Verward: Bier drinken

Redactie
'Vandaag moet ik bier drinken'

Lex Crijns snapt er af en toe helemaal niets van en probeert zijn verwarring in vierhonderd woorden voor u samen te vatten. Als u het niet begrijpt, vindt hij dat niet erg; dan is hij tenminste niet de enige.

Vandaag moet ik bier drinken, dacht ik op een avond. Ik keek in mijn agenda en concludeerde dat het meer dan een week geleden was dat ik dat voor het laatst gedaan had. Schandalig. Een student moet bier drinken. Het studentenbestaan is betekenisloos zonder bier.

Ik liep dus naar beneden en inspecteerde de koelkast: bier genoeg. Dat zou geen probleem vormen. De volgende stap was een drinkmaatje vinden. Ik klopte op de deuren van al mijn huisgenoten, maar die waren allemaal weg of druk bezig met studeren. Toen pakte ik mijn telefoon en belde ik mijn vijf beste vrienden. Daarna belde ik vijf willekeurige contactpersonen uit mijn lijst. Niemand wilde met me drinken. Ik besloot het maar alleen te doen. Ik laadde een halve krat vol flesjes uit de koelkast en zette die op de salontafel. Ik zette de tv op SBS 6 en begon te zuipen.

Het was kwart over elf toen ik me realiseerde dat ik iets was vergeten. Er miste nog iets aan mijn studentikoze avond. Wat doen studenten ook alweer nog meer, naast bier drinken? Oh ja, studeren, natuurlijk! Geen betere manier om mijn avond compleet te maken. Ik keek in mijn agenda en zag dat ik voor middernacht een essay moest inleveren over het proza van Louis Couperus. Ideaal! Ik zette mijn laptop boven op het kratje en ging aan de slag.

Ik herinner me niet wat er daarna gebeurde, maar toen ik wakker werd zag ik dat ik om 23:59 een document op Blackboard had geüpload. Dat kwam goed uit. Ik haastte me naar de universiteit en klopte (zeven minuten te laat) met bonzende hoofdpijn op de deur van de collegezaal. Nadat ik was gaan zitten, begon de docent onze beoordeelde opdrachten uit te delen. ‘De jouwe vond ik erg goed gevonden’, zei hij toen hij bij mij was aangekomen. ‘Echt? Oh, nou, bedankt’, stamelde ik en verbaasd keek ik naar het velletje papier in mijn handen. Er stond niet bijster veel op. Ik bracht het blaadje naar mijn gezicht om te zien waar ik mijn docent zo mee had verrast. Daar stonden de volgende woorden getypt:

‘Louislis coprus is een goeib knaap. chill vaker met hem. zijm boeken vind ik nie zo top. challas x.'

 

Banner ANS 20170313 oz vragen