Syntax, studie en rock-'n'-roll

Frisse tegenzin: Gegijzelde superster

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Leven als een superster, wie wil dat nou niet? Lang leek het voor mij een onbereikbare droom, maar het is werkelijkheid geworden. Sinds ik bijlessessies organiseer voor de tentamenweken kom ik om in de fans. Of ja, eigenlijk heb ik slechts een fan en de situatie is misschien wat minder simpel dan ik het nu laat klinken.

Wanneer ik bijles geef aan een grotere groep studenten ben ik vooral bezig met de stof en herken ik hooguit enkele gezichten. De rest sla ik niet eens op. De bijleskindjes hebben exact het tegenovergestelde. Zij onthouden mijn hoofd bijzonder goed en vergeten vervolgens alle stof. Dat heb ik geweten, want er bleek een fanatieke groupie te zijn die mij sindsdien telkens confronteert met haar bestaan.

Het begon met een calvinistische knik bij wijze van begroeting, maar nu de frequentie van ontmoetingsmomenten toeneemt, wordt de uitbundigheid van begroeten significant groter. Toen ik eens als vanouds zat te wachten tot de deuren van het ESC voor mij open gingen, zat zij er ook. Zij wachtte alleen niet op de opening, maar op mij. Althans, dat is wat ik er van maak. Dit leek mij het toppunt, maar er komt meer. Laatst zat ik nietsvermoedend aan mijn scriptie te werken en plots maakte zij haar aanwezigheid bekend, waarna zij de plaats naast mij bezette.

Wat een ongemak, want ik moest nu wel de nodige small talk verrichten. In supersterterminologie heet dat ook wel een Meet and Greet. Eigenlijk viel het zo erg nog niet tegen en sindsdien ben ik zelf ook iets enthousiaster geworden. Tegenwoordig groet ik haar iedere keer uit mezelf. Als tegenprestatie ontvang ik dan een stralende glimlach. Het voelt fantastisch om zo'n fan te hebben: daar kan Lady Gaga nog een puntje aan zuigen.

De laatste tijd zwelg ik in narcistische zelfadoratie en ik was ook uiterst beledigd toen een vriend laatst vroeg of ik 'nog last had van die stalker'. Zo zag ik het inmiddels niet meer. Of had hij een punt?

Stalker, groupie, fan, wat is het verschil? Het lijntje tussen een supersterrenbestaan en het Stockholmsyndroom blijkt erg dun te zijn. Ondertussen begin ik vast met het opzetten van mijn eigen modelijn.

 

Faculteitskolonisatie op het Huygens

Frisse tegenzin: Wannabèta

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Het einde van het collegejaar komt angstig dichtbij, evenals de deadline van mijn scriptie. Dat betekent dat ik het me niet meer kan veroorloven om enkel te doen alsof ik productief ben. Ik moet daadwerkelijk productief worden. Een verschrikkelijk idee, maar de waarheid is nu eenmaal hard.

Gelukkig kwam een goede vriendin laatst met het verstandige idee om samen een dag een samenwerkplek te bezetten en daar een hele kantoordag aan de slag te gaan. Op papier een goed idee, maar de praktijk pakte net even anders uit. Dat lag niet zozeer aan de productiviteit, want ik heb weldegelijk wat nuttigs gedaan. Welnee, het probleem zat in het feit dat we een ruimte in het Huygensgebouw hadden gereserveerd.

Het Huygensgebouw! Zelden heb ik mij zo ontheemd gevoeld. Als inheems bewoner van het Erasmusgebouw was ik volledig uit mijn comfortzone en ik voelde me toerist op mijn eigen universiteit. Omdat ik me niet wilde gedragen als een Duitser in Renesse, had ik me voorgenomen om altijd te doen alsof ik wist waar ik naartoe ging. Dat betekende dat ik bij binnenkomst van het gebouw de vitale onderdelen moest lokaliseren: de toiletten en een koffieautomaat. Schichtig keek ik om me heen, en ik had gelukkig snel in de gaten waar ik mijn plasje kon doen indien ik daartoe behoefte voelde.

Het begin was goed en zoals gebruikelijk had ik na een kwartier druk bezig te zijn geweest recht op mijn eerste pauze. Met stevige tred liep ik vastberaden naar de koffieautomaat, die ik al vakkundig had gelokaliseerd. De koffie druppelde geduldig mijn beker in, waarna ik blakend van zelfvertrouwen terugmarcheerde naar mijn gekoloniseerde computer. Kon het nog misgaan?

Jazeker. Ik had nog geen twee stappen in de bibliotheek gezet, of mijn Huygens-onervarenheid had me verraden. De bibliothecaresse riep mij tot een halt en sprak onverbiddelijk: 'Jongeman, je mag alleen koffie mee naar binnen nemen als er een deksel op zit. Jij komt hier zeker niet zo vaak?'

Mijn hart stond stil. Ik was verraden en er was geen weg meer terug. Ik was een indringer in het territorium van de bèta's. Volledig in paniek keek ik om me heen. Een plan B had ik niet. Het enige wat in mij opkwam was om met het schaamrood op de kaken te erkennen dat ik niet thuis was in het Huygensgebouw. De bibliothecaresse legde vervolgens geduldig uit dat de muizen van het Huygens dol zijn op automaatkoffie, en bood mij een deksel aan. Die Huygensmuizen hoefden wat mij betreft niet uit mijn bekertje slurpen, dus dat dekseltje timmerde ik gehoorzaam op mijn beker.

De volgende dag nestelde ik me comfortabel in het Erasmusgebouw, blij dat ik weer thuis was.

 

De grote studentenafgang

Frisse tegenzin: Helemaal Loco

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Foto: Vincent Veerbeek 

De Radboud Universiteit heeft de lente in de bol, wat betekent dat de studenten mogen uitkijken naar Radboud Rocks. Zo'n universiteitsfestival klinkt leuk, maar het resultaat is niet bepaald iets om je vingers bij af te likken. De organisatoren hebben een groot scala aan belachelijke activiteiten uit de kast getrokken, waarvan de een nog erger is dan de ander.

De grootste gruwel die ik tot zover langs heb zien komen, is de Grote Studenten Battle. Nieuw is het niet, maar velen zullen er net als ik nog nooit van hebben gehoord. Het idee is dat tien studie- of studentenverenigingen de strijd met elkaar aangaan. Mijn eerste hoop was dat ik de kans zou krijgen om ouderwets te apenkooien zoals vroeger bij gymles. Jeugdsentiment in optima forma, dacht ik. Valse hoop, want de spelleiding is namelijk in handen van de zogenaamde Loco Loco Discoshow. Er wordt niet uitgelegd wat dat precies inhoudt, maar afgaande op de naam dacht ik in eerste instantie dat dit de line-up was voor de festiviteiten bij het kinderdagverblijf op de campus. Dat is dus niet zo, want zij zijn toch echt ingehuurd voor de Studentenbattle. Sterker nog, de universiteit dikt de aanwezigheid van die Loco's nog even aan. De studenten kunnen, in de woorden van de universiteit, 'een hilarisch programma met bizarre opdrachten en maffe spelletjes' verwachten, en dat dus allemaal dankzij de Loco Loco Discoshow.

Het is onvermijdelijk dat dit een gênante vertoning gaat worden, maar het wordt nog erger. De winnaar van deze Loco Loco Studentenbattle krijgt namelijk een prijs die zo mogelijk nog idioter is dan het spel zelf: een stoeptegel. Zelfs als een mislukte grap is het niet leuk, desondanks heeft de organisatie besloten dat de winnaar van het spel voor eeuwig een litteken van deze verschrikking zal overhouden in de vorm van een stoeptegel op de campus.

Het idee van een Studentenbattle met Loco Loco's aan het roer is natuurlijk al een infantiel dieptepunt, maar die stoeptegel maakt het af. Ik weet nog dat als ik als kind losse stoeptegels verfde voor mijn ouders, die dan met een zuur gezicht zeiden dat ze het erg mooi vonden. Zij haalden het niet hun hoofd om die stoeptegel echt een plaats te geven, want zij begrepen ook wel dat je lelijke kunstzinnigheid niet moet stimuleren. Daar denkt de Radboud Universiteit duidelijk anders over en dus mogen we uitkijken naar een kleurrijke verrijking van de campus in de vorm van een stoeptegel.

Het is uiteraard het beste om dit hele idee van tafel te vegen, al vermoed ik dat zoiets niet zal gebeuren. Laat ik dan in ieder geval een tip geven voor een alternatieve prijs: onbeperkt bier drinken in het Cultuurcafé voor alle deelnemers. Dan kunnen ze de nare herinneringen aan de Studentenbattle zo snel mogelijk weer vergeten.

 

Geen zuivere koffie

Frisse tegenzin: Koffiedeksels nog aan toe!

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Foto: Vincent Veerbeek

Als doorgewinterd koffieslurper beschouw ik mezelf toch wel als expert op het gebied van dat zwarte goedje. Toen enkele maanden terug C opende, in het Elinor Ostromgebouw (EOS), was ik nogal kritisch op de gevleugelde slogan "De lekkerste koffie van de campus." Dat leek nogal hoogmoedig, om voor de opening al met die slogan te strooien. Hoe kun je nou weten of het echt de lekkerste is als niemand nog heeft kunnen ervaren hoe je koffie smaakt? Daarbij ziet het er allemaal nogal hipster uit, wat vaak gelijk staat aan buitenproportionele prijzen voor een bakkie pleur.

Op voorhand was ik dus niet erg positief. Van mijn ouders heb ik geleerd dat vooroordelen niet goed zijn, dus voor een eerlijk oordeel zat er niets anders op dan diep in de buidel te tasten voor wat een halfvol bekertje koffie bleek te zijn. Het kostte slechts enkele flinke teugen om twee dingen vast te stellen. Het eerste was dat een halfvol bekertje heel erg weinig is. Het is echt snel op. Het tweede, en misschien ook wel belangrijkste, is dat de koffie zeker erg goed is. Sterker nog, mijn cynisme over de slogan is verdwenen.

Mijn negatief kritische houding is dus zeker veranderd, als het om de koffie gaat althans. Want laten we eerlijk zijn, er schort nogal wat aan C. Als je bedenkt dat de Radboud Universiteit (RU) het nieuws haalde met het opkopen van emissierechten om deze vervolgens niet te gebruiken, dat het EOS staat vol staat met bakken voor afvalscheiding, en dat alle bekertjes bij C van hernieuwbaar materiaal zijn, dan lijkt de RU net Greenpeace. Hartstikke goed dus, lekker duurzaam, toch? Dat denkt C ook, zij hebben boven hun bar een bord hangen met daarop 'Soep van de Verspillingsfabriek' en 'Stop Waste.' Klinkt goed, maar volgens mij is het niet meer dan symbolisch. Want je kunt er niet omheen dat bij C schaamteloos plastic deksels voor op bekers liggen en dat er, voordat je het af kunt slaan, een rietje in de fritz-kola wordt gedaan.

Het valt niet uit te leggen dat de RU met haar duurzaamheidsstreven de eenvoudigste dingen links laat liggen. Om geen rietjes te gebruiken en geen koffiedeksels uit delen is geen grote mentaliteitsverandering nodig. Dat is iets kleins, waar je makkelijk aan went. Daarbij is C ook niet echt de plek waar mensen met een beker koffie in de auto stappen en dus een deksel op hun beker nodig hebben tegen het morsen. En als C wel zo'n plek zou zijn geweest, zit er zo weinig koffie in die bekers dat een deksel nog steeds geen verschil maakt.

Ik kom graag weer terug voor de lekkerste koffie van de campus, maar dan wel nadat de mooie woorden 'Stop Waste' ook zijn omgezet in daden.

 

Mooi weer spelen

Frisse tegenzin: Weermannenmonogamie

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Wanneer ik tijdens de tentamenweken bijna ten onder ga aan de studiedruk, kijk ik altijd reikhalzend uit naar het nieuwe semester, want dan wordt alles weer rustig. Niets blijkt echter minder waar, aangezien ik altijd methoden blijf vinden om niet te studeren op momenten dat ik dat wel moet doen. Dan maakt het dus helemaal niet uit of het tentamenweek is of niet.

De grootste afleiding is Facebook. Vol schuldgevoel scrol ik uren door mijn tijdlijn. Als ik me dan minder schuldig wil voelen, verdiep ik me in de comment sections van Facebookberichten, zodat ik me in al mijn arrogantie beter voel dan de mensen die elkaar voor lelijke dingen uitmaken. Zo plaatste De Volkskrant laatst een interview met Gerrit Hiemstra. Behalve een scheepslading negatieve commentaren, viel het ook op dat sommige mensen zwoeren bij Gerrit Hiemstra als de weerman der weermannen. Een zekere Nathan tagde zijn vriend Thom, met de bezwerende woorden: 'Je weet het, Gerrit weet het weer als de beste. Fuck Jan Pieter Kuipers Munneke, Gerrit for life!'

Nathan was zeker niet de enige, want er waren veel commentaren met dezelfde strekking. Ik ontdekte een patroon: mensen die tegen Hiemstra zijn, zijn altijd voor een andere weerman, en zij die van Hiemstra houden, zijn daarin weer heel monogaam. Er was sprake van heuse Weermannenmonogamie. In het kader van academische nuance besloot ik op YouTube fragmenten van zowel Kuipers Munneke als Hiemstra op te zoeken. Gezien de krachtige termen van Nathan had ik sterke tegenstellingen verwacht, maar dat viel behoorlijk mee. Het verschil zat met name in het feit dat Hiemstra voor de dinsdag een noordoostenwind voorspelde en dus koud weer. Kuipers Munneke voorspelde voor de woensdag een zachte dag met een matige westenwind en hier en daar een bui. Na archiefonderzoek in het KNMI-weeroverzicht bleek uiteindelijk dat het die dinsdag inderdaad erg koud was en de woensdag nat.

Ik was verward. Ik zag geen verschil in betrouwbaarheid en gezien het oerdegelijke karakter van beide weermannen kan ik geen doorslaggevend verschil vinden. Het onderzoek heeft me niets gebracht, Weermannenmonogamie is simpelweg ongrijpbaar. Tegelijkertijd voel ik me een buitenbeetje, want ik ben Weermannenpolygaam. Ook voor het weerbericht geldt: Monogamie, Yay. Polygamie, Nay.

 

Escapisme in het ESC

Frisse tegenzin: Tweede thuis

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Foto: Vincent Veerbeek

Als student aan de Radboud Universiteit voel ik me behoorlijk anoniem. Dat is een buitengewoon goed gevoel, want grootschalige anonimiteit vergroot de waarde van de niet anonieme momenten. Het Erasmus Studiecentrum (ESC) is zo'n plek waar ik me niet anoniem voel. Voorheen heette dat het MMS en voor intimi is dat nog steeds zo.

Nu komt het weleens voor dat ik nog voordat het ESC geopend is sta te wachten tot de deur opengaat, alsof het Black Friday is. De baliemedewerkers gunnen mij telkens weer een hartelijk knikje als ik binnenwandel en steevast loop ik naar dezelfde PC. Als iemand mij nodig heeft, loopt men ook direct naar diezelfde plek, want daar hebben zij de grootste kans mij te vinden. Ergens in Nijmegen heb ik een kamer, maar het ESC is mijn echte thuis. Ik ben niet de enige, want iedere dag zijn het precies dezelfde mensen die dezelfde plek in het ESC innemen. Je zou kunnen stellen dat ik samenwoon met mensen waarvan ik de naam niet eens weet. Dat is eigenlijk veel erger dan niet weten wie de overbuurman is. Desondanks blijft het ESC bij uitstek de plek waar ik meer ben dan mijn studentnummer. Hoewel alle medebewoners naamloos zijn, erkennen we elkaar, en zo vormen wij een stil verbond.

Zoals dat ook gaat bij huisgenoten, merk je dat iedereen een andere levensstijl heeft. Mijn territoriuminstinct drijft mij ertoe iedere keer weer dezelfde plek te bemachtigen en dat doen de meesten. Een van de medebewoners doet het anders. Iedere ochtend kiest zij een andere plek. Zij houdt niet vast aan een vaste plek of een vaste computer, maar aan de ruimte in het algemeen. Vloeiend verplaatst ze zich langs alle computers en zorgvuldig strijkt zij neer bij de computer die haar vandaag het meest bekoort. Vol bewondering kijk ik iedere dag weer hoe zij de ruimte naar haar hand weet te zetten, en zich zo als leider van de woongroep ontpopt. Zo gaat het iedere week weer, van maandag tot en met vrijdag.

Studeren is geen pretje en de constante druk om deadlines te halen evenmin. Lange avonden, vroege ochtenden: soms vraag ik me af waarvoor ik het allemaal doe. Iedere ochtend loop ik dan het ESC binnen, en dan weet ik dat iedereen in hetzelfde schuitje zit. Die individuele opdracht is ineens niet zo individueel meer. Mijn ESC-huisgenoten, they have my back.

 

Andere aanpak voor 2018

Frisse tegenzin: Slechte voornemens

Sander Nederveen heeft meestal erg weinig zin in dingen. Dus gaat hij met frisse tegenzin door het (studenten)leven en deelt hij op ANS-Online elke maand ideeën om er het beste van te maken.

Terwijl iedereen zich onder het genot van zoetgevooisde kerstmuziek aan het voorbereiden is op schandalige overconsumptie tijdens het kerstdiner, is het ook weer tijd om na te denken over de voornemens voor het nieuwe jaar. Stoppen met roken, beginnen met sporten, een paar keer komen opdagen bij college en gezonder eten: het zijn bij veel mensen toch eigenlijk dezelfde voornemens als vorig jaar.

Het is natuurlijk erg demotiverend om ieder jaar te moeten concluderen dat er wederom niets terecht is gekomen van alle goede voornemens. Daarom is het hoog tijd om het eens over een heel andere boeg te gooien. Voor 2018 heb ik dus alleen nog maar slechte voornemens. Ik heb er even over nagedacht en volgens mij kan ik op het einde van 2018 wat positiever terugkijken op hoe het jaar geweest is. 

Mijn belangrijkste voornemen is meer koffie drinken. Ik geloof dat het anatomisch onmogelijk is om mijn koffie-inname te verhogen en dus ook levensbedreigend. Bij voorbaat weet ik al dat dit gaat mislukken (of ik haal het einde van 2018 niet) en ik verkneukel me er nu al over dat ik volgend jaar mag concluderen dat dit slechte voornemen niet is gelukt. Heb ik toch iets goed gedaan. 

Ook heb ik me voorgenomen mijn studie dit jaar niet te halen. Aangezien ik al in een uitloopjaar zit, is dit financieel niet een bijster verstandig idee. Toch is dit een veilige optie, want mocht het zo zijn dat ik het wel af weet te maken, dan mag ik hoe dan ook tevreden zijn. Komt mijn slechte voornemen uit, dan kan ik tenminste zeggen dat ik een van mijn voornemens voor 2018 heb gehaald. Win-win.

Het wordt nog beter wanneer ik begin januari de beste wensen aan mijn familie mag doorgeven. Wanneer die vervelende oom of veel te nieuwsgierige tante vraagt naar de goede voornemens voor 2018, kan ik toch even lelijk uit de hoek komen: "Nou, tante Josefien, ik heb alleen maar slechte voornemens!" Vervolgens neem ik verbeten een hap uit een taaie oliebol en geloof me: tante Josefien zal verdere vragen wijselijk voor zich houden.

Het is bijna jammer dat ik niet eerder aan slechte voornemens heb gedacht, maar beter laat dan nooit. Nu kan het zijn dat de lat voor het nieuwe jaar nogal laag ligt, maar dankzij al deze slechte voornemens zal het in ieder geval een mooi jaar worden. 2018, kom maar op!