Leon Trapman: De dame met de hondjes

Redactie
Leon eet chinees

Columnisten horen grote thema's eigenlijk niet te schuwen. Leon doet dat wel. Soms is het namelijk ook goed om ergens eens geen mening over te hebben. Hij heeft het dus over de kleine gebeurtenissen: de kleine geneugten en ergernissen des levens.

Traditiegetrouw halen we eens per maand Chinees. We zijn met z'n drieën, maar als je met zijn drieën Chinees wil eten, moet je voor één persoon bestellen. Dan krijg je namelijk een hoeveelheid die toereikend is voor drie personen, en misschien zelfs nog altijd wat aan de grote kant is.

Het afhaalrestaurant zit een paar straten verderop: een zielig ogend pand ergens op een hoek. Het hondje van de uitbaatster ligt steevast voor de deur. Ik weet vrij zeker dat het iedere keer dat ik Chinees haal, een ander hondje is. Een raadsel.

Een Chinese rijsttafel bevat, naast een bak bami (of nasi, de keuze is aan de klant), verschillende, typische Chinese gerechten, die echter allemaal te definiëren zijn als Stukken Vlees in Zoetzure Saus. Het ziet er allemaal hetzelfde uit. De bestelling schrijft de dame altijd op. Het briefje schuift ze vervolgens door een luik naar de keuken, waar een hand het briefje weggrist en het luik vervolgens dichtklapt. De dame noteert mijn bestelling altijd in Chinese tekens. Ik sta er met mijn neus bovenop, maar heb geen idee wat ze opschrijft. Ik hoop dat ze gewoon opschrijft dat ze een bak bami (of nasi, de keuze is aan de klant) en zes bakken met Stukken Vlees in Zoetzure Saus wil, maar ik kan dit op geen enkele manier nagaan. Misschien schrijft ze dus wel 'Pak de restjes van gisteren maar' of 'Je zou deze stakker eens moeten zien'.

Tijdens het wachten neem ik altijd plaats op een van de bankjes, en grijp wat kroepoek uit het schaaltje op tafel. De kroepoek is altijd taai. Navraag leert dat deze taaiheid - volgens de dame althans - een specifieke eigenschap van deze bijzondere soort kroepoek is. Mij kan ze nog meer vertellen, ik denk dat dezelfde kroepoek daar al maanden op tafel staat. Hoe deze zaak nog niet failliet is gegaan, is mij niet duidelijk. Ik weet vrij zeker dat ik hun enige klant ben.

Als ik naar buiten loop, hoor ik dat het hondje wordt binnengeroepen. Als ik omkijk, zie ik het beest achter de kok aan de keuken in dribbelen. Terwijl de deur achter hem dichtslaat, zie ik de kok naar een mes grijpen. Volgende maand weer een ander hondje, denk ik. De geur van Stukken Vlees in Zoetzure Saus dringt mijn neus binnen.