Universitair chauvinisme

Frisse tegenzin: Extreme Radboudrakkers

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Wanneer ik op de Radboud Universiteit (RU) mensen rond zie lopen in die verschrikkelijke rode hoodies, dan denk ik vrijwel direct dat ik te maken heb met nieuwelingen. In het begin denken zij namelijk dat het dragen van een Radboudhoodie een statussymbool is. Het duurt niet lang voordat alle nieuwe studenten doorhebben dat dit wel meevalt en dat het qua stijl de lelijkheid van het Erasmusgebouw evenaart. Van openbare 'Radboudliefde' is vervolgens gelukkig weinig sprake.

Hoe anders is het aan de andere kant van de oceaan. Toen ik me voor de eerste keer naar de boekwinkel op de campus begaf, verwachtte ik een soort Roelants 2.0: een stoffige winkel maar dan net wat groter, zoals alles in Canada groter is. Ik kwam bedrogen uit. Als de universiteit hier N.E.C. is, dan is de 'boekwinkel' de fanstore. Terwijl ik verwoed zocht naar een theorieboek over generatieve syntaxis, raakte ik verdwaald in een woud van hoodies, shirts, baseball-caps, ondergoed, sjaals, sokken, jassen voor ieder seizoen, tassen, thermosmokken, gewone mokken, agenda's, collegeblokken en nog veel meer rommel bedrukt met het universiteitslogo.

Als leider van het verzet tegen affectie in het openbaar werd ik vervuld met afschuw. Dit werd alleen maar erger toen ik erop ging letten of studenten zich ook tentoonstellen met al deze gigantische meuk. Dat doen ze namelijk zoals ik m'n Schultenbräu altijd dronk: zonder mate. Studenten uit alle jaarlagen lijken minstens vier keer per week solidariteit uit te dragen met de universiteit waar ze een godsvermogen aan collegegeld aan hebben betaald.

Het is een schaamteloze vertoning van universitair chauvinisme waarbij bescheidenheid een waarde is die klakkeloos het raam uit wordt gedonderd. Begrijp me niet verkeerd, het is een prima universiteit met goede faciliteiten en een prettige campus, maar daarin zal het vast niet verschillen met andere universiteiten. Een extreme vertoning van verbondenheid met deze universiteit maakt je geen betere student. Integendeel, het laat eigenlijk alleen maar zien dat je te lui bent om naar een fatsoenlijke kledingwinkel te gaan. Geef mij maar de nuchtere houding op de RU, waar extreme Radboudrakkers met hun rode hoodies een uitstervend ras zijn.

 

 

Canadees overenthousiasme

Frisse tegenzin: Geen fratsen

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Wonen in Canada, ik kan het iedereen aanraden. Of nou ja, eigenlijk niet, want het fijne aan dit land is nou juist dat het niet heel dichtbevolkt is. Zelf ben ik, na het inleveren van mijn scriptie aan de Radboud Universiteit in juni, vertrokken naar Vancouver. Dat is dan weer precies zo'n stukje Canada dat juist heel dichtbevolkt is. Desalniettemin kost het niet veel tijd om je alleen op de wereld te voelen, op de top van een berg, met enkel een racefiets en een lege bidon. Kortom, goed toeven.

Het dient wel gezegd te worden dat het niet alleen maar rozenkleur en maneschijn is als je voor langere tijd naar het buitenland vertrekt. Met langere tijd bedoel ik niet de standaard uitwisseling die getypeerd kan worden als een alle-dagen-feest-periode. Ik heb het over twee jaar. Dat is dusdanig lang dat het noodzakelijk is om een ritme te vinden, een leven op te bouwen, en een plek te vinden in 'de samenleving', zoals men dat noemt. Dat laatste is het ergste wat er is. Eerlijk is eerlijk: de mensen hier zijn heel aardig, zeer verwelkomend, en doen hun uiterste best om je thuis te laten voelen. Zij vergeten alleen een heel belangrijk ding: ik ben een Nederlander. Sterker nog, ik ben een calvinistische Hollander. Mijn jaren aan de katholieke Radboud Universiteit hebben mij niet minder calvinistisch gemaakt en ik verafschuw ieder enthousiasme dat niet voortkomt uit een geslaagde graanoogst.

Het zal geen verrassing zijn dat mijn afschuw voor uitbundigheid niet bevorderlijk is voor de poging mij hier thuis te voelen. Noord-Amerikanen – Canadezen dus niet uitgezonderd – worden enthousiast van iedere zucht en scheet. De volgende anekdote laat ik als bewijs dienen.

Tijdens een weekend weg besloot ik nieuwe hardloopschoenen te kopen. Niet veel eerder had ik in Nederland nieuwe schoenen gekocht, maar de zolen vielen er vrij snel vanaf. Een leven zonder hardlopen is voor mij zo goed als onmogelijk, dus ik moest en zou nieuwe hardlooppattas kopen. Toen ik de verkoopster vertelde dat ik nieuwe schoenen zocht, was haar eerste antwoord: 'Awesooooooome'. Dit vond ik enigszins overdreven, want het vooruitzicht om $230 uit te geven, vind ik niet bepaald geweldig. Hier was ik nog wel tolerant voor het cultuurverschil, dus ik legde geduldig uit dat ik een ander merk wilde omdat van mijn huidige, ook nog nieuwe schoenen, de zolen afbladderden. Haar reactie was volkomen identiek: 'Awesooooooome'. Nu was het niet enkel overdreven, maar simpelweg ongepast. Schoenen zonder zolen zijn allesbehalve Awesooooooome. Dat is juist iets heel vervelends. Na nog enkele keren dit gewauwel aangehoord te hebben en een godsvermogen te hebben betaald aan nieuw schoeisel, was mijn geduld wel op en was ik blij dat ik de winkel uit was.

Op dat moment verlangde ik weer even terug naar Nijmegen, waar het Erasmusgebouw streng over de campus waakt; waar je in de refter soms niet eens een glimlach toegeworpen krijgt; waar zelfs eduroam een hekel aan je heeft; waar sarcasme de meest uitbundige emotie is en waar dingen hooguit 'stom', 'oke', of heel misschien 'wel leuk' zijn. Eigenlijk verlangde ik het meest naar de C1000, die jaren lang een succesvol verdienmodel hadden met een onuitbundige slogan: Geen fratsen, dat scheelt.

 

Redactie
Syntax, studie en rock-'n'-roll

Frisse tegenzin: Gegijzelde superster

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Leven als een superster, wie wil dat nou niet? Lang leek het voor mij een onbereikbare droom, maar het is werkelijkheid geworden. Sinds ik bijlessessies organiseer voor de tentamenweken kom ik om in de fans. Of ja, eigenlijk heb ik slechts een fan en de situatie is misschien wat minder simpel dan ik het nu laat klinken.

Wanneer ik bijles geef aan een grotere groep studenten ben ik vooral bezig met de stof en herken ik hooguit enkele gezichten. De rest sla ik niet eens op. De bijleskindjes hebben exact het tegenovergestelde. Zij onthouden mijn hoofd bijzonder goed en vergeten vervolgens alle stof. Dat heb ik geweten, want er bleek een fanatieke groupie te zijn die mij sindsdien telkens confronteert met haar bestaan.

Het begon met een calvinistische knik bij wijze van begroeting, maar nu de frequentie van ontmoetingsmomenten toeneemt, wordt de uitbundigheid van begroeten significant groter. Toen ik eens als vanouds zat te wachten tot de deuren van het ESC voor mij open gingen, zat zij er ook. Zij wachtte alleen niet op de opening, maar op mij. Althans, dat is wat ik er van maak. Dit leek mij het toppunt, maar er komt meer. Laatst zat ik nietsvermoedend aan mijn scriptie te werken en plots maakte zij haar aanwezigheid bekend, waarna zij de plaats naast mij bezette.

Wat een ongemak, want ik moest nu wel de nodige small talk verrichten. In supersterterminologie heet dat ook wel een Meet and Greet. Eigenlijk viel het zo erg nog niet tegen en sindsdien ben ik zelf ook iets enthousiaster geworden. Tegenwoordig groet ik haar iedere keer uit mezelf. Als tegenprestatie ontvang ik dan een stralende glimlach. Het voelt fantastisch om zo'n fan te hebben: daar kan Lady Gaga nog een puntje aan zuigen.

De laatste tijd zwelg ik in narcistische zelfadoratie en ik was ook uiterst beledigd toen een vriend laatst vroeg of ik 'nog last had van die stalker'. Zo zag ik het inmiddels niet meer. Of had hij een punt?

Stalker, groupie, fan, wat is het verschil? Het lijntje tussen een supersterrenbestaan en het Stockholmsyndroom blijkt erg dun te zijn. Ondertussen begin ik vast met het opzetten van mijn eigen modelijn.

 

Faculteitskolonisatie op het Huygens

Frisse tegenzin: Wannabèta

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Het einde van het collegejaar komt angstig dichtbij, evenals de deadline van mijn scriptie. Dat betekent dat ik het me niet meer kan veroorloven om enkel te doen alsof ik productief ben. Ik moet daadwerkelijk productief worden. Een verschrikkelijk idee, maar de waarheid is nu eenmaal hard.

Gelukkig kwam een goede vriendin laatst met het verstandige idee om samen een dag een samenwerkplek te bezetten en daar een hele kantoordag aan de slag te gaan. Op papier een goed idee, maar de praktijk pakte net even anders uit. Dat lag niet zozeer aan de productiviteit, want ik heb weldegelijk wat nuttigs gedaan. Welnee, het probleem zat in het feit dat we een ruimte in het Huygensgebouw hadden gereserveerd.

Het Huygensgebouw! Zelden heb ik mij zo ontheemd gevoeld. Als inheems bewoner van het Erasmusgebouw was ik volledig uit mijn comfortzone en ik voelde me toerist op mijn eigen universiteit. Omdat ik me niet wilde gedragen als een Duitser in Renesse, had ik me voorgenomen om altijd te doen alsof ik wist waar ik naartoe ging. Dat betekende dat ik bij binnenkomst van het gebouw de vitale onderdelen moest lokaliseren: de toiletten en een koffieautomaat. Schichtig keek ik om me heen, en ik had gelukkig snel in de gaten waar ik mijn plasje kon doen indien ik daartoe behoefte voelde.

Het begin was goed en zoals gebruikelijk had ik na een kwartier druk bezig te zijn geweest recht op mijn eerste pauze. Met stevige tred liep ik vastberaden naar de koffieautomaat, die ik al vakkundig had gelokaliseerd. De koffie druppelde geduldig mijn beker in, waarna ik blakend van zelfvertrouwen terugmarcheerde naar mijn gekoloniseerde computer. Kon het nog misgaan?

Jazeker. Ik had nog geen twee stappen in de bibliotheek gezet, of mijn Huygens-onervarenheid had me verraden. De bibliothecaresse riep mij tot een halt en sprak onverbiddelijk: 'Jongeman, je mag alleen koffie mee naar binnen nemen als er een deksel op zit. Jij komt hier zeker niet zo vaak?'

Mijn hart stond stil. Ik was verraden en er was geen weg meer terug. Ik was een indringer in het territorium van de bèta's. Volledig in paniek keek ik om me heen. Een plan B had ik niet. Het enige wat in mij opkwam was om met het schaamrood op de kaken te erkennen dat ik niet thuis was in het Huygensgebouw. De bibliothecaresse legde vervolgens geduldig uit dat de muizen van het Huygens dol zijn op automaatkoffie, en bood mij een deksel aan. Die Huygensmuizen hoefden wat mij betreft niet uit mijn bekertje slurpen, dus dat dekseltje timmerde ik gehoorzaam op mijn beker.

De volgende dag nestelde ik me comfortabel in het Erasmusgebouw, blij dat ik weer thuis was.

 

De grote studentenafgang

Frisse tegenzin: Helemaal Loco

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Foto: Vincent Veerbeek 

De Radboud Universiteit heeft de lente in de bol, wat betekent dat de studenten mogen uitkijken naar Radboud Rocks. Zo'n universiteitsfestival klinkt leuk, maar het resultaat is niet bepaald iets om je vingers bij af te likken. De organisatoren hebben een groot scala aan belachelijke activiteiten uit de kast getrokken, waarvan de een nog erger is dan de ander.

De grootste gruwel die ik tot zover langs heb zien komen, is de Grote Studenten Battle. Nieuw is het niet, maar velen zullen er net als ik nog nooit van hebben gehoord. Het idee is dat tien studie- of studentenverenigingen de strijd met elkaar aangaan. Mijn eerste hoop was dat ik de kans zou krijgen om ouderwets te apenkooien zoals vroeger bij gymles. Jeugdsentiment in optima forma, dacht ik. Valse hoop, want de spelleiding is namelijk in handen van de zogenaamde Loco Loco Discoshow. Er wordt niet uitgelegd wat dat precies inhoudt, maar afgaande op de naam dacht ik in eerste instantie dat dit de line-up was voor de festiviteiten bij het kinderdagverblijf op de campus. Dat is dus niet zo, want zij zijn toch echt ingehuurd voor de Studentenbattle. Sterker nog, de universiteit dikt de aanwezigheid van die Loco's nog even aan. De studenten kunnen, in de woorden van de universiteit, 'een hilarisch programma met bizarre opdrachten en maffe spelletjes' verwachten, en dat dus allemaal dankzij de Loco Loco Discoshow.

Het is onvermijdelijk dat dit een gênante vertoning gaat worden, maar het wordt nog erger. De winnaar van deze Loco Loco Studentenbattle krijgt namelijk een prijs die zo mogelijk nog idioter is dan het spel zelf: een stoeptegel. Zelfs als een mislukte grap is het niet leuk, desondanks heeft de organisatie besloten dat de winnaar van het spel voor eeuwig een litteken van deze verschrikking zal overhouden in de vorm van een stoeptegel op de campus.

Het idee van een Studentenbattle met Loco Loco's aan het roer is natuurlijk al een infantiel dieptepunt, maar die stoeptegel maakt het af. Ik weet nog dat als ik als kind losse stoeptegels verfde voor mijn ouders, die dan met een zuur gezicht zeiden dat ze het erg mooi vonden. Zij haalden het niet hun hoofd om die stoeptegel echt een plaats te geven, want zij begrepen ook wel dat je lelijke kunstzinnigheid niet moet stimuleren. Daar denkt de Radboud Universiteit duidelijk anders over en dus mogen we uitkijken naar een kleurrijke verrijking van de campus in de vorm van een stoeptegel.

Het is uiteraard het beste om dit hele idee van tafel te vegen, al vermoed ik dat zoiets niet zal gebeuren. Laat ik dan in ieder geval een tip geven voor een alternatieve prijs: onbeperkt bier drinken in het Cultuurcafé voor alle deelnemers. Dan kunnen ze de nare herinneringen aan de Studentenbattle zo snel mogelijk weer vergeten.

 

Geen zuivere koffie

Frisse tegenzin: Koffiedeksels nog aan toe!

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Foto: Vincent Veerbeek

Als doorgewinterd koffieslurper beschouw ik mezelf toch wel als expert op het gebied van dat zwarte goedje. Toen enkele maanden terug C opende, in het Elinor Ostromgebouw (EOS), was ik nogal kritisch op de gevleugelde slogan "De lekkerste koffie van de campus." Dat leek nogal hoogmoedig, om voor de opening al met die slogan te strooien. Hoe kun je nou weten of het echt de lekkerste is als niemand nog heeft kunnen ervaren hoe je koffie smaakt? Daarbij ziet het er allemaal nogal hipster uit, wat vaak gelijk staat aan buitenproportionele prijzen voor een bakkie pleur.

Op voorhand was ik dus niet erg positief. Van mijn ouders heb ik geleerd dat vooroordelen niet goed zijn, dus voor een eerlijk oordeel zat er niets anders op dan diep in de buidel te tasten voor wat een halfvol bekertje koffie bleek te zijn. Het kostte slechts enkele flinke teugen om twee dingen vast te stellen. Het eerste was dat een halfvol bekertje heel erg weinig is. Het is echt snel op. Het tweede, en misschien ook wel belangrijkste, is dat de koffie zeker erg goed is. Sterker nog, mijn cynisme over de slogan is verdwenen.

Mijn negatief kritische houding is dus zeker veranderd, als het om de koffie gaat althans. Want laten we eerlijk zijn, er schort nogal wat aan C. Als je bedenkt dat de Radboud Universiteit (RU) het nieuws haalde met het opkopen van emissierechten om deze vervolgens niet te gebruiken, dat het EOS staat vol staat met bakken voor afvalscheiding, en dat alle bekertjes bij C van hernieuwbaar materiaal zijn, dan lijkt de RU net Greenpeace. Hartstikke goed dus, lekker duurzaam, toch? Dat denkt C ook, zij hebben boven hun bar een bord hangen met daarop 'Soep van de Verspillingsfabriek' en 'Stop Waste.' Klinkt goed, maar volgens mij is het niet meer dan symbolisch. Want je kunt er niet omheen dat bij C schaamteloos plastic deksels voor op bekers liggen en dat er, voordat je het af kunt slaan, een rietje in de fritz-kola wordt gedaan.

Het valt niet uit te leggen dat de RU met haar duurzaamheidsstreven de eenvoudigste dingen links laat liggen. Om geen rietjes te gebruiken en geen koffiedeksels uit delen is geen grote mentaliteitsverandering nodig. Dat is iets kleins, waar je makkelijk aan went. Daarbij is C ook niet echt de plek waar mensen met een beker koffie in de auto stappen en dus een deksel op hun beker nodig hebben tegen het morsen. En als C wel zo'n plek zou zijn geweest, zit er zo weinig koffie in die bekers dat een deksel nog steeds geen verschil maakt.

Ik kom graag weer terug voor de lekkerste koffie van de campus, maar dan wel nadat de mooie woorden 'Stop Waste' ook zijn omgezet in daden.

 

Mooi weer spelen

Frisse tegenzin: Weermannenmonogamie

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Wanneer ik tijdens de tentamenweken bijna ten onder ga aan de studiedruk, kijk ik altijd reikhalzend uit naar het nieuwe semester, want dan wordt alles weer rustig. Niets blijkt echter minder waar, aangezien ik altijd methoden blijf vinden om niet te studeren op momenten dat ik dat wel moet doen. Dan maakt het dus helemaal niet uit of het tentamenweek is of niet.

De grootste afleiding is Facebook. Vol schuldgevoel scrol ik uren door mijn tijdlijn. Als ik me dan minder schuldig wil voelen, verdiep ik me in de comment sections van Facebookberichten, zodat ik me in al mijn arrogantie beter voel dan de mensen die elkaar voor lelijke dingen uitmaken. Zo plaatste De Volkskrant laatst een interview met Gerrit Hiemstra. Behalve een scheepslading negatieve commentaren, viel het ook op dat sommige mensen zwoeren bij Gerrit Hiemstra als de weerman der weermannen. Een zekere Nathan tagde zijn vriend Thom, met de bezwerende woorden: 'Je weet het, Gerrit weet het weer als de beste. Fuck Jan Pieter Kuipers Munneke, Gerrit for life!'

Nathan was zeker niet de enige, want er waren veel commentaren met dezelfde strekking. Ik ontdekte een patroon: mensen die tegen Hiemstra zijn, zijn altijd voor een andere weerman, en zij die van Hiemstra houden, zijn daarin weer heel monogaam. Er was sprake van heuse Weermannenmonogamie. In het kader van academische nuance besloot ik op YouTube fragmenten van zowel Kuipers Munneke als Hiemstra op te zoeken. Gezien de krachtige termen van Nathan had ik sterke tegenstellingen verwacht, maar dat viel behoorlijk mee. Het verschil zat met name in het feit dat Hiemstra voor de dinsdag een noordoostenwind voorspelde en dus koud weer. Kuipers Munneke voorspelde voor de woensdag een zachte dag met een matige westenwind en hier en daar een bui. Na archiefonderzoek in het KNMI-weeroverzicht bleek uiteindelijk dat het die dinsdag inderdaad erg koud was en de woensdag nat.

Ik was verward. Ik zag geen verschil in betrouwbaarheid en gezien het oerdegelijke karakter van beide weermannen kan ik geen doorslaggevend verschil vinden. Het onderzoek heeft me niets gebracht, Weermannenmonogamie is simpelweg ongrijpbaar. Tegelijkertijd voel ik me een buitenbeetje, want ik ben Weermannenpolygaam. Ook voor het weerbericht geldt: Monogamie, Yay. Polygamie, Nay.