Rector Van Krieken op spreekuur

Tijs Sikma

Han van Krieken, de nieuwe rector magnificus van de Radboud Universiteit, opereerde tot nog toe als bestuurder op het Radboudumc. Bekommert de patholoog zich echter ook om het welzijn van de studenten aan de RU? ANS sprak een uurtje met hem en stelde een diagnose.

Tekst: Tijs Sikma
Foto’s: Tom Plaum

‘Ik ben officieel morgen pas rector magnificus, dus dit is niet helemaal legaal. Niet doorvertellen’, grinnikt Han van Krieken. Voordat het interview van start gaat, moet hij nog even het eredoctoraat van Karl Friston en de universitaire onderscheidingen ondertekenen die de volgende dag tijdens de Diesviering zullen worden uitgereikt. 

Bij elke vraag komt er een overvloed aan woorden op gang bij de goedlachse rector magnificus in spe. Geamuseerd en aandachtig luistert Van Krieken, waarbij hij het niet nalaat af en toe een wedervraag te stellen. IMG 2053‘Ik overweeg om een uur in de week de deur open te houden en dat iedereen die zin heeft mag binnenlopen, of om eens in de zoveel tijd met studenten te gaan lunchen. Hebben jullie daar nog ideeën over?’

Het is niet helemaal vreemd dat hij dit vraagt. Als het gezicht van de universiteit moet de rector magnificus op de hoogte zijn van het wel en wee van de Radboud-student. Hoewel hij al zeventien jaar werkt op het Radboudumc, heeft hij nog weinig ervaring binnen de andere faculteiten van de Radboud Universiteit (RU). Van Krieken studeerde en promoveerde aan de Universiteit van Leiden. Pas vanaf 1999 begon zijn loopbaan bij het Radboudumc als hoogleraar Pathologie. Wanneer hij tijdens het interview spreekt over het maatschappelijke verantwoordelijkheidsbesef dat een universiteit haar studenten moet meegeven, lijkt even de betrokken arts in hem naar boven te komen. Deze functie gaat hij ook het meeste missen. ‘Het lastigste vind ik mijn vak los te laten. Ik ben arts geworden om arts te zijn.’

In 2008 werd Van Krieken directeur van het Radboud Oncologisch Onderzoeksinstituut en vanaf 2009 was hij voorzitter van het Radboudumc Centrum voor Oncologie. ‘Ik ben uiteraard veel minder op de hoogte van wat er speelt binnen de RU dan binnen het Radboudumc,’ geeft hij toe. Bovendien bekent hij de medezeggenschap op de RU dit jaar ‘niet echt te hebben gevolgd.’

Een Leidse patholoog van het Radboudumc die het universiteitsbeleid gaat voorschrijven, is dat wat de Radboud-student nodig heeft? ANS stapte het kamertje van Han van Krieken binnen om een diagnose te stellen; hoe gezond is Van Krieken voor de studenten aan de RU?

Om maar met het begin te beginnen: wat was uw motivatie om rector magnificus te worden?
‘In deze functie kun je echt de koers van de universiteit bijstellen. Ik kan niet meteen hele grote dingen veranderen, dit bijsturen gaat net zoals bij een olietanker. Als je de koers van de universiteit bijstuurt, duurt het even voordat deze een bocht heeft gemaakt. IMG 2063Onze universiteit staat er goed voor, maar er zijn toch wel een paar dingen waarin ik verschil wil maken.’

Welke dingen zijn dat dan, waarin u verschil wilt maken?
‘Tussen het Radboudumc en de rest van de universiteit bestaat een te grote kloof. Het is jammer dat de juristen, sociologen, economen en filosofen in dienst van het Radboudumc bijvoorbeeld nog weinig in gesprek gaan met de betreffende opleidingen van de universiteit, waar de wetenschappers toch aan het front staan van die vakgebieden. Nu wordt bijvoorbeeld het vak wetenschapsfilosofie op het Radboudumc nog door artsen gegeven. Waarom zou je daarvoor niet een deskundige van de faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen vragen?’

Vindt u dat er ook meer uitwisseling moet zijn tussen studenten van het Radboudumc en de RU?
‘Ja. Ik denk dat interdisciplinaire samenwerking erg belangrijk is. De huidige samenleving kent hele complexe problemen, die niet vanuit één discipline kunnen worden opgelost. Het Radboudumc en de Radboud Universiteit hebben elk een eigen honoursprogramma. Ik denk dat de meeste geneeskundestudenten bijvoorbeeld weinig nadenken over of het andere programma voor hen interessant kan zijn en omgekeerd.’

'De huidige samenleving kent hele complexe problemen, die niet vanuit één discipline kunnen worden opgelost.'

Het afgelopen jaar was de geplande ophoging van het bindend studieadvies (BSA) het debacle wat de studentenmedezeggenschap bezig hield en wat als splijtzwam werkte tussen de Universitaire Studentenraad en het College van Bestuur (CvB). Hoe kijkt u tegen de ophoging van het BSA aan?
‘Daar gaan we in het College nog over praten, maar zo raar vind ik die maatregel niet. Het College wil studenten hiermee ervoor behoeden dat ze met hun studie een eindeloos pad inslaan. Volgens mij vinden zowel de medezeggenschap als het CvB dat een zinvol doel. Studenten moeten naar mijn mening wel van de richtlijn van vier jaar kunnen afwijken als er bijzondere omstandigheden zijn, bijvoorbeeld wanneer een student een bestuursfunctie bekleedt, ziek is of aan topsport doet. Ik wil hierover graag de dialoog aangaan met de medezeggenschap.’

Wat is volgens u de belangrijkste taak van een universiteit? 
‘Dat zijn twee taken: onderwijs en onderzoek. Deze gaan volgens mij hand in hand. De universiteit moet in wezen de plek zijn waar mensen kunnen nadenken en waar we studenten opleiden tot onafhankelijke kritische geesten.’ 

Een veel gehoorde klacht van onder andere de Landelijke Studentenvakbond, is dat onderzoek op universiteiten de prioriteit heeft en onderwijs  daardoor vaak het ondergeschoven kindje is. Valt op dit gebied veel te verbeteren op de RU?
‘Ik herken deze klacht maar een klein beetje. Als je het aan studenten en docenten van de RU vraagt, zeggen ze dit eigenlijk niet te herkennen. Onderwijs geven is op onze universiteit een kwestie van permanent leren. IMG 2057Ook de feedback van studenten en zelfreflectie dragen daar aan bij.’

Vindt u dat er een apart carrièrepad moet komen voor onderwijs op de RU?
‘Dit zou zeker moeten kunnen. Een docent die een goede vorm vindt voor zijn onderwijs zou heel goed een hoogleraar kunnen worden wat mij betreft. Maar onderzoek en onderwijs gaan bij ons altijd hand in hand, zijn als het ware met elkaar verweven.

‘Op het Radboudumc bestaat er al een aparte functie voor docenten die een goede rol in het onderwijs spelen: Principle Lecturer. Dat is een zeer gewaardeerd predikaat, waar een substantieel bedrag aan vast zit voor de afdeling van de betrokken docent die even hoog is als voor een Principal Investigator. Dit bedrag mag de PL besteden aan de verbetering van zijn onderwijs. Deze functie zou misschien ook op de andere faculteiten kunnen worden geïntroduceerd.’

'Een docent die een goede vorm vindt voor zijn onderwijs zou heel goed een hoogleraar kunnen worden wat mij betreft.'

Wat zijn de belangrijkste waarden die de RU moet uitdragen en de studenten moet meegeven?
‘Onafhankelijkheid en vrijheid van denken. Welke waarde ik daarnaast belangrijk vind om mee te geven, en daar schemert de katholieke achtergrond van de RU wel doorheen, is dat je een verantwoordelijkheid hebt naar de samenleving. Dat betekent dat je als mens niet puur gericht moet zijn op jezelf, maar je talenten en gaven ontwikkelt en gebruikt om daar anderen mee te helpen.

‘De waarden die we als universiteit hebben, moeten we ook uitstralen. Je ziet steeds vaker docenten van de RU in de media, die dit uitdragen. Dat is een goede ontwikkeling. Ik hoop, dat is een van mijn ambities, dat studenten in de toekomst vaker voor de RU zullen kiezen op basis van wat de universiteit en de beoogde opleiding betekenen en niet alleen op basis van de plek waar deze is gevestigd.’

Is het niet vreemd dat een universiteit, die vaak gezien wordt als een bolwerk van objectiviteit, haar studenten een ideologische boodschap wil meegeven?
‘Kennis is niet waardenvrij. Ik ben niet helemaal postmodernistisch, in de zin dat kennis alleen de blik is van hoe de persoon ergens naar kijkt, maar ik denk wel dat keuzes en waarden meespelen.’ 
IMG 2064

Heeft volgens u elke universiteit dan een duidelijke ideologische kleuring?
‘Als een universiteit zegt “bij ons krijg je alleen maar waardenvrije, objectieve kennis” dan zou ik er niet gaan studeren. Die universiteit heeft nog niet goed over zichzelf nagedacht.’

‘Als een universiteit zegt “bij ons krijg je alleen maar waardenvrije, objectieve kennis” dan zou ik er niet gaan studeren. Die universiteit heeft nog niet goed over zichzelf nagedacht.’

Elk jaar blijkt uit de opkomstcijfers bij de studentenverkiezingen dat de betrokkenheid van studenten bij de universiteit niet erg leeft onder de studenten. Wat vindt u daarvan?
‘Dat vind ik jammer. Ik vind het eveneens betreurenswaardig dat er nog weinig mensen in Nederland lid zijn van een politieke partij. Uiteindelijk is dat niet bevorderlijk voor een democratie. Op die manier ontstaat er een kloof tussen de politiek en de bevolking.’

Zou u, om een kloof tussen de studenten en de universiteitsbestuurders te verkleinen, hen willen stimuleren om bij een van de drie studentenpartijen te gaan?
‘Ja. Het zou fijn zijn als de partijen een grote groep studenten vertegenwoordigen. Als geen van de partijen bij je mening past, zou ik ze daarnaast aanraden er zelf een op te richten.’

Vorig jaar besloot een groep studenten van de RU een nieuwe politieke beweging op te zetten in de vorm van De Nieuwe Universiteit Nijmegen. Het CvB besloot toen echter hun discussieplek, Kritisch café Terecht!, met een smoes te ontruimen. Wat vindt u daar dan van?
‘Het is heel makkelijk om vanaf de zijlijn te roepen om hervormingen in het onderwijs, maar als je het echt moet doen is dat een heel ander verhaal. Ik vind het vrijblijvend roepen iets te makkelijk, zeker voor mensen die goed opgeleid zijn. Zet dan ook de volgende stap en doe iets concreet met je ideeën.

‘Als geen andere plekken waren geweest waar De Nieuwe Universiteit Nijmegen vrij kon discussiëren zou dat jammer zijn geweest, maar volgens mij zijn die er op onze universiteit genoeg.’

Maar in principe bent u er dus wel voor dat de RU een ruimte biedt aan een groep die de universiteit wil vernieuwen?
‘Absoluut, mits er een ruimte beschikbaar is. Daar zou ik trouwens ook graag aan meewerken.’