ANSadvo 570x135

Gonzo

‘Objectiviteit is een mythe’, aldus de grondlegger van de Gonzojournalistiek. Een ieder die een verhaal schrijft neemt bagage aan kennis en ervaringen met zich mee. Lotte Coenen laat de objectiviteit varen en beschrijft het alledaagse leven op haar manier. Deze column van Lotte Coenen verscheen eerder in de april-ANS.

Vol goede moed stap ik op mijn fiets. De stromende regen zorgt ervoor dat mijn jas als een tweede huid om mijn armen kleeft. Nadat ik mijn fiets heb geparkeerd in de oudste straat van Nijmegen, zoek ik bevend het bordje ‘algemeen’ tussen de talloze naambordjes schuin naast de deur. De deurbel gaat en een vriendelijke jongen opent glimlachend de deur. Hij gaat voor, een lange gang door, naar de keuken. Tenminste dat vermoed ik. Ik vraag de goedlachse jongen of ik eerst gebruik mag maken van het toilet.

De muren in het kleine stinkende hokje zijn van boven tot onder beplakt met opmerkelijke krantenknipsels, sinterklaasgedichten en vage quotes. Mijn oog valt op een artikel van Ed H. Deze kalende man is een vrijwillige spermadonor en vader van 82 kinderen. Via het internet plaatsen zoekende stellen vanuit de hele wereld wanhopige bericht en noodkreten op zijn profiel met de vraag of hij ze datgeen kan geven dat ze zichzelf niet kunnen geven. Indien Ed geraakt is door het bericht, nodigt hij ze uit in zijn eigen huiskamer.

Terwijl ik mij verwonder over het artikel, wordt er op de deur geklopt. ‘Lotte, ben je er nog?’, wordt er geroepen vanuit de keuken. ‘Ja’, antwoord ik met een schorre stem. Ik spoel snel de wc door en haast me naar de keuken. Ik mag plaatsnemen aan het hoofd van de geleefde turquoise tafel. De flesjes bier verraden het verloop van de avond. ‘Zenuwachtig?’, vraagt het meisje rechts van me. ‘Het valt wel mee’, stotter ik. Een zee van vragen golven mij tegemoet. Op een gegeven moment bulderen mijn tafelgenoten van het lachen. ‘Dit heeft niets met jou te maken hoor’, knipoogt het blonde meisje schuin tegenover me. Toch wil ik stiekem weg sluipen van het tafereel waar je in 10 minuten zoveel van jezelf moet laten zien, dat je op een gegeven moment zelf niet meer weet wie je nu echt bent.

Tijdens een discussie over wie voor het afval gaat zorgen, als huisgenoot X vertrekt, dwaal ik af naar de zoekende stelletjes van Ed H. Ook zij moeten zich ongemakkelijk hebben gevoeld; schuivend op een houten stoel, braaf glimlachen en gewoon het spelletje meespelen. Om vervolgens na de zenuwslopende avond te hopen dat je bent verkozen tot de geschikte kandidaat.

Klik hier voor de overige artikelen uit de april-ANS.

 

Redactie

Gonzo

‘Objectiviteit is een mythe’, aldus de grondlegger van de Gonzojournalistiek. Een ieder die een verhaal schrijft neemt bagage aan kennis en ervaringen met zich mee. Lotte Coenen laat de objectiviteit varen en beschrijft het alledaagse leven op haar manier. Deze column van Lotte Coenen verscheen eerder in de maart-ANS.

Bij de balie van het Erica Terpstra-zwembad staat een Erasmusstudent onbeholpen om zich heen te kijken. De Spaanse jongen, tenminste dat denk ik te kunnen zien aan zijn donkere ogen, snapt niet dat hij zonder studentenkaart het zwembad niet in kan. Ik lach in mezelf want zo stond ik daar ook, een jaar geleden, aan de balie van een piscine municipale. Hakkelend probeerde ik in mijn beste Frans de baliemiep uit te leggen dat ik geen zwemles wilde, maar een tienrittenkaart om baantjes te kunnen zwemmen. Eenmaal in het zwembad vocht ik om een plekje tussen de chaotisch zwemmende Fransen.

De laatste tijd heb ik heimwee, het wordt bijna melancholisch. Alle dingen die ik zie, ruik, voel en hoor, doen me verlangen naar het land van de wijn, stokbrood en... nog zoveel meer.

Ook de oude man voor de Hema die op zijn accordeon een poging doet de Franse chansons te evenaren, doet me verlangen naar de zondagmiddagen in café Le Cheval Blanche of ook wel Het Witte Paard. Daar werd gedronken op de laaste uren van het weekend. Aangeschoten oude Fransmannen bespeelden accordeons en gitaren. Arm in arm dansten ik en de joelende jonge Franse meisjes met kriebeltruitjes en rastavlechtjes rondjes. Alsof de tijd even stil stond.

Ik verlang zelfs naar het college van monsieur Mauzac, waarmee ik iedere dag hetzelfde spelletje speelde. Ik nam een sprintje van de metro naar het universiteitsgebouw om op tijd in college te zijn. Iedere ochtend kreeg monsieur Mauzac het voor elkaar om net iets later dan ik binnen te sloffen. Eenmaal binnen dook hij in zijn versleten leren tas zonder een woord te laten vallen. Minuten later, zo leek het, kwam hij overeind met zijn aantekeningenschrift. Het schrift vol koffievlekken en dubbele ezelsoren sloeg hij open en dan begon hij twee uur lang binnensmonds in het Frans te ratelen.

Gisteren stond ik in de rij voor de kassa bij de Albert Heijn. Achter mij staat een nukkige man kreunend en steunend in mijn nek te hijgen omdat ik er al vijf minuten over doe om mijn pinpas te vinden. Gisteren, meer dan ooit, miste ik de Fransen en hun geduldigheid. Uren heb ik er gestaan, in de rij voor de kassa bij de supermarché om de hoek. Niemand leek zich te ergeren aan trage bejaarden of onhandige moeders met klierende kinderen. La France, tu me manques.

 

Redactie

Gonzo

Objectiviteit is een mythe’, aldus de grondlegger van de Gonzojournalistiek. Een ieder die een verhaal schrijft neemt bagage aan kennis en ervaringen met zich mee. Lotte Coenen laat de objectiviteit varen en beschrijft het alledaagse leven op haar manier.

Deze column van Lotte Coenen verscheen eerder in de februari-ANS

Zijn avond begon gezellig. Je kent het wel, van die avonden waar de muziek net iets te hard staat, je met je beste vrienden bent en het bier is maar een euro en vijftig cent. Voordat ik ga slapen whatsapp ik hem nog een fijne avond, dat hij zich moet gedragen laat ik achterwege. Naarmate de avond vordert, lijkt het wel alsof de muziek slechter wordt. De luiken van de kroeg rollen langzaam omlaag. Hij realiseert zich dat hij het weer te laat heeft gemaakt. Hij kan met moeite zijn ogen open houden, maar stapt toch nog op haar af. ‘Hoi Julia, moest jij niet op tijd naar huis?’, zegt hij tegen haar. ‘Ja, ik ga zo, fiets je mee?’, brabbelt Julia. Ook Julia is dronken en al haar vriendinnen zijn al naar huis.

Zo slingeren ze samen door de koude donkere nacht. ‘Ik houd van whiskey en paarden’, zegt Julia. Het gesprek dat ze voeren, gaat al lang nergens meer over. Ik zou willen dat ik vlak achter ze fietste. Ze zijn op weg naar de intimiteit die slechts van korte duur zal zijn. Al zoekend naar haar bh zal het paardenmeisje de volgende ochtend wegsluipen, waarna ze met zwarte mascaravegen onder haar ogen de nieuwe dag tegemoet zal gaan. Had ik hem maar tegen kunnen houden die nacht.

Met mijn rode trui veeg ik de tranen van mijn gezicht. Teveel bier is zijn excuus. ‘Sorry, ik was echt dronken en ik dacht totaal niet na.’ Ik zit verloren naast hem. Ik weet niet zo goed meer wat ik moet geloven. Ik denk terug aan 3VWO. Ik zat als grijs muisje voor in de klas tegen het bureau van mijn leraar Duits. Met zijn robuuste handen, wollige, strenge wenkbrauwen en kaki broek. Hij probeerde ons wat wijsheid mee te geven: ‘Voorkom teleurstelling in je leven. Wantrouw de medemens en verwacht niets van de mensen waar je om geeft.’

Klik hier voor de overige artikelen uit de februari-ANS.

 

Redactie

Gonzo

‘Objectiviteit is een mythe’, aldus de grondlegger van de Gonzojournalistiek. Een ieder die een verhaal schrijft neemt bagage aan kennis en ervaringen met zich mee. Lotte Coenen laat de objectiviteit varen en beschrijft het alledaagse leven op haar manier.

Deze column verscheen eerder in de januari-ANS

‘Páááp, laat nou los.’ Ze vliegt voorbij op haar oranje Loekie fiets. Hij geeft haar een flinke duw. Het zweet staat op zijn voorhoofd. De eerste drie seconden gaan perfect. De seconden erna is het vallen, tranen wegvegen en weer opstaan. Mijn kleine buurmeisje geeft niet op en blijft proberen. Het eind van het jaar is in zicht en ik zie het allemaal gebeuren vanuit mijn kamerraam. Ik verlang terug naar achttien jaar geleden.

Tijdens de autoritjes naar opa en oma zaten mijn ouders voorin de auto te kissebissen over de snelste route, terwijl ik uren tuurde naar de regendruppels op de autoruit, die in mijn ogen een stiekeme wedstrijd zwommen. Bij opa en oma kreeg ik dan appelsap en een Milky Way, mocht ik opa’s piano slaan, hutten bouwen en aan het eind van de dag samen met mijn kleine zusje het grote tweepersoonsbed in kruipen. Onbewust genoot ik van kleine dingen, die het leven zo waardevol maken.

Nu, geniet ik van het tafereel dat zich buiten afspeelt. Ik krijg heimwee naar de zorgeloosheid van het kleine buurmeisje. Ze heeft geen vooroordelen. In haar ogen is alles mogelijk en niets te gek. Verwonderd over de wereld om haar heen speelt ze twintig keer hetzelfde spelletje en leest haar moeder haar elke avond hetzelfde verhaal. Als ze iets van iets vindt dan zegt ze dat. Schaamte kent ze niet en liegen kan ze niet, want dan wordt papa boos. Ik moet denken aan een citaat uit een van mijn lievelingsboeken: ‘Alles wat we doen, ook het mooiste, verliest zijn oorspronkelijk zuiverheid in de alledaagsheid van de herhaling.' We verwonderen ons niet meer over de regendruppels op het raam, het fietsen of de zoveelste keer seks. Ik vraag me af wanneer we het zijn kwijtgeraakt, het kind zijn. Als studenten met een rijke toekomst in ons verschiet, verdrinken we onszelf in de stress. Laten we onze angsten het leven inrichten. Langzaamaan worden we geleefd en is van vanzelfsprekendheid in het leven niets meer over. De momenten dat we genieten staan als vaste tijdstippen in onze agenda’s.

Ondertussen gebeurt er buiten iets wondelijks in de wereld van mijn buurmeisje. Joelend roept ze naar haar vader. ‘Joehoe kijk, ik kan met zonder zijwielen fietsen.’ Mijn nieuwe voornemen voor 2015 is geboren.

 

Redactie

Gonzo

Deze column van Lotte Coenen verscheen eerder in de december-ANS.

De man voor het ziekenhuis steekt zijn laatste sigaret op. De vergane blonde lokken, het grauwe gezicht en zijn bibberende handen verraden zijn toestand. Hij lacht en zegt: ‘Ach, het kan zomaar over zijn’. Ik glimlach uit medelijden en vlucht snel het ziekenhuis in. Niet veel later waan ik me in een soort doolhof waar ik word achtervolgd door vlagen van vreugde en verdriet.

Op de afdeling Radiologie wacht ik op mijn beurt. Zenuwachtig blader ik door een tijdschrift waarin de lentemode van 2012 voorbij komt. De oude vrouw naast me maakt een sudoku. Ze tikt zenuwachtig met haar pen. Het valt me op dat ze allang niet meer bezig is met het vinden van de oplossing, want daar voor is het allang te laat. Twintig minuten later galmt een zware stem door de wachtkamer. 'Mevrouw Coenen, komt u maar' roept een verstrooide man in zijn witte lange jas en groene Crocs.

Hij geeft me een stevige hand en wijst me naar de kleedkamer. In het tussenkamertje met opzwepende muziek en een kleine spiegel trek ik mijn schoenen en broek uit. Ik wacht geduldig op de arts die de deur voor me moet openen. Ondertussen vraag ik me af hoeveel mensen nog even snel in de spiegel kijken voordat ze op de röntgenfoto gaan. Op dat moment zwaait de deur open. In mijn meest charmante ondergoed stap ik ongemakkelijk de ruimte in.

Een te vrolijke assistente geeft aan dat ik in een soort foetushouding onder de machine mag gaan liggen. Ze huppelt van het röntgenapparaat naar de computer en gaat naast de arts zitten. Achter het glas bestuderen ze samen de foto’s. Er gaat een duim omhoog. ‘Tot volgende week’, roept de arts. Ik mag me weer gaan aankleden. Op de weg terug naar de uitgang passeer ik een huilend stel van mijn leeftijd. De jongen heeft zijn armen stevig om zijn kale meisje. Een golf van misselijkheid komt omhoog. Ik weet niet hoe snel ik het ziekenhuis uit moet gaan.

Eindelijk buiten blaast de koude ruwe wind door mijn te dunne jas. De rokende man met zijn vergane blonde lokken is verdwenen. Zijn sigaret ligt uitgebrand voor het ziekenhuis. Ik bel mijn huisgenoot, koop een fles wijn en een stuk camembert. We besluiten flink te genieten van het leven. Morgen kan het zomaar over zijn.

Klik hier voor de overige artikelen uit de december-ANS.

 

Redactie

Gonzo

Deze column van Lotte Coenen verscheen eerder in de november-ANS.

Het is een heldere avond midden in oktober. Ik zit op mijn fiets en stel mezelf de vraag: is expres verdwalen ook verdwalen? Ik probeer de weg te vinden in de knusse straatjes van Nijmegen-Oost. Ik ben op zoek naar een kamer, die morgen slechts een kamer zal zijn zoals vele andere studentenkamers. Die vol staan met Billy-boekenkasten en grijze uitklapbanken. Bij het rode stoplicht besluit ik de verkeerde weg in te slaan om vervolgens bij de goede straat uit te komen. Bij het huis met nummer 11, mijn lievelingsgetal, parkeer ik mijn fiets. Ik heb zijn kamer gevonden.

Voordat ik de deurbel in druk, slaat er een lichte twijfel toe. Moet ik dit wel doen? Maar met de woorden van mijn moeder, ‘alles komt goed en als het niet goed komt, komt dat ook wel weer goed’ in mijn achterhoofd druk ik op de deurbel. Met het open gaan van de deur bekruipt me een benauwd gevoel.

Wij gaan zitten aan de houten tafel, midden in zijn kamer. We gaan nooit aan zijn houten tafel zitten. Ik krijg een glaasje limonade. ‘Met nul procent suiker’, zijn de woorden waarmee hij het ijs breekt. Ik raak in paniek. Hoe vertel je iemand dat het houden van op is? Hoe voorkom je de meest onbeschrijflijke pijn van een mensenhart?

Ik open mijn droge mond en hoor mezelf zeggen: ‘Limonade zonder suiker is geen limonade en een relatie zonder liefde is geen relatie. Ik wil ermee stoppen’. De vijftien minuten die daarop volgen, lijken zich in slow motion voor te bewegen. De jongen met de prachtige donkergroene ogen en het krullend haar lijkt niet te beseffen wat er gebeurt. Ik heb niet veel woorden meer nodig, want de jongen met het krullend haar springt op van zijn stoel, duwt de houten tafel van zich af en noemt me een rotwijf. Het glas limonade zonder suiker valt van tafel.

De jongen kruipt achter zijn laptop. Ik staar naar de gebroken scherven op de grond. Ik wil ze oprapen met mijn blote handen en ze lijmen tot hoe het was, maar ik besef dat mijn handen zullen bloeden en het nooit meer zal zijn hoe het was. Nog een keer loop ik de steile trap af en trek de eeuwig klemmende deur achter me dicht. Ik steek de sleutel in mijn fietsslot en bedenk me dat expres verdwalen, gewoon weglopen is.

Klik hier voor de overige artikelen uit de november-ANS.

 

Redactie