ANSadvo 570x135

Het Issue: nationale referenda

Redactie

In deze rubriek staat iedere editie een ander issue centraal dat de gemoederen flink bezighoudt. Deze editie: nationale referenda.

Tekst: Vera Crienen en Sam Frijnts
Illustratie: Rens van Vliet

Sinds 1 juli 2015 is het in Nederland mogelijk een raadgevend referendum aan te vragen. Deze kans werd aangegrepen door de actiegroep GeenPeil, een samenwerkingsverband tussen de website GeenStijl, het Burgercomité EU en Forum voor Democratie. GeenPeil zorgde ervoor dat er een referendum kwam over het Europese associatieverdrag met Oekraïne. Intussen zijn er nieuwe initiatieven om een referendum over het TTIP- en CETA-verdrag af te dwingen. In de aanloop naar de komende Tweede Kamerverkiezingen in maart zullen referenda weer volop worden besproken. Voorstanders vinden deze volksstemmingen een goede manier om burgers meer invloed te geven. Tegenstanders zeggen dat referenda niet passen binnen de representatieve democratie omdat volksvertegenwoordigers door het volk zijn gekozen om beslissingen te nemen. ANS vraagt zich daarom dit keer af: wordt de Nederlandse democratie beter van referenda?

Hansko Broeksteeg, hoofddocent Staatsrecht aan de Radboud Universiteit (RU)
‘Ik ben niet tegen referenda, maar pleit voor een heel terughoudende toepassing ervan. De representatieve democratie in Nederland is een goed systeem. We gaan naar de stembus en kiezen mensen die de komende vier jaar namens ons besluiten nemen. Dat maakt besluitvorming efficiënt. Ik denk dat het referendum een aanvulling kan zijn op die representatieve democratie, maar dan moet het wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. Het
moet niet te gemakkelijk zijn om gebruik te maken van referenda. Het is niet de bedoeling dat er een referendum wordt georganiseerd voor alle besluiten die de volksvertegenwoordiging neemt.

‘In de eerste plaats moet je goed nadenken over welke onderwerpen je “referendabel” wilt laten zijn. Ik vind dat een begrotingswet zich bijvoorbeeld niet leent voor een referendum. Wanneer die wordt weggestemd, zit Nederland met een groot probleem, want dan kan de overheid slechts heel beperkt geld uitgeven. In de tweede plaats moet je nadenken over de hoeveelheid handtekeningen die nodig is om een referendum te kunnen organiseren. Het is denk ik niet de bedoeling dat we iedere maandnaar de stembus gaan om allerlei besluiten van de volksvertegenwoordiging
te corrigeren. Dat zou de besluitvorming inefficiënt maken.

‘Voorstanders van referenda wijzen vaak naar Zwitserland; daar gaat de bevolking wel drie of vier keer per jaar naar de stembus. Ik vind dat te veel. Wij kiezen kamerleden, omdat we denken dat zij onze belangen kunnen vertegenwoordigen. Dat vind ik een waardevolle gedachte. Met correcties daarop moeten we voorzichtig zijn.’

Thierry Baudet, initiatiefnemer van het Oekraïnereferendum en voorzitter van Forum voor Democratie
‘In mijn ogen zorgen referenda niet alleen voor een verbetering van de Nederlandse democratie; ze zijn zelfs noodzakelijk. Tussen de politiek en het volk bestaat nu een kloof, omdat politici onderwerpen als de EU en multiculturalisme onder het tapijt vegen. Ik heb het sterke vermoeden dat de bevolking andere meningen heeft over dit soort onderwerpen dan politici. De burgers voelen zich niet gehoord. Referenda zijn bij uitstek het middel om het volk meer directe inspraak te geven. Tegenstanders van referenda menen dat de bevolking ongeschikt is om te worden betrokken bij de besluitvorming. Dat vind ik onzin. We vertrouwen mensen wel toe om een keuze te maken voor partijen op basis van een aantal debatten en hoofdpunten. Waarom zou dat dan niet bij bepaalde specifieke beleidspunten kunnen? Ik heb zelf niet het idee dat de Nederlandse bevolking op het punt staat om de meest bizarre besluiten te nemen. Veel slechter dan de beslissingen van de elite kan het bovendien haast niet worden. Daarnaast zal het houden van meerdere referenda de opgekropte frustratie wegnemen die kan meespelen in het oordeel van mensen. Dit zal het domweg ‘tegen’ stemmen voorkomen.

‘Referenda mogen van mij ook bindend zijn. Het is in strijd met de gedachte van democratie om het volk zich direct te laten uitspreken, als de vertegenwoordigers de uitkomst vervolgens naast zich kunnen neerleggen. Van de bestaande varianten van referenda vind ik het initiërende referendum de belangrijkste variant. Het volk kan daarbij zelf een onderwerp op de politieke agenda zetten. Nu kunnen burgers slechts hun mening geven over al bestaande wetsvoorstellen.’

Kristof Jacobs, docent Politicologie aan de RU
‘Referenda hebben een aantal voordelen. Ten eerste kunnen deze zorgen voor meer draagvlak voor politieke besluiten. Burgers krijgen namelijk meer invloed op de politiek. Bovendien zijn referenda laagdrempelig in vergelijking met andere vormen van burgerparticipatie, zoals een burgertop. Daardoor worden ook lager opgeleiden betrokken bij de besluitvorming.

‘Ten tweede weerhouden referenda politici van het nemen van besluiten die niet worden gedragen door de bevolking, omdat deze dan kunnen worden onderworpen aan een referendum. Vooral hoger opgeleiden houden zich bezig met politiek en voor hen is het lastig om in te schatten wat lager opgeleiden willen. Veel mensen hebben het idee dat politici beter in staat zijn om afgewogen keuzes te maken dan burgers. Dat vind ik soms een naïeve inschatting van wat politiek is. Bij het Oekraïneverdrag begonnen de meeste politici zich pas tijdens de campagnes te informeren over de inhoud van het akkoord.

‘Hoewel ik voor referenda ben, vind ik dat de opkomstdrempel moet worden afgeschaft. Je staat als voorstemmer namelijk voor een duivels dilemma. Wanneer je thuisblijft, is de kans groter dat de opkomstdrempel niet wordt gehaald en het referendum niet geldig is. Als de drempel dan toch wordt behaald, vergroot je op deze manier de kans dat de tegen-stemmers de meerderheid behalen. Een ander nadeel van de opkomstdrempel is dat adviserende referenda, wanneer de opkomstdrempel gehaald is, als bindend worden gezien door mensen hoewel ze dat niet zijn. Wanneer politici de uitslag dan naast zich neerleggen, ontstaat er wantrouwen onder de bevolking. Daarom ben ik voor bindende referenda.’

Referenda in Nederland
Het eerste referendum in Nederland werd gehouden in 2005. Hierbij riep de volksvertegenwoordiging een raadplegend referendum uit waarbij het volk om advies werd gevraagd over een Europese Grondwet. Sinds 1 juli 2015 is een correctief raadgevend referendum ook mogelijk. Dit houdt in dat de bevolking een referendum kan aanvragen over een besluit van de volksvertegenwoordiging. Ook hierbij is de uitslag niet bindend, wat betekent dat de politiek het besluit kan verwerpen. De aanvraag van een correctief raadgevend referendum in Nederland verloopt in twee fasen. In de eerste fase moeten tienduizend stemgerechtigde Nederlanders een inleidend verzoek indienen binnen vier weken na publicatie van een wet.

Daarna treedt de tweede fase in werking. Binnen zes weken dienen driehonderdduizend extra handtekeningen te worden verzameld. Als ook aan die voorwaarde is voldaan, wordt het referendum gehouden. De uitslag is geldig wanneer de opkomst boven de 30 procent ligt. Op dit moment is er in de Tweede Kamer een wetsvoorstel in behandeling dat een correctief bindend referendum in de grondwet wil verankeren. Bij dit soort referenda kan de politiek de uitslag niet verwerpen. De huidige Eerste- en Tweede Kamer hebben dit voorstel al aangenomen. Voor een grondwetswijziging moeten er echter eerst Tweede Kamerverkiezingen komen waarna zowel de nieuwe Tweede Kamer als de Eerste Kamer het voorstel met een tweederde meerderheid moeten aannemen.