Het issue: Vastgezet stuit op verzet

Fich

In deze rubriek staat iedere maand een ander issue centraal, waarover de meningen sterk zijn verdeeld. Deze maand: vreemdelingendetentie onder druk Tekst: Eline Huisman en Sofie Mulders Illustratie: TLG

In februari dit jaar raakte de vreemdelingendetentie in Rotterdam in opspraak nadat een uitgeprocedeerde Chinees met hepatitis B kort na zijn vrijlating werd opgenomen in het ziekenhuis. Hij had het virus waarschijnlijk opgelopen in het detentiecentrum, waarna hij zonder medische zorg op straat werd gezet. De gebeurtenis deed de discussie rondom de omstandigheden in Nederlandse vreemdelingenbewaring, die al langer gaande was, verder oplaaien. In Nederland zitten jaarlijks ongeveer tienduizend vreemdelingen in detentie in afwachting van uitzetting of omdat ze aan de grens geweigerd zijn. Volgens het internationaal recht mogen zij worden vastgezet als de beoogde uitzetting niet met minder ingrijpende middelen kan worden gerealiseerd. De Dienst Justitiële Inrichtingen is verantwoordelijk voor de opvang van vreemdelingen, waardoor het verblijf een strafrechtelijk karakter heeft. Hoewel zij geen strafbare feiten hebben gepleegd, geldt een streng regime van beperkte rechten. Zo zitten zij minstens zestien uur per dag opgesloten in tweepersoons cellen van circa tien vierkante meter, hebben ze geen toegang tot internet en mogen ze hooguit twee uur per week onder toezicht bezoek ontvangen. Nu de kritiek op het Nederlandse vreemdelingenbeleid van onder meer Amnesty International en het Europese Hof toeneemt rijst de vraag of vreemdelingendetentie in de toekomst nog houdbaar is.

DE STELLING VAN DEZE MAAND: VREEMDELINGENDETENTIE MOET WORDEN AFGESCHAFT

Sharon Gesthuizen, Tweede Kamerlid en woordvoerder Immigratie en Asiel voor de SP ‘Ik ben geen voorstander van afschaffing, wel moet de huidige toepassing van vreemdelingendetentie op de schop. Wanneer er sprake is van een crimineel verleden, vluchtgevaar of wanneer er een concrete uitzetdatum bekend is, kan detentie worden ingezet. Voor ongeveer de helft van de vreemdelingen die nu vastzitten, is dit niet het geval. In Nederland heerst het idee dat mensen die geen verblijfsvergunning hebben, de wet overtreden en dus mogen worden vastgezet. Vreemdelingendetentie wordt dan gebruikt als pressiemiddel om hen er toe te bewegen het land te verlaten. Dat is niet zoals de wet is bedoeld. ‘Daarnaast is detentie niet effectief. Mensen opsluiten die niet kunnen worden uitgezet omdat ze bijvoorbeeld geen papieren hebben, heeft geen zin. Vreemdelingen die lange tijd in gevangenschap leven, lopen detentieschade op. Zij raken gedeprimeerd en worden zo niet gemotiveerd het land te verlaten. Mensen die hier zijn gekomen, gaan niet met opgeheven hoofd terug. Ze moeten wennen aan het idee van terugkeer en moeten daarbij worden begeleid. We moeten werken aan alternatieven, zoals een borgtocht of elektronische controle. Dat is socialer en zorgt voor betere resultaten.’

Ashley Terlouw, hoogleraar Rechtssociologie en bestuurslid van het Centrum voor Migratierecht ‘Vanuit idealistisch oogpunt zijn we allemaal wereldburgers met evenveel recht op het stukje grond dat we Nederland noemen. Vanuit dat perspectief is het bizar iemand gevangen te zetten, alleen omdat hij de grens wil oversteken. Realistisch gezien zou het afschaffen van grenzen echter onacceptabele consequenties hebben voor ons sociale zekerheidsstelsel. ‘Een meer realistische kijk vanuit rechtsperspectief leert dat mensen volgens Europees recht mogen worden vastgezet ter voorkoming van illegale binnenkomst of om mensen die illegaal in het land verblijven uit te zetten. Dit is uitgewerkt in de Vreemdelingenwet, maar die geeft veel ruimte. De stelling ‘vreemdelingendetentie mag alleen worden ingezet als er daadwerkelijk zicht is op uitzetting en met uitzondering van kwetsbare mensen’, komt dichter bij mijn opvatting. ‘Als je een toelatingsbeleid wilt voeren, is een dwangmiddel waarschijnlijk nodig. De vraag is of dat vreemdelingenbewaring moet zijn. Er zijn lichtere middelen, zoals een combinatie van opvang en meldplicht. Vanuit de Rechtssociologie is detentie niet het juiste middel gebleken als het gaat om het uitzetten van vreemdelingen. Dat is het enige doel dat het mag hebben volgens de wet. Ik vrees dat afschrikking een impliciet doel is van vreemdelingenbewaring. Dat schept een negatief en beangstigend klimaat, ook voor wie hier wel mogen zijn. Vreemdelingenbewaring heeft zijn nut niet bewezen, daarom moet je het niet inzetten.’

Annemarie Busser, beleidsmedewerker Migratie bij Amnesty International Nederland ‘Vreemdelingendetentie moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dat is ook de wettelijke norm. In het uiterste geval dat detentie nodig is, moet dat niet in een strafrechtelijk regime gebeuren. De omstandigheden in vreemdelingenbewaring zijn bijzonder zwaar. De detentieduur kan oplopen tot achttien maanden en bewegingsvrijheid, contact met de buitenwereld en privacy zijn minimaal. Die omstandigheden zijn niet nodig en niet effectief om mensen te doen terugkeren naar het land van herkomst. ‘In de afgelopen tijd zijn de gebouwen verbeterd en in de marge ook verbeteringen doorgevoerd in het regime, maar ik maak me zorgen dat structurele veranderingen uitblijven omdat daar een totaal andere aanpak voor is vereist. ‘De detentiecentra vallen momenteel onder Justitie, maar horen in feite thuis bij het ministerie van Immigratie en Asiel. In Zweden is dat bijvoorbeeld ook zo, daar hebben vreemdelingen binnen de muren van detentiecentra volledige vrijheid. ‘Een deel van de gedetineerden heeft angst voor de veiligheidssituatie in het land van herkomst, kampt met gezondheidsproblemen of is bang familie hier achter te moeten laten. Zij zullen zich ook verzetten tegen terugkeer. Het is belangrijk om achter het individuele verhaal te komen. Wanneer vreemdelingen geen verblijfsvergunning krijgen, moeten ze waardig worden begeleid bij hun terugkeer naar het land van herkomst.’

Frans-Willem Verbaas, advocaat Vreemdelingenrecht ‘Mensenrechtelijk gezien mag je iemand die illegaal is en niet uit zichzelf vertrekt opsluiten om uitgezet te worden. Als dat in praktijk alleen op basis daarvan zou gebeuren, als 'ultimum remedium' voor een korte periode, zou ik daar misschien vrede mee kunnen hebben. Nu is het gebruik ervan een automatisme, vreemdelingen zonder papieren worden meteen vastgezet. De Vreemdelingendienst heeft hier geen andere mogelijkheden van handelen. Nederland is een politiestaat voor illegalen geworden. ‘Illegaliteit wordt gecriminaliseerd, vreemdelingen worden vastgezet onder slechtere omstandigheden dan moordenaars en verkrachters. We noemen de detentie geen straf, maar daar lijkt het wel op. Het is de intellectuele fraude van de Nederlandse vreemdelingenbewaring. Bestuursrechtelijk gezien heet dit 'detournement de pouvoir', ofwel misbruik van bevoegdheid. ‘Iemand opsluiten kost tweehonderd euro per dag. Vreemdelingendetentie is een dure maatregel en moet spaarzamer worden ingezet. Er zijn voldoende alternatieven, zoals een meldplicht, opvang op gezinslocaties of een vertrekpremie. Wanneer iemand bijvoorbeeld een grote schuld heeft in het land van herkomst, zal hij niet meewerken aan zijn terugkeer. Een zak geld meegeven is dan vaak aanzienlijk goedkoper dan iemand jarenlang vastzetten zonder resultaat. Naar de alternatieven wordt echter nooit gekeken. Ik wil niet stellen dat vreemdelingenbewaring nooit mag worden ingezet, zolang het maar met uiterste terughoudendheid geschiedt.’

Marjo van Bergen, voormalig humanistisch geestelijk verzorger in vreemdelingendetentie ‘Ik ben het met de stelling eens. Doordat in Nederland de Dienst Justitiële Inrichtingen verantwoordelijk is voor vreemdelingendetentie, krijgt het vorm binnen een gevangenissysteem. Dat kent een minimale waarborging van humaniteit en betekent bovendien inperking van het grondrecht vrijheid van beweging. Dat is bedoeld voor mensen die iets op hun kerfstok hebben. Wie de Vreemdelingenwet overtreedt hoeft daarvoor niet te worden vastgezet. ‘Detentie wordt gebruikt als afschrikwekkend middel, de centra werden oorspronkelijk zo goedkoop en sober mogelijk ingericht zodat men zou meewerken aan uitzetting. Dat was volkomen immoreel. Intussen zijn de omstandigheden wel verbeterd, maar het blijft een gevangenis. In de praktijk blijkt bovendien dat het de terugkeerbereidheid juist vermindert. Demissionair minister Leers heeft gezegd dat er geen alternatieven zijn voor penitentiaire inrichting, maar dat klopt niet. Er wordt op kleine schaal geëxperimenteerd met alternatieven als een borgsom en garantstelling. Illegale criminelen die uit strafrechtelijke detentie komen kun je onderbrengen in een asielzoekerscentrum met extra beveiliging waar binnen de muren de gebruikelijke vrijheden gelden. ‘De discussie over vreemdelingenbeleid is verschrikkelijk gepolariseerd. Aan de ene kant wordt gesproken over slachtoffers, aan de andere zijde gaat het over gelukszoekers. Hierdoor zit het debat op slot. Om dit open te breken moet een realistisch beeld van de situatie worden geschetst. Er is een grote groep onuitzetbaren, detineren is dan zinloos.’

Hoewel via diverse wegen geprobeerd is vanuit overheidswege of de betrokken uitvoerende instanties een reactie op de stelling te krijgen, waren zij helaas niet bereid hierop te reageren.

Kader: - De inzet van vreemdelingendetentie is juridisch vastgelegd in de Vreemdelingenwet 2000, die sinds 1 april 2001 van kracht is. Volgens artikel 59 kan vreemdelingenbewaring worden toegepast wanneer ‘het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid zulks vordert’. - Nederland kent momenteel 2200 detentieplaatsen voor vreemdelingen. De gemiddelde tijd van opsluiting bedraagt honderd dagen. - Uit onderzoek van Amnesty International blijkt dat van de gedetineerde vreemdelingen ongeveer 25 procent daadwerkelijk kan worden uitgezet. Ongeveer 25 procent wordt doorgestuurd naar een ander land en de overige 50 procent belandt uiteindelijk op straat.

Kijk hier voor de andere artikelen uit de juni-ANS