Binnenstebuiten

Redactie

Het leven van een bèta gaat niet altijd over rozen. Natuurkundestudent Manu trekt over het hobbelige pad van het Huygensgebouw naar de rest van de wereld. Hieronder zijn verslag.

Deze column van Manu Compen verscheen eerder in de februari-ANS

Ik zet mijn tas op het koude asfalt buiten Málaga Airport. Doordat het mistig was in Sevilla, moest de piloot in Málaga landen. In een met oranje straatverlichting overgoten bushal, word ik samen met mijn ouders en broer naar een tourbus geloodst waar een kale chauffeur geïrriteerde Nederlanders opwacht. Een complete Indiase familie - nooit niet in je vliegtuig - is in heftige discussie met een geblondeerde Spaanse rookster, over wiens grote boezem een RyanAir-pasje bungelt. Het hoofd van de familie, te herkennen aan de hoeveelheid kinderen, kinderwagens en rollators die hij bij zich draagt, kijkt verstard voor zich uit terwijl zijn vrouw het woord doet. In dit soort situaties van zweterige, ongelukkige ergernis zijn er altijd mensen die het nog minder leuk willen maken. En niemand wil dit liever dan de Nederlandse Xenos-moeder.

In de zweetkar die ons van landingsbaan naar gate bracht, had ik haar naar contact zoekende kraalogen al tevergeefs proberen te vermijden. De bestuurder van de zweetkar deed er alles aan om op passief-agressieve wijze te laten weten dat hij een hekel had aan onverwachte busladingen RyanAir-Nederlanders. Met elke zwaai naar rechts of links plakte iedereen even tegen zijn buurman. De meesten excuseerden zich verzuchtend en keken ontwijkend naar het plafond. Maar zij niet. Met elke botsing die haar golvende lichaam maakte, begon ze smakelijker te lachen en begeriger te zoeken naar iemand om haar lach mee te delen. ‘Moest haar weer overkomen dit!’

Eenmaal in de tourbus ploft ze in de stoelenrij naast mij en mijn broer. ‘Ol-la!’, zegt ze opgewekt tegen de chauffeur. ‘Adios!’ tegen het vliegtuigpersoneel dat buiten op een andere bus wacht. Ondanks het tijdstip - 23:10 volgens het rode display - en de stilte in de bus, besluit ze haar zoektocht naar oogcontact en gezelligheid voort te zetten. Met succes. Binnen de kortste keren vormt zich in de rijen om haar heen een sociaal slagveld van waar-kom-je-vandaans, ben-je-hier-al-eens-eerder-geweests en hoe-lang-blijven-jullies. Met oordopjes gewapend probeer ik me in mijn loopgraaf te verschuilen, maar mijn broer trekt me het open vuur in.

Een half uur later is er een akkoord over een wapenstilstand bereikt en trek ik me bloedend terug. Mezelf verkneukelend met het vooruitzicht van een Xenos-loze week. In de hoop net zo ontspannen en onbevangen blij als zij in het vliegtuig terug te stappen.

Klik hier voor de overige artikelen uit de februari-ANS.