik met mijn vriend koffie drinken in een klein café. We zijn de jongste gasten en naast ons zit een vrouw in een tijdschrift te bladeren. Toen we aan kwamen keek ze al op met een verontruste blik. Ze was er zeker van dat wij lawaai gingen maken, jong als we waren, en behoedde zich er alvast voor. Ik ben me het hele gesprek bewust van iedere toon die uit mijn mond komt. Het maakt niet uit, bij iedere zin schudt ze haar hoofd. Ze haat me. Ze veracht me. Ik ben het jonge meisje dat geen rekening houdt met de mensen in dit land die toe zijn aan hun rust.

Op de terugweg staar ik moedeloos naar de weilanden, me afvragend wat ik fout doe. Blijkbaar spreekt mijn gezicht boekdelen en de vrouw tegenover mij merkt het op. Ik voelde haar blik al een tijdje branden maar had echt even geen tijd om te reageren, andere dingen waren even belangrijker ja? Ze legt haar hand op mijn knie en ik merk dat de losse huid van haar hand om mijn knie golft. 'Het gaat altijd vanzelf wel weer over, meis' zegt ze wijs, vindt ze zelf. Bijna krullen mijn wenkbrauwen naar hun schijnheilige stand. Bijna knerpen sarcastische woorden uit mijn mond. Nu ben ik niet alleen asociaal, maar ook nog eens onwetend?! 'Dat weet ik', zeg ik stug, 'bedankt'.

Overal waar ik kom voel ik de vooroordelen. Ondanks dat ik er naar mijn idee best bescheiden uitzie, verwacht men dat ik overlast ga veroorzaken of me onwetend ga gedragen. Dat meisjes slechter presteren in rekenen blijkt gewoon door vooroordelen te komen. Ben ik me dankzij deze vooroordelen over jongeren dan ook daadwerkelijk asociaal gaan gedragen? Of erger, ben ik langzaam in de vertrouwelijke armen van onwetendheid gevallen?! Ik ga even geen muziek meer luisteren in de trein.