Column: Symfonie in sweatpants

Janne Manschot

Je spreekt niemand meer. Je leeft van gare reftermaaltijden en salades uit een plastic bakje. De zon klinkt nu als een oude bekende voor je, die heb je al in geen tijden meer gezien. Je bent namelijk aan het leren in de kelders van de Universitaire Bibliotheek. De tentamens hebben je leven voor een week of twee overgenomen en je vraagt je af of er wel licht aan het einde van de tunnel is. Deze periode kan erg zwaar zijn en niet iedereen houdt het vol. Om het wat aangenamer te maken, heb ik daarom een geweldige tip voor je: luister.

Al ruim tien jaar worden deze hallen gevuld met moderne symfonieën. Het interessante aan de methode van dit orkest is het gebruik van tijd. Naarmate de dag vordert, komen er steeds meer klanken bij. Zo hoor je foutmeldingen en een geloei van moeizame verwerkingen. Soms hoor je twee tafels verder een geit gillen. ‘Die zit op Facebook’, grinnikt iedereen dan. Deze digitale uitingen worden afgewisseld met gezucht en gesteun van de gebruikers van de laptoppen. Met name wanneer er een zesde foutmelding klinkt, zie je de student achter zijn laptop wegkwijnen. ‘Shit wat gênant, ik had het geluid toch uitgezet?’ denkt het meisje tegenover mij. Héérlijk.

De herfststorm heeft dit jaar echter een nieuwe symfonie meegebracht. Een symfonie van accelererend snot. De ene neus geeft een wat lagere ophaal, dan weet je dat die student een groot neuskanaal heeft. Wat verderop klinkt de ophaal hoog en is hij van kortere duur: een klein kanaal. Dan komt de percussie. Twee studenten die op het toppunt van verkoudheid zijn, kunnen alleen nog een kort geknetter produceren. Die neuzen zitten vast en de jongens hebben veel kracht nodig om er beweging in te krijgen. Afwisselend werken ze naar de climax, waarna de hoge snuitjes het overnemen. Prachtig!

Het mooiste aan deze herfstband is dat het meegenomen kan worden naar de tentamenzaal. Zodra de zo-levensmoe-dat-ik-maar-ga-surveilleren-prostaatpatiënt iedereen succes heeft gewenst, begint het. In de UB maak je de eerste noten nooit mee, dus dit is extra speciaal. Voorin telt iemand tikkend met zijn pen af. Met zijn drieën tegelijk beginnen de tenoren achterin. Wát een timing. Je vergeet bijna de barslechte kwaliteit van het meerkeuzetentamen. Wát een passie. Ik leg mijn pen neer en ga het resterende anderhalf uur met gesloten ogen genieten.