Verward: Stoer

Redactie
'Dat heb je stoer gedaan Lex'

Lex Crijns snapt er af en toe helemaal niets van en probeert zijn verwarring in vierhonderd woorden voor u samen te vatten. Als u het niet begrijpt, vindt hij dat niet erg; dan is hij tenminste niet de enige.

Op een ochtend besloot ik in een opwelling twee grote, zware dingen met handvatten te bestellen. Het is de bedoeling dat je ze op alle mogelijke manieren optilt en jezelf zo blijvend lichamelijk letsel toebrengt. Dat leek me nu echt stoer. Ik wilde eens een keer iets stoers doen. Niet om er beter uit te zien, of om gezond en fit te blijven, maar gewoon om een keer trots te zijn op mezelf. Om te kunnen denken: dat heb je goed gedaan, Lex. Sterker nog, dat heb je stoer gedaan.

Jammer genoeg was ik niet thuis toen de bezorger de volgende dag bij mij aanbelde. Volgens het briefje op mijn deurmat was mijn pakket overgebracht naar een “Pickup Parcelshop” bij mij in de buurt. “Bij u in de buurt” bleek vrij ruim opgevat te moeten worden; de winkel in kwestie bleek maar liefst acht kilometer van mijn huis te liggen. En ik heb natuurlijk geen auto. Ik belde de bezorgdienst en smeekte ze om nog een keer langs te komen met mijn pakket, maar ze konden het niet meer terughalen.

De volgende dag ben ik dus met mijn krakkemikkige rijwiel naar de andere kant van de stad gefietst om een doos die bijna de helft van mijn gewicht had op mijn bagagedrager naar huis te vervoeren. De hele akelige reis lang dacht ik maar één ding: ‘Waarom doe ik dit? Ik hoef helemaal geen dertig kilo cement op mijn studentenkamer te hebben.’ Maar ik had al betaald, het was nu mijn cement en ik kon mijn stoere droom niet zomaar opgeven.

Toen ik thuiskwam deed mijn hele lichaam zeer en had ik een akelige steek in mijn zij. De dag erna deed ik er een kwartier over om de trap te beklimmen in het huis van mijn vriendin Suusje. Toen ik eenmaal boven was, plofte ik als een zwarte plastic schijf vol cement neer op haar bed. Ik had me nooit in mijn leven minder stoer gevoeld. ‘Ik raak die stomme gewichten nooit meer aan’, zei ik kwaad. Suusje bracht me een kopje thee en een koekje. ‘Geeft niet, schatje’, zei ze. ‘Je bent mooi zoals je bent.’