ANSadvo 570x135

Begrip is de basis van de democratie

Ronduit: Hoe om te gaan met politieke folderaars

In zijn spitsvondige columns zet student Jurijn Timon de Vos vraagtekens bij ogenschijnlijke vanzelfsprekendheden in het (studenten)leven. Zijn doel: het bestrijden van onverschilligheid.

Het zal je niet ontgaan zijn: we leven in verkiezingstijd. Je kunt met geen mogelijkheid verhinderen dat zaligheid belovende reclamespotjes en bovenal opgeschoten folderaars in je ooghoeken hun stellingen betrekken. Vanuit hun posities volgt een spervuur aan ogenschijnlijke onweerlegbaarheden.

Tegenover al dit psychologische geweld sta jij, die eeuwige goedzak, er maar wat onbeholpen bij. Wat te doen? Hoe moet je jezelf wapenen tegen de verbaliteiten van zieltjeswinnende colporteurs die tegenwoordig ook al de, anders zo reine, sociale media bevuilen?

Alhoewel het gemakkelijk is om de groen-, blauw- of roodgejaste personen te bespotten, is er maar één die zich hierbij diep behoort te schamen. Dat ben jíj. Mijn excuses op voorhand voor het bezoedelen van dit edel medium door me te bedienen van populistische VVD-leuzen, maar het is gewoonweg ‘niet normaal’ dat de meeste studenten politieke vraagstukken af doen met frasen als ‘ik moet me er nog in verdiepen’ of ‘ik houd het allemaal niet bij’. Democratie gaat iedereen aan; zorg dus maar dat je je ervoor interesseert!

Tot zover mijn bevoogdende preek. Ben je er nog? Ach, misschien was ik in het bovenstaande ook wel iets te onverbiddelijk. Ik weet natuurlijk dat jij je uiterste best doet om jezelf, zo goed en zo kwaad als het kan, te informeren – en dat in moeilijke tijden waarin de Lügenpresse welig tiert. Zo heb je inmiddels de Stemwijzer helemaal zelf ingevuld, is het niet?

Welnu, laat me je over dit stemhulpmiddel één advies geven: klik, vóórdat je op een stelling antwoordt, op de knop ‘wat vinden de partijen?’. Bekijk vervolgens wat de argumentatie achter verschillende standpunten is. Selecteer daarbij niet alleen de partijen waarover je omgeving of gevoel zegt dat ze in jouw straatje passen. Zuivere mengingsvorming gaat namelijk niet om intuïtie, maar om inhoud.

Als man van het midden liet ik bij het invullen mijn gevoel ook even achterwege en selecteerde ik twee, voor mij, tegennatuurlijke partijen: één ter extreemlinker- (GroenLinks) en één ter rechterzijde (D'66) van mijn voorkeurspartij. Ik liet me hierbij bewust niet leiden door de schimpscheuten die J.F. Klaver in zijn theatrale propagandaspot op mijn heimatland afschoot: “In dát [lees: achterlijke] Brabant van de jaren 80 was ik in de ogen van sommigen een bastaardkind.” Evenmin gaf ik ruimte aan mijn afkeer van Pechtolds oeverloze zelfgenoegzaamheid. Inhoud in plaats van gevoel dus.

Wat bleek? Ofschoon beide partijen onderaan mijn ranglijst eindigden, heb ik nu niet alleen weet van hun redeneringen, maar ook begrip voor hun standpunten. Je zult wel denken: wat levert me dit nou op? Mateloos veel, want juist dit begrip is het begin, zo niet de basis, van onze democratie.

Politiek is niets anders dan een eindeloos gesprek. Het gaat tijdens dit gesprek om inhoud én om wederzijds begrip. Politieke folderaars zijn juist de mensen die zulk een open conversatie initiëren. Sluit je hier niet voor af, daar heb je alleen jezelf mee. Het is aan jou dit gesprek, weliswaar geharnast met inhoudelijke achtergrondkennis, maar bovenal met een begripvol open vizier aan te gaan. Wat je er vervolgens mee doet is aan jou. Gelukkig maar.

 

Redactie
ANS is niet zo links als men denkt

Ronduit: Weest gerust! ANS is niet écht links

In zijn spitsvondige columns zet student Jurijn Timon de Vos vraagtekens bij ogenschijnlijke vanzelfsprekendheden in het (studenten)leven. Zijn doel: het bestrijden van onverschilligheid.

Nu de Drie Koningen uit het Oosten al geruime tijd ons vrieskoude doch Elfstedentochtarme land verlaten hebben, kunnen we de lome najaarstijd voorgoed achter ons laten en met een frisse blik vooruitkijken. Het fonkelnieuwe jaar, dat het 2017de jaar van onze jaartelling mag heten, ligt in het vooruitschiet. Daar moet over geschreven worden. Mijn broodheer, het Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS), kende eenzelfde offensieve drang tot schrijven en stuurde zijn jongste editie onder de kop ‘ANS valt aan’ ter perse.

Bij het voorbijgaan van de tijdschriftenbakken vielen mij niet zozeer deze aanvallende titelbewoordingen als wel de hevig schreeuwende vuurrode letters op. Even betrapte ik mezelf op de gedachte dat de ANS-redactie tijdens de jaarwisseling, geïnspireerd door in de lucht uiteenspattend maoïstische vuurwerk, haar rode wortels had hervonden. Zou de traditioneel-linkse signatuur van ANS weer naar bovenkomen? Onmogelijk, verbeterde ik mezelf. In dat geval zou D’66 niet meer zo opzichtig adverteren op de webpagina van ANS.

Ondanks de terechtwijzing aan mijn eigen adres, bleek de rode rook, ook op het tweede gezicht, verdacht veel op socialistisch rood vuur te duiden. In het eerste artikel, dat ik vluchtig doorlas, werd het geesteskind van de zojuist genoemde liberale partij, te weten het leenstelsel (schuldenstelsel, zo je wilt) alsmede de desastreuze gevolgen ervan, namelijk stevig van kritiek voorzien.

Zo repte ANS, in lijn met de opzwepende en strijdvaardige campagneleus van de Socialistische Partij (‘pak de macht!’), zelfs over het van de Nijmeegse studenten ‘afgepakte’ geld. Dit was nog niet alles: het door de invoering van het leenstelsel vrijgekomen geld zou volgens ANS vooral de elite oftewel de Radboud Honours Academy ten goede komen. Bij deze aantekening werd zelfs de spreekwoordelijke Joost van stal gehaald om de bekostiging van deze elitehobby te laken. Links toch?

Alhoewel mijn bovenstaande duiding, zoals gebruikelijk, iets weg heeft van een karikaturale schets moet ik bekennen dat de argumentatie van ANS mijzelf wist te smaken. Dit terwijl ik niet uitgesproken links ben. Hoe kan dat? Daarbij moet opgemerkt worden dat het leenstelsel in de huidige politieke realiteit niet op een links-rechtsschaal aan te wijzen is: met uitzondering van reeds genoemde Socialistische Partij en het centristische CDA steunde immers de ganse gevestigde politiek, zowel traditioneel links als rechts, de invoering van het leenstelsel.

Maar goed, tot slot even terug naar de vraag of ANS links te noemen is of niet. Een kolom, iets verder in de desbetreffende ANS-uitgave, gaf me eindelijk het antwoord. De daarin gedane oproep om in naam van Karl Marx solidair te zijn met het Linnaeusgebouw enkel omdat dit ‘een lekker linkse gedachte’ zou zijn, getuigde niet alleen van een gebrek aan historisch-ideologisch duidingsvermogen, maar gaf mij ook het volgende uitsluitsel: naast goedlachse cultuurkatholieken biedt mijn ANS tegenwoordig ook materialistische cultuursocialisten, wier boodschappen gespeend zijn van de ideologische inhoud welke ze zeggen voor te staan, ruimhartig onderdak. Linkser dan dit vale cultuursocialisme wordt het niet bij ANS. Dat is een geruststelling.

 

Redactie
'Kerst is een goede tijd om kritisch te zijn'

Ronduit: kritiek verbindt, uit haar!

In zijn spitsvondige columns zet student Jurijn Timon de Vos vraagtekens bij ogenschijnlijke vanzelfsprekendheden in het (studenten)leven. Zijn doel: het bestrijden van onverschilligheid.

Na mijn vorige kolom, waarin ik de handschoen opnam tegen ongebreidelde vraatzucht en studieontwijkersgedrag in onze universiteitsbibliotheek, is gebleken dat het aanstippen van onbehoorlijke gedragingen een garantie is voor reuring; ik ontving vele positieve, maar ook tal van negatieve reacties. De meeste studenten herkenden zich in het geschetste beeld. Slechts een enkeling wist de ironische lading niet te doorzien en betichtte me van moedwillige belediging. Hoe het ook zij: gedragskritiek leeft onder de Radboudianen.

Deze interesse in gedragskritiek ligt waarschijnlijk in de moeilijkheid om haar te uiten. We vinden het namelijk lastig – onbeschaafde digitale reaguurders uitgezonderd – om elkaars handelen van commentaar te voorzien. Dit is een gemiste kans. Anders dan dikwijls wordt gedacht, getuigt oprechte bekritisering van welwillendheid en beslist niet van afgunst; ze heeft ten doel de ander te verbeteren.

Wellicht heb ik het tot op heden onvoldoende woordelijk weten te vatten, maar ingegeven door eenzelfde welwillendheid schrijf ik mijn kolommen. In plaats van mij te verschuilen achter het achterhaalde mantra van leven-en-laten-leven, betwist ik het. Graag zelfs. Als je deze liberale en individualistische gedachtegang immers doortrekt, kom je onvermijdelijk uit bij onverschilligheid.

Juist in de bijzondere maand december mag er geen plaats zijn voor onverschilligheid en doorgeschoten individualisme. Overpeins daarom eens de keuzes die je afgelopen jaar maakte en de gevolgen daarvan, voor jezelf en voor anderen. Is het niet eens tijd langs te gaan bij je eenzame oudtante of bij die ene schoolvriend van vroeger? Zet eens serieuze vraagtekens bij de dingen die je doet of laat. Zo koop je telkens weer een te prijzig kaartje voor dat veel te drukke Oud en Nieuwfeest, waar je de meesten niet kent. Ieder jaar valt het tegen, maar je gaat toch. Waarom?

Gelukkig geven de bijzondere dagen rondom Kerstmis ons de ruimte tot introspectie en zelfkritiek; de van staatswege opgelegde rust doorbreekt de dagdagelijkse routine van werken, eten, sporten (of fitnessen) en slapen. De hierop volgende confrontatie met de eigen persoon valt sommigen zwaar. Zij vluchten, tegen beter weten in, naar woonboulevards, binden ski’s onder, zuipen zich onder de dinertafel of - erger nog - zoeken hun heil in de monocultuur van de Top 2000. Een gemiste kans heet dat.

Kerst is de tijd van het jaar om af te wegen en te taxeren. Het is de jaarlijkse geboorte van een nieuwe hoop, van iets beters. Begin daarom goed en wees eerlijk tegen jezelf en tegen anderen. Kritiek hoort daarbij, schuw haar niet. Welwillend commentaar is het bindmiddel van elke oprechte en serieuze relatie. Ook tussen die van mij en mijn kolomlezers. Spreek haar daarom uit. Ik zal het in elk geval niet nalaten in de toekomst. Ook van jou, waarde lezer, verwacht ik niets anders.

Een zalig Kerstmis en een kritiekrijk Nieuwjaar!

 

Redactie
'Niemand studeert in de UB'

Ronduit: De UB, vrijplaats voor studieontwijkers

In zijn spitsvondige columns zet student Jurijn Timon de Vos vraagtekens bij ogenschijnlijke vanzelfsprekendheden in het (studenten)leven. Zijn doel: het bestrijden van onverschilligheid.

De Universiteitsbibliotheek, in de volksmond ook wel de UB genoemd. Menig kolomschrijver nam haar al mee in zijn schriftelijke overpeinzingen. Ditmaal ruim ook ik een plekje in voor deze machtige boekenbunker op onze groene campus. Hierbij put ik uit eigen ervaring; net als veel medestudenten meende ik er namelijk verstandig aan te doen mijn leerproces in de grote leeszaal van de UB te laten voltrekken.

Mijn keuze voor de leeszaal, vol met boekenkasten, was vooral een gevoelsmatige. Klinische hallen met dwingende Engelse namen zoals de Learning zone hebben me nooit bekoord. Evenmin voelde ik enige drang de bedompte UB-kelderruimte met een overvloed aan onnatuurlijke tl-verlichting op te zoeken.

Eenmaal gezeteld in de grote leeszaal, blikte ik rond. Ik stelde vast dat de zaal een aangename symbiose aan stijlen kent. De gepropellereerde plafondluchtafzuiging doet aan een fabriek denken, terwijl de rijen witte hanglampen iets weghebben van een zuilengalerij. Het meest in het oog springend is echter het fraaie roomse glas-in-loodraam. Dit straalt een gepaste geestelijke rust uit. Ideaal om te studeren. Althans, dat zou je denken.

Deze waargenomen studiesereniteit bleek spijtig genoeg van korte duur. Tegenover mij plofte algauw een aangesnoerde, d.w.z. muziek luisterende, student neer. Zonder blikken of blozen schudde hij de ganse AH-ontbijtafdeling op tafel. Dit was het startschot voor een heuse schranspartij, die tot laat in de namiddag voortduren zou. De jongen verslond mandarijnen, rijstwafels, croutons, eiersalades, cruesli enzovoort. Hierdoor kwam hij, maar ook ik, niet aan leren toe.

Tot ergernis van die paar studenten die naar de leeszaal waren gekomen om wel te studeren, bleek mijn buurman niet de enige ordeverstoorder. Waar mijn tafelgenoot drukdoende was met alle geweld de lip van een pot Skyr-yoghurt los te trekken, waren vrijwel alle anderen om mij heen ook aan het pellen, peuzelen, plukken en prakken. De publiekelijke vraatzucht bleek zowaar aanstekelijk.

De constante drang naar eten, die kennelijk niet gestild kon worden in de daartoe aangewezen plek, de Refter, was niet het enige probleem. Er was een ander dilemma waar men in de UB mee kampte: vrijwel allen pijnigden hun hersenen met het vraagstuk hoeveel slokken water er nodig zijn om een alinea tekst te kunnen begrijpen. Klaarblijkelijk veel. Ik heb zelden mensen op zulk een laffe wijze zoveel water zien nippen.

Niet alleen de dominante Dopper-filosofie, die ons wijsmaakt dat je de gehele dag water naar binnen moet gieten, had de leeszaal in haar greep. Ook het continue oplichten en het vibreren van mobieltjes ontnam de ruimte het laatste beetje studiegehalte. Na één middag vond ik het welletjes. Mij daar niet meer gezien.

Het is geen wonder dat frequente leeszaalgangers keer op keer onvoldoendes halen; leren doen ze immers niet. Medelijden hoort hun dan ook niet toe te komen. Men kan niets anders dan concluderen dat in de leeszaal van de UB van alles gebeurt, maar één ding nauwelijks: studeren. Het is bijzonder triest dat in het hart van een kennisinstituut een hoopje besluitelozen de studie naar de marge weet te verdrijven. Welkom in de UB, de vrijplaats voor studieontwijkers.

 

Redactie
Fietscoaches moeten handhaven

Ronduit: Radboudtraditie aan verandering toe

In zijn spitsvondige columns zet student Jurijn Timon de Vos vraagtekens bij ogenschijnlijke vanzelfsprekendheden in het (studenten)leven. Zijn doel: het bestrijden van onverschilligheid.

Tradities zijn er niet om in ere te houden, maar ze zijn er om ter discussie te stellen. Dat moet de persoon die brieven verzond onder de naam van de Binnenstadwethouder - jazeker, Nijmegen heeft er echt een - ook gedacht hebben. In de door de gemeente als nep bestempelde brief riep de wethouder hoegenaamd scholen en winkeliers op dit jaar de goedlachse secondant van de Goedheiligman van raciale kenmerken te ontdoen.

De lezer die nu denkt of hoopt dat deze kolomschrijver in de slangenkuil genaamd de Zwarte Pietdiscussie zal springen, moet ik teleurstellen. Hoezeer ik ook begrijp dat de reeds aanwezige pepernoten (kruidnoten zo je wilt), chocoladeletters en schuimpjes in de schappen een mens hiertoe kunnen bewegen, wil ik graag de slag maken naar een andere traditie, namelijk naar een heuse Radboudtraditie. Hierbij doel ik niet op notoire RU-tradities als de vleesloze maandag in de Refter, het publiekelijk dragen van de omhoog kruipende Radboudtrui of de traditie van de zekerheid dat CICAM-tentamens zonder geestelijke inzet gehaald kunnen worden. Ik richt me op juist die ene Radboudtraditie die spijtig genoeg níet ter discussie staat. Dit betreft het jaarlijks terugkerende fenomeen van de fietsenstallingbegeleiders, ook wel fietscoaches genoemd.

Deze geelgeheste lieden hebben elke doordeweekse septemberdag tussen 08.00 en 16.00 uur de taak studenten te begeleiden bij het stallen van hun rijwiel of wat daarop lijkt. Met het verlenen van deze extra dienst doet de Alma Mater haar nipt behouden titel van Beste Brede Universiteit eer aan; aan alle studentennoden wordt immers gedacht.

De verstrekte hulp doet me denken aan mijn basisschooltijd, tijdens welke meester Wim de leerlingen in de eerste weken ook hielp met parkeren. In tegenstelling tot de RU begreep meester Wim alleen wel dat eenmalig begeleiden niet effectief is. In de regel volgt na een periode van bewustwording namelijk een periode van handhaving. Zeker wanneer de bewustwordingsfase bij RU-studenten niets meer dan het verder inslijten van laksheid bewerkstelligt, is handhaving strikt noodzakelijk. Deze laksheid is overigens niet vreemd: als al in de eerste collegemaand het denken over een stalwijze volledig uit handen wordt genomen, is menige prikkel tot zelfinzicht daarna weg.

Begrijp me niet verkeerd. Ik heb grote waardering voor de begeleiders die massa’s slechtgeluimde, haastende studenten helpen zonder daar ook maar een verbaal bedankje of enig oogcontact voor terug te krijgen. Feit is echter wel dat in deze situatie niet-bindend, tijdelijk advies net zoveel uithaalt als geen advies. Het grote aantal verkeerd gestalde en zelfs gedominode fietsen is mijn stille getuige.

Gezonde tradities gaan met hun tijd mee. Zo ook de traditie van de stallingsbegeleiders. Laat fietscoaches niet alleen vrijblijvend advies schenken, maar geef hun ook de mogelijkheid de spreekwoordelijke roede te hanteren. Een student weet dondersgoed wanneer zijn rijwiel asociaal geplaatst is en mag de gevolgen daarvan best onder ogen zien.

 

Redactie
'U zette de RU op de wereldkaart'

Ronduit: Gerard Meijer, bedankt!

In zijn spitsvondige columns zet student Jurijn Timon de Vos vraagtekens bij ogenschijnlijke vanzelfsprekendheden in het (studenten)leven. Zijn doel: het bestrijden van onverschilligheid.

Mij is verteld dat een debuterend columnist niet meteen te scherp uit de hoek moet komen. Dit zou lezerspubliek afschrikken. Wie ben ik, traditiegetrouw als ik ben, om van deze richtlijn af te wijken? Ik zal in mijn eerste kolomschrijfsel zachtmoedig van wal steken, namelijk met dankbetuigingen.

Ingegeven door de actualiteiten spreek ik mijn woorden van dank uit richting de vertrekkend voorzitter van het College van Bestuur: Gerard Meijer. De roerganger van de universiteit gaat ons verlaten. Hij zal Nijmegen inruilen voor Berlijn. Wij Radboudianen zullen niet alleen zijn persoon, maar vooral zijn grootste verdienste missen: de 'RU-branding'. Het was immers Meijers College dat de Radboud Universiteit eigenhandig op de wereldkaart zette. En hoe!

Uiteraard niet door zoiets banaals als onderwijsverbetering of meer studentenbegeleiding, maar door onze provinciale universiteit te herdopen tot de prestigieus klinkende Redboed Joeniveursitie. In navolging van de perifere universiteiten van Tilburg en Maastricht schonk Prof. dr. Meijer ons eindelijk de verengelsing die de RU uit het slop zal trekken. Zo wist het Soeterbeeck-programma alleen al door de afgedwongen naamsverandering naar Radboud Reflects een kwaliteitsslag te maken die zijn weerga niet kent. Dat was niet de enige winst: om omslachtigheid tegen te gaan, besloot de RU op de sociale media voortaan uitsluitend in het Engels te communiceren. Hoe visionair!

De resultaten van deze Meijeriaanse Omwenteling zijn zeker niet gering. Zo bogen deze zomer hele Duitse volksstammen af richting de nieuwe Engelstalige bachelorstudie Psychology, voorheen ook wel bekend als Psychologie. Anders dan bij de Nederlandstalige opleiding wordt de kwaliteit van deze studie wél zonder meer gegarandeerd. Dat is een geruststelling.

Alhoewel de RU-kassa hierdoor zelden zo hard gerinkeld heeft, kan de trotse Collegevoorzitter zijn succes niet wereldkundig maken. De nietsontziende Onderwijsminister Bussemaker verbiedt hem immers te erkennen dat het positieve financiële resultaat het doel was van zijn verengelsingspolitiek. De achterhaalde, Nederlandstalige wetgeving heeft geen oog voor doorpakkers als Meijer, zo blijkt maar weer.

Gerard Meijer, nogmaals dank voor het in gang zetten van deze gedurfde vooruitgang! Vanaf nu zal alles beter worden. Wij, dankbare studenten, zullen zo snel mogelijk getrouw volgen. VOX News, uw spreekbuis, is al om. In de taal der progressieven berichtte het universiteitsblad al over heuse 'Hot Snack Vending Machines'. Zonder twijfel zal deze vorm van journalistiek het academische imago van de RU ten goede komen. Dankzij uw daadkracht gaat iedereen mee! Althans, bijna iedereen. Ikzelf, hoezeer het me ook spijt, zal niet meekunnen, traditiegetrouw als ik ben.

 

Redactie