Binnenstebuiten

Deze column van Manu Compen verscheen eerder in de oktober-ANS.

‘Zo’n sterke jongeman als jij kan gewoon werken’, zei de strenge, door het leven getekende grootvader in mij. Omdat mijn studie al mijn tijd opslokte, heb ik de afgelopen twee jaar geen bijbaan meer gehad. De laatste tijd had ik echter geen rooie cent en door een aangeboren sober karakter weigerde ik mijn lening bij DUO omhoog te gooien. Toch moest er echt meer geld binnenstromen. Ik gaf gehoor aan mijn innerlijke opa en zette onwetend mijn eerste babystapjes in de leuke wereld van de jongerenbijbaantjes.

Want alles was daar ‘leuk’ en ‘gezellig’. Op elke site kwam ik rare zinnen tegen als ‘Leuk promotiewerk in het gezelligste team van Nederland’ en ‘Kom werken in het gezelligste callcenter van Nederland’. Ik beeldde me een kamer vol giechelende telefonisten in, die bij kaarslicht op gezellige banken tussen de pauzes in met een leuk aanbod hun favoriete klanten belden. Ze dronken bier en wijn en aten Franse kaas. Dat zou een gezellig callcenter zijn. Opa schudde me wakker. Want diep van binnen wist ik natuurlijk dat een of andere Chantal van Communicatie deze vacature geschreven had met als doel mij naar een afgelegen industrieterrein te lokken en mij daar in de schaduw van haar zweep een contract te laten tekenen.

Maar ik keek nog eens naar mijn bankrekening en besloot te reageren op een vacature. In mijn mailbox verscheen een geautomatiseerd mailtje waarin stond dat ik naar het lelijkste stukje Utrecht was gelokt voor een groepssollicitatie. Superleukgezellig.

Een paar weken later stond ik op een niet leuk industrieterrein niet midden in Utrecht. Ik melde me bij een balie waar een meisje zat dat niet veel ouder dan ik kon zijn. Ik was te laat en geërgerd (‘Oh-oh-oh’ had ze gezegd) leidde ze me naar een zaal waar minstens veertig jongeren gebiologeerd naar een hoogblonde jonge vrouw luisterden. In haar praatje hadden de woorden ‘leuk’ en ‘gezellig’ inmiddels plaatsgemaakt voor ‘targets’ en ‘sales-gericht’. Na haar toespraak moesten we één voor één voor haar klasje komen om iets over onszelf te vertellen. Bij elkaar duurde het anderhalf uur. In de trein terug viel ik in slaap en had ik een nachtmerrie. Ik droomde dat een Chantal me had aangenomen.

Klik hier voor de overige artikelen uit de oktober-ANS.

 

Redactie

Binnenstebuiten

Deze column van Manu Compen verscheen in de intro-ANS.

De kapper drukt haar handen ferm op mijn schouders: ‘Hoe zouden we het willen hebben?’, vraagt ze terwijl ze me via de spiegel met wijd opengesperde ogen aankijkt. Haar stem is onaangenaam en door haar indringende oogcontact, voelt het alsof ze me uitdaagt voor een staarwedstrijd. De shampoo prikt nog in mijn linkeroog. ‘Gewoon een beetje bijknippen is goed’, vertel ik haar terwijl ik aarzelend glimlach. ‘Haar erbij knippen kunnen we hier niet!’, zegt ze lachend. Ze knippert eindelijk met haar ogen. Ik forceer een glimlach, maar aan haar mondhoeken zie ik dat ze me doorheeft.

Niet veel later stelt ze de onvermijdelijke vraag: ‘Wat studeer je?’ ‘Natuurkunde, hier in Nijmegen’, sputter ik nog net voordat ze mijn hoofd tegen mijn borst duwt. ‘Oh, dat is wel moeilijk, of niet?’, is haar allerminst onverwachte tegenvraag. ‘Ja, best wel’, zeg ik, terwijl we een ongemakkelijke blik van onbegrip op elkaar werpen. We snappen niets van elkaar. Haar schaar gaat sneller op en neer en ze begint met een collega te praten. Tien minuten later sta ik opgelucht op de stoep. Vluchtig frommel ik mijn haar de goede kant op en stap ik de fiets op richting huis. Het is een zomerdag, begin juni.

Ik snel door een rustige woonbuurt in Nijmegen-Oost. Aan beide kanten van de straat zie ik schooltassen en uitgehangen vlaggen van geslaagde scholieren. Felgekleurde Eastpaks, gouden Dolce&Gabbana tasjes, een aftandse Kipling; geen enkele smaak wordt overgeslagen. Iedere tas roept als vanzelf een bepaald type scholier in me op. Die Eastpak heeft die Kipling sowieso een keer laten struikelen bij gym.

Het herinnert me aan het trotse, maar ook onzekere gevoel waar ik mee zat toen mijn vlag uithing. Voor ik natuurkunde studeerde, wist ik totaal niet wat me te wachten stond. Eigenlijk was er maar één ding dat ik echt zeker wist; mijn beige Eastpak ging dat gouden damestasje nooit meer tegenkomen.

Twee jaar later zijn we van elkaar vervreemd. Nu zijn de damestassen serieus, soms zelfs documentkoffertjes. Ik mis de gouden tasjes. Ik mis hun eindeloze gegiechel achter in de klas, hun spontaniteit, hun hart-op-de-tong-houding. Verdomme, ik mis de kappers van toen. De volgende knipbeurt ga ik haar proberen te laten lachen.

Klik hier voor de overige artikelen uit de intro-ANS.

 

Evy van der Aa