Het issue: Munt zoekt eenheid

Martini

In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: euro-ergernissen

Tekst: Henk Strikkers en Mart Waterval Illustratie: Erik Molkenboer

De champagne die de Europese regeringsleiders op 1 februari 2002 dronken bij de uitgifte van de euro is allang vergeten. Van de toenmalige eensgezindheid is negen jaar later weinig meer over. Momenteel is de eurozone in diepe financiële rouw gedompeld door de economische crisis. De munt staat onder druk dankzij grote schulden van verschillende lidstaten. Griekenland en Ierland werden al te hulp geschoten door de ‘gezonde’ eurolanden, maar nu dreigen ook Portugal, Spanje en wellicht Italië en België in de problemen te geraken door hun oplopende staatsschuld. Met het Verdrag van Maastricht, dat in 1993 van kracht werd, verbonden twaalf landen hun toekomst aan de EU en de euro. Achtereenvolgens sloten Slovenië, Cyprus, Malta, Slowakije en Estland zich hierbij aan. Onlangs werd daarom de oude geheugensteun ‘ding flof bips’ vervangen door ‘Sms ff bondige clips’. Met het aantal lidstaten nam ook de instabiliteit van de muntunie toe, wat tot de nodige discussie heeft geleid. Moet de eurozone drastisch veranderen of is dit debat slechts van tijdelijke aard?

Stelling: De eurozone heeft geen toekomst.

Kadertje: - In december 2010 is het Verdrag van Lissabon aangepast zodat Europese landen elkaar financieel te hulp kunnen schieten. - Het ligt voor de hand dat bij een doorstart van de Eurozone in ieder geval Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Finland en Estland lid zullen zijn. Twijfelgevallen zijn Tsjechië, Frankrijk en Slovenië. - In de Euromonitor van mei 2010 was 84 procent van de Nederlanders voorstander van een betere controle van de EU op financieel en economisch beleid van afzonderlijke lidstaten.

Dennis de Jong, fractievoorzitter van de SP in het Europees Parlement ‘De toekomst van de eurozone is onduidelijk, maar ik verwacht dat men er alles aan gaat doen om de euro overeind te houden. De huidige muntunie met is instabiel, omdat er geen federale regering is. Momenteel bestaan er twee toekomstscenario’s. De eerste optie wordt gepropageerd door regeringsleiders en de Europese Commissie. Zij willen stap voor stap naar een federale regering, die bij financiële problemen in de bres kan springen. ‘Het tweede scenario is een scheiding van de eurozone, vooral populair in de wetenschap. Dan wordt er een “zwakke” euro geschapen, waar Zuid-Europa, Ierland en België deel van uitmaken. Deze “euro-2” moet een tussenstap zijn op weg naar hernieuwde aansluiting bij de sterke euro. Wij vinden dat in ieder geval beide scenario’s onderzocht moeten worden, wat nu niet gebeurt. ‘Zwakke broeders bezuinigen nu draconisch, waardoor de politieke stabiliteit in die landen in gevaar komt. Sommige zouden kunnen besluiten om terug te gaan naar de oude munt. Voor Griekenland kan de herinvoering van de goedkope drachme bijvoorbeeld een optie zijn om toeristen te lokken.’

Niels Redeker, woordvoerder van het Ministerie van Financiën ‘De euro heeft vele voordelen gebracht voor de Nederlandse economie. Het leverde prijsstabiliteit en handelsvoordelen op. In goed financieel weer profiteerde iedereen veel van de gemeenschappelijke munt, maar door dit economische verbond sloeg de crisis snel om zich heen in Europa. ‘Nederland werkt samen met andere eurolanden aan een langetermijnoplossing voor de euro. We zullen alles wat nodig is doen om de stabiliteit te bewaren. Landen die in de penarie zitten als Griekenland en Ierland werden te hulp geschoten, maar wel onder zeer strenge voorwaarden die ertoe bijdragen dat zij hun financiële situatie snel op orde brengen. ‘Het Ministerie is van mening dat de toelatingseisen voor de Economische en Monetaire Unie voldoende zijn, zolang ze strikt en zonder uitzondering worden toegepast. In Griekenland zijn de cijfers bijvoorbeeld jarenlang te rooskleurig voorgesteld. Dat mag nooit meer gebeuren. Bovendien moeten de begrotingsregels worden aangescherpt zodat de kans op een soortgelijke situatie in de toekomst wordt verkleind. Het kost tijd om het vertrouwen van de financiële markten te herstellen, maar de vastberadenheid binnen de eurolanden is erg groot. Het ministerie is dan ook positief gestemd over de toekomst.’

Wim van Meurs, universitair docent Politieke Geschiedenis aan de RU en Oost-Europa-deskundige ‘Met de toelating van Griekenland tot de eurozone is men duidelijk te lichtzinnig omgegaan; monetaire risico’s zijn onderschat. Dat is een domme keuze geweest. Het publieke debat over de instabiliteit van de eurozone is daarom een vat vol krokodillentranen. Onze politieke leiders zijn bij de invoering van de munt overmoedig geweest. ‘De eurolanden werden verblind door het politieke motief Griekenland aan Europa te binden. Eenzelfde overmoedige houding in de Amerikaanse economie zorgde ervoor dat Europa nu in een crisis verzeild is geraakt. Dat is het structurele probleem: de ambities van internationale markten om op korte termijn onmogelijk hoge winsten te maken. ‘Het is niet te berekenen wat een terugkeer naar alle afzonderlijke munten kost. “Wij” als robuuste Noord-Europese economieën profiteerden het meest van de euro. Daarom zijn we nu ook veroordeeld tot het dragen van de kosten en risico’s die daarmee samenhangen. Er bestaan wel structurele oplossingen, zoals een Europees Monetair Fonds, maar die gaan er niet komen. In de politiek wordt dit geblokkeerd omdat een meerderheid liever minder dan meer Europa wil en dat is jammer.’

Willem Middelkoop, financieel publicist en analist van RTL Z ‘Toen in 2002 de euro werd ingevoerd, stond ik niet bepaald te springen. Het grote bezwaar dat ik had en heb bij de euro is dat de toelatingseisen voor de eurozone overduidelijk veel te beperkt zijn. Wanneer de Europese Unie weer eens wordt uitgebreid, spelen politieke gronden een dominante rol en raken economische argumenten ondergesneeuwd. Die houding zorgt ervoor dat we nu met de gebakken peren zitten. ‘De belangrijkste oorzaak van de huidige instabiliteit is dat er voor landen met een slechte financiële huishouding onvoldoende impulsen waren orde op zaken te stellen. Nu wordt dit door de markt op een harde manier afgedwongen en komen deze zwakkere eurobroeders in de problemen. ‘Ik vrees dat er geen oplossing op de lange termijn is waarbij alle landen de euro kunnen behouden. De monetaire unie is veel te snel gegroeid. Er zal waarschijnlijk een broodnodige aanpassing van de muntunie plaatsvinden. Een aantal landen zal zijn biezen moeten pakken en terugkeren naar zijn oude munt. Daarna zie ik de toekomst van de eurozone best positief in.’

Bas Eickhout, lid van het Europees Parlement voor GroenLinks ‘Ik ben altijd van mening geweest dat de euro voordelen heeft, zeker voor een exportland als Nederland. Met strengere toelatingscriteria bij de invoering in 2002 hadden de huidige problemen vermeden kunnen worden. ‘Deze omstandigheden vragen om een stevig economisch bestuur uit Brussel. Wanneer we de Europese Commissie bevoegdheden geven om eerder en strenger op te treden zouden alle landen de euro kunnen behouden. Het is zaak dat Europese leiders stoppen met twijfelen en onvoorwaardelijk achter de euro gaan staan. Een terugkeer naar nationale valuta heeft immers enorme kosten tot gevolg. Niet alleen voor het land dat uit de euro stapt, maar voor alle landen die moeten meebetalen aan de schuldsaneringen die ermee gepaard gaan. ‘Ik hoop dat we slim genoeg zijn om te realiseren dat de euro in ons voordeel werkt. We moeten niet vergeten welke enorme handelsvoordelen de euro ons heeft gebracht: stabiele wisselkoersen en een waardevaste munt. De crisis kan daarom uiteindelijk een blessing in disguise zijn, omdat nationale regeringsleiders de noodzaak van een Europese samenwerking gaan verdedigen.’

Klik hier voor alle artikelen van de ANS uit februari 2011.