Het issue: de kunst van het bezuinigen

Henk Strikkers

In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: beter kunstaanbod door minder knaken?

De eerste sector die na ontwikkelingssamenwerking ten prooi moet vallen aan het bezuinigingsgeweld is kunst en cultuur. Althans, dat vindt zes op de tien Nederlanders, zo bleek uit een onderzoek van actualiteitenprogramma NOVA in april jongstleden. Ze vinden hierin bijval bij de VVD, de ChristenUnie, Trots op Nederland en de Partij voor de Vrijheid. In reactie op het onderzoek werd op Facebook de groep ‘tegen bezuinigingen op kunst en cultuur’ opgericht, die inmiddels meer dan 13.000 leden telt. Terwijl deze voorvechters van de culturele sector moord en brand schreeuwen, denken critici dat er met meer marktwerking in plaats van tonnen subsidie beter zal worden ingespeeld op de vraag van het publiek. Afhankelijkheid van subsidie leidt volgens hen tot gemakzucht, waardoor er weinig oog zou zijn voor de eisen en behoeften van de Nederlandse bevolking. Staat de kunst boven de wetten van de economie of zal minder subsidie leiden tot een evenwichtigere relatie tussen aanbieder en markt?

De stelling van deze maand: bezuiniging op subsidies voor de kunst- en cultuursector zal de vraag-aanbodrelatie ten goede komen.

- De overheid besteedde in 2009 in totaal 1,7 miljard aan kunst- en cultuursubsidies. - Naast de basissubsidie die kan worden verkregen bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verstrekken ook acht fondsen voor verschillende kunstvormen subsidies. - Uit onderzoek van RTL Nieuws blijkt dat de gemeente Nijmegen in dat jaar bijna 17 miljoen euro aan subsidies uitgaf, wat neerkomt op iets meer dan 100 euro per inwoner. - Meer dan 65 procent van de gemeentelijke subsidies gaat naar de openbare bibliotheken en muziekscholen.

Mark Harbers, Tweede Kamerlid en woordvoerder Cultuur voor de VVD ‘In de kunstwereld gaan niet alle economische wetten op. Zaken als het cultureel erfgoed hebben recht op overheidsbescherming. De relatie tussen kunst en publiek is in het huidige, forse subsidieklimaat echter te zeer verstoord. Culturele instellingen zijn gemiddeld voor meer dan 70 procent afhankelijk van overheidsfinanciering. Dat leidt tot subsidieafhankelijkheid en inefficiëntie. Organisaties moeten meer worden geprikkeld om zelf op zoek te gaan naar inkomsten, bijvoorbeeld door fondsenwerving onder bedrijven en particulieren. Wanneer ze hierin slagen moet de overheid ze belonen met subsidie. Zo worden de instellingen gesubsidieerd waar behoefte aan is en die maatschappelijk worden gewaardeerd. ‘Verder kan in sommige disciplines kritisch worden gekeken naar het aantal subsidies dat wordt toegekend. Het ondersteunen van veel instellingen kan ertoe leiden dat ze allen een marginaal bestaan leiden en het publiek nauwelijks kunnen bedienen. Zo zijn er dertien rijksgesubsidieerde orkesten, dat is relatief veel voor een land als Nederland. In plaats van dit bestel in stand te houden omdat het nu eenmaal historisch zo is gegroeid, is het beter het aantal orkesten af te stemmen op de culturele vraag van het land.’

Harald Moes, zakelijk directeur van het Scapino Ballet ‘De grote orkesten en dans- en toneelgezelschappen zouden zonder overheidssteun niet kunnen bestaan. Voor deze en andere gesubsidieerde instellingen geldt dat zij aan een inkomstennorm moeten voldoen, anders worden ze gekort. Deze organisaties werken al op het scherpst van de snede, als daar verder op wordt bezuinigd vallen ze om. Met het verhaal van sommige politici dat culturele instellingen op eigen benen moeten leren staan kan ik dus niets. Het is een illusie dat er uit de markt meer te halen is. Toen wij bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangaven moeite te hebben met het halen van de inkomstennorm, was iedereen verbaasd dat zelfs een betrekkelijk populair gezelschap als het onze hiermee worstelde. Wij trekken een divers publiek, waaronder veel jongeren. Om die doelgroep te behouden, moeten we de toegangsprijzen laag houden. De overheid staat voor een keuze: wil je kunst toegankelijk houden voor een brede groep of moet het voor en door een elite in stand worden gehouden?’

Henrike de Kat-Smedts, theaterwetenschapper, studeerde af op het onderwerp legitimering van kunstsubsidiëring ‘Kunst en cultuur zijn voor iedereen van belang en behoren tot dezelfde categorie als onderwijs en wetenschap. Het is de taak van de overheid om de bevolking de kans te geven zich te ontwikkelen. Sommige vormen van kunst en cultuur kunnen niet worden gedragen door de markt. Daarom is het belangrijk dat de overheid subsidieert om een divers aanbod te waarborgen dat aansluit op het publiek. Het huidige subsidiestelsel is echter te duur en omslachtig. Veel geld gaat verloren aan de bureaucratische manier van werken. Marktwerking kan op deze en andere zaken een positieve invloed hebben. Kunstenaars en instellingen kunnen verbanden aangaan met het bedrijfsleven om voor genoeg fondsen te zorgen. Overheidssubsidie kan dan worden gezien als een back-upplan en niet als een vanzelfsprekendheid.’

Tekst: Anne Elshof en Jolene Meijerink Illustratie: Joost Dekkers

Klik hier voor alle artikelen van de ANS juni 2010.