Kroegtheoloog: rituelen

Redactie
'Waarom doe ik dit eigenlijk?'

‘Als je alleen maar de regels volgt en niet geniet, doe je het geschenk van het leven geen eer aan.’ Theologiestudente Joanne denkt na over de balans tussen geloven en plezier maken en beschrijft het studentenleven met een zakbijbel in haar hand.

Zondagmorgen, de wekker gaat. Ik snooze een keer en drink een half flesje water leeg. Met moeite prop ik snel een boterham naar binnen en vlak voordat ik mijn koffie opdrink, kijk ik verlangend naar mijn bed. Tien minuten later zit ik op de fiets en heb ik wind tegen. Bezweet kom ik aan. Ik hang mijn jas op en zoek een plaatsje. Daar zit ik weer, op zondagochtend in de kerk. Ik lijk wel gek.

Zaterdagnacht in de kroeg, de hele vriendengroep bijeen, de band gaat uit zijn dak en wij ook. Shotjes en biertjes vloeien rijkelijk. Ik kijk op mijn horloge en baal. Nog één laatste sigaret en ik laat de gezelligheid achter me. Wie verzint het ook, zondag om half tien al een kerkdienst. Waarom doe ik dit eigenlijk?

Zodra de eerste orgelklanken klinken, merk ik dat de frustratie uit me wegvloeit. Voor mij is de zondagmorgen in de kerk een moment dat ik kan pakken om de week door te nemen. Een ritueel is een moment om je hoofd leeg te maken. Ik formatteer als het ware mijn harde schijf, zodat er weer ruimte is voor nieuwe dingen. Ik denk na over wat ik zou kunnen doen om een beter mens te worden. Maar elke zondag bij het gaan van de wekker, vraag ik me af waarom het zo vroeg moet zijn. En of ik deze week niet gewoon vanuit mijn bed kan nadenken.

Dat vind ik zo interessant aan rituelen. Het zijn handelingen die je doet met een reden die groter is dan de handeling zelf. Het is niet alleen maar een persoonlijk ‘Dit was het nieuws’-momentje dat ik op zondag pak, want dan zou ik het ook vanuit mijn bed kunnen doen. Er zit ook een bepaald gevoel bij. Ik noem dat hét gevoel, want het is moeilijk te beschrijven.

Hét gevoel. Als je gaat studeren, ruim je eerst je bureau leeg. Je kan makkelijk in de rommel studeren, maar pas na het opruimen, voel je je klaar om te studeren. Hét gevoel. De tentamenweek is pas écht over als je met je medestudenten erop geproost hebt in het CultuurCafé. Hét gevoel. Je weet al lang dat je geslaagd bent, en je kan je diploma ook bij de balie ophalen, maar pas na de diploma-uitreiking, voel je je pas écht geslaagd.

Na de kerkdienst stap ik op mijn fiets en zoef ik naar huis. Ik heb wind mee. En ik ben weer klaar voor de week. Nog even niet denken aan volgende week zondag, wanneer ik mijn ‘Ik ben toch niet gek’-momentje weer mag beleven.