Goed verhaal, lekker kort: Speciaalbiertaal

Noor de Kort
Stoute karakters en zware meiden

In 'Goed verhaal, lekker kort' krijgen taalverschijnselen hun welverdiende portie aandacht in een goed, maar lekker kort verhaal. Deze keer: speciaalbiertaal.

Ik beken het maar direct: ik ben geen speciaalbierkenner. Dit betekent niet dat ik bier niet lekker vind, integendeel. Mijn probleem met speciaalbier is dat het minder speciaal is dan de naam doet vermoeden. De 'speciale' bieren zijn met zó veel dat ik langer doe over het kiezen van een biertje dan over het drinken van de uiteindelijke keuze. Ik was pas in een Amsterdams café waar ze de bierkaart de naam 'Bierbijbel' hadden gegeven. Mocht je nog nooit een Bijbel hebben gezien, dat ding is dik. In een café laat ik dus liefst iemand anders de knoop doorhakken, of ik neem lekker veilig, alweer een Tripel Karmeliet.

De gemiddelde bierkaart is niet alleen uitgebreid vanwege het aantal brouwsels. De tweede, veel belangrijkere reden is dat ieder bier een uitleg van minstens vier regels nodig heeft. 'Uitleg! Nu kan ik een weloverwogen keuze maken', denkt de eeuwige twijfelaar. Vrijblijvend advies: trap er niet in. Ik heb het voor de zekerheid nog even opgezocht, maar 'uitleg' betekent toch echt: 'woorden waarmee je iets begrijpelijk maakt'. Als er iets is wat die aanvullende tekst niet doet, is dat het. Steeds nadat ik heb besloten me toch aan het lezen te wagen en het menu ter grootte van een pamflet heb ontvouwd, worstel ik me door een dikke stront aan speciaalbierjargon. Zoekend naar een heldere omschrijving raak ik verstrikt in termen als 'gebalanceerd', 'tonen', 'complex' en 'afdronk'. Terwijl mijn hersenen verwoede pogingen doen om 'gebalanceerd' te duiden in de context van bier, ben ik de ingrediënten alweer vergeten.

De ingrediënten vormen een punt van aandacht op zichzelf. Op de bierkaart van café In de Blaauwe Hand las ik: 'Tonen van onder meer denne en citrus'. Ho. Momentje, 'denne'? Excuses voor de onwetendheid, maar ik voel zelden de behoefte om aan mijn kerstboom te knagen. Op dezelfde kaart stond: 'Met ijzertonen en subtiele hopbitters in de afdronk.' De trend 'likken aan je regenpijp' is blijkbaar aan mij voorbijgegaan.

De bieren zijn zelfs zo speciaal dat ze als heuse personen worden omschreven. De Leffe Dubbel heeft volgens het menu van Café Jos een 'stout karakter'. Fout figuur, was mijn eerste associatie. Toch maar even Wikipedia erbij gepakt, want ik laat me inmiddels niet meer gek maken. Bleek het donker bier met een verbrande smaak te zijn. Schrijf dat dan op.

Het toppunt van personificatie is de beschrijving van een Westmalle Tripel die ik aantrof in de eerder genoemde Bierbijbel. Ik citeer: 'De moeder aller tripels. Een echte zware meid.' Dit biertje is blijkbaar een vrouw. Nooit geweten dat de bierbrouwer het geslacht kan vaststellen bij kleine biertjes. De Westmalle Tripel is daarnaast een moeder, met obesitas. Terwijl ik me afvroeg wat dit laatste betekende voor de ingrediënten (was de brouwer met Happy Meals in de weer geweest?), pulkte de serveerster ongeduldig aan haar opschrijfboekje. Ik bestelde een Tripel Karmeliet.