Het issue: Een zwarte bladzijde

Martini

In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: Nederlandse ereschuld tegenover Indonesië

Tekst: Valerie Rutjes en Simone Vermeeren Illustratie: Madelon van der Avoort

Nadat de Nederlandse heerschappij over Indonesië in de Tweede Wereldoorlog werd onderbroken door de Japanse bezetting, hoopte de regering van koningin Wilhelmina haar machtspositie in Nederlands-Indië te herbevestigen. De Indonesische leider Soekarno had andere plannen en verklaarde het land op 17 augustus 1945 onafhankelijk. Vier jaar lang vocht Nederland tegen de onafhankelijkheid van de Gordel van Smaragd met de zogenaamde politionele acties. Pas in 1949 erkende Nederland Indonesië als vrij land. Na de dekolonisatie werd aan het harde optreden van de militairen van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) zo min mogelijk aandacht besteed en ook de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring bleef onbesproken. Het gevoelige onderwerp werd in de doofpot gestopt. In 2005 stelde oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot, zelf geboren in Nederlands-Indië, dat Nederland in de periode na de Tweede Wereldoorlog ‘aan de verkeerde kant van de geschiedenis’ heeft gestaan. Hoewel veel politieke partijen vielen over zijn coulante optreden, werd het vooral gezien als een grote stap voorwaarts in het verbeteren van de relatie tussen de twee landen. Niet iedereen neemt echter genoegen met deze verkapte schuldbetuiging.

Stelling: Nederland moet het boetekleed aantrekken en verantwoordelijkheid nemen voor haar acties in Indonesië.

Kadertje: - Op 27 december 1949 accepteerde Nederland onder druk van Amerika alsnog de Indonesische onafhankelijkheid. Dit was ruim vier jaar na de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring door Soekarno. - Indonesië betaalde een hoge prijs voor haar soevereiniteit en werd opgezadeld met de totale schuldenlast welke door Nederland werd berekend op 6,5 miljard dollar. - In december 2009 spanden de nabestaanden van de slachtoffers van het bloedbad in Rawagedeh een rechtszaak aan tegen de Nederlandse staat. De zaak werd verjaard verklaard.

De Nederlandse staat weigert te reageren op deze delicate kwestie.

Nico Schulte Nordholt, professor Politieke Antropologie aan de Universiteit Twente ‘De Indonesische onafhankelijkheidsverklaring van 1945 is nooit officieel erkend door de Nederlandse staat. Minister Bot gaf slechts impliciet de fout van Nederland toe en dat is niet genoeg. Nederland heeft toentertijd de kracht van het Indonesisch nationalisme onderschat en is een oorlog begonnen met desastreuze gevolgen. De Nederlandse staat moet deze fouten openlijk toegeven. De consequenties van een dergelijke erkenning zullen moreel zijn, niet financieel. ‘Tegenover de nabestaanden van de acties in Indonesië is Nederland bijzonder krenterig geweest. In specifieke gevallen van uitmoording, zoals de massamoord in het Javaanse dorp rawagedeh, is het niet meer dan humaan om nabestaanden tegemoet te komen. En dat moet meer zijn dan een paar waterputten. Het is aan het volk, het Nederlandse parlement dus, om de overheid hiertoe te dwingen. Een aantal oppositiepartijen kaart dit in de Tweede kamer stelselmatig aan, maar krijgt geen weerklank. Dat is een kwalijke zaak. Je kunt nu eenmaal niet toegeven dat je aan de verkeerde kant stond en vervolgens niets doen.’

Harry van Bommel, Tweede Kamerlid voor de SP ‘Zeker in het licht van de golf van dekolonisatie die over de wereld trok waren de bloederige politionele acties een kansloze missie. Dat is na vier jaar heftige guerrillastrijd tussen de Indonesische republikeinen en de Nederlandse krijgsmacht ook gebleken. Daarbij zijn gruwelijke middelen als massamoord, ontvoering en buitengerechtelijke executies ingezet. ‘Over de keiharde wijze van oorlogvoeren wordt nog steeds krampachtig gedaan door de Nederlandse autoriteiten. Het schijnt blijkbaar nog te veel moeite te kosten om de paar overlevenden fatsoenlijk te compenseren. Nederland heeft zich, tot Bots verklaring in 2005, vooral boos getoond over de gederfde bezittingen die verloren gingen bij de onafhankelijkheid. Indonesische slachtoffers van de politionele acties hebben nooit een compensatie ontvangen. Nederland moet totale openheid geven over haar oorlogswandaden eind jaren veertig en contact opnemen met de overlevenden om in schadeloosstelling te voorzien. ‘De relatie tussen beide landen, die voornamelijk gestoeld is op geweld en uitbuiting, moet worden opgehelderd.’

Jeffry Pondaag, voorzitter van het Comité Nederlandse Ereschulden ‘Alles wat de Nederlanders indertijd in Indonesië hebben gedaan was fout. Men moet niet vergeten dat de Nederlanders bezetters waren, net als de Duitsers. Hoewel zij in de Tweede Wereldoorlog aan den lijve hebben ondervonden hoe het is om bezet te zijn, heeft dit geen verandering gebracht in de bejegening van mijn vaderland. De kolonisatoren gingen op dezelfde voet verder. ‘Nederland moet een aantal dingen doen om het onrecht dat zij Indonesië heeft aangedaan recht te zetten. Er moeten excuses komen van koningin Beatrix namens de Nederlandse staat. Daarnaast willen wij terugbetaling van de zes miljard dollar die Indonesië als schadevergoeding aan Nederland heeft moeten betalen. Nederland heeft Indonesië verwoest en na de dekolonisatie is daar nooit compensatie voor gekomen. Dat pikken wij niet. Als iemand achterop je auto botst, neem je toch ook geen genoegen met een spijtbetuiging? De schade blijft en je wilt geld zien. ‘Helaas zwijgt Nederland. Zelfs wanneer ze met de neus op de feiten wordt gedrukt, geeft de staat niet thuis. Het is een zwarte bladzijde uit de Nederlandse geschiedenis waarvoor geen enkele verantwoordelijkheid wordt genomen.’

Klik hier voor alle artikelen van de ANS uit mei 2011.