ANSadvo 570x135

Hello, Goodbye

Side salad: Afscheid

Thom Wijenberg serveert in het ANS een vers en gezond bijgerecht op basis van studentikoze belevenissen en frustraties. Kan sporen van ironie, fictie en zelfverheerlijking bevatten.

Eerlijk gezegd heb ik columns altijd gezien als ordinaire goocheltrucs. De columnist – lees illusionist – presenteert zijn lezers een zogenaamd openhartig en betrokken verhaal. De actualiteit is een goed startpunt, of een geinige anekdote. Maar pas als we het gordijn oplichten, komen we erachter dat de columnist een bedrieger is. Hij doet alsof hij zich blootgeeft, maar ondertussen verschuilt hij zich achter een rookgordijn van ironie en valse intimiteit. Het meest persoonlijke wat we van hem te weten komen, is dat hij in de Refter het liefst op de donkerblauwe banken zit en in de clinch ligt met een bepaalde buschauffeur. Zelfverheerlijking en dramatisering tovert hij schaamteloos uit zijn hoge hoed. Zo las ik een keer een column waarin de schrijver beweerde dat hij op een vrijdagmiddag verdwaald was geraakt in de krochten van TvA, waarna hij een heel weekend in het gebouw opgesloten had gezeten. Op maandagochtend liep hij de deur uit als Christus met Pasen, de herboren profeet van sloopkogel en nieuwbouw.

Ik ben niet zo’n columnist. Ik wil me niet verbergen achter een masker, maar mijn meest persoonlijke gedachten en emoties met mijn lezers delen. Om jullie van mijn intenties te overtuigen, wil ik mijn eerste column beginnen met een bekentenis. Mijn leven bevindt zich op dit moment in een diep, duister dal. Een van mijn beste vrienden heeft recent het tijdelijke voor het eeuwige verruild. Alle pogingen om hem te redden waren tevergeefs. En hoewel onze vriendschap met drie jaar nog aan de korte kant was, kan ik me mijn leven moeilijk zonder hem voorstellen.

Deze zomer hebben we onze laatste herinneringen gemaakt. We hebben verschillende musea bezocht, gegeten in de betere Nijmeegse restaurants en zijn nog een laatste keer op vakantie geweest. Maar uiteindelijk was het afscheid onvermijdelijk, hoe stellig Borsato (2003) het bestaan daarvan ook ontkent. Dit semester zul je me langzaam zien vermageren. Na zo’n hartverscheurend afscheid krijg ik immers geen hap meer door mijn keel. Dat bedoel ik in de meest letterlijke zin van het woord. Mijn vriend – ik mag hem bij zijn koosnaam Stufi noemen – bracht namelijk het brood op de plank en bekostigde mijn dure verslaving, studeren. Excuses, het wordt me allemaal even te veel. Ik ga gauw mijn laatste kans pakken om de Spotify break-upplaylist reclamevrij te luisteren. En misschien haal ik dan het visitekaartje tevoorschijn dat ome DUO me op de begrafenis van mijn vriend toestopte.

 

Redactie