Het issue: Nederland wordt steeds hoger opgeleid

Redactie

In deze rubriek staat iedere editie een ander issue centraal dat de gemoederen flink bezighoudt. Deze editie: Nederland wordt steeds hoger opgeleid.

Tekst:
Myrte Nowee
Illustratie:
Jonne Aghabozorg

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

'Onderwijs is duur, domheid is duurder.' Oftewel: mensen hoog opleiden is een investering, maar het volledig waard. Met deze stelling prijst Rosanne Hertzberger, hoogopgeleid NRC-columnist, een steeds hoger opgeleid Nederland. Het maakt Nederland minder crimineel en bedrijven innovatiever, beweert ze. Niet iedereen deelt het toekomstbeeld van Hertzberger. Voor een functionerend land zijn namelijk ook praktisch geschoolde mensen nodig, vindt bijvoorbeeld de mbo-raad. Het zijn buschauffeurs, beveiligers en verzorgers die Nederland draaiende houden.

Het debat over de waarde van de verschillende opleidingsgroepen brandde los toen Marianne Zwagerman, een Nederlandse schrijver en columnist, tijdens een interview in woede uitbarstte toen iemand een vraag over 'lager opgeleiden' stelde. 'Dit mag je nóóit meer zeggen', antwoordde ze giftig. 'Als jij dat nog één keer zegt, zoek ik je op en hak ik je kop eraf!' Haar uitspraken leidden tot een publieke discussie over het nut van hoog opgeleid zijn. Aan de termen 'hoog' en 'laag' zou bovendien een onjuist waardeoordeel hangen. Heeft Zwagerman een punt, of heeft Hertzberger gelijk en moeten er meer hoogopgeleiden komen? ANS vraagt het drie experts.

Issue 450x

Frank Cörvers, hoogleraar demografische transitie, menselijk kapitaal en werkgelegenheid van Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt
'Ik zie voornamelijk voordelen van een hoger opgeleid Nederland. Sommige politici stellen dat te veel Nederlanders van het hbo of wo afstuderen. De hoogopgeleiden, zouden beneden hun niveau moeten gaan werken. Hierdoor verdringen ze de lager opgeleiden op de arbeidsmarkt, is volgens die politici het idee. Naar mijn mening is dat niet het geval, omdat in Nederland de loonkloof tussen hoger- en lageropgeleiden steeds groter wordt. Hoogopgeleiden verdienen dus steeds meer dan laagopgeleiden. Als verdringing op de arbeidsmarkt op zou treden moet je dat ook zien in die loonkloof, maar dat gebeurt niet. Je ziet juist dat die kloof over de afgelopen decennia alleen maar groter wordt.' Hoogopgeleiden zijn, ondanks het groeiende aantal, nog steeds meer in trek dan lager opgeleiden. De vaardigheden en kennis die je opdoet tijdens een studie aan de universiteit of hogeschool, blijven zeer gewild. 'Wanneer er in de toekomst toch teveel hogeropgeleiden zijn, is het mogelijk dat grote groepen tijdelijk onder hun eigen niveau moeten werken voordat ze uiteindelijk kunnen doorstromen naar functies op een hoger niveau. Daarbij is het mogelijk dat het vergrote aanbod in hoger opgeleiden zijn eigen vraag gaat creëren. Het takenpakket van een van oorsprong laag opgeleide functie wordt in zo'n situatie bijvoorbeeld verbreed of complexer gemaakt. Dit kan omdat hier nu een hoogopgeleide gaat werken en deze meer hooi op zijn vork kan nemen. Hierdoor blijf je steeds meer hoogopgeleiden nodig hebben, zeker in een kenniseconomie als Nederland.'

'Zelf hoop ik dat scholieren gestimuleerd worden om een opleiding te volgen die het beste bij hem of haar past.'

Han van Krieken, rector magnificus van de Radboud Universiteit
'Naar mijn mening moeten we een heel diverse populatie van mensen in onze samenleving hebben, zowel hoger als lageropgeleiden. Ik heb een hekel aan de term 'hoger opgeleid', omdat het suggereert dat iemand die een uitstekende mbo-opleiding heeft gevolgd niet goed opgeleid is. Het idee dat iedereen maar zo 'hoog' mogelijk opgeleid moet worden, impliceert namelijk dat intellectuele arbeid beter of belangrijker is dan andere arbeid. Dat vind ik erg jammer, want daar doe je talent voor het oplossen van praktische problemen mee tekort. Mensen die deze vaardigheden hebben zijn reuze belangrijk op de arbeidsmarkt. Mensen die praktische problemen kunnen oplossen, vind je typisch op het hbo, terwijl mensen die met hun handen werken op het mbo te vinden zijn. Loodgieters, verpleegkundigen en verzorgenden zijn eigenlijk ook specialist op hun eigen terrein. Laatst hoorde ik dat je mensen die expert zijn in een vakgebied hoogopgeleid zou moeten noemen. Daar ben ik een voorstander van, want zo krijgen ook mensen in het mbo de erkenning die ze verdienen.

'Zelf hoop ik dat scholieren door zulke ideeën gestimuleerd worden om een opleiding te volgen die het beste bij hem of haar past, zonder druk te voelen om naar het hbo of wo te gaan. Universiteiten leiden mensen op met een acade-mische manier van denken, hogescholen vragen om een meer oplossingsgerichte en praktische denkwijze, terwijl mbo-opleidingen zich dan weer meer richten op praktisch handelen. Dit kan allemaal bij mensen passen en ik vind dit alle drie uitstekende opleidingsvormen.'

'Ik kan me niet voorstellen dat we een maatschappij zouden hebben waar we allemaal in een kantoor zitten en alleen maar denken.'

Tamar van Gelder, algemeen secretaris in het bestuur van de Algemene Onderwijsbond (AOb)
'Je hebt niets aan een wereld met alleen theoretisch geschoolden. Praktisch geschoolden zijn juist de ruggengraat van de samenleving. Verschillende groepen zeggen dat veel functies die worden ingevuld door praktisch geschoolden overgenomen kunnen worden door robots en computers. Toch zal er naar mijn mening altijd praktisch werk blijven waar mensen voor nodig zijn. Een robot kan namelijk geen handelingen uitvoeren waar menselijke interpretaties bij komen kijken. Natuurlijk, machines kunnen medicijnen produceren, maar ze kunnen mensen niet op een sociale manier verzorgen.

'Ik kan me niet voorstellen dat we een maatschappij zouden hebben waar we allemaal in een kantoor zitten en alleen maar denken. Toch neigen we daar heen te gaan. In de maatschappij stijgt de druk om een studie te volgen, omdat men denkt dat dit een hogere slagingskans op de arbeidsmarkt garandeert. Iedereen weet dat praktisch geschoolde specialisten vaak meteen aan de slag kunnen en hetzelfde kunnen verdienen als hoger opgeleiden.

'Op dit moment werkt de helft van Nederland op mbo-niveau, daarom is het belangrijk om hun toevoeging aan de maatschappij te benadrukken. De Algemene Onderwijsbond zet zich in voor mensen uit het middelbaar beroepsonderwijs. Het is ingewikkeld, want de beleidsmakers rondom mbo-functies hebben vaak zelf geen mbo-opleiding afgerond maar een hbo- of wo-opleiding gevolgd. Dat geldt ook voor mijzelf. Ik heb echter wel met mbo'ers gewerkt en dan krijg je een beter beeld van het belang van praktisch geschoolden en hoe belangrijk zij zijn voor de maatschappij.'

'Veel onderzoekers vinden het ook lastig om onderzoek te doen naar dit thema.'

Hoger onderwijs in de toekomst
Het aandeel hoogopgeleiden, of 'theoretisch geschoolden' zoals sommigen ze liever noemen, stijgt al jarenlang. Waar volgens het CBS in 2013 nog 28,3 procent van de Nederlandse bevolking hoger opgeleid was, steeg dit percentage in 2017 naar 43,8 procent. Deze stijging wordt vooral verklaard door de toename van het aandeel hoogopgeleide vrouwen. Vroeger was doorleren vooral iets voor mannen, tegenwoordig studeren er meer vrouwen af.

De verschuiving van laag- naar hoogopgeleid is ook te zien in het middelbaar onderwijs. Het aantal havo- en vwo-leerlingen stijgt, terwijl het aandeel vmbo-leer-lingen daalt. Naar schatting zal hierdoor de helft van de huidige scholieren uiteindelijk een diploma in het hoger onderwijs halen.

Wat zullen deze verschuivingen voor de economie betekenen? Wetenschappers kunnen er geen consensus over bereiken. Veel onderzoekers vinden het ook lastig om onderzoek te doen naar dit thema, omdat de behoefte naar verschillende opleidingsniveaus per land verschilt. In Zwitserland zal er bijvoorbeeld meer vraag zijn naar hoogopgeleide bankiers, terwijl er in Bulgarije juist meer behoefte zal blijven aan laagopgeleide arbeidskrachten. Welke kant het in Nederland op gaat, zal met de tijd duidelijk worden.