Het issue: Ploerten op het pluche?

Martini

In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: delinquenten in de Kamer

Begin november raakte PVV-Kamerlid Eric Lucassen in opspraak. Tegenover zijn fractie had hij verzwegen dat hij was veroordeeld wegens ontucht met een van zijn studentes op de Koninklijke Militaire School. Voor RTL was dit aanleiding om het verleden van de gehele Tweede Kamer te onderzoeken. In een open brief werd de Kamerleden gevraagd hun veroordelingen te melden. Al snel werden de fouten van politici breed uitgemeten in de media. Sommigen reisden zonder treinkaartje, anderen misdroegen zich in het verkeer en een enkeling pleegde zelfs fraude. Hoewel meerdere Kamerleden hun spijt betuigden, bleek dat zij niet altijd hun wandaden met partij en volk hadden gedeeld. In de heksenjacht die volgde, werden niet louter feiten, maar ook verdenkingen en aantijgingen uitgesproken. Geseponeerde rechtszaken en uit de hand gelopen burenruzies voedden de onrust in de media. Al deze vuile was deed afbraak aan hun voorbeeldfunctie en geloofwaardigheid. Kamerleden moesten met de billen bloot en de moraliteit van enkelen werd ernstig in twijfel getrokken. Sindsdien laait de discussie op of zogenaamd onbetrouwbare criminelen op hun plek zijn in het parlement. Kan een delinquent het volk vertegenwoordigen?

Stelling: Politici mogen geen strafblad hebben.

Kadertje: - Vlak voor het RTL-onderzoek stapte PVV'er James Sharpe uit de Tweede Kamer. Eerder lekte uit dat zijn bedrijf in Hongarije een boete had gekregen wegens misleidende SMS-diensten. - Acht huidige leden van de Tweede Kamer zijn in het verleden veroordeeld, waarvan een SP'er, een VVD'er en zes PVV'ers. - In 1966 trad de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Jan Smallenbroek (ARP) af, nadat hij met meerdere glazen jenever achter de kiezen enkele geparkeerde wagens in Den Haag had geschampt.

Simone van der Geest, woordvoerder van het landelijk PvdA-bestuur ‘Ik ben het in principe oneens met de stelling. Natuurlijk is de inhoud van een strafblad wel van belang. In onze samenleving is het niet zo dat een veroordeelde nooit meer iets mag doen in zijn leven. Dat geldt dus ook voor politici. De grens is echter moeilijker vast te stellen als een partij moet bepalen wie geschikt is. Dit is pas volledig te beoordelen op het moment dat diegene voor je staat. ‘Binnen de PvdA is er een permanente scouting- en selectiecommissie. Deze is altijd op zoek naar goede mensen en kijkt daarbij ook buiten de eigen kring. Omdat we mensen langer op het oog hebben, weten we vaak al iets over hun achtergrond. In selectiegesprekken worden vanzelfsprekend motivatie, geschiktheid en ervaring besproken. Daarnaast komt ook aan de orde of iemand in het verleden dingen heeft gedaan waarvan de partij op de hoogte moet zijn. In het zeldzame geval dat we iets ernstigs vermoeden, kunnen we de AIVD de persoon in kwestie uitgebreid laten natrekken.’

Prof. Dr. Evert van der Zweerde, hoogleraar Politieke Filosofie aan de RU ‘Het idee van een “strafbaar feit” vind ik niet het belangrijkste criterium: sommige dingen zijn niet strafbaar maar wel zeer laakbaar. Het belangrijkste is niet wat iemand wel of niet gedaan heeft, maar wie hij of zij is. Ik heb meer respect voor een politicus die zijn verleden niet verdoezelt en spijt heeft van zijn daden, dan voor iemand die verzwijgt dat hij iets op zijn kerfstok heeft uit angst niet op de kandidatenlijst te komen. Natuurlijk zijn er grenzen: moord, vrouwenhandel of een verleden als NSB-er overschrijden deze. ‘Het onderzoek van RTL vind ik te ver gaan, dat zou aan de Staten-Generaal moeten worden overgelaten. Ik ben heel huiverig voor dit soort journalistiek, omdat een commerciële televisiezender een evident belang heeft bij spannende en sexy verhalen. Door de huidige medialisering van het politieke veld is er een verandering zichtbaar in de richting van zogenaamde “afrekeningspolitiek”. Je krijgt daardoor politici die nergens op te vangen zijn, die meer op vorm letten dan op inhoud. ‘Het principe van onze rechtsstaat is dat iemand onschuldig is totdat het tegendeel is bewezen. Dat impliceert dat je heel voorzichtig moet zijn met verdachtmakingen en suggesties. Daarom houd ik niet van gesnuffel in vuilnisbakken.’

Ton Elias, Tweede Kamerlid voor de VVD, in het bezit van een strafblad ‘Formeel is iedereen “blanco” nadat hij of zij de straf heeft ondergaan. Politici mogen juridisch gezien een strafblad hebben. uiteraard wordt de moraliteit van politici wel onder de loep genomen. Bij de beoordeling daarvan zijn de ernst van het vergrijp en de opgelegde strafmaat bepalend. ‘Het onderzoek van RTL vond ik wat merkwaardig van vorm, maar principieel is het niet onjuist om zaken te willen weten. De vragen voor de Tweede Kamerleden werden echter dermate ruim gesteld, dat ook irrelevante en verouderde overtredingen moesten worden vermeld. Als voormalig journalist vind ik dat de redactie zich bij het publiceren had moeten beperken tot kwesties die daadwerkelijk van belang zijn. ‘Ik onderschrijf de kern van het onderzoek betreffende de moraliteit van Kamerleden. Hebben ze iets ernstigs op hun kerfstok? Hebben ze in ieder geval geleerd dat zij een smet op hun blazoen moeten melden bij hun partijleiding? Kiezers hebben het recht te weten welk vlees ze in de kuip hebben om op basis daarvan een keuze te maken.’

Mr. drs. Joost Sillen, universitair docent Staatsrecht aan de RU ‘Juridisch is er voor een delinquent geen beletsel om de politiek in te gaan, tenzij de rechter hem het passieve kiesrecht heeft ontnomen. Deze maatregel wordt in de praktijk echter nauwelijks opgelegd. Vanuit moreel opzicht ligt dit anders. Idealiter zijn politici van onbesproken gedrag, maar in de praktijk is dit niet altijd het geval. Waar de grens moet worden getrokken tussen gedrag dat nog wel en gedrag dat niet meer toelaatbaar is, is lastig. Volgens mij zijn daarbij de ernst van het vergrijp en de tijd die sindsdien is verstreken van belang. 'Iemand die bijvoorbeeld valsheid in geschrifte heeft gepleegd, zou naar mijn mening geen politicus moeten worden. Als hij echter een aantal jaren geleden een klein vergrijp heeft gepleegd, zou dat volgens mij geen beletsel horen te zijn lid te worden van de Tweede Kamer. 'Ik heb er geen bezwaar tegen dat het verleden van politici kenbaar wordt gemaakt aan de kiezers. Weliswaar heeft dat tot gevolg dat ze een deel van hun privacy moeten inleveren, maar dat is nu eenmaal een gevolg van een publieke functie. Als je bang bent voor de wolven, moet je het bos niet ingaan.’

Tekst: Joeri Pisart en Lucy Vleeshouwers Illustratie: Joost Dekkers

Klik hier voor alle artikelen van de ANS uit januari 2011.