De striptekenaar van 9 tot 5 is een epische ambtenaar

Pim ten Broeke

Van 9 tot 5 is een simpel getekende strip die dagelijks op Facebook en wekelijks in De Morgen en NRC Next verschijnt. In de cartoon worden in enkele plaatjes op humoristische wijze herkenbare situaties uit de kroeg, van de werkvloer of aan de keukentafel beschreven. ANS reisde af naar de Hatertse Vennen en ontmoette de tekenaar van de strip, Dirk van de Wiel.

DvdW 1

Tekst: Pim ten Broeke
Foto’s: Auke van der Veen
Illustratie: Dirk van de Wiel

Wie Dirk van de Wiel voor de eerste keer ziet, legt meteen de associatie met de kale manager uit zijn strip. Alleen de bril en het driftige temperament ontbreken bij de illustrator. Toch ontkent de striptekenaar, die tevens teammanager is bij de Gemeente Amsterdam, dat die getekende manager op Van De Wiel zelf gebaseerd is. ‘Niet bewust althans’. De strip Van 9 tot 5 heeft, na bijna zes jaar, meer dan 30 duizend likes op Facebook en eind vorig jaar verscheen in het boek Echt episch dit een verzameling van zijn beste comics. De geestelijk vader zelf is daarentegen niet bekend, omdat hij terughoudend is met interviews. Voor ANS wilde hij echter een uitzondering maken: ‘Ik vind studenten wel sympathiek’.

Aan het einde van een lang oprijlaan ligt, omringd door hoge bomen, de boerderij waar Van De Wiel zijn jeugd doorbracht. Samen met zijn gezin brengt hij op deze afgelegen plek het Paasweekend door. Terwijl zijn dochters af en toe nieuwsgierig een kijkje komt nemen, vertelt Van De Wiel onder het genot van een erg sterke bak koffie en een paaseitje over wat hem drijft om elke dag in stripvorm maatschappelijke fenomenen te beschrijven.

Hoe is Van 9 tot 5 geboren?
‘Ik tekende op school en tijdens mijn studie Staatkunde in Leiden altijd veel, maar ik heb nooit meer gedaan dan mijn aantekeningenblokken voltekenen. Ik heb er nooit aan gedacht dat je met het tekenen van strips iets kon worden; aan de kunstacademie studeren is nooit in mij opgekomen. Op een gegeven moment kreeg ik tijdens mijn werk in een vergadering dialoogjes in mijn hoofd. Terwijl iemand aan het praten was dacht ik: “Het zou lachen zijn als jij nu dit of dat zou zeggen: iets sociaal-onwenselijks”. Toen dacht ik: ik ga gewoon een stripje maken. Ik ben begonnen met de kale manager met de bril. Ik tekende in het begin alleen maar figuurtjes met brillen, omdat het makkelijk is om de ogen achter een bril weg te trekken. Ook speelde in het begin de scène zich altijd af op het kantoor, maar op den duur zijn er veel meer settings bijgekomen. Ik maak nu grappen over alle wereldjes waar ik ooit in heb gezeten, zoals de studentenwereld en de ambtenarenwereld.’

'Ik maak nu grappen over alle wereldjes waar ik ooit in heb gezeten, zoals de studentenwereld en de ambtenarenwereld.’

Waaruit put je de inspiratie voor je strip?DvdW 2
‘De inspiratie voor de stripjes komt vaak van anderen. Soms lees ik wat goeds of soms roept iemand iets en dan zie ik ineens een plaatje voor me. Ik was op een avond in gesprek met een paar vrienden waarbij Michiel de Ruyter ter sprake kwam. Ineens riep iemand: “Dat is de mooiste zeelul aller tijden!”. Dat moet echt iemand anders zeggen, want zoiets bedenk je zelf niet. Mijn vrienden vinden het altijd heel mooi als ik hun uitspraken overneem, maar ik neem ook wel eens uitspraken van collega’s over. Ik heb eens een vrouwelijke collega horen zeggen dat ze “selectief empathisch” was. Toen heb ik wel gevraagd of ze het goed vond als ik dat zou gebruiken. Mensen vinden dat eigenlijk altijd wel leuk.

‘Ik bedenk de stripjes ook vaak op de fiets. Ik woon in Amsterdam-West en ik fiets voor mijn werk elke dag naar Noord. Tijdens die fietstocht heb ik de tijd om dialoogjes door te nemen en omdat mijn strip bestaat uit drie of vier plaatjes, heb ik geleerd om in drie of vier stapjes te denken. Dan floepen er altijd wel een paar uit.’

Welk doel heb je met je tekenkunsten voor ogen?
‘Het doel is om mensen te vermaken, wat ik simpelweg doe door te beschrijven wat er om mij heen gebeurt. Ik probeer bij dat beschrijven niet normatief te zijn. Als je normatief bent dan spreek je een oordeel uit over wat wel en niet goed is. Ik maak hipsters soms belachelijk, maar daarbij zou ik nooit beweren dat een hipster slecht is. Als je naar een cabaretvoorstelling gaat, wil je ook niet dat iemand jou gaat vertellen hoe je moet leven of wat belangrijk is. Dus je mag bespotten, maar je moet niet te serieus worden. Je moet je eigen mening niet als absoluut zien.’

'Je mag bespotten, maar je moet niet te serieus worden. Je moet je eigen mening niet als absoluut zien.’

Toch ben je soms behoorlijk serieus en misschien zelfs moraliserend in je strips, zoals na de aanslagen in Brussel. Die strips lijken dus juist een statement te geven en geen beschrijving. Ben je je hiervan bewust?
‘Shit, is dat wel zo ja? Het is goed dat iemand dat eens analyseert want dat heb ik zelf niet door. Soms gebeurt inderdaad wel iets en dan denk ik “Shit, ik moet iets”, zoals bij de aanslagen in Brussel. Op zo’n moment vind ik dat je er als striptekenaar moet zijn en iets moet doen. Bij voorkeur moet je dan iets anders dan anders doen, door afstand te nemen en te kijken vanuit verschillende perspectieven. Ik maakte na die aanslagen eerst een stripje van een huilende Manneken Pis, maar later verwijderde ik die omdat hij er grafisch niet uit zag en eigenlijk nergens op sloeg. ’s Avonds maakte ik, na langer nadenken, een strip waarin twee studenten de situatie overdachten, met de tekst “Weet je wat mij beangstigt? Ik schrik er niet eens meer van”. Ik probeerde dus inderdaad wel iets te bedenken wat niet zo zeer grappig was, maar wat het gevoel dat veel mensen hadden op dat moment onder woorden bracht.’

Krijg je wel eens kritische kanttekeningen?
‘De enige echte kritiek die ik krijg, is dat de strip slecht getekend is. De cartoon is grafisch inderdaad niet interessant, maar de tekeningen zijn dienstbaar aan de tekst: zij ondersteunen de inhoud. Als je een voltijdsbaan hebt, dan moet het tekenen efficiënt gaan. Daarom teken ik digitaal. Dat is natuurlijk vloeken in de kerk van de kunstenaars, maar anders is het striptekenen niet haalbaar voor mij.

'Het zit natuurlijk in de naam, maar de strip zelf is maar voor 20 of 30 procent kantoorhumor.’

‘Toen mijn boek uitkwam zeiden sommige mensen ook dat de grapjes in de strip alleen ambtenarenhumor zijn, maar dat is niet zo. Het zit natuurlijk in de naam, maar de strip zelf is maar voor 20 of 30 procent kantoorhumor.’

Welke van jouw settings trekt je het meest?
‘Het kantoor vind ik het leukste, omdat ik daar zelf elke dag ben, maar die twee ballen aan de bar vind ik ook wel mooi. Die studenten staan voor een volstrekt onbezonnen manier van leven, een manier waarop iedereen wel in het leven zou willen staan. Die twee kun je volstrekt zorgeloze dingen laten zeggen. Ik was zelf niet zo in mijn studententijd, maar dat soort “maakt niet uit alles is mooi”- types herken ik nog uit wel die tijd.’

durkendurkJe favoriete figuur, de kale manager, heeft wel wat van jou weg. Is hij gebaseerd op jezelf?
‘Lijkt hij op mij? Dat wist ik niet. De manier waarop ik hem teken is niet op mezelf gebaseerd, maar het zou wel zo kunnen zijn dat ik dat onbewust zo heb gedaan. Ik denk dat er wel altijd dingen van mezelf in de strip zitten; hoe ik op dingen reageer bijvoorbeeld. De manager is gewoon puur een lul die dingen zegt die je zelf ook wel eens zou willen zeggen. Ik denk echter niet dat mijn medewerkers zouden zeggen dat ik net zo’n lul ben als die manager hoor.’

Hoe ziet de toekomst van Van 9 tot 5 eruit?
‘Ik ga voorlopig nog lekker door met tekenen. Het streven is om voortaan elk jaar een boek uit te brengen met stripjes. Op termijn wil ik ook kijken of de strip vertaald kan worden, in het Duits of in het Frans misschien. Het zou wel leuk zijn om de strip in nog een krant in het buitenland te publiceren.’

Speciaal voor ANS, en omdat hij ‘de Nijmeegse studenten een warm hart toe draagt’ tekende Dirk van de Wiel de volgende strip:
Strip ANS