Leon Trapman: wortelsoep

Redactie
Niet veel soeps

Columnisten horen grote thema's eigenlijk niet te schuwen. Leon doet dat wel. Soms is het namelijk ook goed om ergens eens geen mening over te hebben. Hij heeft het dus over de kleine gebeurtenissen: de kleine geneugten en ergernissen des levens.

Voor het jaarlijkse reüniediner met mijn klasgenoten van de middelbare school maakte ik dit jaar, samen met een vriend van mij, soep. Ik kookte samen met hem omdat gedeelde smart halve smart is: koken is immers oorlog. Ik begin altijd vol goede moed, maar altijd komt er een moment dat ik het liefst met deksels en borden zou beginnen te smijten.

Toegegeven, misschien waren we te laat begonnen met de voorbereiding. Nog drie uur tot het diner, en nu alleen nog maar een grote, lege pan voor ons. Geen recept, geen ingrediënten en geen idee. De ideale oplossing: wortelsoep. Weinig werk verzetten en toch de indruk wekken dat je een culinair hoogstandje op tafel getoverd hebt.

We vonden een recept voor een ‘grote pan’ wortelsoep. Wortelen, gember, uien en kokosmelk konden we krijgen bij de buurtsuper. Een grote pan hadden we al klaar staan: koken is anticiperen. We hoefden alleen nog maar de ingrediënten te koken en te mixen.

De ‘grote pan’ bleek toen we klaar waren maar zo’n vier kommen soep te bevatten. Met twintig gegadigden kon dat wel eens een probleem worden. Nog een uur op de klok. Uitdunnen! Veel water bij de soep. Maar dit maakte de soep weer erg waterig. Om de soep weer wat te binden hebben we een aardappel gekookt en door de soep gemixt. Koken is improviseren. De soep was nu dikker, maar het was nog steeds te weinig en er zat bijzonder weinig smaak aan. De klok tikte echter door, om niet te laat te komen moesten we direct vertrekken. De pan, nog warm, zetten we in de achterbak van de auto en onderweg heb ik verschillende persoonlijke snelheidsrecords doen sneuvelen.

Ik weet het: een plastic zak om de pan en een elastiek om de deksel waren handig geweest. Er ging geen belletje bij ons rinkelen toen de hele auto langzaam maar zeker naar wortelen begon te ruiken. Met wat we bij aankomst nog van de bekleding in de achterbak konden schrapen, zouden we misschien net vier kommen kunnen vullen. Vrijwilligers om de rest van de bekleding schoon te likken, waren er niet.