ANSadvo 570x135

Een moment van zelfreflectie

Leon Trapman: Egodocument

Columnisten horen grote thema's eigenlijk niet te schuwen. Leon doet dat wel. Soms is het namelijk ook goed om ergens eens geen mening over te hebben. Hij heeft het dus over de kleine gebeurtenissen: de kleine geneugten en ergernissen des levens.

Ter voorbereiding van een presentatie wilde ik een overlegruimte huren in de bibliotheek van het Grotiusgebouw. Daarvoor moet je een biebmevrouw achter de balie aanspreken, die je boeking vervolgens in de computer zet. Met één van de biebmevrouwen in het bijzonder heb ik goed contact. We kennen elkaar niet bij naam, maar wel van gezicht en we maken vaak een praatje. Toen ik aan de balie kwam om te reserveren, zat ze naar het computerscherm te turen met gefronste wenkbrauwen. ‘Waar zit je naar te kijken?’, vroeg ik.
‘Dat Algemeen Nijmeegs Studentenblad plaatst op haar site om de paar weken zo’n column. Het verbaast me iedere keer weer hoe weinig zo’n columnist met een stuk tekst kan zeggen.’
Ik kreeg een angstig voorgevoel. ‘Over wie hebben we het?’
‘Even kijken, Leon Trapman heet hij.’

Het zweet stond direct in mijn nek. ‘O, hij. Ik vind hem altijd wel leuk. Het gaat eigenlijk nooit echt ergens over, het is meestal lekker luchtig.’ Redden wat er te redden valt en hopen dat ze de zweetplekken die zich onder mijn oksels beginnen te vormen niet ziet.
‘Ja, lekker luchtig. Maar mij interesseert het niet wat die jongen allemaal meemaakt. Schrijf over iets zinnigs, denk ik dan. Iets waar een publiek ook echt wat aan heeft. Dat zou beter zijn dan iedere maand zo’n egodocument.’
‘Zijn columns niet automatisch egodocumenten?’
‘Niet als je over relevante onderwerpen schrijft. Dat heeft deze jongen nog niet één keer gedaan.’
‘Misschien is dat wel ontzettend moeilijk, een geëngageerde column schrijven. Wat moet een simpele student nou over grote thema’s zeggen. Er zijn genoeg anderen die er veel meer van af weten. Kleine dingen zijn veel leuker om te bespreken. Je hoeft toch ook niet altijd overal een mening over te hebben? Dan kun je beter iets schrijven wat meer algemeen is en een beetje op de lachspieren werkt.’
‘Ik moet er niet om lachen, ik ga er eerder van huilen.’

Alles wat ik nu zou kunnen zeggen, zou het erger maken. ‘Nou goed’, zei ik dus maar. Daar kon ze toch geen aanstoot aan nemen, en inderdaad. Ze klikte de site weg. ‘Kan ik iets voor je doen?’, vroeg ze toen.
‘Ik wil graag een overlegruimte reserveren, voor vanmiddag om 4 uur, als dat kan.’
‘Natuurlijk. Op welke naam mag ik hem zetten?’

Add a comment
Redactie
'Waterdichte argumentatie'

Leon Trapman: Dopper

Columnisten horen grote thema's eigenlijk niet te schuwen. Leon doet dat wel. Soms is het namelijk ook goed om ergens eens geen mening over te hebben. Hij heeft het dus over de kleine gebeurtenissen: de kleine geneugten en ergernissen des levens.

Een jaar geleden ben ik opgehouden met protesteren: ik heb een Dopper gekocht. Na me jarenlang verzet te hebben en het steeds een onding genoemd te hebben, ging ik overstag voor de bij eenieder bekende, cilindervormige plastic drinkfles.

Ik wilde er bij horen en het is niet leuk om in de collegezaal te zitten als je merkt dat men achter je rug over je praat.
‘Hoe durft die jongen hier nog binnen te komen? De deur moet dicht voor mensen zonder Dopper.’
Het toppunt was het moment dat ik werd verzocht mijn plaats af te staan aan een mij onbekende medestudent:
‘Ik wil hier zitten.’
‘Maar ik zit hier al.’
‘Ja. Maar ik heb een Dopper. En jij niet.’
Waterdichte argumentatie. Wat kun je op zo’n moment anders dan bakzeil halen?

Nog dezelfde middag ben ik definitief bezweken voor de groepsdruk en heb ik een Dopper gekocht. Vanaf die dag hoorde ik bij een elite. Bezitters van een Dopper hebben aan een half woord genoeg om met elkaar te communiceren, de Dopperlozen worden genadeloos buitengesloten. Als de lift te vol is, zetten we de mensen zonder Dopper buiten.

De afgelopen maanden heb ik in Duitsland gestudeerd. Ik was zenuwachtig, vooral tijdens de eerste introductiedagen. De Dopper was mijn troef, hij zou respect afdwingen. Ik zette hem in tijdens de lunchpauze op de tweede dag. Triomfantelijk keek ik de tafel rond. Ik verwachtte bewonderende blikken, maar in plaats daarvan doken mijn medestudenten onder de tafel met hun vingers in hun oren. Ze waren ervan overtuigd dat ik een bom op tafel gelegd had. Een begrijpelijke vergissing eigenlijk, als je voor het eerst een Dopper ziet. Ze wachtten op de ontploffing. Ik kon ze niet geruststellen, hoe erg ik het ook probeerde. De angst voor een aanslag zat te diep. Ten slotte deed ik alsof ik de ‘bom’ ontmantelde door de dop eraf te draaien. Zodra ik de dop op tafel gelegd had, grepen twee studenten mijn armen beet en hielden ze strak achter mijn rug. Twee uur lang ben ik in de kantine verhoord door achtereenvolgens de rector, de politie en een universiteitskrantje. Ik had nooit gedacht dat ik zo snel naam zou maken in het buitenland, en al helemaal niet dat het op deze manier zou gebeuren.

Sindsdien was ik een paria, steeds op de vlucht en nooit zeker van een plek in de collegezaal.
‘Ich möchte hier sitzen.’
‘Aber ich sitze schon hier.’
‘Ja. Aber du hast einen Dopper. Und ich nicht.’
Waterdichte argumentatie.

Add a comment
Redactie
Een goed voornemen

Leon Trapman: lopen

Columnisten horen grote thema's eigenlijk niet te schuwen. Leon doet dat wel. Soms is het namelijk ook goed om ergens eens geen mening over te hebben. Hij heeft het dus over de kleine gebeurtenissen: de kleine geneugten en ergernissen des levens.

Add a comment
Redactie
'Amsterdam in een glas'

Leon Trapman: Amsterdam

Columnisten horen grote thema's eigenlijk niet te schuwen. Leon doet dat wel. Soms is het namelijk ook goed om ergens eens geen mening over te hebben. Hij heeft het dus over de kleine gebeurtenissen: de kleine geneugten en ergernissen des levens.

Er zijn veel dingen die ik niet begrijp. Ik begrijp bijvoorbeeld niet waarom ik in Nijmegen ben gaan studeren. En ik begrijp ook niet waarom jullie in Nijmegen zijn gaan studeren. Deze gedachte komt na ieder bezoek aan Amsterdam bij me op. Amsterdam heeft alles wat Nijmegen niet heeft. En ook alles wat Nijmegen wel heeft trouwens.

Afgelopen weekend was ik in Amsterdam, voor het eerst op bezoek bij een vriendin. Ze woont aan een grote, brede laan, met bomen in het midden. Oud Zuid, super duur. De tram (die heb je niet in Nijmegen) stopt voor de deur. Ze woont op de eerste verdieping, in een groot, licht appartement. Ze heeft een balkon, waarop toen ik binnenkwam een kat lag te slapen. Uit één van de huizen aan de overkant klonk pianospel. Tussen het gefluit van de vogels door waren de geluiden van Amsterdam te horen. We zaten aan een grote, zware houten tafel met daarop Het Parool van die dag. Daar steekt de Gelderlander toch ook al magertjes bij af. Ze was net nog even naar de Albert Cuypmarkt geweest voor de krant en vers fruit.

Ik kreeg direct bij binnenkomst een brok in mijn keel. Toen ze me, met de karaf al in haar hand, vroeg of ik misschien een glaasje vlierbesbloesemwater wilde, begon ik te huilen. Vlierbesbloesemwater. Dat is toch schitterend. Water dat naar bloemen smaakt: Amsterdam in een glas. Dit moeten mijn vrienden ook zien, dacht ik, dus ik heb er een paar gebeld om te vragen of ze langs wilden komen. Velen bleken bereid om langs te komen, en anderhalf uur later stond de woonkamer vol met mijn vrienden die zeer onder de indruk waren. Eentje stond te kwijlen, een andere was begonnen een ode te schrijven.

Omdat ik het toch wat vervelend vond voor mijn vriendin, heb ik haar aangeboden een weekend in mijn huis in Nijmegen te leven. Ze ging akkoord en vertrok die avond naar Nijmegen, van waaruit ze me een paar uur later verward en snikkend opbelde. Ze had na aankomst om iets te drinken willen kopen, maar was door het personeel van de AH to go in haar gezicht uitgelachen toen ze om vlierbesbloesemwater had gevraagd.

Add a comment
Redactie
Niet veel soeps

Leon Trapman: wortelsoep

Columnisten horen grote thema's eigenlijk niet te schuwen. Leon doet dat wel. Soms is het namelijk ook goed om ergens eens geen mening over te hebben. Hij heeft het dus over de kleine gebeurtenissen: de kleine geneugten en ergernissen des levens.

Voor het jaarlijkse reüniediner met mijn klasgenoten van de middelbare school maakte ik dit jaar, samen met een vriend van mij, soep. Ik kookte samen met hem omdat gedeelde smart halve smart is: koken is immers oorlog. Ik begin altijd vol goede moed, maar altijd komt er een moment dat ik het liefst met deksels en borden zou beginnen te smijten.

Toegegeven, misschien waren we te laat begonnen met de voorbereiding. Nog drie uur tot het diner, en nu alleen nog maar een grote, lege pan voor ons. Geen recept, geen ingrediënten en geen idee. De ideale oplossing: wortelsoep. Weinig werk verzetten en toch de indruk wekken dat je een culinair hoogstandje op tafel getoverd hebt.

We vonden een recept voor een ‘grote pan’ wortelsoep. Wortelen, gember, uien en kokosmelk konden we krijgen bij de buurtsuper. Een grote pan hadden we al klaar staan: koken is anticiperen. We hoefden alleen nog maar de ingrediënten te koken en te mixen.

De ‘grote pan’ bleek toen we klaar waren maar zo’n vier kommen soep te bevatten. Met twintig gegadigden kon dat wel eens een probleem worden. Nog een uur op de klok. Uitdunnen! Veel water bij de soep. Maar dit maakte de soep weer erg waterig. Om de soep weer wat te binden hebben we een aardappel gekookt en door de soep gemixt. Koken is improviseren. De soep was nu dikker, maar het was nog steeds te weinig en er zat bijzonder weinig smaak aan. De klok tikte echter door, om niet te laat te komen moesten we direct vertrekken. De pan, nog warm, zetten we in de achterbak van de auto en onderweg heb ik verschillende persoonlijke snelheidsrecords doen sneuvelen.

Ik weet het: een plastic zak om de pan en een elastiek om de deksel waren handig geweest. Er ging geen belletje bij ons rinkelen toen de hele auto langzaam maar zeker naar wortelen begon te ruiken. Met wat we bij aankomst nog van de bekleding in de achterbak konden schrapen, zouden we misschien net vier kommen kunnen vullen. Vrijwilligers om de rest van de bekleding schoon te likken, waren er niet.

Add a comment
Redactie
Vrolijk kerstfeest, Thea

Leon Trapman: Kerstkaarten

Columnisten horen grote thema's eigenlijk niet te schuwen. Leon doet dat wel. Soms is het namelijk ook goed om ergens eens geen mening over te hebben. Hij heeft het dus over de kleine gebeurtenissen: de kleine geneugten en ergernissen des levens.

Weinig studenten versturen nog kerstkaarten, denk ik. Dat vind ik jammer, want het is ontzettend leuk om kerstkaarten te krijgen. Zelfs als ze niet voor jou bestemd zijn, zoals in het huis waar ik mijn kamer heb vaak het geval is. De kaarten die komen zijn vaak ook niet voor mijn medebewoners, maar voor de vorige bewoners van dit huis: een echtpaar met twee jonge kinderen.

Ene Thea kende dit echtpaar blijkbaar, want zij stuurt nog ieder jaar trouw een van rand tot rand volgeschreven kerstkaart naar ons adres. Het echtpaar in kwestie woont al drie jaar ergens anders. Blijkbaar valt Thea in de categorie mensen die het niet waard zijn om een adreswijziging te krijgen bij verhuizing. Daar kan van alles achter zitten, bijvoorbeeld het feit dat Thea altijd onaangekondigd op visite kwam en dan altijd een plant meebracht. Een aardigheidje voor op de vensterbank. Dat ze die niet hadden, vergat Thea steeds weer.

De kerstkaarten van Thea sturen we altijd door naar het nieuwe adres van onze voorgangers. Toch blijft er ieder jaar weer een kerstkaart komen, dus blijkbaar is Thea nog altijd niet op de hoogte gebracht van de verhuizing: het mens is dus zo irritant dat het echtpaar wil voorkomen ooit nog met haar in contact te moeten treden.

Dit jaar zijn mijn huisgenoten en ik er goed voor gaan zitten en hebben een brief geschreven aan Thea waarin we haar eens goed de waarheid vertellen. Alles wat reden zou kunnen zijn om contact te verbreken, hebben we onder elkaar gezet. We hebben afgesloten met het verzoek nooit meer contact te zoeken, omdat we het zo langzamerhand spuugzat waren. De brief hebben we ondertekend met de namen van de vorige bewoners, want Thea weet natuurlijk niet wat haar overkomt als ze opeens een brief krijgt van drie volslagen onbekende studenten. En we wisten zeker dat we onze voorgangers een grote dienst zouden bewijzen door te zeggen waar het (vermoedelijk) op staat. Om de zinnen ‘Je bent de slechtste vriendin die we ooit hebben gehad. Ga voor jezelf maar eens na waarom jij nooit een adreswijziging gekregen hebt.’ kracht bij te zetten, hebben we het nieuwe adres van de vorige bewoners eronder gezet. De brief hebben we gisteren gepost.

Vrolijk kerstfeest, ook voor jou, Thea.

Add a comment
Redactie
Geluidsoverlast

Leon Trapman: De buurvrouw

Columnisten horen grote thema's eigenlijk niet te schuwen. Leon doet dat wel. Soms is het namelijk ook goed om ergens eens geen mening over te hebben. Hij heeft het dus over de kleine gebeurtenissen: de kleine geneugten en ergernissen des levens.

Add a comment
Redactie