Schieten en beschoten worden

Redactie

Eddy van Wessel heeft een baan die maar voor weinigen is weggelegd. Met gevaar voor eigen leven fotografeert hij mensen die leven in oorlogsomstandigheden. ‘Als je alleen maar zit te bibberen in de loopgraven, moet je dit werk niet doen.’

Tekst: Bas van Woerkum
Foto's: Noor de Kort en Eddy van Wessel

Dit artikel verscheen eerder in het zevende nummer van ANS.

‘Kom maar verder, hoor’, roept Eddy van Wessel vriendelijk bovenaan aan de trap. Als oorlogsfotograaf is een groot deel van het jaar te vinden in Irak, Syrië of een ander conflictgebied. Met zijn gezin woont hij in Zweden. Momenteel is hij voor een aantal afspraken echter in Nederland, waar hij zijn tijd doorbrengt op een ruime zolderkamer boven een garage in het rustieke Huizen. In een vitrine aan de rechterkant van de ruimte liggen talloze oude camera’s en daartegenover staat een computer met daarop ladingen zwart-witfoto’s uit de oorlog. Dit is Van Wessels werkplek en uitvalsbasis in het rustige en vredige Nederland.

eddy foto Noor3Van Wessel raakte al op jonge leeftijd gefascineerd door fotografie. Later ging hij werken voor reisbladen, waarvoor hij wereldwijd vooral mooie plekken moest vastleggen. ‘De verhalen van de mensen op straat, die nooit werden gepubliceerd, trokken me echter veel meer’. Begin jaren 90 ging hij voor een reisblad naar Bosnië, waar een oorlog woedde. ‘In die oorlog kwam fotografisch gezien alles samen: het drama, het moment en het verhaal.’ Op dat moment veranderde hij van carrière: hij werd oorlogsfotograaf.

Tegenwoordig fotografeert Van Wessel voor nationale en internationale bladen, zoals Vrij Nederland, Trouw, The Guardian en Le Monde, die vaak instemmen met Van Wessels initiatief om naar een bepaald conflictgebied te gaan. Hij won onder andere tweemaal de Zilveren Camera, die wordt uitgereikt aan de beste persfoto(serie) van het jaar.

De fotograaf zet een kop koffie en vertelt vervolgens over de aantrekkingskracht van oorlogsfotografie en de manier waarop hij te werk gaat. ‘Je moet kunnen blijven fotograferen als er op je wordt geschoten. Als je dat niet kunt, ben je niet geschikt.’

Oorlogsfotografie is een heftige carrièrekeuze. Wat is uw drijfveer om dit werk te doen?
‘Zelf kom ik uit een redelijk welvarend nest, maar die luxe is niet voor iedereen weggelegd. In conflictgebieden leven mensen met de dag en dat heeft een bepaalde rauwheid en oprechtheid die je in Nederland moeilijk zult vinden. Hier speelt iedereen een beetje toneel. Dat contrast vind ik fascinerend en is voor mij een belangrijke reden om dit werk te doen. Ik ben nieuwsgierig naar wat er in de wereld speelt en met mijn foto’s wil ik mensen meenemen in mijn eigen verbazing over hoe de wereld in het Midden-Oosten is.’

‘Een foto hoeft niet wereldschokkend te zijn om betekenis te hebben.’

Over wat voor soort momenten verbaast u zich dan?
‘Dat kan van alles zijn: het straatbeeld, de blik van een kind of hoe mensen op een bepaalde manier naar soldaten kijken. Een foto hoeft niet wereldschokkend te zijn om betekenis te hebben. Het gaat juist om die kleine, ongewone gezichtsuitdrukkingen. Om die te zien, moet je je verdiepen in de situatie en willen inzien dat die schokkend is. Waarover anderen zich verbazen, is voor mij misschien inmiddels heel gewoon, omdat ik al bijna vijftien jaar in Irak kom. Soms moet ik echt tegen mezelf schreeuwen: “Kom op! Je staat hier om iets te vertellen.” Als je goede foto’s wilt blijven maken, moet je jezelf constant scherp houden.’

Eddy van Wessel in M O

U spreekt opvallend nuchter over uw werk. U gaat toch niet vertellen dat u nooit bang bent?
‘Toen ik begon met oorlogsfotografie was ik ontzettend bang en tegenwoordig ben ik misschien zelfs banger, omdat ik nu heb ervaren wat wapens kunnen aanrichten. Ik doe dit werk echter al vijfentwintig jaar en daardoor weet ik nu beter waar ik moet zijn en vooral waar ik niet moet zijn. Wanneer je bijvoorbeeld binnen een bepaalde range van een granaat komt, loop je gevaar. Sta je vijf meter verderop, dan is er niets aan de hand. Dat is een kwestie van kennis.’

‘Voor de helft bestaan mijn keuzes uit riscio’s uitsluiten. Mijn intuïtie is daarbij een belangrijke factor.’

Wat is volgens u een goede foto?
‘Met een goede foto geef je mensen inzicht in een wereld waar ze weinig vanaf weten. Ik vind het heel belangrijk dat iemand de verhalen van de mensen in oorlogsgebieden vertelt aan buitenstaanders, want informatie neemt angst weg. Als je mensen vertrouwd maakt met een nog onbekende wereld, zullen ze minder bang zijn.

‘Ik was bijvoorbeeld ooit in de Gazastrook. De Israëli sloten de grenzen af en begonnen een bombardement, waardoor ik een week vastzat. Mijn familie en vrienden waren ontzettend bezorgd, want de stigmatiserende berichtgeving in het Westen deed het lijken alsof het hele Midden-Oosten in brand stond. Daar was helemaal niets van waar. Het geweld vond plaats in één straat en in de straat daarnaast werd een markt gehouden. Je kon gewoon van de markt naar de oorlog lopen en van de oorlog naar de markt. Inzicht hebben in dit soort situaties is uiteindelijk ook deel van een oplossing.’

Zijn die verhalen niet ook gewoon vanaf een veilige afstand te vertellen?
‘Als je het verhaal van de oorlog wilt vertellen, zal je erheen moeten. Toen Islamitische Staat (IS) ontstond, was ik in Mosul. Daar vond een soennitische opstand tegen de overheid plaats. De stad was afgezet door het Iraakse leger; je kon niet door de grenzen heenkomen. De soennieten hebben me toen geholpen door me vermomd als sjeik de stad in te smokkelen om foto’s te maken. Omdat ik daar was, begrijp ik waar de woede van IS vandaan komt. IS had in het begin nooit de ambitie om zich tegen het Westen te richten, maar doordat het Westen hen is gaan bombarderen, zijn ze ontzettend kwaad geworden. Als je hier in Nederland blijft, kun je dat niet weten.’

Maar er valt toch niet met alles rekening te houden?
‘Dat klopt. Voor de helft bestaan mijn keuzes uit risico’s uitsluiten: kijken met welke mensen je optrekt, opletten waar je naartoe gaat en soms op het laatste moment je route veranderen. Je weegt een aantal factoren af en neemt een beslissing. Mijn intuïtie is daarbij een heel belangrijke factor. Laatst was ik in Syrië, honderd kilometer bij Raqqa vandaan, midden in het kalifaat van IS. Ik trok op met een commandant van het Syrische leger op een legerpost. Op een gegeven moment kwam er een drone met nachtzicht boven ons vliegen, die uit de lucht werd geschoten. Vervolgens werden we gebeld met de boodschap dat er acht auto’s van de zijkanten aankwamen. Dat spelletje heb ik vaker met IS meegemaakt; op die manier proberen ze je in te sluiten. Toen heb ik tegen de rest gezegd: “Jongens, ik ga!” en heb ik mijn biezen gepakt. Wanneer je het risico loopt zelf niet levend terug te keren, heb je ook niets meer aan de foto’s die je hebt gemaakt.’

‘Wanneer je het risico loopt niet levend terug te komen, heb je ook niets meer aan de foto’s die je hebt gemaakt.’

Veel mensen zouden liever een rustige en veilige kantoorbaan hebben. Wat helpt u om door te gaan?
‘Dat vraag ik mezelf ook weleens af. Het zou veel verstandiger zijn om in Zweden te blijven, maar dat is voor mij niet bevredigend. Ik moet iets doen met mijn nieuwsgierigheid en met het vertellen van verhalen van mensen in de oorlog heb ik daarvoor een manier gevonden. eddyvanwessel chechnya033Ik wil de maatschappijen in onder meer Irak en Syrië laten zien, met alle goede kanten en alle beperkingen ervan. Dat gevoel is bij mij nog altijd sterker dan de angst.

‘Een tijd geleden was ik bijvoorbeeld in Bagdad om een reportage te maken over het dagelijks leven in de stad. Ik reed met mijn tolk Mustafa en een chauffeur door een van de drukste straten en op een gegeven moment hoorden we een enorme explosie: een zelfmoordaan- slag. De zijruit van onze auto werd eruit geblazen. Ik keek eerst of Mustafa en de chauffeur in orde waren, ben daarna uit de auto gesprongen en vervolgens in een rechte lijn naar de aanslag gerend. Regelmatig volgt een tweede aanslag als er mensen op af komen, maar dan is mijn drive om te laten zien wat daar gebeurt zo groot; dat overstijgt alle emoties.’