Revolutie in de nieuwsfabriek

Redactie

 Sneller, spannender en sensationeler; de journalistiek is in de afgelopen decennia enorm veranderd. Te veel voor de befaamde Vlaamse journalist Chris de Stoop, die om deze reden uit het vak stapte. ANS zocht hem op en vroeg naar de misstanden in de huidige media.

Tekst: Vera Crienen
Foto's: Tom Plaum

Dit artikel verscheen eerder in de tweede editie van ANS.

Chris de Stoop is al meer dan dertig jaar een van de bekendste Vlaamse journalisten. De Stoop schreef bestsellers en maakte reportages over sociale problemen binnen en buiten België waaronder vrouwenhandel, jihadisten, en de uitzetting van vreemdelingen. Zijn werk leidde tot parlementaire enquêtes en discussies, en de vervolging van criminelen. Voor zijn boek Ze zijn zo lief, meneer ging De Stoop undercover in een bende van vrouwenhandelaars die honderden meisjes importeerden en tot prostitutie dwongen. Naar aanleiding van dat boek kwam er een onderzoek en werden de leden van de bende opgepakt. De Stoop werd een nationale held en zelfs de toenmalige Belgische koning Boudewijn was zo onder de indruk van het boek dat hij actief de strijd tegen vrouwenhandel ging steunen. Al die tijd was De Stoop ook werkzaam bij Knack, een toonaangevend opinietijdschift in Vlaanderen.

‘Journalistiek kan het mooiste, maar ook het lelijkste beroep ter wereld zijn.’

Na een journalistieke carrière van dertig jaar stapt De Stoop echter uit het vak. Op 29 september verscheen zijn boek Ex-reporter, waarin hij terugblikt op zijn tijd als journalist en kritiek levert op de huidige journalistiek. 'Het is tijd voor een blik in de achteruitkijkspiegel’, stelt de Vlaamse reporter in zijn boek. De Stoop staat kritisch tegenover de veranderingen in de journalistiek die de afgelopen jaren plaats hebben gevonden. De media zijn tegenwoordig sneller en sensationeler, en hierdoor oppervlakkiger. ‘Journalistiek kan het mooiste, maar ook het lelijkste beroep ter wereld zijn.’ChrissieWaarom bent u journalist geworden?
‘Ik wilde graag reizen en schrijven; de wereld zien en proberen daar zo mooi mogelijke reportages over te maken. Toen ik 23 was kreeg ik hier de kans voor bij Knack. Door verhalen te vertellen kun je de wereld begrijpen. Dat is wat ik altijd heb gedaan. Ik wilde op de eerste plaats de wereld begrijpen en op de tweede plaats proberen een verhaal zo goed mogelijk over te brengen op een publiek. Bladen waar ik naar opkeek in de jaren 80 waren de Haagse Post en Vrij Nederland. Zij beoefenden wat men “narratieve journalistiek” noemt: verhalende journalistiek. De Haagse Post en Vrij Nederland brachten mooie sfeerreportages, maar je kon de inhoud op een bierviltje samenvatten. Ik wilde een combinatie maken van die sfeerreportages en de harde onderzoeksjournalistiek.

‘Mijn doel was een sterk gedocumenteerd en relevant verhaal schrijven. Een groot voorbeeld voor mij was Truman Capote, die in de jaren 60 In Cold Blood schreef. Hij vertelde het verhaal van een seriemoordenaar, op een manier die veel dieper ging dan de gebruikelijke journalistiek deed. Hij kroop diep in de huid van zijn personage en schreef op een heel literaire manier. Verhalende journalistiek zoals dit wilde ik ook brengen.’

Na dertig jaar bent u uit het vak gestapt. Wat was de reden daar voor?
‘De journalistiek is de laatste tien jaar ontzettend veranderd. Het vak is oppervlakkiger geworden. Dit heeft te maken met de evolutie van het internet, waardoor alles sneller, korter en feller moet. Het grote verschil tussen journalistiek van nu en journalistiek van vroeger is tijd. De lezer neemt de tijd niet meer om zich door een verhaal van vijfduizend woorden te ploegen. De lezer - vooral de jonge lezer - heeft onder invloed van het internet een andere manier van lezen ontwikkeld: scannend lezen, waarbij je snel de tekst bekijkt om alleen de essentiële informatie te verzamelen. 

Chris de Stoop‘Een redacteur krijgt daarnaast ook niet meer de tijd om lange stukken te schrijven. Dit ligt aan de crisis in de traditionele media, die is veroorzaakt door de groeiende commerciële druk op de journalistiek. Kranten en tijdschriften zijn een groot deel van hun lezers kwijtgeraakt en gaan daarom met elkaar concurreren. In de journalistiek leeft iedereen met een zwaard van Damocles boven het hoofd; bestaat ons blad over vijf jaar nog wel? Die commerciële druk zorgt ervoor dat iedereen achter hetzelfde nieuws aanholt. ‘De media denken dat deze concurrentieslag niet meer te winnen is met diepgravende, mooi geschreven reportages. Het aantal artikelen van meer dan drieduizend woorden is slechts een fractie van wat het twintig jaar geleden was. Dat is een van de redenen dat ik uit de journalistiek gestapt ben: de lange, grote reportages waar ik mij altijd op toelegde, verdwijnen uit de tijdschriften en kranten.’

Waarom vindt u die commerciële druk verkeerd?
‘De kranten en tijdschriften verliezen publiek en voelen de commerciële druk, waardoor het aantal lezers, kijkers, en vooral clicks - het aantal keer dat men op een online artikel klikt - belangrijker worden gevonden dan de relevantie van de onderwerpen. Ik vind dat een journalist geen delicate thema’s uit de weg mag gaan. Recentelijk heb ik bijvoorbeeld een boek geschreven over het boerenlandschap dat verdwijnt ten koste van nieuwe natuurgebieden. Daarmee ga ik lijnrecht in tegen de dominante visie van altijd maar meer natuur aangeleggen. Nu is de tendens echter het surfen op de stroom van de publieke opinie. De media gaan niet meer tegen de stroom in. Als je iedereen wilt bedienen, zoals men nu probeert, dan is de journalistiek niet meer dan een product. Journalisten zijn dan gewoon handelaren in nieuws.

‘De pers vergeet dat ze een maatschappelijke rol heeft. Ze heeft een immense impact op alle niveaus van de samenleving. Die maatschappelijke rol en verantwoordelijkheid mogen niet vergeten worden. Ooit was de journalist iemand die een enorme vrijheid had. Nu is dezelfde journalist een bescheiden werknemer geworden in de grote fabriek van de nieuwsindustrie.

‘Als je iedereen wilt bedienen, is de journalistiek niet meer dan een product.’

‘Een goed voorbeeld van de nieuwe journalistiek is de verslaggeving van de aanslagen in Brussel op 22 maart. De televisiekanalen, de nieuwssites en de kranten wilden zo snel mogelijk de eerste ontwikkelingen laten zien en brachten real time verslaggeving. Op die manier is er geen enkele afstand tussen feit en berichtgeving. De media nemen geen tijd voor controle en reflectie, maar gooien de berichten zo snel mogelijk op het scherm. De adrenaline spat eraf, maar maakt het de kijker wijzer, of alleen angstiger? Het ergst was dat de media vanaf het begin achter de verkeerde verdachte aanzaten. De naam en foto van deze man werden bekend gemaakt, terwijl hij er achteraf gezien niets mee te maken had. Door dit soort blunders verliezen de media hun geloofwaardigheid.’

Wat wilt u bereiken met de kritiek die u uit in Ex-reporter?
‘De media zitten op een hellend vlak en moeten zich bezinnen. In de journalistiek is zelfreflectie echter een taboe. Je schrijft als journalist niet over de beroepsgroep; dat is nestbevuiling. ChrisDeze gedachte vind ik helemaal fout. Met mijn boek wil ik dat taboe doorbreken en hoop ik medestanders te vinden.

‘Gelukkig bestaan er nog wel gevallen van zelfkritiek in de media. Bart Eeckhout, hoofdredacteur van De Morgen, heeft een kritisch stuk geschreven over het falen van de media tijdens de incidenten in Keulen afgelopen jaarwisseling. Ook het NRC Handelsblad plaatste een artikel in die trend. In eerste instantie werd er niets gezegd over asielzoekers die betrokken konden zijn bij deze incidenten, maar daarna ging het bijna alleen nog over vluchtelingen. Deze journalisten gaven toe: “We hebben ons laten beïnvloeden door de meute. We zijn daarin te ver mee gegaan. Wij hebben gefaald”.’

Is er nog hoop voor de journalistiek?
‘Ik ga ervan uit dat de ware journalistiek zal overleven. Ik ben daar optimistisch over, enerzijds omdat er altijd mensen zijn die een roeping hebben om kwalitatief goed journalistiek werk te leveren, anderzijds omdat er nog steeds een publiek is voor geëngageerde verhalen. 

'Gelukkig zijn er nog genoeg journalisten die tegen de stroom ingaan. Na de aanslag in Brussel zette De Correspondent bijvoorbeeld op hun website “Wij schrijven voorlopig geen stukken over de aanslagen.” Daarmee gingen ze tegen alle trends in. In hun artikelen doen ze aan zelfreflectie en bekritiseren de reguliere media. De Correspondent heeft bijna vijftigduizend betalende abonnees. Dat bewijst dat je met kwaliteitsjournalistiek een publiek kunt vinden dat daarvoor wil betalen. Ik denk dat er genoegen moet worden genomen met een niche markt voor diepgravende reportages. Men moet de concurrentiestrijd met de snelle, digitale media opgeven en zich richten op een kleiner, maar ook zeer waardevol publiek.’