Het issue: De waarde van wetenschap

Martini

In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: wetenschappelijk marktdenken

Wetenschap is tegenwoordig vooral gericht op winst, toepassing en maatschappelijk nut. Schrijfster en filosofe Désanne van Brederode betoogde tegen dit marktdenken tijdens de afgelopen opening van het academisch jaar van de RU. Met een doortimmerd betoog uitte ze stevige kritiek. Wie durft nog te kiezen voor ‘zinloos’ onderzoek naar ‘blauwpigmenten in middeleeuwse miniaturen, Armeense poëzie of het voortplantingsgedrag van kleine sluipwespen op Borneo’? De moderne wetenschap wordt geleid door economisch rendement en scoringsdrift en dat schaadt academische idealen. Van Brederode vraagt meer aandacht voor de immateriële opbrengst van onderzoek, zoals het bevredigen van nieuwsgierigheid. Ook onderzoek dat nooit tot patenten en toepassing zal leiden is waardevol. Haar idealistische betoog is een hartenkreet voor de academische kenniszucht. Het contrast met moderne beleidsrapporten kan niet groter. Den Haag beschouwt het wetenschappelijk onderzoek vooral vanuit economisch oogpunt. Investeringen moeten een kenniseconomie creëren, ontdekkingen leiden tot winst. Nederland wil een kennisgrootmacht worden. Anno 2010 gaapt er een kloof tussen wetenschappelijk idealisme en realiteit. Is het marktdenken daadwerkelijk doorgeschoten? Of is het onverantwoord dat de overheid wereldvreemde kamergeleerden financiert te midden van een economische crisis? Stelling: Wetenschappelijk onderzoek in Nederland wordt te veel geleid door marktdenken.

- Afgelopen jaren namen Nederlandse academici het universitaire marktdenken onder de loep. In 2009 verscheen al 'If you're so smart, why aren't you rich?'. In 2010 publiceerde Hans Radder 'The commodification of academic science'. - De NWO is verantwoordelijk voor het financieren van onderzoek aan Nederlandse universiteiten en instituten. Met subsidies en programma's is NWO bepalend voor de wetenschappelijke koers binnen Nederland. - In september 2009 nam de Tweede Kamer unaniem de motie-Hamer aan. Hiermee werd het kabinet opgeroepen om Nederland in de top vijf van kenniseconomieën te krijgen.

Ronald Plasterk, woordvoerder Wetenschap en Hoger onderwijs voor de PvdA in de Tweede Kamer ‘In deze discussie lopen twee dingen door elkaar. Ik wil eerst waarschuwen tegen het idee dat alleen bètawetenschappen praktisch toepasbaar zijn. Je hebt ook geesteswetenschappen met grote praktische relevantie en omgekeerd, bèta-sectoren die pure wetenschap zijn. ‘Dan is het de vraag of dit te veel door de markt wordt gestuurd. Dit kan ik het best voor de bètavakken beoordelen en hier is dat niet mijn ervaring. De belangrijkste sturende factor voor onderzoek zijn de eerste en tweede geldstroom. Besteding van dit geld wordt bepaald door de wetenschappelijke kwaliteit. Daar kun je een redelijke consensus over bereiken met behulp van citaties, publicaties in internationale tijdschriften en peer review door vakgenoten. Met marktwerking heeft dit alles niets te maken. ‘Natuurlijk stellen wetenschappers toepasbaarheid voorop wanneer ze politici willen overtuigen meer geld uit te geven. Deze maatschappelijke relevantie wordt getoetst als je besluit een bepaald thema te onderzoeken, zoals aids. Op het microniveau van individuele projecten is rendement vaak onvoorspelbaar. Je moet dus bekijken wat wetenschappelijk het best is. Innovaties volgen vaak niet logisch uit verworven kennis, maar ontstaan door koppeling van kennis met een maatschappelijke vraag. De interactie tussen kennis en toepassing is niet lineair. Universiteiten produceren geen kennis als gehakt, dat vervolgens in balletjes kan worden gedraaid voor de winkel.’

Hans Radder, professor Philosophy of Science and Technology aan de Vrije Universiteit ‘Terwijl universitaire budgetten afnemen, bieden commerciële bedrijven een alternatief voor financiële ondersteuning van wetenschappelijk onderzoek. Dit introduceert marktdenken in de wetenschap, wat veel problemen met zich meebrengt. Universiteiten worden steeds meer gezien als bedrijven en hun organisatie en management worden daar naar ingericht. Hierdoor verandert de universitaire cultuur. 'Waar vroeger samenwerking tussen wetenschappers gebruikelijk was, staat deze coöperatie nu door onderlinge concurrentie onder druk. Daarnaast wordt de toegankelijkheid van onderzoeksresultaten beperkt door de aanvraag van patenten. De wetenschap zou gezien moeten worden als een kennisinfrastructuur, een zo groot mogelijke bron van kennis waar iedereen uit kan putten. Wat nu als bruikbaar wordt gezien kan over tien jaar compleet achterhaald zijn, maar ook vice versa. ‘Het is begrijpelijk dat de belastingbetaler graag direct maatschappelijk nut wil van onderzoek, maar maatschappelijke relevantie wordt tegenwoordig steeds vaker gelijkgesteld aan economische opbrengsten. Een beperkte opvatting. Waar geld en winst primair zijn, wordt onderzoekskwaliteit secundair of zelfs tertiair.’

Mark Harbers, woordvoerder Wetenschap en Hoger onderwijs voor de VVD in de Tweede Kamer ‘Dat lijkt misschien zo, maar wetenschap kan nog veel meer door de markt worden geleid. Nederland moet erkennen dat onderzoek en innovatie twee verschillende dingen zijn. goede wetenschappers moet je het onbekende laten onderzoeken, terwijl je ook een omgeving creëert waarin anderen met de resultaten aan de slag gaan voor toepassing. Dit marktdenken zie je in de praktijk te weinig. Kennisinstellingen mogen hier op aangesproken worden. Universiteiten worden publiek gefinancierd, dus het is een legitieme vraag wat de winst is voor de samenleving. ‘Toch moet je dit niet tot in het extreme doortrekken. Wetenschappelijk onderzoek valt niet te plannen. Vaak zijn de grootste ontdekkingen en innovaties niet gebaseerd op gericht, maar juist op fundamenteel onderzoek. Als je die laatste lijn te veel uitkleedt krijg je uiteindelijk geen vindingen meer. Universiteiten moeten een balans vinden tussen drie dingen: goed onderwijs voor toekomstige wetenschappers, onderzoek en vervolgens met de onderzoeksresultaten de samenleving verder helpen. Universiteiten met resultaten op afroep zijn niet te realiseren. Maar de romantiek die Van Brederode uitspreekt voor de wetenschap as such is niet van deze tijd.’ Jos Engelen, voorzitter van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) ‘Marktdenken is slechts één element van wetenschapsbeleid. Dit beleid heeft onder andere de complexe missie om van Nederland een concurrerende kenniseconomie te maken. Het door NWO gefinancierde onderzoek kan maatschappelijk relevant, vraag- of nieuwsgierigheidsgedreven of toepassingsgericht zijn. Maar het belangrijkst is dat onderzoekers als eerste nieuw wetenschappelijk terrein betreden. ‘NWO moet draagvlak creëren bij wetenschappers door hen vrij wetenschap te laten beoefenen. En tegelijkertijd overlegt NWO met de de overheid en andere belanghebbenden over thema’s die aandacht moeten krijgen in het wetenschappelijk onderzoek, zoals Alzheimer- en energieonderzoek. Verder moeten bedrijven afdoende mogelijkheden hebben tot samenwerking met wetenschappers. NWO, onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven hebben er baat bij elkaar te versterken. ‘De ideeën van mevrouw Van Brederode zijn prikkelend, maar bestuurders hebben er niets aan. Wij krijgen ons geld niet omdat onderzoekers zo worden bewonderd om hun gedrevenheid. Doordat zij alleen dit aspect laat zien krijgt wetenschap een ivoren-toren-imago.’

Tekst: Rob Ramaker en Valerie Rutjes Illustratie: Loes van Woezik

Klik hier voor alle artikelen van de ANS uit oktober 2010.