Het Issue: Vrijheid van meningsuiting op het internet

Redactie

In deze rubriek staat iedere editie een ander issue centraal dat de gemoederen flink bezighoudt. Deze editie: vrijheid van meningsuiting op het internet.

Tekst: Tijn Oostenbrink en Eva Vervoort
Illustratie: Anne Rombouts

Dit artikel verscheen eerder in de eerste editie van ANS.

Anoniem je gal spuwen: voor de gemiddelde azijnpisser is er geen makkelijkere plek om dit te doen dan op het internet. Onder de naam Anoniempje1234 lijkt het een stuk eenvoudiger om te zeggen waar je zin in hebt, maar online zitten dezelfde grenzen aan vrijheid van meningsuiting als offline. Volgens artikel 7 van de Nederlandse grondwet mag naar de rechter worden gestapt als je iemand beledigt, bedreigt of discrimineert. Een online bedreiging is niet alleen kwetsend voor het slachtoffer, het heeft tevens strafrechtelijke gevolgen voor de dader. Het Openbaar Ministerie vervolgde dit jaar maar liefst tweeëntwintig mensen die Sylvana Simons racistisch beledigden en bedreigden. De rechterlijke uitspraken wisselden van geldboetes tot werkstraffen. De rechtbank hoopte dat het vervolgen van deze verdachten toekomstige daders zou afschrikken.

Online beledigen en cyberpesten vormen een steeds groter probleem. ANS onderzocht daarom hoe het ervoor staat met de vrijheid van meningsuiting op het internet. Rekt het internet de grenzen van de vrijheid van meningsuiting te ver op?

Issue Online meningsvrijheid groot

Dr. Jaap-Henk Hoepman, wetenschappelijk directeur van het Privacy & identity lab en universitair hoofddocent Digital Security aan de Radboud Universiteit
‘Enige vorm van controle is belangrijk, maar vrijheid van meningsuiting mag je naar mijn idee maar beperkt begrenzen. Commerciële par tijen of overheden willen de macht in het begrenzen nogal eens overnemen op het internet. De onduidelijke criteria waarop Facebook censureert en de maatregel van Turkije om hun inwoners van Twitter af te sluiten, zijn voorbeelden van ingrepen die de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van informatie beperken. Als je al begrenst of censureert, moet dit onder heel duidelijke regels. Privacy speelt normaliter ook een rol, maar wanneer je op het internet iemand met de dood bedreigt, heb je geen recht meer op privacy en mag de politie je gegevens achterhalen om je op te sporen.

‘Dat Facebook bepaalde content censureert, daar kan ik me wel in vinden. Dit moet wel op een duidelijke en transparante manier gebeuren. Overheden moeten de commerciële partijen op hun censuurbeleid kunnen aanspreken en aansturen, maar op dit moment zijn de partijen zoals Facebook en Twitter te machtig. Zij maken hun eigen regels en zijn niet transparant. De wetgeving loopt achter de technologie aan. Het is niet alleen aan deze par tijen om beslissingen te maken. De uiteindelijke verantwoordelijkheid om te definiëren wat grote bedrijven mogen doen, ligt bij de samenleving en de politiek. De verantwoordelijkheid om stappen te ondernemen, ligt bij de bedrijven zelf.’

'Negatieve uitingen op het web zullen nooit volledig worden uitgewist: we kunnen hooguit de excessen aanpakken.'

Prof. mr. Henny Sackers, hoogleraar Sanctierecht aan de Radboud Universiteit
‘Of een belediging, bedreiging of discriminatoire uitspraak nou publiekelijk, persoonlijk of digitaal wordt verkondigd, maakt in wezen niets uit. De wetgeving werkt op dit vlak naar behoren en aanpassingen zijn dus niet nodig. Mensen denken dat ze online meer kunnen zeggen, maar dat is een misvatting. Het maakt ze zelfs makkelijker vervolgbaar. Een online belediging of bedreiging staat zwart op wit en is daardoor sneller te herleiden naar degene die de uiting deed. Voor de politie is dit prettig bij de vervolging, want de bewijslast is een stuk makkelijker te verkrijgen. Hoewel het strafrecht op dit gebied prima functioneert, moeten we vooral niet de illusie hebben dat ingrijpen van bovenaf bijdraagt aan onze normen en waarden. Negatieve uitingen op het web zullen nooit volledig worden uitgewist: we kunnen hooguit de excessen aanpakken.

‘Ondanks dat rechters een toename in online beledigingen zien, hoeft dit niet als zorgelijk te worden ervaren. Het is een logisch gevolg van het toenemende gebruik van sociale media in Nederland. In de rechtsspraak is dit dan ook geen discussiepunt. Rechters houden wel rekening met de context waarin de uiting is gedaan en met de impulsiviteit die vaak gepaard gaat met zo’n uitspraak. De rechtszaak tegen de verdachten die Sylvana Simons online beledigden is een mooi voorbeeld. Hier heeft de rechter elk geval afzonderlijk onderzocht en beoordeeld.’

'De belangen die de overheid bij grote bedrijven als Facebook en Google heeft, zijn simpelweg te groot.'

Matthijs Pontier, lijsttrekker Piratenpartij Amsterdam
‘Online vrijheid van meningsuiting staat in Nederland onder druk. Volgens de wet is de vrijheid van meningsuiting in de fysieke en online wereld hetzelfde, maar in de praktijk niet. De grote bedrijven werken samen met de overheid en hebben zo een monopoliepositie op het internet. Het internet wordt steeds meer een middel van massasurveillance voor de overheid en grote bedrijven. Dit leidt tot zelfcensuur, omdat mensen hier rekening mee houden. Daarnaast wordt censuur al toegepast door bedrijven als Facebook en Google. Dit doen ze door middel van algoritmes die bepaalde woordcombinaties censureren. Die fungeren eigenlijk als een soort filters. Deze algoritmes houden geen rekening met de context en daardoor worden ook artistiek bedoelde uitingen zoals parodieën gecensureerd. Niet alleen bedrijven gebruiken dit soort filters, ook overheden doen hieraan mee. Het Europees Parlement heeft een motie ingediend voor een uploadfilter op verschillende websites. Dit zijn beperkingen van de online vrijheid van meningsuiting.

‘De Piratenpartij pleit voor een eerlijkere online machtsverdeling en vrij verkeer van informatie. De wetgeving moet worden aangepast om grote bedrijven ter verantwoording te kunnen roepen. Dat kan nu ook wel, maar de belangen die de overheid bij deze bedrijven heeft, zijn simpelweg te groot. Hun macht moet aan banden worden gelegd. Daarnaast verlangen wij meer transparantie van monopolisten zoals Facebook en Google. Zij moeten duidelijk zijn over de filters die ze gebruiken en de criteria waarop content wordt gefilterd.’

De wetgeving omtrent vrijheid van meningsuiting op het internet
De wetgeving maakt geen onderscheid tussen vormen van vrijheid van meningsuiting. Daarom valt ook vrijheid van meningsuiting op het internet onder artikel 7 van de Nederlandse grondwet. Dit houdt in dat je alles kunt schrijven en zeggen zonder dat het van tevoren mag worden gecensureerd. Je kunt alleen achteraf vervolgd worden als jouw uiting als beledigend, bedreigend of discriminatoir is er varen. Ondanks dat cyberpesten en haatcomments diverse problemen veroorzaken, ziet de overheid geen heil in het aanscherpen van de wetgeving.

Ook internationaal mengt Nederland zich in het debat over vrijheid van meningsuiting op het internet. Nederland maakt zich sterk voor activisten om hen zowel online als offline dezelfde rechten te garanderen, zoals die staan beschreven in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Middels deelname aan de Freedom Online Coalition, een organisatie die bestaat uit landen over de hele wereld, proberen ze dit doel te realiseren.