Leon Trapman: Dopper

Redactie
'Waterdichte argumentatie'

Columnisten horen grote thema's eigenlijk niet te schuwen. Leon doet dat wel. Soms is het namelijk ook goed om ergens eens geen mening over te hebben. Hij heeft het dus over de kleine gebeurtenissen: de kleine geneugten en ergernissen des levens.

Een jaar geleden ben ik opgehouden met protesteren: ik heb een Dopper gekocht. Na me jarenlang verzet te hebben en het steeds een onding genoemd te hebben, ging ik overstag voor de bij eenieder bekende, cilindervormige plastic drinkfles.

Ik wilde er bij horen en het is niet leuk om in de collegezaal te zitten als je merkt dat men achter je rug over je praat.
‘Hoe durft die jongen hier nog binnen te komen? De deur moet dicht voor mensen zonder Dopper.’
Het toppunt was het moment dat ik werd verzocht mijn plaats af te staan aan een mij onbekende medestudent:
‘Ik wil hier zitten.’
‘Maar ik zit hier al.’
‘Ja. Maar ik heb een Dopper. En jij niet.’
Waterdichte argumentatie. Wat kun je op zo’n moment anders dan bakzeil halen?

Nog dezelfde middag ben ik definitief bezweken voor de groepsdruk en heb ik een Dopper gekocht. Vanaf die dag hoorde ik bij een elite. Bezitters van een Dopper hebben aan een half woord genoeg om met elkaar te communiceren, de Dopperlozen worden genadeloos buitengesloten. Als de lift te vol is, zetten we de mensen zonder Dopper buiten.

De afgelopen maanden heb ik in Duitsland gestudeerd. Ik was zenuwachtig, vooral tijdens de eerste introductiedagen. De Dopper was mijn troef, hij zou respect afdwingen. Ik zette hem in tijdens de lunchpauze op de tweede dag. Triomfantelijk keek ik de tafel rond. Ik verwachtte bewonderende blikken, maar in plaats daarvan doken mijn medestudenten onder de tafel met hun vingers in hun oren. Ze waren ervan overtuigd dat ik een bom op tafel gelegd had. Een begrijpelijke vergissing eigenlijk, als je voor het eerst een Dopper ziet. Ze wachtten op de ontploffing. Ik kon ze niet geruststellen, hoe erg ik het ook probeerde. De angst voor een aanslag zat te diep. Ten slotte deed ik alsof ik de ‘bom’ ontmantelde door de dop eraf te draaien. Zodra ik de dop op tafel gelegd had, grepen twee studenten mijn armen beet en hielden ze strak achter mijn rug. Twee uur lang ben ik in de kantine verhoord door achtereenvolgens de rector, de politie en een universiteitskrantje. Ik had nooit gedacht dat ik zo snel naam zou maken in het buitenland, en al helemaal niet dat het op deze manier zou gebeuren.

Sindsdien was ik een paria, steeds op de vlucht en nooit zeker van een plek in de collegezaal.
‘Ich möchte hier sitzen.’
‘Aber ich sitze schon hier.’
‘Ja. Aber du hast einen Dopper. Und ich nicht.’
Waterdichte argumentatie.