Gonzo

Redactie

Deze column van Lotte Coenen verscheen eerder in de december-ANS.

De man voor het ziekenhuis steekt zijn laatste sigaret op. De vergane blonde lokken, het grauwe gezicht en zijn bibberende handen verraden zijn toestand. Hij lacht en zegt: ‘Ach, het kan zomaar over zijn’. Ik glimlach uit medelijden en vlucht snel het ziekenhuis in. Niet veel later waan ik me in een soort doolhof waar ik word achtervolgd door vlagen van vreugde en verdriet.

Op de afdeling Radiologie wacht ik op mijn beurt. Zenuwachtig blader ik door een tijdschrift waarin de lentemode van 2012 voorbij komt. De oude vrouw naast me maakt een sudoku. Ze tikt zenuwachtig met haar pen. Het valt me op dat ze allang niet meer bezig is met het vinden van de oplossing, want daar voor is het allang te laat. Twintig minuten later galmt een zware stem door de wachtkamer. 'Mevrouw Coenen, komt u maar' roept een verstrooide man in zijn witte lange jas en groene Crocs.

Hij geeft me een stevige hand en wijst me naar de kleedkamer. In het tussenkamertje met opzwepende muziek en een kleine spiegel trek ik mijn schoenen en broek uit. Ik wacht geduldig op de arts die de deur voor me moet openen. Ondertussen vraag ik me af hoeveel mensen nog even snel in de spiegel kijken voordat ze op de röntgenfoto gaan. Op dat moment zwaait de deur open. In mijn meest charmante ondergoed stap ik ongemakkelijk de ruimte in.

Een te vrolijke assistente geeft aan dat ik in een soort foetushouding onder de machine mag gaan liggen. Ze huppelt van het röntgenapparaat naar de computer en gaat naast de arts zitten. Achter het glas bestuderen ze samen de foto’s. Er gaat een duim omhoog. ‘Tot volgende week’, roept de arts. Ik mag me weer gaan aankleden. Op de weg terug naar de uitgang passeer ik een huilend stel van mijn leeftijd. De jongen heeft zijn armen stevig om zijn kale meisje. Een golf van misselijkheid komt omhoog. Ik weet niet hoe snel ik het ziekenhuis uit moet gaan.

Eindelijk buiten blaast de koude ruwe wind door mijn te dunne jas. De rokende man met zijn vergane blonde lokken is verdwenen. Zijn sigaret ligt uitgebrand voor het ziekenhuis. Ik bel mijn huisgenoot, koop een fles wijn en een stuk camembert. We besluiten flink te genieten van het leven. Morgen kan het zomaar over zijn.

Klik hier voor de overige artikelen uit de december-ANS.